'De fixatie op het geslacht is alomtegenwoordig' stellen Jonas De Smedt en Freya Perdaens (N-VA) in een opiniestuk. Dat is maar goed ook, vinden wij. De maatschappij was nooit eerder zo vrij, en toch worstelen we hard met onze identiteit. Anno 2019 zou je verwachten dat sommige zaken reeds een evidentie zouden zijn. En toch moeten we helaas vaststellen dat het glazen plafond nog steeds niet werd doorbroken. In de politiek heerst ook vandaag nog een machocultuur, waarin vrouwen worden afgerekend op hun uiterlijk. Er wordt gescholden met woorden als 'trut' en nog te weinig eerste plaatsen worden aan vrouwen afgestaan.

Vrouwen zijn onafhankelijker, maar toch zijn vrouwenrechten nog lang geen evidentie. Onze grootouders vochten niet enkel voor competentie boven geslacht, maar ook voor het recht op zelfbeschikking. Om al dan niet te huwen met een partner van eigen keuze. Om baas in eigen buik te zijn. Om evenveel betaald te worden voor hetzelfde werk. Op al die vlakken is nog een lange weg af te leggen. De ouderlijke verantwoordelijkheid wordt hoofdzakelijk doorgeschoven naar de vrouw, ze wordt daarvoor nog steeds niet bezoldigd en dit werk wordt niet meegerekend in het BBP. Bij sollicitatiegesprekken krijgen vrouwelijke sollicitanten veel vaker een vraag over hun kinderwens. Vrouwelijke sporters verdienen slechts een fractie van hun mannelijke tegenhangers. Vrouwen kunnen amper gratis plassen, terwijl we het maar normaal moeten vinden dat er wel overal urinoirs het stadsbeeld en de stadsgeur bezoedelen. Het onderzoek naar de mannenpil wordt on hold gezet wegens te veel bijwerkingen, terwijl het om exact dezelfde bijwerkingen gaat als bij de vrouwenpil, ...

Tot dusver hebben quota nooit verhinderd dat competente mensen de juiste functie kregen.

Het onderwijs was inderdaad ooit een mannelijke sector, leerkracht was een beroep met status en werd zeer goed verloond. Deze job werd dan ook bijna uitsluitend toegekend aan ongehuwde vrouwen of mannen. Eens een vrouw trouwde, werd ze verondersteld thuis te blijven. Het is dankzij de revolutie van de jaren '60, de opkomst van de pil en die vele ouders en grootouders die op de barricaden stonden dat vrouwen hun plaats in het onderwijs en andere takken van de samenleving konden opnemen.

Vrouwen hebben vandaag de vrijheid om zich op te werken. Er zijn meer vrouwen in de politiek en in topfuncties. De prijs voor zo'n topfunctie is echter een letterlijke e- man -cipatie. Rigide, scherp van antwoord, gespeend van emoties, met een uurrooster dat elke ouder met enige verantwoordelijkheidszin lijkbleek doet wegtrekken, zo hoort een vrouw zich in een topjob te gedragen, anders is ze onbekwaam.

Ik, net zomin als andere vrouwen in topposities, twijfelen nog maar een seconde aan onze capaciteiten. Deze worden wel voortdurend in vraag gesteld door de rest van de samenleving. Daarom zijn quota geen belediging maar meer dan ooit nodig.

De Smedt en Perdaens vragen wanneer we gestopt zijn iemands talenten als belangrijkste maatstaf te gebruiken. Het ontgaat hen blijkbaar dat men daar nooit mee gestart is. Geslacht wordt overal in betrokken, dat is al zo sinds de sedentarisatie van de mens. Waarbij de universele, menselijke eigenschappen gepolariseerd werden binnen de dualiteit van de twee geslachten en dat zonder enige inspraak van 51% van de wereldbevolking. Het zou hilarisch zijn ware het niet intriest, dat het de auteurs van deze tekst totaal ontgaat dat alle wetenschappelijk onderzoek naar sollicitaties zonder enige uitzondering, wijzen op discriminatie op basis van geslacht. Niet vrouwen maar mannen krijgen daarbij de voorkeursbehandeling. Als Bo Van Spilbeeck solliciteert, heeft ze beduidend minder kans om geselecteerd te worden dan wanneer Boudewijn solliciteert, ook al gaat het om exact dezelfde CV.

