Eigenlijk bestaat het SMAK al langer dan twintig jaar. De wortels van het Gentse museum gaan terug tot 1957 toen advocaat Karel Geirlandt (1919-1989) de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst oprichtte. In 1975 werd 'kunstpaus' Jan Hoet conservator van een collectie die noodgedwongen getoond werd in een aantal zalen van het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent. In 1999 kreeg Hoet een eigen locatie in het gerenoveerde casinogebouw aan de overkant. Toen werd het SMAK geboren.
...

Eigenlijk bestaat het SMAK al langer dan twintig jaar. De wortels van het Gentse museum gaan terug tot 1957 toen advocaat Karel Geirlandt (1919-1989) de Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst oprichtte. In 1975 werd 'kunstpaus' Jan Hoet conservator van een collectie die noodgedwongen getoond werd in een aantal zalen van het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent. In 1999 kreeg Hoet een eigen locatie in het gerenoveerde casinogebouw aan de overkant. Toen werd het SMAK geboren. Inmiddels is Philippe Van Cauteren vijftien jaar directeur van het SMAK. Samen met hem wandel ik door het museum, waar getimmerd en bepleisterd wordt. De tentoonstelling Highlights for a Future is in volle opbouw. 'Dat is een licht ironische titel', zegt Van Cauteren. 'We hadden het ons gemakkelijk kunnen maken en een 'best of' kunnen presenteren met Luc Tuymans, Michaël Borremans, Berlinde De Bruyckere en Joseph Beuys. Zo'n lijstje is in een kwartier samengesteld. Maar dan zou je geen Dara Birnbaum, Charbel-Joseph H. Boutros, N. Dash, Nedko Solakov of Narcisse Tordoir tonen. Veeleer dan nostalgisch terug te blikken, willen we de vraag stellen: hoe ziet de toekomst eruit?' Maar jullie laten ook de hoogtepunten uit de collectie zien? Philippe Van Cauteren: Zeker, maar de iconische installatie Wirtschaftswerte van Joseph Beuys tonen we niet in het SMAK maar op de plek waarvoor ze in 1980 door Beuys werd gecreëerd: het Museum voor Schone Kunsten. Het monumentale The Aeromodeller van Panamarenko is te zien in de zogeheten hemicyclus, het halfrond van datzelfde Museum voor Schone Kunsten: de meest iconische plek waar het werk ooit is getoond. Le décor et son double van Daniel Buren tonen we op zijn originele plek van 1986 tijdens Chambres d'Amis, alweer in het MSK. Tegelijk wordt het tweede deel van dat werk ontsloten: de interventie van Buren in de gastenkamer van Annick en Anton Herbert. In de titel staat 'a future', niet 'the future'. Waarom? Van Cauteren: Vorige directeurs hadden de neiging om te zeggen wat goede en wat slechte kunst was. Daar moeten we voorbij. Het museum heeft een autoriteit, maar die moet ten dienste staan van de kunst en van het publiek. Je moet deze tentoonstelling dan ook zien als een voorstel dat het SMAK doet vanuit de collectie: een fundament met drie belangrijke kernen rond Beuys, Panamarenko en Broodthaers. Daaromheen zit nog een collectie arte povera. Maar tegelijk stel ik de vraag: hoe bouw je daarop verder? Als ik terugkijk, zie ik dat we als museum niet alleen hebben gekozen voor gecanoniseerde werken en kunstenaars. Dat willen we ook in deze tentoonstelling laten zien. We hebben natuurlijk de tentoonstellingen gehad van Paul Mc Carthy, Gerhard Richter en Raoul De Keyser, maar ik vind het belangrijk om ook af te tasten wat zich in de rand bevindt. Zo hebben we drie werken aangekocht van schilder Joris Ghekiere. De kunstwereld heeft een conservatieve blik, er wordt steeds weer over dezelfde schilders gepraat: Tuymans, Borremans, De Keyser, ook Koen Van den Broek.... Belangrijk is het dat Karin Hanssen daarbij komt, bijvoorbeeld. Die andere richting tonen we ook in de tentoonstelling. De tentoonstelling is niet chronologisch opgevat. Maakt u het de bezoeker niet moeilijk? Van Cauteren: We nemen de bezoeker niet bij de hand en leiden hem of haar niet door de tentoonstelling. De toeschouwer kiest dus zijn eigen weg. Daarom is de bezoekersgids