18 februari 2019. Dat is de dag waarop minister van Justitie Koen Geens (CD&V), samen met de bevoegde deelstaatministers trots in een omzendbrief voorstelt om justitieassistenten toegang te verschaffen tot gevangenissen.

Het duurde dus tot 2019 om het justitieassistenten mogelijk te maken veroordeelde terroristen en gevaarlijke geradicaliseerden te kunnen opvolgen en individueel te begeleiden.

Dat is een uitstekende maatregel, maar radicalisering in gevangenissen is er niet pas sinds 2019. Onze veiligheidsdiensten waarschuwen er al jaren voor. Deze omzendbrief had dan ook een van de eerste beleidsdaden van de minister moeten zijn, niet een van zijn laatste.

Terroristen die in de gevangenis afstand nemen van hun verderfelijke ideologie? Een fabeltje

De episode over de justitieassistenten toont pijnlijk aan dat België, ondanks de inspanningen, nog steeds niet adequaat omgaat met het probleem van radicalisering.

Met Lokale Integrale Veiligheidscellen (LIVC), waar dossiers van probleemgevallen worden opgevolgd en lokale taskforces die terugkeerders en vrijgelaten terroristen in het oog houden, heeft de Zweedse coalitie de fundamenten gelegd voor een sterk en krachtig beleid. Daarnaast kregen de Staatsveiligheid en de Federale Politie meer middelen in de strijd tegen terrorisme.

Maar wat betreft de opvolging van veroordeelde terroristen die vrijgekomen zijn, is de situatie ronduit zorgwekkend. Begin december kwam ronselaar Jean-Louis Denis vrij en besloot hij in Londerzeel te gaan wonen. De plaatselijke bevoegde instanties kwamen tot de vaststelling dat er financiële middelen noch personeel beschikbaar zijn om zijn handel en wandel op te volgen.

Nochtans lijkt dit ons het minimum minimorum. Helaas is Londerzeel geen uitzondering. De kleinere steden en gemeenten zijn absoluut niet in staat om deze taak op zich te nemen door een gebrek aan expertise en middelen of zelfs politieke aandacht vanuit het gemeentebestuur.

Het feit dat er al geruime tijd geen aanslag meer is gebeurd in België, betekent allerminst dat de problemen van de baan zijn.

Dit staat in schril contrast met een stad als Antwerpen die ervoor gekozen heeft om fors te investeren in mensen en middelen om vrijgelaten terroristen en geradicaliseerden strikt op te volgen.

De tijd dringt nochtans. Gezien de lichte straffen die terroristen in België krijgen, zijn er heel wat onder hen die binnenkort zullen vrijkomen. Denken dat ze tijdens hun verblijf in de gevangenis afstand hebben genomen van hun verderfelijke ideologie, is een fabeltje. Het is overduidelijk dat zij nog steeds gevaarlijk zijn, wat men ook moge beweren.

Een nauwgezette opvolging door alle bevoegde diensten is dan ook noodzakelijk. De federale en Vlaamse regering moeten alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat de kleinere steden en gemeente in staat zijn om deze taak ter harte te nemen.

Het feit dat er al geruime tijd geen aanslag meer is gebeurd in België, betekent allerminst dat de problemen van de baan zijn.

Enkel door strikte opvolging, zowel binnen als buiten de gevangenismuren, kan het risico op nieuwe aanslagen of verdere verspreiding van verwerpelijke gedachten tot een minimum beperkt worden. Het is dan ook niet vijf voor twaalf, maar vijf na twaalf.