Het verdict is helder, zij het hard: het voorzitterschap van John Crombez is mislukt. In 2015 koos meer dan 70 procent van de Vlaamse socialisten hem als de nieuwe partijvoorzitter: na tien magere jaren zou hij de SP.A opnieuw naar electoraal succes leiden. Het omgekeerde is gebeurd. Op 26 mei vielen de Vlaamse socialisten terug van 595.466 naar 455.034 kiezers, een verlies van 23,5 procent van wat er nog overbleef van het socialistische electoraat.
...

Het verdict is helder, zij het hard: het voorzitterschap van John Crombez is mislukt. In 2015 koos meer dan 70 procent van de Vlaamse socialisten hem als de nieuwe partijvoorzitter: na tien magere jaren zou hij de SP.A opnieuw naar electoraal succes leiden. Het omgekeerde is gebeurd. Op 26 mei vielen de Vlaamse socialisten terug van 595.466 naar 455.034 kiezers, een verlies van 23,5 procent van wat er nog overbleef van het socialistische electoraat. In elke organisatie die een kwart van haar publiek, haar aanhang of haar klanten kwijtspeelt, wordt de top om rekenschap gevraagd. Niet zo bij de Vlaamse socialisten. John Crombez stelde zijn mandaat wel even ter beschikking, maar dat was geen oprecht ontslag. Het partijbureau liet hem dus gewoon verder werken als voorzitter. Het bureau lijkt over het algemeen vooral geneigd om confrontaties uit de weg te gaan. Toen Crombez ineens voor zichzelf een uitzondering vroeg op zijn eigen anticumulbepalingen (hij wil voorzitter én parlementslid kunnen zijn), werd het hem toegestaan. Dat de voorzitter dat voorrecht durfde te vragen, en dat er überhaupt op werd ingegaan, toont dat de SP.A-top in een soort postapocalyptische fase zit: 'erger kan toch niet'. Daarop wijst ook een artikel in de krant De Standaard, onder de kop 'Crombez houdt alle opties open'. Daarin stond dat de SP.A-voorzitter eventueel nog een tweede termijn wil doen, al zou hij het liefst minister zijn. Een partijtopper: 'Met die uitspraak toont de voorzitter een grote gretigheid om íéts te zijn, en tegelijk ook even grote angst om níéts te zijn.' In dat ene dilemma - blijf ik voorzitter of word ik minister - raakt Crombez nochtans twee wezenlijke vraagstukken voor zijn partij. Wat met de regeringsdeelname? En wie moet dan de Vlaamse socialisten leiden, en een 'nieuw verhaal vertellen'? Hoe cruciaal die kwesties ook zijn, een antwoord formuleren lijkt voor de SP.A-top niet echt dringend. De (interne) evaluatie van de verkiezingen zal pas klaar zijn tegen de fractiedagen, begin september. Tegen die tijd worden ook de kandidaturen verwacht voor het voorzitterschap. Het is een merkwaardige vorm van (personeels)management. In een normale organisatie stelt men op basis van een evaluatie van fouten en tekortkomingen een nieuwe strategie op, met welbepaalde doelstellingen. Daaruit volgt een profiel: welk soort voorzitter hebben we nodig? Pas dan begint de zoektocht naar de geschikte persoon. Bij de SP.A gebeurt dat voor een stuk door en naast elkaar. Als de partij zelf niet naar buiten komt met een evaluatie, doen anderen het natuurlijk in haar plaats. De kritiek vanuit de Belgische Transport Bond (BTB) valt moeilijk te negeren. De BTB is een kleinere centrale van het overkoepelende ABVV, maar wint snel aan belang nu Vlaanderen de kaart trekt van de logistiek - en dus van het transport. De voorzitter van de BTB is Frank Moreels, een ervaren syndicalist met gezag binnen de brede linkerzijde: in 2017 werd aan hem op de Gentse Feesten de Prijs voor de Democratie uitgereikt. Binnen het ABVV staat Moreels bekend om zijn goede relaties met de SP.A én om zijn invloed op de besluitvorming Het was een publiek geheim dat hij ervoor gezorgd heeft dat Kathleen Van Brempt de Europese SP.A-lijsttrekker bleef. Moreels: 'Waarom niet? Van Brempt heeft zich in het Europees Parlement uit de naad gewerkt voor cruciale vakbondsdossiers rond de havenarbeid en voor het transport. Zo'n parlementair relais is voor de vakbond van goudwaarde.' Ondanks die goede werkrelatie met de SP.A is de evaluatie van de BTB streng voor de Vlaamse socialisten: 'Na vijf jaar oppositie behaalde