'Het coronavirus treft iedereen, maar niet iedereen wordt in gelijke mate getroffen. Het virus treft de mensen met een laag inkomen of die onderaan op de maatschappelijke ladder staan veel zwaarder', zegt econoom André Decoster (KU Leuven).
...

'Het coronavirus treft iedereen, maar niet iedereen wordt in gelijke mate getroffen. Het virus treft de mensen met een laag inkomen of die onderaan op de maatschappelijke ladder staan veel zwaarder', zegt econoom André Decoster (KU Leuven). Zijn collega Johannes Spinnewijn (London School of Economics) vult aan: 'Al van voor de komst van het coronavirus wisten we dat er een groot verschil was in gezondheidsresultaten tussen de arme en de rijke huishoudens. Nu het virus zo hevig om zich heen grijpt en niet alleen zorgt voor de grootste gezondheidscrisis maar ook voor de grootste financieel-economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog, moet de vraag worden gesteld: heeft de coronacrisis de relatie tussen inkomen en sterfte beïnvloed? Stierven er meer armen aan corona? Of had iedereen evenveel kans om eraan te overlijden? Is het virus echt die grote gelijkmaker, die ons allemaal kan treffen, zoals je weleens hoort?' Dat waren de vragen waarop de Leuvense en Londense onderzoekers een antwoord zochten. Ze vergeleken daarvoor de sterftecijfers tijdens de eerste coronagolf, van maart tot mei van dit jaar, met de sterftecijfers in de periode 2015-2020. De resultaten zijn opzienbarend. De Leuvense onderzoekers gingen na of er tijdens de eerste coronagolf meer mensen stierven dan over dezelfde periode in de jaren 2015-2020. Spinnewijn: 'België werd bijzonder hard getroffen door de eerste golf van de pandemie, en we zien een duidelijke oversterfte: tijdens de piek in april waren er dubbel zoveel overlijdens als het gemiddelde sterftecijfer in de vorige jaren. Maar wanneer we die cijfers van naderbij bekijken, komen we tot een eerste opmerkelijke vaststelling: we zien geen oversterfte bij de bevolkingsgroep jonger dan 65 jaar, wél duidelijke oversterfte voor de 65-plussers en vooral bij de bewoners van de woonzorgcentra.' Hoe komt het dat er geen oversterfte was bij mensen onder de 65? 'Het aantal sterftegevallen in die leeftijdscategorie na een coronabesmetting is beperkt', zegt Spinnewijn. 'Vaak ging het dan om mensen met medische complicaties, dus over mensen bij wie de levensverwachting ook gemiddeld lager lag. De lockdown, tussen half maart en half mei, heeft het sterftecijfer in die groep waarschijnlijk gedrukt. Want die zorgde er bijvoorbeeld ook voor dat er minder verkeer was en dus ook minder verkeersongevallen. Dat compenseerde in zekere zin het beperkte aantal sterfgevallen als gevolg van corona.' 'Het spreekt vanzelf dat leeftijd een rol speelt bij de kans op overlijden', zegt Decoster. 'Maar ook de sociaal-econonomische positie is belangrijk, en dat is toch minder vanzelfsprekend.' De Leuvense onderzoekers keken onder meer naar het inkomen. 'En wat zien we? In de jaren voor corona was er twee tot vijf keer meer sterfte bij de 10 procent laagste inkomens, in vergelijking met de 10 procent hoogste inkomens.' Eenvoudig gezegd: een arme Belg had twee tot vijf keer meer kans om te overlijden dan een rijke landgenoot. De vraag is hoe die relatie is veranderd tijdens de coronaperiode. Bij mannen en vrouwen jonger dan 65 jaar was er geen oversterfte en of je rijk of arm was, maakte geen verschil in je kansen om te sterven als gevolg van corona. Spinnewijn: 'Maar bij de 65-plussers werden de laagste inkomens het hardst getroffen en zijn de verschillen groot.' Bovendien werden de inwoners in de armste gemeenten het hardst getroffen, of die nu rijk of arm waren. En binnen die armste gemeenten hadden de laagste inkomens de grootste kans op oversterfte. 'Er zijn weinig redenen om te verwachten dat dit tijdens de tweede coronagolf, die ons nu treft, anders zal zijn', aldus Spinnewijn. Maar daarbij hoort een belangrijke kanttekening: die ongelijkheden waren niet anders vóór de uitbraak. Ook toen stierven arme 65-plussers sneller dan de rijke. 'Corona is dus niet de grote gelijkmaker', zegt Decoster. 'Het virus treft niet iedereen in de samenleving even hard: het treft de armen harder dan de rijken. Maar corona treft de armen niet harder dan dat andere doodsoorzaken dat doen.' De onderzoekers keken ook naar het land waar de mensen werden geboren. Ook dat geeft opmerkelijke resultaten: onder de 65-plussers stierven er duidelijk meer mensen die in Polen, Italië of Turkije het levenslicht zagen, dan in België of onze buurlanden. De oversterfte is bij de eerste groep bijna twee keer zo groot. Je zou kunnen denken dat dit te maken heeft met de westerse en niet-westerse achtergrond, maar het sterftecijfer van degenen die in Marokko werden geboren, stemt dan weer overeen met dat van België. Hoe dit moet worden verklaard, is nog onduidelijk. Er werd ook gekeken naar de job die de mensen uitoefenden, vooral bij de mensen tussen 40 en 64 jaar die stierven door corona. Er zijn sectoren waar men blijkbaar een grotere kans maakt op overlijden als men er werkt, zoals in de bouw of in de mijnindustrie. Dat is met het coronavirus niet veranderd. Er was één sector die tijdens de coronacrisis wel meer overlijdens opleverde dan tijdens de vorige jaren: de gezondheidssector, waar men 10 procent meer overlijdens noteerde. 'De mensen die daar werken, werden ook veel meer blootgesteld aan het virus,' aldus Spinnewijn, 'en liepen dus meer kans om besmet te worden met het coronavirus en om eraan te overlijden.' Al voor de komst van het coronavirus waren gezondheid, gezonde levensjaren en overlijden zeer afhankelijk van iemands inkomen of positie op de sociale ladder. Het regeerakkoord van de regering-De Croo formuleerde daarvoor een ambitieuze doelstelling. Ze wil 'tegen 2030 de gezondheidskloof tussen de mensen met het hoogste en het laagste aantal te verwachten gezonde levensjaren met minstens 25 procent verkleinen'. 'Om daarin te slagen zullen er veel meer data sneller ter beschikking moeten komen, zodat het beleid daarop kan worden afgestemd en bijgestuurd', zegt Spinnewijn. 'Zo konden wij voor onze studie jammer genoeg alleen maar gebruik maken van sterftecijfers. Toegang tot individuele testresultaten, ziekenhuisopnames enzoverder hebben we nog niet. Maar als de regering-De Croo de gezondheidskloof wil verkleinen, zou die informatie snel voorhanden moeten zijn, zodat de beleidsbeslissingen beter gefundeerd kunnen genomen worden. Dat is ook een expliciet voornemen in het regeerakkoord. Als er inderdaad meer data beschikbaar zijn voor onderzoek, kan er niet alleen een doelmatig beleid worden uitgetekend om de inkomensongelijkheid in sterfte te verminderen, maar kunnen we ook de coronapandemie beter begrijpen en bestrijden.'