Geweld is nog steeds een van de meest wijdverspreide mensenrechtenschendingen ter wereld. De impact is er altijd voor de slachtoffers, zowel psychisch als fysiek. Geweld kan iedereen treffen, maar helaas worden vrouwen buitenproportioneel getroffen door gender-gerelateerd geweld. Er zijn nog altijd onvoldoende inspanningen geleverd op de vier grote domeinen van het Verdrag van Istanbul: de preventie van geweld, de bescherming van slachtoffers, de vervolging van daders en de ontwikkeling van geïntegreerde en globale en gecoördineerde beleidsmaatregelen.

De grip op het leven kwijt

Geweld manifesteert zich niet eenduidig, van bruut fysiek geweld tot zelfs meer subtielere vormen. Hoewel mensen vaak meer bezorgd zijn om de impact van fysiek, meer zichtbaar geweld, is psychisch geweld vaak minstens even desastreus. Mijn inziens krijgt psychisch geweld onvoldoende aandacht waardoor er hierover veel misvattingen bestaan. De paradox is dat psychisch geweld vaak zeer intense vormen aanneemt en tegelijk onder de oppervlakte blijft, wat het eigenlijk nog gevaarlijker maakt. Bij psychisch geweld kruipt de dader als het ware volledig in het hoofd van het slachtoffer. Hierdoor ontstaan tal van psychische dysfuncties, met een verstoring van het sociale en professionele leven als gevolg. Men krijgt geen grip meer op het eigen leven. Op zijn beurt brengt dit gevoelens van schaamte, woede en onmacht met zich mee. Misbruik van alcohol en andere verdovende middelen brengen dan geen soelaas, integendeel, deze valse remedies verergeren de kwaal. Op termijn worden ook familie en naasten het kind van de rekening.

Strijd tegen geweld op vrouwen moet dringend meer prioriteit krijgen.

Ik heb zelf aan den lijve ondervonden hoe ingrijpend psychologische terreur kan zijn. Ongeveer een jaar geleden werd ik gestalkt door een jonge man die obsessief verliefd was. Hij was dagelijks aanwezig aan mijn woning, wachtte me op na mijn werk of aan school. Ik ervaarde dat als een ernstige inbreuk op mijn recht op privacy. Op een dag escaleerde de kwestie, toen hij niet meer weg wou gaan en bleef aandringen met dreigementen om mijn woning te betreden. Ik voelde me genoodzaakt de politie te bellen. Terwijl ik nog aan de lijn was met iemand van de noodcentrale, werd mijn belager agressief en probeerde mijn gsm af te pakken. Ondertussen bleef hij luid roepen dat de politie niet moest tussenkomen want dit was iets tussen - volgens zijn inbeelding - een 'koppel'. Binnen enkele minuten waren de toegesnelde politiemensen talrijk aanwezig om mij te beschermen. Ik ben hen daar eeuwig dankbaar voor. Later werd ik nog meer geïntimideerd door middel van beschadigingen aan mijn auto of met een aangeplakt briefje met een getekend hartje. Mijn gevoel van veiligheid en vrijheid kregen opnieuw een diepe knauw. Het niet weten of ik nog steeds bespied werd en of hij zijn dreigementen wel of niet zou uitvoeren, maakte me erg onzeker. Angst en onrust installeerden zich en maakten mij het leven onaangenaam.

Wie lacht met de klacht?

Mensen gaan er vaak vanuit dat slachtoffers geen aangifte doen bij de politie omdat ze vrezen niet ernstig genomen te worden. Uit eigen ervaring en die van mensen met wie ik gewerkt heb, weet ik dat dit niet altijd de enige reden is. Er is ook het aspect straffeloosheid. De grote meerderheid van klachten wegens geweld op vrouwen wordt geseponeerd. Die straffeloosheid is ook voor politiemensen een bron van ergernis en frustratie. Ook volgens Amnesty International is de hoge seponeringsgraad een pijnpunt. Zo blijkt dat tussen 2010 en 2017 maar liefst 57% van de verkrachtingszaken door het parket werd geseponeerd zonder gevolg. Uit hun enquête blijkt dat 68% van de bevraagde Belgen het hoge aantal seponeringen ernstig vindt, omdat deze bijdragen tot straffeloosheid.

De strijd tegen geweld op vrouwen moet dringend meer prioriteit krijgen. Slogans als 'praat erover' rond 25 november -de jaarlijkse internationale dag tegen geweld op vrouwen- zijn mooi en welkom, maar brengen onvoldoende zoden aan de dijk.

Want waarom motiveren we slachtoffers om erover te praten als we verder weinig realiseren om hen te helpen? Het probleem van geweld tegen vrouwen vraagt een holistische aanpak; politie, parket, gerecht zouden beter moeten samenwerken en de overheid dient meer budget vrij te maken om organisaties en centra financieel te ondersteunen in strijd tegen (seksueel) geweld.

Geweld raakt misschien niet iedereen, maar de oplossing ligt in ieders hand

Allerlei sociale stigmata en vernederende mechanismen als 'slutshaming' -waaraan ook vrouwen zich bezondigen, om de eigen status te verhogen- beperken de vrijheid van vrouwen om hun leven in volledige keuzevrijheid in te vullen. En dat is toch het na te streven doel: zelfbeschikking, ook voor vrouwen, waar dan ook. We dragen hier met zijn allen een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Madina Hamidi is kernlid van Vlinks.