de SP.A het historisch laagste resultaat ooit. Ze is het dus aan zichzelf verplicht om in alle openheid en ernst te evalueren wat er fout gelopen is. Wat ons betreft kan de SP.A-voorzitter niets anders doen dan zijn conclusies trekken. De SP.A heeft een elektroshock nodig en moet een duidelijk statement maken: "We hebben het begrepen, we doen het anders."' Of Crombez dat zo begrepen heeft, is een andere zaak. Hij ziet zichzelf voorzitter blijven - toch als hij geen minister kan worden. Een insider: 'Als Crombez zich kandidaat stelt, maakt hij een kans.' Toch circuleren ook al de namen van mogelijke andere geschikte voorzitters - daarmee is nog niet gezegd dat die aangezochte SP.A'ers ook tegenkandidaat durven of willen zijn tegen Crombez. Eentje heeft zijn ambitie al zelf in de media gegooid: enter Conner Rousseau. Rousseau is 26 jaar en het nieuwe goudhaantje van de Vlaamse socialisten. Hij was al tijdens de verkiezingscampagne hét gezicht van de verjongingsoperatie van Crombez en werd daarna de nieuwe SP.A- fractieleider in het Vlaams Parlement. Het illustreert hoezeer de scheidende partijtop gelooft in de capaciteiten van Rousseau. Het moet gezegd: in debatten en interne vergaderingen overtuigde hij ook een aantal ervaren rotten. Eentje omschreef hem als 'een ruwe diamant'. Zelfs partijgenoten die niet tot de Crombez-club behoren, noemen hem 'een gast met toekomst en potentieel, die wel nog zijn tijd nodig heeft'. Vraag is of Rousseau zichzelf die tijd gunt. In een interview in De Zondag van vorig weekend bevestigt hij dat hij zichzelf best wel ziet functioneren als voorzitter: 'Ja, want ik ben ambitieus.' In datzelfde interview betaalde Rousseau meteen leergeld, want hij trakteerde zijn partijgenoten op zijn eerste slip of the tongue. De SP.A moet, zo zei hij, 'scherper' uit de hoek komen over integratie: de taal niet spreken, niet werken en toch een uitkering krijgen, dat gaat niet meer. Rousseau corrigeerde zichzelf nog op sociale media dat hij eigenlijk 'duidelijker' bedoelde, maar zoals dat gaat als er om de centen gekaart wordt: de tafel plakt. Het leverde Rousseau meteen een reprimande op van Mohamed Ridouani, de nieuwe burgemeester van Leuven. Zondagavond plaatste hij een niet mis te verstaan bericht op Facebook: 'Ik lees en hoor zo veel collega-politici uit gematigde partijen die (extreem)rechts napraten. Zorgwekkend vind ik dat, in een tijd dat we vooral samen moeten opbouwen in plaats van mensen in hokjes te stoppen. Sommigen verwijzen zelfs naar Denemarken waar de sociaaldemocraten amper te onderscheiden zijn van extreemrechts als het gaat over migratie en integratie (mensen minder rechten toekennen, bezittingen afnemen en afzonderen op eilanden). Daar zal ik me tegen verzetten, op dezelfde manier zoals ik doe in Leuven. Bij uitstek progressieve en linkse partijen moeten verbinden, inzetten op hoop en op vooruitgang. Laten we niet in verleiding komen om mensen tegen mekaar op te zetten.' Zonder Rousseau of de SP.A bij naam te noemen herhaalde Ridouani wat hij eerder zei: de Vlaamse socialisten mogen niet in de verleiding komen om rechts na te hollen wat betreft migratie. Zijn kritiek versterkte andermaal het gerucht dat Ridouani mogelijk zelf kandidaat-voorzitter zou zijn. In Leuven is men ervan overtuigd dat Ridoauni's handen jeuken om nationaal een rol te spelen. Maar de vraag is toch of hij zijn prille Leuvense burgemeesterschap nu al in gevaar durft te brengen door tegelijk de veel risicovollere functie van SP.A-voorzitter op zich te nemen. Het lijkt waarschijnlijker dat Ridouani nu vooral zijn stem wil laten horen en pas bij de volgende verkiezingen, in 2024, voluit gaat voor de combinatie van een Leuvens en een nationaal mandaat. Ridouani is niet de enige SP.A'er met migratieroots die over de tong gaat. Ook de naam van Meryame Kitir wordt uitdrukkelijk genoemd. Alleen is het niet zeker of zij er zelf wel zin in heeft om zich op te werpen als 'tegenkandidaat' van Crombez. Een oude rot: 'Kitir zou het kunnen. Toch als we het voorzitterschap eindelijk anders gaan invullen dan onder