een abecedarium: een overzicht van A tot Z, met concrete inleidende teksten op de kunstenaar en zijn of haar werk. Het werk Wege van Lois Weinberger biedt voor mij de plattegrond van de tentoonstelling: zijn muurschildering zal achter de balie te zien zijn. Weinberger heeft zich geïnspireerd op het spoor dat een boomkever maakt als die zich een weg vreet door de schors. Je kunt het zien als een beeld van een zenuwstelsel of een fictieve utopische stad, maar het is ook een mogelijk parcours om de tentoonstelling te bezoeken: een centrale as van waaruit je uitstappen maakt. Wat krijgt de bezoeker te zien? Van Cauteren: Wel, we tonen onverwachte en verrassende combinaties: de Grosse Pyramide van Richter uit 1966, een iconisch schilderij, wordt getoond met een werk van Zhang Peili uit 1995, een icoon van de Chinese kunstgeschiedenis maar hier weinig bekend. Francis Bacon gaat in dialoog met Kader Attia, Thierry De Cordier, Henrik Olesen en Andras Halasz. Zo ontstaan er andere mentale ruimten. Er zijn ook vier kunstenaars die de collectie samplen, telkens met een eigen installatie: Christoph Büchel treedt op als de curator van Verlust der Mitte, een tentoonstelling in de tentoonstelling met een selectie Cobra-werken in een bijzondere samenhang, terwijl Nedko Solakov in zijn hutje onder meer Andy Warhol, Mary Heilmann, James Lee Byars en Richard Serra toont. Ook Nikolaas Demoen en Richard Venlet samplen op hun manier de collectie. Zo willen we de toeschouwer uitnodigen om zich de vraag te stellen: wat kan hedendaagse kunst zijn, voorbij het idee van de erkenning, de canon, de goede smaak? Hoe evalueert u de collectie van het SMAK? Van Cauteren: Onze verzameling is bijzonder waardevol maar onvolledig. Volledigheid is evenwel een illusie. Het Tate Modern in Londen heeft adviseurs ingeschakeld voor Afrika, Azië en Zuid-Amerika en probeert zo correcties aan te brengen aan zijn collectie die vooral uit Europese en Noord-Amerikaanse kunst bestaat. Maar het doen dat vanuit het achterhaalde idee dat het een encyclopedische volledigheid kan nastreven. De specifieke keuzes die zijn gemaakt bij de uitbouw van de SMAK-collectie zijn onze kracht: een tentoonstelling zoals de onze kun je alleen híér zien. Als je reist van Hamburg naar München en onderweg stopt in de verschillende musea, dan zie je vaak dezelfde collecties met Baselitz, Kippenberger en Richter. Maar wat wordt daar verteld? Weinig. Het gaat om het consacreren van grote namen. Jullie publiceren maar liefst twee catalogi van de collectie. Van Cauteren: Ja, een publiekscatalogus met een selectie van driehonderd werken uitgegeven door Mercatorfonds en een print-on-demandboek van ongeveer 2500 pagina's, waarin de hele collectie is opgenomen: van het kleinste niemendalletje tot de meesterwerken. Een collectie is een landschap met hoge bomen, struikgewas, gras en onkruid: een ecosysteem waar het ene het andere nodig heeft. Welke toekomst heeft het museum als instelling? Van Cauteren: Het museum moet de plek zijn van de twijfel, van de intelligente weerstand. Dat is misschien heel ouderwets, maar voor mij is het museum een vrijplaats. Iemand die een museum voor hedendaagse kunst bezoekt en een ticket koopt, ondertekent eigenlijk een sociaal contract, een bereidheid om een wereld binnen te treden waar andere codes gelden. Die plek is niet neutraal: ze wordt logischerwijze beïnvloed door de kunstmarkt, de kunstenaar, de verzamelaar, de politiek. Het museum moet bijvoorbeeld een waaier aan opdrachten vervullen met heel beperkte middelen: we moeten een meer divers publiek aantrekken en voor iedereen toegankelijk zijn, de collectie moet een weerspiegeling zijn van de wereld vandaag, en er moeten meer eigen financiële middelen gegenereerd worden. Voor die verwachtingen en die veranderingen in de wereld moeten we alert zijn, maar als museum moet je ook afstand durven te nemen en het debat aangaan. Als ik een kunstenaar toon uit Irak, doe ik dat in