Vorig jaar publiceerde Johannes Spinnewijn van de London School of Economics een onderzoek in The American Economic Review over het ideale stelsel voor werkloosheidsuitkeringen. Zijn conclusie, op basis van Zweedse data: uitkeringen stijgen beter in de tijd dan dat ze dalen. Het principe daarachter is eenvoudig: mensen worden het meest geprikkeld om te werken als ze nog maar kort werkloos zijn, dus is een uitkering in het begin het best laag. Naarmate ze langer werkloos zijn, worden ze minder gevoelig voor die prikkels, maar komen ze wel steeds krapper bij kas te zitten. Om ervoor te zorgen dat een uitkering mensen blijft verzekeren tegen zulke ellende, stijgt ze dus beter naarmate mensen langer geen werk hebben.

Professor en oud-politicus Frank Vandenbroucke verwijst deze week in een interview met Knack naar het onderzoek van Spinnewijn, en hij vraagt zich af waarom Stijn Baert nooit grondig op dat voorstel heeft gereageerd. Baert, professor aan de UGent en arbeidsmarktspecialist, pleit er al jaren voor om de uitkeringen net sneller te laten dalen. Hij inspireerde daarmee oud-minister van Werk Kris Peeters (CD&V), en zijn voorstel belandde in een iets gewijzigde vorm in de arbeidsdeal die de regering-Michel in de zomer van 2018 sloot. De hervorming werd echter nooit uitgevoerd, en de discussie woedt nog steeds volop.

Stijn Baert: Spinnewijn heeft een theoretisch model ontwikkeld op basis van data van één land, Zweden. Het is een beetje vreemd om daar directe beleidsconclusies voor Vlaanderen uit te trekken, zeker omdat er natuurlijk al veel meer onderzoek is gebeurd naar uitkeringsmodellen. Ik baseer mij op literatuurstudies waarin al die verschillende onderzoeken worden samengelegd. De conclusie daarvan is ook duidelijk: hoe genereuzer het werkloosheidssysteem, hoe minder groot de prikkels zijn om op zoek te gaan naar nieuw werk en hoe langer mensen dus ook werkloos blijven.

Hebben prikkels in het begin niet meer zin dan wanneer mensen al vele maanden of zelfs jaren zonder werk zitten?

Baert: Ik vind ook dat we werkloze mensen sneller moeten prikkelen. Nu gebeurt dat pas na een jaar, in mijn voorstel al na drie maanden. Het stelsel zoals het vandaag in elkaar zit, is trouwens veel te complex om mensen echt te prikkelen. Het is meer een soort van Fort Boyard met allemaal kamertjes en gangetjes waarin maar heel weinig mensen hun weg vinden.

Het rechtvaardigheidsprincipe is belangrijk. Een uitkering die maand na maand blijft stijgen is voor veel mensen onaanvaardbaar.

In het voorstel van Spinnewijn worden mensen vanaf dag één in de werkloosheid geprikkeld met een lage uitkering, dat is nog eenvoudiger.

Baert: Dat begrijp ik niet helemaal. Ik geloof niet dat Spinnewijn gezegd wil hebben dat de uitkeringen lager moeten liggen dan vandaag. Daar zullen dus hoe dan ook niet meer prikkels van uitgaan, terwijl het stelsel doordat het bedrag later stijgt budgettair wel duurder wordt. Als het bedrag in het begin echt lager wordt dan vandaag het geval is, zal dat het armoederisico voor mensen die hun job verliezen natuurlijk wel doen toenemen. Wie plots op straat komt te staan, weet soms meteen niet meer hoe hij zijn hypotheek zal moeten afbetalen.

Maar in principe klopt het wel dat mensen die langer werkloos zijn het geld van een uitkering beter kunnen gebruiken?

Baert: Het rechtvaardigheidsprincipe is ook belangrijk. Wat vinden mensen acceptabel om ons uitkeringssysteem op langere termijn overeind te houden? U moet het voorstel om uitkeringen te laten stijgen eens bespreken met iemand die bij de VDAB werkt. Die zal eens hard lachen. Wat kunnen zij dan nog doen tegen mensen die niet hun best doen om werk te vinden? Hun uitkering blijft maand na maand stijgen. Dat is echt onwerkbaar, en voor veel mensen onaanvaardbaar.

Het zou beter zijn om de uitkeringen in het begin iets te verhogen en ze vervolgens sneller te laten dalen. Ik ben er geen voorstander van om ze te beperken in de tijd.

Frank Vandenbroucke zegt verder in Knack dat we over het hoofd zijn gaan zien dat werkloosheidsuitkeringen ook dienen als een verzekering tegen ellende en als economische stabilisator in crisistijden. Hij vindt niet dat de uitkeringen nog verder mogen dalen dan vandaag al het geval is.

Baert: Ik ben ook geen voorstander om het bodemniveau nog verder te laten zakken. In mijn voorstel werd dat voor sommige gevallen zelfs wat verhoogd. Ik zeg alleen dat het beter zou zijn om de uitkeringen in het begin iets te verhogen en ze vervolgens sneller te laten dalen - dat is samen trouwens budgetneutraal. Zelfs mensen die al jaren werkloos zijn, moeten met een uitkering geprikkeld worden. Het heeft geen zin om hen van de werkloosheid te schrappen, en weg te sturen met een leefloon. Want wat is het alternatief dat steeds vaker geopperd wordt? De werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd. Daar ben ik ook geen voorstander van. Ik denk dat ik een goede middenpositie heb gevonden.

Lees ook: Frank Vandenbroucke: 'Als het moet, dan maar zonder de N-VA'