Online beleggen neemt een hoge vlucht door de coronacrisis. KBC Bolero zag afgelopen maand 7 keer meer klanten een rekening openen dan normaal. BinckBank zelfs 10 keer meer. Velen willen blijkbaar verliezen goed maken, in de markt stappen op het dieptepunt of zelfs speculeren op verdere koersdalingen. BinckBank zelf casht bij elke transactie. Of beter: de Chinese ondernemer Geely. Hij werd in 2017 meerderheidsaandeelhouder van de Deense Saxo Bank, die twee jaar later Binck overnam. 'Geely' vraagt u: 'waar ken ik die naam van'? Geely is ook de eigenaar van Volvo. Hij nam het Zweedse automerk over tijdens de vorige crisis in 2010. Wat de kleine beleggers vermoeden, weten ook de grote spelers: in crisistijd zijn er koopjes te doen. Bedrijven die overkop gaan, of dat dreigen te doen, zijn een vogel voor de kat. Net nu het voor iedereen duidelijk is dat er strategische bedrijven en sectoren bestaan, is ook de kans het grootst dat we ze kwijt spelen. Niet alleen diegene die aan een beloftevol vaccin werken of beademingsapparatuur produceren. In elke sector zijn er ondernemingen actief die vroeg of laat bepalend zullen blijken voor onze toekomst.

Relance? Laten we niet zomaar economie van het verleden steunen, maar wel de toekomst versneld vormgeven.

We moeten vermijden dat zulke strategische of beloftevolle bedrijven voor een appel en een in buitenlandse handen vallen. Het is het soort economisch realisme dat pijlsnel terrein wint door Corona. Zeker nadat Trump de bevoorrading van medisch materiaal wereldwijd trachtte te onderscheppen en een ontwikkelaar van een vaccin probeerde weg te plukken uit Duitsland. In een crisis vallen de sluiers weg: olieproducenten leveren een strijd op leven en dood met elkaar en cynische machtspolitiek drijft een aantal wereldleiders. De financiële slagkracht van ons land om het sociaaleconomisch weefsel te beschermen, is echter beperkt. Keuzes dringen zich op.

Nu luchtvaartmaatschappijen honderden miljoenen nodig hebben, stelt zich de vraag of zij wel strategisch belangrijk zijn voor ons land? Het kleine Air Belgium vliegt op Guadeloupe, Martinique en Hong Kong. Aan de andere kant van de wereld op het strand liggen of er belastingen omzeilen, valt niet onder de definitie van strategisch belang. Ook Tui Belgium klopt aan bij de staat. Het is een onderdeel van de Duitse Tui Group, die bij onze oosterburen al een overbruggingskrediet kreeg van 1,75 miljard euro. Tui zet in op goedkope vliegvakanties. Belang voor ons land? Beperkt tot nihil. Dat betekent niet dat we het personeel aan haar lot moeten overlaten. Zelfs in tegendeel: de overheidsmiddelen zetten we best voor hen in. Rest Brussels Airlines, onderdeel van het Duitse Lufhansa. Brussels Airlines staat al jaren financieel zwak en Lufthansa verwacht dat we door Corona voor lange tijd minder zullen vliegen. Als de overheid ter hulp schiet moet ze die evolutie in rekening brengen, slechts tijdelijk steun geven en mikken op volledige terugbetaling. Bovenal moet Brussels Airlines zich inschakelen in de transitie naar koolstofneutraliteit en een eerlijke bijdrage leveren in betere tijden door net zoals andere ondernemingen BTW en brandstofheffingen te betalen.

Het antwoord op de vraag welke grote ondernemingen een strategisch belang hebben en hoe de overheidssteun vorm te geven, is een kwestie die we nu overlaten aan een minderheidsregering en enkele technische vehikels. Zo is er de werkgroep 'grote bedrijven' die wordt geleid door Koen Van Loo van de Federale participatiemaatschappij en Pierre Wunsch van de Nationale Bank. Beiden werkten eerder op het kabinet van de liberaal Didier Reynders. Ze speelden ook al een hoofdrol in de redding van de banken in 2009. Kortom, ervaren stuurlui. Maar de kater die de bankencrisis naliet, moeten we zien te vermijden. Geen ontransparante reddingsoperaties. Geen socialisering van verliezen door risicogedrag. Geen besparingen achteraf op de helden van deze crisis. Maar ook mildheid is op zijn plaats. In tegenstelling tot de bankencrisis heeft geen enkele onderneming schuld aan deze crisis.

