Twee Vlaamse deradicaliseringsconsulenten werken al een jaar aan de reclassering van een tachtigtal 'terro-gedetineerden'. Met een sterk team achter zich, maar het blijft een rit bergop. Voor het eerst praten ze over hun missie. 'Unexpected kindnessis ons geheim wapen.'
...

Twee Vlaamse deradicaliseringsconsulenten werken al een jaar aan de reclassering van een tachtigtal 'terro-gedetineerden'. Met een sterk team achter zich, maar het blijft een rit bergop. Voor het eerst praten ze over hun missie. 'Unexpected kindnessis ons geheim wapen.'In mei 2016 keurde de Vlaamse Regering het actieplan 'Aanpak van radicalisering binnen de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden' goed. Voor de uitvoering ervan werden twee consulenten aangeworven voor de aanpak van radicalisering in de gevangenissen. Het ging om ervaren krachten. Caroline (*) is een criminologe met een grote expertise op het vlak van radicalisering achter de tralies. Politoloog Amir is een Vlaamse moslim die eerder op de deradicaliseringsdienst van een Vlaamse centrumstad meedraaide. Ze hebben intussen ruim een jaar ervaring opgedaan in het begeleiden van terro-gedetineerden. Voornamelijk maar niet uitsluitend in de gevangenis van Hasselt, waar op de Deradex-afdeling acht terro-gedetineerden met een hoog risicoprofiel worden afgezonderd van de andere gevangenen. Caroline en Amir willen graag vertellen over hun visie en werking, maar liever niet met hun echte naam of foto in de media. Uit veiligheidsoverwegingen, heet het, en omdat discretie een troef is in hun vak. Maar praten willen ze. Over deradicalisering doen heel wat mythes de ronde, die ze wat graag willen rechtzetten. Zoals deze: dat het hele deradicaliseringsbeleid in Vlaanderen op hun schouders rust. Caroline: Zo wordt het vaak voorgesteld, ja. 'Twee deradicaliseringsconsulenten voor een doelgroep van een kleine honderd gevangenen.' Dat klopt niet. Wij spelen een sturende rol binnen een veel groter geheel. Vlaanderen heeft in elke gevangenis een coördinator die welzijnsinstanties zoals de VDAB, het CAW of de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg binnenbrengen in de gevangenis. Dat zijn allemaal partners met wie we nauw samenwerken, zoals we ook samenwerken met de islamconsulenten. Zelf volgen we tot nu 29 gedetineerden intensief op. Andere terro-gedetineerden worden ook opgevolgd door een trajectbegeleider, waarbij wij op de achtergrond ondersteuning bieden. We noemen onszelf trouwens nooit 'deradicaliseringsconsulent'. Die term legt te veel nadruk op het cognitieve. Ideeën kunnen we niet veranderen, we concentreren ons op het gedrag. We proberen niet te deradicaliseren, maar te desengageren. Waar zijn jullie overal actief? Amir: We zijn begonnen in Hasselt, en van daaruit hebben we onze werking stelselmatig uitgebreid. Eerst naar Deradex-satellieten in Brugge en Gent, daarna ook naar Antwerpen en Beveren, waar nogal wat geradicaliseerden zitten. In andere gevangenissen volgen we de doelgroep op via onze partners. We hoeven niet zelf in beeld te lopen om ons werk te doen. Zijn terro-gedetineerden verplicht om een begeleidingstraject te volgen? Amir: Nee, alle hulp- en dienstverlening in de gevangenis is vrijwillig. We bieden proactief onze diensten aan en stappen zelf naar de gedetineerden. Soms op voorzet van de gevangenisdirectie, soms komt de vraag via een trajectbegeleider van justitieel welzijnswerk. De laatste tijd worden we steeds vaker rechtstreeks door gedetineerden gevraagd. Mond-tot-mondreclame, dus. Een teken dat ons werk wordt gewaardeerd. Caroline: Zeven van de acht Deradex-gedetineerden in Hasselt zijn in ons traject gestapt. Dat is een onverhoopt succes. Toen we ons de eerste keer gingen voorstellen, liet ik hen de keuze om met Amir te praten als ze bezwaar zouden hebben tegen een vrouwelijke begeleider die geen moslima is. Maar kijk, niemand had er een probleem mee. Oké, er zijn er die me geen hand willen geven. Geen probleem, zeg ik dan, belangrijk is dat we elkaar respecteren. Principiële opstellingen, daar schieten we niets mee op. Polariseren is uit den boze, want het gaat om mensen die al in wij-zijschema's denken. Daar proberen we tegenin te gaan met ons geheime wapen: unexepected kindness. Hoezo? Caroline: Ik behoor voor sommigen tot het vijandelijke kamp, en toch bejegen ik hen met een openheid en respect. Dat helpt om hun gepolariseerde wereldbeeld te ontwrichten. Zeker als ze vaststellen dat ik niet de enige 'vijand' ben die bereid is om hen als mens