Vlaanderen gelooft zelf sterk in de slagkracht van z'n lokale besturen. Minister Bart Somers (Open VLD) was daar opvallend helder over in z'n 'Beleidsnota Binnenlands Bestuur en Stedenbeleid': "De lokale besturen zijn niet het 'laagste' bestuursniveau, maar het 'eerste' (...). Het is dààr dat de uitdagingen waarmee onze samenleving worstelt eerst zichtbaar worden en waar we eerst de contouren ontwaren van de oplossingen.'

We konden het niet méér met hem eens zijn. Dicht bij de burgers spelen lokale besturen een sleutelrol in de grote uitdagingen van onze tijd: mobiliteit, wonen, energie, sociale cohesie. En het klimaat.

Terwijl Vlaanderen nog bakkeleit over de Europese minimumdoelen, zijn steden en gemeenten al volop aan de slag: ze ondertekenden het burgemeestersconvenant en zetten hun eerste stappen om lokale klimaatplannen te vertalen naar de straat.

Steden zullen de wereld redden (tenzij we ze eerst bankroet laten gaan)

Tot zover de theorie. In de praktijk krijgen steden wél de verantwoordelijkheid, maar niet de middelen om die op te nemen. Er wordt van hen verwacht dat ze de Tour rijden, maar dan wel op een driewieler.

1000 euro per burger per jaar

Lokale besturen zijn namelijk structureel ondergefinancierd. Samen torsen ze een schuldenberg mee van zo'n 6600 miljoen euro (2018). De coronafactuur dreigt de stadskas helemaal kopje onder te duwen.

Wie ooit een lening bij de bank aangegaan is, kan het beamen. Zonder eigen inleg worden investeringen, hoe noodzakelijk en verstandig ze ook zijn, simpelweg onmogelijk.

De gevolgen daarvan laten zich nu al voelen. In Oostende wordt er hard gewerkt aan een ambitieus renovatieproject voor stadsgebouwen. Er werd al een budgetneutrale oplossing gevonden, met een terugverdientijd van 15 jaar.

Die investering had een no-brainer moeten zijn, maar toen kwam het schrikbeeld van de (tijdelijke) verhoging van de schuldenberg. Want hoewel de stad aan zee voldoende lokale middelen vrijgemaakt had om een klimaatneutraal plan op te maken, maken ze zich ongerust over de middelen die bovenlokaal zullen worden aangereikt om het plan ook effectief uit te rollen.

En Oostende is helaas geen uitzondering. Met lokale middelen alleen lukt het niet.

FutureproofedCities ondersteunt 130 steden en gemeenten om klimaatplannen om te zetten in actie. Probleem nummer 1, overal te lande? Het beschikbare budget.

Uit onderzoek blijkt dat een lokaal bestuur de klimaatneutrale ambities van het burgemeestersconvenant alleen kan halen als er 1000 euro per burger, per jaar geïnvesteerd wordt. Daarvoor hebben lokale overheden een facilitatiebudget van 100 euro per jaar per burger nodig. Vandaag schommelt dat lokaal budget in Vlaanderen tussen de 0,5 en 20 euro per burger per jaar.

Geen énkele Vlaamse gemeente kan vandaag die 100 euro op tafel leggen. Daarom moet Vlaanderen hier de rol van facilitator spelen. Dat valt maatschappelijk te verantwoorden.

Het gaat allang niet meer om het klimaat alleen. Dit zijn investeringen in geïsoleerde woningen, de mobiliteitshift, gezonde lucht, jobs en lokale energievoorziening, losgekoppeld van fossiele energie. Investeringen in de meest prangende problemen van élk lokaal bestuur. Investeringen in welvaart, toegankelijk voor méér mensen in onze samenleving.

Maak een business case voor klimaatinvesteringen

Waar zou Vlaanderen die 100 euro per jaar (600 miljoen per jaar) vandaan kunnen halen? Een voordehandliggende piste is een correcte taxatie op fossiele uitstoot, zoals op de lage gas- en olieprijzen, volgens het principe dat de vervuiler betaalt. Op die manier kan de business case voor klimaatinvesteringen zoals woningrenovaties of zonneboilers weer veel sterker worden. Precies dat is nodig om een significant deel van de burgers aan boord te krijgen.

Als de lokale overheden op droog zaad gezet worden, dan dreigen we de afspraak met de toekomst compleet te missen.

Door de opbrengsten slim te herverdelen, kan het geld in de eerste plaats terugvloeien naar de meest kwetsbaren in onze samenleving. Slagen we erin om hun woningen te renoveren, dan kunnen we zorgen voor gezonder en aangenamer wonen, met een lagere energiefactuur.

Een blik bij de buren volstaat om te zien dat het mogelijk is. In Nederland wordt een klimaatbudget vrijgemaakt van 3,2 miljard euro tot 2030. Per stad wordt er tussen de drie en vier miljoen euro vrijgemaakt via gerichte subsidies. In Vlaanderen schommelen soortgelijke subsidies rond de 100.000 à 150.000 euro. Daar spring je niet ver mee.

Vlaanderen heeft haar klimaatbeleid grotendeels uitbesteed aan de lokale overheden. Dat is een verdedigbare keuze. Maar als die lokale overheden vervolgens op droog zaad gezet worden, dan dreigen we de afspraak met de toekomst compleet te missen. En dat is iets waar de 100 Vlaamse steden en gemeenten in ons netwerk zich elke dag meer zorgen over maken. O Vlaanderen, where art thou?