Bovenal moet de inschatting van wat strategisch is, niet enkel door het verleden bepaald worden. Er zijn een aantal megatrends die onze samenleving grondig door elkaar schudden zoals de digitalisering, de klimaatverandering en de machtsstrijd tussen de VS en China. Elk van die trends moeten niet alleen de keuzes bij de redding van bedrijven beïnvloeden, maar moeten ook het relancebeleid bepalen. We kunnen maar één keer in een generatie miljarden uitgeven en zullen nog lang de factuur van deze crisis meedragen. Dat maakt dat we de relance doordacht moeten vormgeven. Niet zomaar de economie van het verleden steunen, maar wél de toekomst versneld vorm geven. Corona en andere crises leren: investeringen zijn prioritair en veerkracht is geen luxe.

De posities op het spelbord schuiven

De voorbije tien jaar heeft het klimaatthema aan belang gewonnen. Alle internationale instellingen en ondernemingen hebben intussen de implicaties van de strijd tegen de klimaatverandering onder de loep genomen en hun strategie bijgesteld. Ook de Europese Unie deed dat. Ze wil haar afhankelijkheid van grond- en brandstoffen van buiten de Unie doorbreken door een circulaire en koolstofneutrale economie vorm te geven voor 2050. Ze weet ook dat delen van Europa zoals Vlaanderen de Intensieve Zorgen van de klimaatcrisis zijn. Ze komen het eerst in de problemen als de zeespiegel te snel stijgt. De enige manier om dat te voorkomen is de onwaarschijnlijke opdracht de hele wereld ertoe te brengen de uitstoot van broeikasgassen naar nul te reduceren. Leringen wekken, voorbeelden strekken. De EU moet tonen dat het mogelijk is om koolstofneutraal te worden, er sociaaleconomisch een succes van te maken en de levenskwaliteit te verhogen. De relance moet bijgevolg prioriteit geven aan investeringen in de dienstensector, energierenovaties, infrastructuur voor hernieuwbare energie of een koolstofneutrale industrie.

Maar er is nog een belangrijke les te trekken uit Corona. De epidemie wijst op het belang van solidariteit, veerkracht en wetenschappelijk onderbouwde overheidssturing. Onze sociale zekerheid of de reservecapaciteit in de ziekenhuizen blijken van onschatbare waarde. Net zo zullen voldoende natuurlijke kustbescherming, een goede watervoorziening of korte ketens in de landbouw van belang zijn in de klimaatcrisis. Marktwerking en winstmaximalisatie leiden niet tot investeringen in dijken of overstromingsgebieden. Nochtans zijn het onze extra bedden van de klimaatcrisis. Een editoriaal van de Financial Times stelt terecht vast dat er een paradigmawissel plaats vindt. De zakenkrant pleit voor een actieve overheid, sterke publieke diensten, herverdeling van de welvaart en instrumenten om meer zekerheid te bieden, zoals een basisinkomen. In vergelijking met de VS of het VK heeft België al meer van dat alles. Maar we kunnen ze nog gericht verder versterken.

Kortom, het relancebeleid zal de vergroening en veerkracht moeten waarmaken. Zo kunnen we de economische structuur van ons land vernieuwen. In tegenstelling tot het crisisbeleid gaat het niet enkel over het recht houden van het bestaande. Het gaat ook over ons goed voorbereiden op de toekomst. Nu zijn instituten die het crisisbeleid vorm geven - zoals de Nationale Bank, de Federale Participatiemaatschappij of de Groep van Tien - vooral een afspiegeling van de huidige economie. Ze kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan het relancebeleid, maar mogen het niet alleen vorm geven.

Vernieuwende krachten moet mee aan zet komen. Voor een volwaardige regering moeten ze tot algemene principes komen voor de relance. De Belgische en Vlaamse politiek is immers ontzettend bedreven in achterkamerpolitiek. Voor je het weet komen er talloze subsidies, cadeaubonnen en investeringen à la tête du client. Ervaring leert ons dat ze weinig coherent en helemaal niet toekomstgericht zullen zijn. Als we nu niet dat soort kleine politiek overstijgen, zal achteraf blijken dat we door corona twee keer verloren hebben.

