'We verwachten dat het zich op termijn, binnen enkele jaren, meer en meer zal gedragen als een verkoudheidsvirus. De gevolgen van een besmetting zullen dan minder erg zijn', verwacht Van Gucht.

Voorlopig is dat echter nog niet aan de orde, omdat er op dit moment binnen de bevolking nog te weinig immuniteit tegen het virus bestaat. 'We moeten dus nog een hele periode doorgaan waarin er heel wat ernstige infecties kunnen plaatsvinden', zegt Van Gucht.

Hij verwacht dus dat het virus binnen enkele jaren een seizoensvirus wordt dat eerder zal leiden tot verkoudheidssymptomen. 'Omdat er tegen dan een gedeeltelijke immuniteit zal zijn, zullen de gevolgen daarvan minder erg zijn', aldus de wetenschapper. Het is echter nog enkele jaren wachten vooraleer het evenwicht bereikt is tussen infectiedruk en populatie-immuniteit, zegt Van Gucht.

'Water moet zakken vooraleer we verdere plannen kunnen maken'

Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over wanneer de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus versoepeld mogen worden. Dat zegt Erika Vlieghe. Premier Sophie Wilmès stelde Vlieghe, diensthoofd Infectiezieken aan UZ Antwerpen, maandag aan tot voorzitter van de GEES-werkgroep, die een exitstrategie zal moeten uitwerken. "In eerste instantie moeten we nu kijken naar de dynamiek van de epidemie", zegt Vlieghe. "Het is zoals bij een overstroming: het water moet zakken vooraleer verdere plannen gemaakt kunnen worden."

In de ziekenhuizen zijn nog altijd veel mensen opgenomen. Tijdens de dagelijkse persbriefing wezen de interfederale woordvoerder er dinsdag al op dat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames al een aantal dagen daalt, maar het totale aantal ziekenhuisopnames gaat nog altijd in stijgende lijn omdat de meeste patiënten enkele weken in het ziekenhuis moeten blijven.

"We hopen dat nu, stap voor stap, de ziekenhuizen wat leger kunnen worden, maar dat zal nog een hele tijd duren", zegt Vlieghe. Bij een eventuele volgende golf kunnen nog altijd heel veel mensen ziek worden die nog vatbaar zijn. Daarom pleit Vlieghe ervoor de greep heel voorzichtig te lossen. "We gaan dat heel geleidelijk doen", zegt ze. "Het is nog te vroeg om daar een termijn op te plakken."

Binnen de werkgroep die Vlieghe voorzit wordt nu in eerste instantie gekeken naar de dynamiek van de epidemie en hoe intens ze aanwezig is. In die werkgroep zitten met ondernemer Johnny Thijs en Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank, ook mensen zonder medische achtergrond.

"De volksgezondheid primeert natuurlijk, maar dat is altijd ingebed in een breder maatschappelijk en economisch geheel", zegt Vlieghe. "Het is gezond om toch naar mensen te luisteren die de economische wereld goed kennen. Niet per se om ons door hen te laten opjagen, maar wel om goed inzicht te hebben in dat aspect. Premier Wilmès heeft me expliciet gevraagd dat wetenschappers in de cockpit van deze operatie zouden zitten."

De voorbije weken zijn er heel wat werkgroepen, adviesraden en andere comités in het leven geroepen. "De samenwerking loopt niet altijd heel gesmeerd, maar dit is dan ook een fenomeen dat nieuw is voor het hele land", zegt Vlieghe. "Er zijn veel organen die allemaal hun betekenis hebben, maar we moeten vooral zien dat we elkaar niet tegenspreken, dat iemand nog het overzicht bewaart - en dat is soms nog wel zoeken."

'We verwachten dat het zich op termijn, binnen enkele jaren, meer en meer zal gedragen als een verkoudheidsvirus. De gevolgen van een besmetting zullen dan minder erg zijn', verwacht Van Gucht.Voorlopig is dat echter nog niet aan de orde, omdat er op dit moment binnen de bevolking nog te weinig immuniteit tegen het virus bestaat. 'We moeten dus nog een hele periode doorgaan waarin er heel wat ernstige infecties kunnen plaatsvinden', zegt Van Gucht. Hij verwacht dus dat het virus binnen enkele jaren een seizoensvirus wordt dat eerder zal leiden tot verkoudheidssymptomen. 'Omdat er tegen dan een gedeeltelijke immuniteit zal zijn, zullen de gevolgen daarvan minder erg zijn', aldus de wetenschapper. Het is echter nog enkele jaren wachten vooraleer het evenwicht bereikt is tussen infectiedruk en populatie-immuniteit, zegt Van Gucht. Het is nog te vroeg om uitspraken te doen over wanneer de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus versoepeld mogen worden. Dat zegt Erika Vlieghe. Premier Sophie Wilmès stelde Vlieghe, diensthoofd Infectiezieken aan UZ Antwerpen, maandag aan tot voorzitter van de GEES-werkgroep, die een exitstrategie zal moeten uitwerken. "In eerste instantie moeten we nu kijken naar de dynamiek van de epidemie", zegt Vlieghe. "Het is zoals bij een overstroming: het water moet zakken vooraleer verdere plannen gemaakt kunnen worden."In de ziekenhuizen zijn nog altijd veel mensen opgenomen. Tijdens de dagelijkse persbriefing wezen de interfederale woordvoerder er dinsdag al op dat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames al een aantal dagen daalt, maar het totale aantal ziekenhuisopnames gaat nog altijd in stijgende lijn omdat de meeste patiënten enkele weken in het ziekenhuis moeten blijven. "We hopen dat nu, stap voor stap, de ziekenhuizen wat leger kunnen worden, maar dat zal nog een hele tijd duren", zegt Vlieghe. Bij een eventuele volgende golf kunnen nog altijd heel veel mensen ziek worden die nog vatbaar zijn. Daarom pleit Vlieghe ervoor de greep heel voorzichtig te lossen. "We gaan dat heel geleidelijk doen", zegt ze. "Het is nog te vroeg om daar een termijn op te plakken." Binnen de werkgroep die Vlieghe voorzit wordt nu in eerste instantie gekeken naar de dynamiek van de epidemie en hoe intens ze aanwezig is. In die werkgroep zitten met ondernemer Johnny Thijs en Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank, ook mensen zonder medische achtergrond. "De volksgezondheid primeert natuurlijk, maar dat is altijd ingebed in een breder maatschappelijk en economisch geheel", zegt Vlieghe. "Het is gezond om toch naar mensen te luisteren die de economische wereld goed kennen. Niet per se om ons door hen te laten opjagen, maar wel om goed inzicht te hebben in dat aspect. Premier Wilmès heeft me expliciet gevraagd dat wetenschappers in de cockpit van deze operatie zouden zitten." De voorbije weken zijn er heel wat werkgroepen, adviesraden en andere comités in het leven geroepen. "De samenwerking loopt niet altijd heel gesmeerd, maar dit is dan ook een fenomeen dat nieuw is voor het hele land", zegt Vlieghe. "Er zijn veel organen die allemaal hun betekenis hebben, maar we moeten vooral zien dat we elkaar niet tegenspreken, dat iemand nog het overzicht bewaart - en dat is soms nog wel zoeken."