Karel Van Miert, Louis Tobback of Steve Stevaert. Dat waren grote gidsen die de partij maar moest volgen. Kitir zou model staan voor een ander leiderschap: een dat meer collectief is, van onderuit gedragen. Zij zal niet in haar eentje de SP.A-koers bepalen: dat kan en wil ze niet. Maar ze kan de partij wel leiden in een richting die velen uit willen.' Kitir wordt ook uitdrukkelijk gesteund door Frank Moreels en de zijnen: 'Samen met mij zouden veel vakbondsmensen absoluut enthousiast zijn mocht Meryame Kitir zich kandidaat stellen. Ze is jong, vrouw, iemand uit de fabriek, warm en verbindend. Ze heeft het ideale profiel voor een SP.A-voorzitter in deze droeve rechtse tijden.' Want dat is het andere aspect van de SP.A-nederlaag, beklemtoont Moreels: 'De grote winnaar was het Vlaams Belang, en tegelijk bleef de N-VA veruit de grootste partij in Vlaanderen. Meer dan 40 procent van de Vlaamse kiezers heeft gekozen voor partijen met uitgesproken antivakbondsstandpunten.' Daarom vinden ze bij de socialistische vakbond dat de SP.A haar verantwoordelijkheid moet nemen. 'De socialistische partijen moeten aan de macht deelnemen waar het kan. Hoe omstreden dat ook mag zijn.' Frank Moreels: 'Na de gemeenteraadsverkiezingen stonden wij in Antwerpen zeer kritisch tegenover de gesprekken tussen de N-VA en de SP.A. In de praktijk heeft de SP.A zich met Tom Meeuws en Jinnih Beels bijzonder kranig opgesteld in het schepencollege. De SP.A bokst in Antwerpen boven haar gewicht. Ze zorgt voor linkse, progressieve klemtonen in het beleid, klemtonen die er anders niet zouden zijn. Zo komen er in Antwerpen op vraag van de SP.A praktijktests tegen discriminatie op de huur- en de arbeidsmarkt.' Wat voor Antwerpen geldt, gaat nog nadrukkelijker op voor de (federale) regering. Bij het ABVV gaan ze ervan uit dat de rechterzijde lessen heeft getrokken uit het wedervaren van de regering-Michel. Dat haar sociaal-economische beleid niet nog rechtser was, kwam doordat het sociaal overleg zijn (remmende) rol is blijven spelen. De vakbonden vrezen dat een nieuwe centrumrechtse regering komaf zou maken met dat overleg, en dat ze vooral de vakbonden verder aan banden zou leggen. Vandaar Moreels' besluit: 'Alleen een regering met socialistische partijen erin zal garanderen dat ons sociale model overeind blijft. Dat de socialisten zich in een regering met de N-VA zouden "kapotregeren" overtuigt niet: ze hebben voldoende expertise in huis om vanuit de regering een deel van hun programma te realiseren. Vanuit de oppositie kunnen ze dat per definitie níét.' 'Kijk, toen het taxidecreet voorbereid werd, hebben wij gesmeekt om gehoord te worden door Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA). Uiteindelijk kregen we alleen een onderhoud met zijn kabinetschef. Die man heeft beleefd naar ons geluisterd, en verder werd met onze suggesties niets gedaan. Dat verwonderde ons - en ook weer niet.' Dat uitgerekend de vakbond aanstuurt op een regeringsdeelname, desnoods in een coalitie met de N-VA, illustreert hoezeer allerlei lijnen en overwegingen door elkaar lopen. Het is niet zo dat de SP.A uiteenvalt in enerzijds een rechtervleugel die zaakjes wil doen in een regering en er alleen al 'voor de postjes' bij wil zijn, en anderzijds linkse democraten die dat te allen prijze willen verhinderen. ABVV'ers als Frank Moreels horen wel degelijk bij de linkerzijde van het Vlaamse socialisme. Net zoals SP.A'ers als Mohamed Ridouani, die zich met hand en tand verzetten tegen een coalitie met de N-VA, nieuwe boegbeelden zijn van de progressieve vleugel van hun partij. Intussen beseft iedereen dat er straks wellicht een verschil zal zijn tussen een SP.A-deelname aan de Vlaamse regering ('Dan zijn we inhoudelijk dood') en een meer verplichte beurt op federaal niveau. Wie kan tellen, weet dat de kans (zeer) groot is dat ook de SP.A vroeg of laat gevraagd wordt om in een federale regering te stappen. Yasmine Kherbache zou de meeste kans maken als SP.A-minister. Zóú. Want tot er een nieuwe voorzitter is, speelt John Crombez mee. En mogelijk nadien dus ook.