Geweld is nog steeds een van de meest wijdverspreide mensenrechtenschendingen ter wereld. De impact is er altijd voor de slachtoffers, zowel psychisch als fysiek. Geweld kan iedereen treffen, maar helaas worden vrouwen buitenproportioneel getroffen door gender-gerelateerd geweld. Er zijn nog altijd onvoldoende inspanningen geleverd op de vier grote domeinen van het Verdrag van Istanbul: de preventie van geweld, de bescherming van slachtoffers, de vervolging van daders en de ontwikkeling van geïntegreerde en globale en gecoördineerde beleidsmaatregelen. Geweld manifesteert zich niet eenduidig, van bruut fysiek geweld tot zelfs meer subtielere vormen. Hoewel mensen vaak meer bezorgd zijn om de impact van fysiek, meer zichtbaar geweld, is psychisch geweld vaak minstens even desastreus. Mijn inziens krijgt psychisch geweld onvoldoende aandacht waardoor er hierover veel misvattingen bestaan. De paradox is dat psychisch geweld vaak zeer intense vormen aanneemt en tegelijk onder de oppervlakte blijft, wat het eigenlijk nog gevaarlijker maakt. Bij psychisch geweld kruipt de dader als het ware volledig in het hoofd van het slachtoffer. Hierdoor ontstaan tal van psychische dysfuncties, met een verstoring van het sociale en professionele leven als gevolg. Men krijgt geen grip meer op het eigen leven. Op zijn beurt brengt dit gevoelens van schaamte, woede en onmacht met zich mee. Misbruik van alcohol en andere verdovende middelen brengen dan geen soelaas, integendeel, deze valse remedies verergeren de kwaal. Op termijn worden ook familie en naasten het kind van de rekening.Ik heb zelf aan den lijve ondervonden hoe ingrijpend psychologische terreur kan zijn. Ongeveer een jaar geleden werd ik gestalkt door een jonge man die obsessief verliefd was. Hij was dagelijks aanwezig aan mijn woning, wachtte me op na mijn werk of aan school. Ik ervaarde dat als een ernstige inbreuk op mijn recht op privacy. Op een dag escaleerde de kwestie, toen hij niet meer weg wou gaan en bleef aandringen met dreigementen om mijn woning te betreden. Ik voelde me genoodzaakt de politie te bellen. Terwijl ik nog aan de lijn was met iemand van de noodcentrale, werd mijn belager agressief en probeerde mijn gsm af te pakken. Ondertussen bleef hij luid roepen dat de politie niet moest tussenkomen want dit was iets tussen - volgens zijn inbeelding - een 'koppel'. Binnen enkele minuten waren de toegesnelde politiemensen talrijk aanwezig om mij te beschermen. Ik ben hen daar eeuwig dankbaar voor. Later werd ik nog meer geïntimideerd door middel van beschadigingen aan mijn auto of met een aangeplakt briefje met een getekend hartje. Mijn gevoel van veiligheid en vrijheid kregen opnieuw een diepe knauw. Het niet weten of ik nog steeds bespied werd en of hij zijn dreigementen wel of niet zou uitvoeren, maakte me erg onzeker. Angst en onrust installeerden zich en maakten mij het leven onaangenaam.Mensen gaan er vaak vanuit dat slachtoffers geen aangifte doen bij de politie omdat ze vrezen niet ernstig genomen te worden. Uit eigen ervaring en die van mensen met wie ik gewerkt heb, weet ik dat dit niet altijd de enige reden is. Er is ook het aspect straffeloosheid. De grote meerderheid van klachten wegens geweld op vrouwen wordt geseponeerd. Die straffeloosheid is ook voor politiemensen een bron van ergernis en frustratie. Ook volgens Amnesty International is de hoge seponeringsgraad een pijnpunt. Zo blijkt dat tussen 2010 en 2017 maar liefst 57% van de verkrachtingszaken door het parket werd geseponeerd zonder gevolg. Uit hun enquête blijkt dat 68% van de bevraagde Belgen het hoge aantal seponeringen ernstig vindt, omdat deze bijdragen tot straffeloosheid.De strijd tegen geweld op vrouwen moet dringend meer prioriteit krijgen. Slogans als 'praat erover' rond 25 november -de jaarlijkse internationale dag tegen geweld op vrouwen- zijn mooi en welkom, maar brengen onvoldoende zoden aan de dijk.Want waarom motiveren we slachtoffers om erover te praten als we verder weinig realiseren om hen te helpen? Het probleem van geweld tegen vrouwen vraagt een holistische aanpak; politie, parket, gerecht zouden beter moeten samenwerken en de overheid dient meer budget vrij te maken om organisaties en centra financieel te ondersteunen in strijd tegen (seksueel) geweld.Allerlei sociale stigmata en vernederende mechanismen als 'slutshaming' -waaraan ook vrouwen zich bezondigen, om de eigen status te verhogen- beperken de vrijheid van vrouwen om hun leven in volledige keuzevrijheid in te vullen. En dat is toch het na te streven doel: zelfbeschikking, ook voor vrouwen, waar dan ook. We dragen hier met zijn allen een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Madina Hamidi is kernlid van Vlinks.