te benaderen. Sommige van jullie cliënten hebben gruwelijke feiten gepleegd. Speelt jullie dat weleens parten? Amir: We vertrekken met een leeg blad, zonder naar hun dossier te kijken. Iedere gedetineerde is een mens die we willen leren kennen, door goed te luisteren en vragen te stellen - de socratische methode. Het is een intensief proces, met wekelijkse gesprekken van twee à drie uur. We hebben alle vrijheid om te experimenteren. Af en toe nodigen we een gast uit, de moeder van een gesneuvelde Syriëstrijder, bijvoorbeeld. We raden ook boeken aan. Niet alleen over de islam, wat veel mensen misschien denken. De Belgische geschiedenis, de Europese instellingen, filosofie, hun belangstelling gaat heel breed. Pas na een lange aanloop kun je doordringen tot de kern van hun radicalisering. Tijdens dat proces komen ook schokkende verhalen aan de oppervlakte, over Syrië of over terroristische activiteiten. We werken volgens het principe van het beroepsgeheim. Dat is een noodzaak om hun vertrouwen te winnen. Caroline: Voor een goed begrip: het zijn heus niet allemaal aanslagplegers of jihadronselaars. 'Terro-gedetineerde' is een heel brede noemer. We zien bijvoorbeeld jongens die in hun eentje achter de computer in de fout zijn gegaan, of paspoortvervalsers bij wie je de vraag kunt stellen of ze wisten wat het einddoel was. Er zijn Syriëstrijders die uit solidariteit met het Syrische volk zijn vertrokken, en anderen die bewust voor de Islamitische Staat hebben gekozen. Zelfs in Deradex zie je vele tinten grijs. Onverbeterlijke leidersfiguren, wordt gezegd, de elite van de jihad. Maar sommigen smeken ons om hen daar weg te halen. Ze willen verder met hun leven, een opleiding volgen, werken aan zichzelf. Dat is niet evident zolang ze in Deradex zitten. De hulp- en dienstverlenende partners hebben wel een uitgebreid groepsaanbod voor de gewone gevangenen, van taal- en computercursussen tot weerbaarheidstrainingen en workshops agressiebeheersing. Helaas is dat niet toegankelijk voor Deradex-gedetineerden, want die mogen hun afdeling niet verlaten. Daardoor hebben ze ook geen toegang tot werkateliers - nog een pijnpunt. Volgens critici staat langdurige isolatie, zeker in groep zoals in Deradex, haaks op de missie om terro-gedetineerden te desengageren en hen voor te bereiden op hun terugkeer in de samenleving. Hebben ze gelijk? Caroline: We proberen de gedetineerden een perspectief te bieden. Dat botst soms met de nadruk van Justitie op veiligheid en containment. Ons werk zou makkelijker worden als we vlotter zouden kunnen inspelen op het reguliere aanbod buiten de gesloten afdeling. Amir: Ik vind het geen goed idee om mensen de hele tijd in hetzelfde kringetje te laten ronddraaien. We moeten oppassen dat de winst die we tijdens de individuele gesprekken boeken niet teloorgaat door de groepsdruk. Riskeren jullie niet te worden gemanipuleerd? Werken sommigen mee aan jullie begeleidingstraject om een milder regime te versieren? Amir: Dat zou een foute gok zijn, want we hebben geen enkele invloed op dat regime. We volgen onze Deradex-cliënten al een jaar, zonder dat hun situatie ook maar enigszins werd versoepeld. Dat kan alleen betekenen dat ze onze begeleiding echt appreciëren. Maar op termijn is er natuurlijk een probleem: door de uitzichtloosheid wordt het moeilijk om hen te blijven motiveren. Vroeg of laat zal men daar toch iets aan moeten veranderen, want ook bij Deradex zijn de straffen eindig. Is jullie methode gebaseerd op buitenlandse modellen? Caroline: We ontwikkelen onze eigen aanpak op maat, geïnspireerd op buitenlandse ervaringen. We wisselen ook expertise uit, onder meer via het Europese Radicalisation Awareness Network. En dan zie je toch veel gelijkenissen in visie en aanpak. Ook bij de Franse Gemeenschap. Ik was onlangs bij een presentatie van een collega uit Marche-en-Famennes. Het klonk alsof ik zelf aan het woord was. Over de oorzaken van radicalisering wordt passioneel gediscussieerd. De islam, racisme, geopolitiek: aan verklarende factoren geen gebrek. Weten jullie het? Caroline: Ieder geval is uniek, maar ik zie een gemene deler. De mensen die ik begeleid, verzetten zich fel tegen wat ze zelf als onrecht ervaren. Het kan gaan om racisme, of uitsluiting die ze hebben ondervonden, of om slachtoffers met wie ze zich identificeren. In de media worden terro-gedetineerden gemakshalve als monsters versleten. Dat stoort me, want er zitten mensen tussen met een heel mooie binnenkant. (*) Caroline en Amir zijn pseudoniemen