Online beleggen neemt een hoge vlucht door de coronacrisis. KBC Bolero zag afgelopen maand 7 keer meer klanten een rekening openen dan normaal. BinckBank zelfs 10 keer meer. Velen willen blijkbaar verliezen goed maken, in de markt stappen op het dieptepunt of zelfs speculeren op verdere koersdalingen. BinckBank zelf casht bij elke transactie. Of beter: de Chinese ondernemer Geely. Hij werd in 2017 meerderheidsaandeelhouder van de Deense Saxo Bank, die twee jaar later Binck overnam. 'Geely' vraagt u: 'waar ken ik die naam van'? Geely is ook de eigenaar van Volvo. Hij nam het Zweedse automerk over tijdens de vorige crisis in 2010. Wat de kleine beleggers vermoeden, weten ook de grote spelers: in crisistijd zijn er koopjes te doen. Bedrijven die overkop gaan, of dat dreigen te doen, zijn een vogel voor de kat. Net nu het voor iedereen duidelijk is dat er strategische bedrijven en sectoren bestaan, is ook de kans het grootst dat we ze kwijt spelen. Niet alleen diegene die aan een beloftevol vaccin werken of beademingsapparatuur produceren. In elke sector zijn er ondernemingen actief die vroeg of laat bepalend zullen blijken voor onze toekomst. We moeten vermijden dat zulke strategische of beloftevolle bedrijven voor een appel en een in buitenlandse handen vallen. Het is het soort economisch realisme dat pijlsnel terrein wint door Corona. Zeker nadat Trump de bevoorrading van medisch materiaal wereldwijd trachtte te onderscheppen en een ontwikkelaar van een vaccin probeerde weg te plukken uit Duitsland. In een crisis vallen de sluiers weg: olieproducenten leveren een strijd op leven en dood met elkaar en cynische machtspolitiek drijft een aantal wereldleiders. De financiële slagkracht van ons land om het sociaaleconomisch weefsel te beschermen, is echter beperkt. Keuzes dringen zich op. Nu luchtvaartmaatschappijen honderden miljoenen nodig hebben, stelt zich de vraag of zij wel strategisch belangrijk zijn voor ons land? Het kleine Air Belgium vliegt op Guadeloupe, Martinique en Hong Kong. Aan de andere kant van de wereld op het strand liggen of er belastingen omzeilen, valt niet onder de definitie van strategisch belang. Ook Tui Belgium klopt aan bij de staat. Het is een onderdeel van de Duitse Tui Group, die bij onze oosterburen al een overbruggingskrediet kreeg van 1,75 miljard euro. Tui zet in op goedkope vliegvakanties. Belang voor ons land? Beperkt tot nihil. Dat betekent niet dat we het personeel aan haar lot moeten overlaten. Zelfs in tegendeel: de overheidsmiddelen zetten we best voor hen in. Rest Brussels Airlines, onderdeel van het Duitse Lufhansa. Brussels Airlines staat al jaren financieel zwak en Lufthansa verwacht dat we door Corona voor lange tijd minder zullen vliegen. Als de overheid ter hulp schiet moet ze die evolutie in rekening brengen, slechts tijdelijk steun geven en mikken op volledige terugbetaling. Bovenal moet Brussels Airlines zich inschakelen in de transitie naar koolstofneutraliteit en een eerlijke bijdrage leveren in betere tijden door net zoals andere ondernemingen BTW en brandstofheffingen te betalen. Het antwoord op de vraag welke grote ondernemingen een strategisch belang hebben en hoe de overheidssteun vorm te geven, is een kwestie die we nu overlaten aan een minderheidsregering en enkele technische vehikels. Zo is er de werkgroep 'grote bedrijven' die wordt geleid door Koen Van Loo van de Federale participatiemaatschappij en Pierre Wunsch van de Nationale Bank. Beiden werkten eerder op het kabinet van de liberaal Didier Reynders. Ze speelden ook al een hoofdrol in de redding van de banken in 2009. Kortom, ervaren stuurlui. Maar de kater die de bankencrisis naliet, moeten we zien te vermijden. Geen ontransparante reddingsoperaties. Geen socialisering van verliezen door risicogedrag. Geen besparingen achteraf op de helden van deze crisis. Maar ook mildheid is op zijn plaats. In tegenstelling tot de bankencrisis heeft geen enkele onderneming schuld aan deze