Enkele maanden geleden maakte ik kennis met Izat*. Izat ontvluchtte Afghanistan toen hij 19 jaar was. Daar woonde hij met zijn familie in Tagab, een dorp ten noordoosten van Afghanistan, waar de taliban sinds 1995 de plak zwaait. Izat spreekt Pasjtoe, een van de twee voertalen in Afghanistan. Omdat er sinds 2001 oorlog heerst en Tagab gelegen is tussen enerzijds de milities van de taliban en anderzijds de regeringssoldaten, ligt dat dorp constant onder vuur. Naar school gaan was voor hem geen optie. Scholen bestaan er al een tijdje niet meer en gerekruteerd worden door de taliban betekent zoveel als zijn eigen doodvonnis tekenen.
...

Enkele maanden geleden maakte ik kennis met Izat*. Izat ontvluchtte Afghanistan toen hij 19 jaar was. Daar woonde hij met zijn familie in Tagab, een dorp ten noordoosten van Afghanistan, waar de taliban sinds 1995 de plak zwaait. Izat spreekt Pasjtoe, een van de twee voertalen in Afghanistan. Omdat er sinds 2001 oorlog heerst en Tagab gelegen is tussen enerzijds de milities van de taliban en anderzijds de regeringssoldaten, ligt dat dorp constant onder vuur. Naar school gaan was voor hem geen optie. Scholen bestaan er al een tijdje niet meer en gerekruteerd worden door de taliban betekent zoveel als zijn eigen doodvonnis tekenen. Zijn ouders beseften dat ook en kwamen tot de conclusie dat er geen toekomst meer voor hem was in Tagab. Ze spaarden 10.000 dollar bij elkaar en met veel pijn in het hart lieten ze hun zoon vluchten naar België. Zijn route begon in Afghanistan en liep door Pakistan, om zo verder te gaan naar Iran en te eindigen in Turkije. Een tocht van zo'n 5.000 km, een stevige 1000 uur stappen. Want ja, hij was te voet. 'Soms wandelde ik, soms moest ik lopen', vertelde hij me. 'De tocht was heel lang en ik doorkruiste veel bossen en gebergtes.' Hieruit leidde ik af dat hij onderweg heel wat gevaren moet hebben getrotseerd.Eenmaal in Turkije stapte Izat op een rubberen reddingsbootje, samen met 36 andere vluchtelingen, op weg naar Griekenland. Goed en wel aangekomen in Griekenland zette hij zijn tocht verder naar België, tot hij in Brussel kon aankloppen bij Fedasil. Na onder meer een botscan, vingerafdrukafname en de toekenning van subsidiaire bescherming kreeg Izat asiel. In België schipperde hij van het ene asielcentrum naar het andere. Hij verbleef 3,5 maanden in Brussel, 4 maanden in Dendermonde, 2 jaar in Kapellen en 5 maanden in Boechout. Izat wou dolgraag zijn Nederlands bijschaven, maar instappen in het OKAN-onderwijs ging niet meer. Dat mag maar tot je eenentwintigste en toen hij eenmaal op de lijst kon komen was hij daar al te oud voor.Ondertussen is Izat 22 en wonen wij samen via het cohousingproject CURANT. CURANT staat voor Cohousing and case management for Unaccompanied young adult Refugees in ANTwerp. Een vluchteling, ofwel nieuwkomer en een Vlaamse jongere wonen samen onder een dak, en dat voor een jaar lang. In september startte Izat eindelijk met Nederlandse lessen in het volwassenenonderwijs. Hij kon niet wachten om te studeren en ik ben blij dat ik hem kan helpen met zijn huiswerk.Onze eerste ontmoeting verliep erg onwennig. We werden beiden in het appartement opgewacht door een medewerker van het OCMW en een medewerker van CURANT. Glimlachend overhandigden ze ons een groot stuk papier waarop een heleboel lege tekstballonnetjes stonden met daarnaast de uitleg wat er ingevuld moest worden. Ik kende Izat nog geen vijf minuten en er werd van hem verwacht dat hij zijn dromen en favoriete ontbijt met mij ging delen. Toen ik hem moest uitleggen wat ontbijt betekende en wat een doel in het leven moest voorstellen, kreeg ik in de smiezen dat hij zich daar helemaal niet goed bij voelde en maakte ik snel een einde aan het verplichte kennismakingsrondje. We maakten met z'n vieren dan maar een wandeling in de buurt en in al hun enthousiasme probeerden de twee medewerkers ons uit te leggen dat we 'hier op 't sportterrein wel met zijn tweeën samen