Vlaanderen gelooft zelf sterk in de slagkracht van z'n lokale besturen. Minister Bart Somers (Open VLD) was daar opvallend helder over in z'n 'Beleidsnota Binnenlands Bestuur en Stedenbeleid': "De lokale besturen zijn niet het 'laagste' bestuursniveau, maar het 'eerste' (...). Het is dààr dat de uitdagingen waarmee onze samenleving worstelt eerst zichtbaar worden en waar we eerst de contouren ontwaren van de oplossingen.'We konden het niet méér met hem eens zijn. Dicht bij de burgers spelen lokale besturen een sleutelrol in de grote uitdagingen van onze tijd: mobiliteit, wonen, energie, sociale cohesie. En het klimaat. Terwijl Vlaanderen nog bakkeleit over de Europese minimumdoelen, zijn steden en gemeenten al volop aan de slag: ze ondertekenden het burgemeestersconvenant en zetten hun eerste stappen om lokale klimaatplannen te vertalen naar de straat. Tot zover de theorie. In de praktijk krijgen steden wél de verantwoordelijkheid, maar niet de middelen om die op te nemen. Er wordt van hen verwacht dat ze de Tour rijden, maar dan wel op een driewieler. Lokale besturen zijn namelijk structureel ondergefinancierd. Samen torsen ze een schuldenberg mee van zo'n 6600 miljoen euro (2018). De coronafactuur dreigt de stadskas helemaal kopje onder te duwen. Wie ooit een lening bij de bank aangegaan is, kan het beamen. Zonder eigen inleg worden investeringen, hoe noodzakelijk en verstandig ze ook zijn, simpelweg onmogelijk. De gevolgen daarvan laten zich nu al voelen. In Oostende wordt er hard gewerkt aan een ambitieus renovatieproject voor stadsgebouwen. Er werd al een budgetneutrale oplossing gevonden, met een terugverdientijd van 15 jaar. Die investering had een no-brainer moeten zijn, maar toen kwam het schrikbeeld van de (tijdelijke) verhoging van de schuldenberg. Want hoewel de stad aan zee voldoende lokale middelen vrijgemaakt had om een klimaatneutraal plan op te maken, maken ze zich ongerust over de middelen die bovenlokaal zullen worden aangereikt om het plan ook effectief uit te rollen. En Oostende is helaas geen uitzondering. Met lokale middelen alleen lukt het niet.FutureproofedCities ondersteunt 130 steden en gemeenten om klimaatplannen om te zetten in actie. Probleem nummer 1, overal te lande? Het beschikbare budget. Uit onderzoek blijkt dat een lokaal bestuur de klimaatneutrale ambities van het burgemeestersconvenant alleen kan halen als er 1000 euro per burger, per jaar geïnvesteerd wordt. Daarvoor hebben lokale overheden een facilitatiebudget van 100 euro per jaar per burger nodig. Vandaag schommelt dat lokaal budget in Vlaanderen tussen de 0,5 en 20 euro per burger per jaar. Geen énkele Vlaamse gemeente kan vandaag die 100 euro op tafel leggen. Daarom moet Vlaanderen hier de rol van facilitator spelen. Dat valt maatschappelijk te verantwoorden. Het gaat allang niet meer om het klimaat alleen. Dit zijn investeringen in geïsoleerde woningen, de mobiliteitshift, gezonde lucht, jobs en lokale energievoorziening, losgekoppeld van fossiele energie. Investeringen in de meest prangende problemen van élk lokaal bestuur. Investeringen in welvaart, toegankelijk voor méér mensen in onze samenleving. Waar zou Vlaanderen die 100 euro per jaar (600 miljoen per jaar) vandaan kunnen halen? Een voordehandliggende piste is een correcte taxatie op fossiele uitstoot, zoals op de lage gas- en olieprijzen, volgens het principe dat de vervuiler betaalt. Op die manier kan de business case voor klimaatinvesteringen zoals woningrenovaties of zonneboilers weer veel sterker worden. Precies dat is nodig om een significant deel van de burgers aan boord te krijgen. Door de opbrengsten slim te herverdelen, kan het geld in de eerste plaats terugvloeien naar de meest kwetsbaren in onze samenleving. Slagen we erin om hun woningen te renoveren, dan kunnen we zorgen voor gezonder en aangenamer wonen, met een lagere energiefactuur.Een blik bij de buren volstaat om te zien dat het mogelijk is. In Nederland wordt een klimaatbudget vrijgemaakt van 3,2 miljard euro tot 2030. Per stad wordt er tussen de drie en vier miljoen euro vrijgemaakt via gerichte subsidies. In Vlaanderen schommelen soortgelijke subsidies rond de 100.000 à 150.000 euro. Daar spring je niet ver mee. Vlaanderen heeft haar klimaatbeleid grotendeels uitbesteed aan de lokale overheden. Dat is een verdedigbare keuze. Maar als die lokale overheden vervolgens op droog zaad gezet worden, dan dreigen we de afspraak met de toekomst compleet te missen. En dat is iets waar de 100 Vlaamse steden en gemeenten in ons netwerk zich elke dag meer zorgen over maken. O Vlaanderen, where art thou?