de eerste plaats wegens de merites van die kunstenaar, niet omdat hij mooi past binnen de quota waaraan een museum vandaag de dag moet beantwoorden. Waarschuwt u nu voor een overdreven politieke correctheid? Van Cauteren: We zitten op een kantelmoment, waarin musea zich 'sociaal wenselijk' gaan gedragen tegenover intellectuele groepen of politieke formaties. Ik gebruik 'sociaal wenselijk' liever dan 'politiek correct'. Daar moet het museum tegenin gaan, vind ik. Het SMAK zit in een krap, onaangepast gebouw. Zijn er concrete plannen voor een nieuwbouw? Van Cauteren: Voor mij gaat het niet over nieuwe exuberante museumarchitectuur maar om een decent dak boven ons hoofd en goede omstandigheden om onze collectie te tonen. De tentoonstelling die we nu maken houdt risico's in voor de kunstwerken: ons gebouw is immers niet goed geklimatiseerd. Daarom ook krijgen we steeds moeilijker bruiklenen los. Dat was al het geval voor de tentoonstellingen van Richter en De Keyser. Kunstwerken worden in onze wereld soms beter behandeld dan mensen. (grijnst)We willen vijfhonderd werken uit de collectie permanent tonen. Daarbovenop hebben we ruimte nodig voor tijdelijke tentoonstellingen, een depot, enzovoort. Ik ga daar pragmatisch in te werk: hoeveel ruimte hebben we bijvoorbeeld nodig voor onze popartcollectie, voor Daniel Buren en voor Dara Birnbaum? Haar installatie (een groot aantal tv-schermen, waarmee de kunstenares kritiek geeft op de manier waarop de Amerikaanse media de samenleving in beeld brengen, nvdr) wil ik een prominente plaats geven in deze tijden van fake news. Volgens een volume- en haalbaarheidsstudie moet er een nieuwbouw voor het museum komen. En die nieuwbouw is urgent: de collectie van het SMAK is en blijft de belangrijkste collectie hedendaagse kunst in België. Dat klinkt misschien pretentieus, maar we hebben nu eenmaal een groot aantal sleutelwerken. Er zijn nog belangrijke collecties in dit land. Wat is de verhouding tussen het SMAK en de andere musea voor hedendaagse kunst? Van Cauteren: We hebben ons verenigd in CAHF: Contemporary Art Heritage Flanders, een structuur waar MuHKA, Mu.ZEE, Middelheim Museum en SMAK elkaar geregeld ontmoeten. Je moet onze regio vergelijken met New York: daar heb je toch ook het MoMA, Whitney Museum, New Museum, Metropolitan en Jewish Museum naast elkaar? Ik zie het in die zin. Ook in ons land vullen we elkaar aan. Een kunstenaar als James Lee Byars zouden wij in Gent niet programmeren, maar in Antwerpen speelt de relatie met Wide White Space een belangrijke rol (trendsettende galerie uit de jaren '60 en '70, nvdr). Antwerpen heeft ook een zwaartepunt met de collectie van Panamarenko. Misschien heeft Gent wel de belangrijkste werken van Panamarenko, maar het MuHKA kan hem in een andere context tonen. Voor alle duidelijkheid: er heerst solidariteit onder ons. Ik steun ten volle de demarches die MuHKA-directeur Bart De Baere onderneemt voor een nieuw gebouw. Alles wat in dit land voor de hedendaagse kunst kan gebeuren, moeten we toejuichen. Musea zijn armlastig en hebben nauwelijks een aankoopbudget. Hoe zit dat bij het SMAK? Van Cauteren: Er wordt vaak gezegd dat musea uitgespeeld zijn omdat ze geen geld meer hebben om kunst te kopen. Dat klopt niet. Wij hebben van Mark Manders, Surasi Kusolwong, Nairy Baghramian, Rinus Van de Velde en Jordan Wolfson topwerken in huis. We kopen ook vroeg aan en verzamelen ensembles. Ons aankoopbudget bedraagt 125.000 euro per jaar, een vast bedrag van de stad Gent. Afhankelijk van het jaar en van de winst die we maken, kan dat opgetrokken worden tot 200.000 euro, wat betekent dat je een belangrijk werk van Berlinde De Bruyckere kunt kopen. En de afgelopen jaren hebben we voor ongeveer drie miljoen euro schenkingen ontvangen. Maar, weet je: verzamelen blijft toch iets raars. Het is iets heel primitiefs, zoals hamsteren. Michel de Montaigne schreef ooit: 'Wat ons gelukkig maakt, is het genieten, niet het bezitten.'