Te weinig geld om van te leven: het domineert je dag en het domineert je nacht. Je dommelt niet gemakkelijk weg wanneer je je steeds maar zorgen maakt.

Je hebt een gebrek aan voedsel en aan een gezonde woning.

Je hebt een gebrek aan kleding en aan voldoende verwarming.

Je hebt een gebrek aan sociale contacten en aan menselijke warmte.

Je hebt véél minder verwachtingen. Je voelt je net zoals een vogeltje opgesloten in zijn kooitje.

Te weinig geld hebben om van te leven: dat doet veel pijn. Het liefst van al zou je 's morgens in je bed blijven liggen. Je voelt je beschaamd. Wat als de huisbaas de huur opslaat? Heb je dan wel nog een dak boven je hoofd?

Telkens weer die onzekerheid en stress: hoe komen we rond?

Armoede, dat zijn veel emoties en veel hartpijnen. Armoede tast je zelfbeeld aan. Zonder geld ben je niks.

Je hebt mensen nodig die hun schouders mee onder je leven zetten, die je aanmoedigen om door te gaan. Mensen die meer zien dan mensen met gebrek aan geld. In onze zakken zitten niet veel centen, maar wij hebben wel talenten.

Laat ons niet in ons kooitje zitten, maar help ons een leven op te bouwen. Helpen en geholpen worden, het lijkt zo vanzelfsprekend. Maar dat is het juist niet. Het spreekt niet vanzelf.

Kinderpsychiater Peter Adriaenssens, die ook voorzitter is van het Kinderarmoedefonds van de koning Boudewijnstichting, zegt dat men onderschat dat wij 'een andere kop' hebben dan mensen die niet continu in stress leven. Door dat onbegrip, zegt de professor, blijven velen maar zeggen: 'Waar een wil is, is er ook een weg'.

Dat is vaak waar. Voor wie een gewone kop heeft.

Wie door chronische stress geen gewone kop heeft, leeft lastiger. Je bent minder creatief, bedenkt minder gemakkelijk oplossingen, onderhandelt moeilijker.

Daarom heb je, nog altijd volgens de professor, hulpverleners nodig die bruggen proberen te bouwen. Bruggen tussen mensen die leven in kansarmoede en organisaties die die mensen kunnen helpen.

Armoedebestrijding zonder bruggenbouwers, dat zorgt voor mensen die in hun kooitje blijven zitten. Dat zeg ik vanuit mijn persoonlijke ervaring. Vanuit mijn persoonlijk ervaring weet ik ook: als het vogeltje te lang in het kooitje zit, dan kan het niet meer zingen. En als het vogeltje te lang in het kooitje zit, dan wordt het moeilijk voor dat vogeltje om nog een leven op te bouwen buiten dat kooitje.

Vanuit mijn persoonlijke ervaring vraag ik aan u allen: help ons, stap voor stap, een leven op te bouwen. Want wij hebben dan misschien niet veel centen, wij hebben wel talenten.

Guy Janssens sprak, naar aanleiding van de Werelddag van het verzet tegen Armoede, deze tekst uit aan de gedenksteen voor slachtoffers van armoede in Ronse. Janssens is actief bij De Vrolijke Kring vzw, een organisatie uit Ronse waar armen het woord nemen.

Te weinig geld om van te leven: het domineert je dag en het domineert je nacht. Je dommelt niet gemakkelijk weg wanneer je je steeds maar zorgen maakt. Je hebt een gebrek aan voedsel en aan een gezonde woning. Je hebt een gebrek aan kleding en aan voldoende verwarming.Je hebt een gebrek aan sociale contacten en aan menselijke warmte.Je hebt véél minder verwachtingen. Je voelt je net zoals een vogeltje opgesloten in zijn kooitje.Te weinig geld hebben om van te leven: dat doet veel pijn. Het liefst van al zou je 's morgens in je bed blijven liggen. Je voelt je beschaamd. Wat als de huisbaas de huur opslaat? Heb je dan wel nog een dak boven je hoofd?Telkens weer die onzekerheid en stress: hoe komen we rond? Armoede, dat zijn veel emoties en veel hartpijnen. Armoede tast je zelfbeeld aan. Zonder geld ben je niks.Je hebt mensen nodig die hun schouders mee onder je leven zetten, die je aanmoedigen om door te gaan. Mensen die meer zien dan mensen met gebrek aan geld. In onze zakken zitten niet veel centen, maar wij hebben wel talenten. Laat ons niet in ons kooitje zitten, maar help ons een leven op te bouwen. Helpen en geholpen worden, het lijkt zo vanzelfsprekend. Maar dat is het juist niet. Het spreekt niet vanzelf.Kinderpsychiater Peter Adriaenssens, die ook voorzitter is van het Kinderarmoedefonds van de koning Boudewijnstichting, zegt dat men onderschat dat wij 'een andere kop' hebben dan mensen die niet continu in stress leven. Door dat onbegrip, zegt de professor, blijven velen maar zeggen: 'Waar een wil is, is er ook een weg'. Dat is vaak waar. Voor wie een gewone kop heeft. Wie door chronische stress geen gewone kop heeft, leeft lastiger. Je bent minder creatief, bedenkt minder gemakkelijk oplossingen, onderhandelt moeilijker. Daarom heb je, nog altijd volgens de professor, hulpverleners nodig die bruggen proberen te bouwen. Bruggen tussen mensen die leven in kansarmoede en organisaties die die mensen kunnen helpen.Armoedebestrijding zonder bruggenbouwers, dat zorgt voor mensen die in hun kooitje blijven zitten. Dat zeg ik vanuit mijn persoonlijke ervaring. Vanuit mijn persoonlijk ervaring weet ik ook: als het vogeltje te lang in het kooitje zit, dan kan het niet meer zingen. En als het vogeltje te lang in het kooitje zit, dan wordt het moeilijk voor dat vogeltje om nog een leven op te bouwen buiten dat kooitje.Vanuit mijn persoonlijke ervaring vraag ik aan u allen: help ons, stap voor stap, een leven op te bouwen. Want wij hebben dan misschien niet veel centen, wij hebben wel talenten.