Tot dusver hebben quota nooit verhinderd dat competente mensen de juiste functie kregen. Het ontbreken van quota zorgt er wel voor dat elke dag opnieuw incompetente mannen een job krijgen, die eigenlijk aan een competente vrouw toebehoort.

Het feit dat er geen competente vrouwen worden gevonden, is omdat ze ofwel niet hard genoeg gezocht worden of omdat mannen hun post willen verdedigen.

Natuurlijk zijn die quota nog nodig. Het feit dat er geen competente vrouwen worden gevonden, is omdat ze ofwel niet hard genoeg gezocht worden of omdat mannen hun post willen verdedigen. Ik ben het met de auteurs eens dat er niet genoeg competente vrouwen op de juiste stoel zitten. Naar mijn bescheiden mening zitten er ook veel te weinig competente mannen op de juiste stoel. Want onze politiek is er momenteel één zonder daadkracht, met veel woorden, veel macho gedrag en weinig concrete acties. Tijd dus om te vervrouwelijken, maar dan ook echt kansen geven aan die vrouwen. Tijd voor een nieuwe generatie politici. Vrouwen én mannen, die daadwerkelijk in staat zijn om de zaken aan te pakken die ze beloven. Zoek bekwame mensen die aan langetermijnpolitiek doen. Die geloven in zichzelf, los van hun geslacht.

Uiteraard verschillen vrouwen en mannen. Laten we die verschillen omarmen en benutten. Met meer vrouwen in de politiek met kennis van zake over het nut van quota en zicht op wat een vrouwenleven allemaal behelst, kan ook de inhoud van de partijprogramma's veranderen. Dàt is waar ik naar uitkijk.

Politici hebben de macht om ervoor te zorgen dat vrouwen niet langer 'zachtere thema's' krijgen en mannen wel. Neem een voorbeeld aan Hilde Vautmans, schepen van leefmilieu, jeugd, toerisme, landbouw, fruit én militaire zaken. Naadloos kan ze zich zowel voor vermiste kinderen in Europa inzetten, als voor defensie. Of aan Freya Van den Bossche die minister van Begroting was. Ik ken alvast enkele jonge vaders die vol verwachting uitkijken naar een meer vadervriendelijke samenleving en een meer vadervriendelijke politiek. We zullen dus inderdaad hulp nodig hebben om dat gelijke speelveld te creëren. Het is aan de auteurs en hun collega's om meer competente mensen op de juiste posten te zetten.

Laat feminisme terugkeren naar waar het voor dient, stellen De Smedt en Perdaens, wel dat doen we. Door onrecht aan te klagen. Door de invoering van structuren en maatregelen te eisen die een einde stellen aan de meetbare en systematische achterstelling en onderwaardering van het (on)betaalde werk dat vrouwen elke dag verrichten. Feminisme hoort zich niet minachtend uit te laten over deze inspanningen.

Laten we samen blijven strijden. Voor een gelijkwaardige samenleving voor iedereen, een feminisme dat waakt over de belangen van zowel mannen als vrouwen. Gefocust op inhoud, met een kans voor iedereen. En voer dan quota in van 40%, ongeacht het geslacht. Zodat onze maatschappij op alle vlakken in balans is, tot geslachten op de werkvloer en helemaal niet toe doen. Dan kunnen we over 50 jaar terugblikken op een tijd waarin dat anders was.

Sarah Verhofstadt is bestuurslid bij groep Lucienne Herman-Michielsen, een recent opgerichte denktank die ijvert voor gendergelijkheid.