konden wandelen'. Erg aandoenlijk allemaal voor een sociale Vlaamse zoals ik, maar voor Izat was het ongemakkelijk.Na de wandeling verlieten beide medewerkers ons en klom Izat gauw op zijn fiets, richting Boechout. Of ik me zorgen maakte op dat moment of Izat het wel zag zitten? Dat wel, maar er was me vanuit CURANT op het hart gedrukt om in het begin vooral af te wachten. Een paar dagen nadien zaten we samen aan tafel. Lydia* van het OCMW legde het huurcontract voor. Na het zetten van de handtekeningen stond Izat op en liep hij onzeker door het appartement. Ik hoorde plots veel water in de badkamer stromen en keek even op. Hij probeerde alle kranen uit. Daarna liep hij wat rond in de woonkamer en klopte hij hier en daar op de muren. Een solide appartement was zijn conclusie. Op dat moment besefte ik pas hoe groot de schok voor hem moest geweest zijn om hier in België te komen wonen. Huizen van steen en cement, stromend water, een werkende koelkast die gevuld is, een aparte douche en bad en een vrouw met een overvloed aan kleren, die online meubels laat leveren.Van dat laatste had hij trouwens nog nooit gehoord. Izat gaat ervan uit dat je naar de winkel gaat en daar spullen koopt, online levering bestaat voor hem gewoonweg niet. Na zijn tocht door het appartement ging hij terug aan tafel zitten en glimlachte zo lief dat ik er bijna tranen van in mijn ogen kreeg. Ik zag een klein jongetje in het lichaam van een opgroeiende man. Hij keek tevreden naar het appartement en Lydia maakte hem duidelijk dat hij zichzelf gelukkig mocht prijzen met mij. Izat reageerde daarop heel onderdanig met een kleine glimlach. Ik weet dat Lydia het goed bedoelde, maar dat was pijnlijk. Waarom zou hij dankbaar moeten zijn om bij mij te mogen wonen? Is het niet zo dat hij het ook toelaat om samen te wonen met een vrouw, terwijl dat ingaat tegen zijn geloof? Volgens de Koran mogen een man en vrouw enkel samenwonen wanneer zij getrouwd zijn of familie zijn. Ongeacht wat u en ik geloven, is dat zijn overtuiging en die zet hij opzij om een dak boven zijn hoofd te kunnen hebben. Izats leefloon bedraagt 892,70 euro per maand. Daarvan gaat 330 euro naar huur en nutsvoorzieningen in het appartement, 50 euro naar de afbetaling van de waarborg en 50 euro naar de afbetaling van de brandverzekering. De rest is bedoeld voor het betalen van de ziekteverzekering, eten, telefoonrekeningen en andere onkosten. Maar Izat stuurt het geld op naar zijn familie in Afghanistan. De papa van Izat is een tijd geleden in zijn been geschoten en kan niet meer werken. De enige kostwinner binnen het gezin is nu ook weggevallen.In Afghanistan wonen momenteel 31,82 miljoen inwoners. 68 procentdaarvan heeft geen toegang tot proper of stromend water. Een basisvoorziening voor ons, een voorrecht voor de inwoners van Afghanistan.Toen ik ging samenwonen met Izat dacht ik dat hij mijn Macbook of iPhone als enorme luxe zou bekijken. De waarheid is dat hij er nog geen blik op heeft geworpen. Het zijn net de dingen die wij als basisvoorzieningen zien, die hij als luxe beschouwt. Even later vertrekt Lydia en Izat draait wat verlegen rond in de keuken. Plots haalt hij een foto boven en toont die aan mij. Zeven lachende jongens van een jaar of zeventien kijken me aan. 'Sommigen dood, sommigen nog leven', zegt hij. Ik weet niet hoe ik moet reageren en staar voor me uit. 'Hoe?', vraag ik hem zachtjes. 'Taliban en politie schieten. Daarom mijn vrienden dood.' Ik probeer het me voor te stellen en haal me een foto voor de geest waar ik lachend met vrienden en vriendinnen op sta. Zorgeloos. Die jongens van zeventien waren niet zorgeloos, het zwaard van de taliban hing als een constant dreigement boven hun hoofd. Maar toch konden ze lachen. Ik schud mijn hoofd en zeg: 'Sorry ik niet kan begrijpen.' Een paar dagen later kom ik tot de conclusie dat luxe uiteindelijk niets uitmaakt als je nooit zeker weet of je de volgende dag nog leeft. Izat* en Lydia* zijn niet hun echte namen.