crisis.Bovenal moet de inschatting van wat strategisch is, niet enkel door het verleden bepaald worden. Er zijn een aantal megatrends die onze samenleving grondig door elkaar schudden zoals de digitalisering, de klimaatverandering en de machtsstrijd tussen de VS en China. Elk van die trends moeten niet alleen de keuzes bij de redding van bedrijven beïnvloeden, maar moeten ook het relancebeleid bepalen. We kunnen maar één keer in een generatie miljarden uitgeven en zullen nog lang de factuur van deze crisis meedragen. Dat maakt dat we de relance doordacht moeten vormgeven. Niet zomaar de economie van het verleden steunen, maar wél de toekomst versneld vorm geven. Corona en andere crises leren: investeringen zijn prioritair en veerkracht is geen luxe. De voorbije tien jaar heeft het klimaatthema aan belang gewonnen. Alle internationale instellingen en ondernemingen hebben intussen de implicaties van de strijd tegen de klimaatverandering onder de loep genomen en hun strategie bijgesteld. Ook de Europese Unie deed dat. Ze wil haar afhankelijkheid van grond- en brandstoffen van buiten de Unie doorbreken door een circulaire en koolstofneutrale economie vorm te geven voor 2050. Ze weet ook dat delen van Europa zoals Vlaanderen de Intensieve Zorgen van de klimaatcrisis zijn. Ze komen het eerst in de problemen als de zeespiegel te snel stijgt. De enige manier om dat te voorkomen is de onwaarschijnlijke opdracht de hele wereld ertoe te brengen de uitstoot van broeikasgassen naar nul te reduceren. Leringen wekken, voorbeelden strekken. De EU moet tonen dat het mogelijk is om koolstofneutraal te worden, er sociaaleconomisch een succes van te maken en de levenskwaliteit te verhogen. De relance moet bijgevolg prioriteit geven aan investeringen in de dienstensector, energierenovaties, infrastructuur voor hernieuwbare energie of een koolstofneutrale industrie. Maar er is nog een belangrijke les te trekken uit Corona. De epidemie wijst op het belang van solidariteit, veerkracht en wetenschappelijk onderbouwde overheidssturing. Onze sociale zekerheid of de reservecapaciteit in de ziekenhuizen blijken van onschatbare waarde. Net zo zullen voldoende natuurlijke kustbescherming, een goede watervoorziening of korte ketens in de landbouw van belang zijn in de klimaatcrisis. Marktwerking en winstmaximalisatie leiden niet tot investeringen in dijken of overstromingsgebieden. Nochtans zijn het onze extra bedden van de klimaatcrisis. Een editoriaal van de Financial Times stelt terecht vast dat er een paradigmawissel plaats vindt. De zakenkrant pleit voor een actieve overheid, sterke publieke diensten, herverdeling van de welvaart en instrumenten om meer zekerheid te bieden, zoals een basisinkomen. In vergelijking met de VS of het VK heeft België al meer van dat alles. Maar we kunnen ze nog gericht verder versterken.Kortom, het relancebeleid zal de vergroening en veerkracht moeten waarmaken. Zo kunnen we de economische structuur van ons land vernieuwen. In tegenstelling tot het crisisbeleid gaat het niet enkel over het recht houden van het bestaande. Het gaat ook over ons goed voorbereiden op de toekomst. Nu zijn instituten die het crisisbeleid vorm geven - zoals de Nationale Bank, de Federale Participatiemaatschappij of de Groep van Tien - vooral een afspiegeling van de huidige economie. Ze kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan het relancebeleid, maar mogen het niet alleen vorm geven. Vernieuwende krachten moet mee aan zet komen. Voor een volwaardige regering moeten ze tot algemene principes komen voor de relance. De Belgische en Vlaamse politiek is immers ontzettend bedreven in achterkamerpolitiek. Voor je het weet komen er talloze subsidies, cadeaubonnen en investeringen à la tête du client. Ervaring leert ons dat ze weinig coherent en helemaal niet toekomstgericht zullen zijn. Als we nu niet dat soort kleine politiek overstijgen, zal achteraf blijken dat we door corona twee keer verloren hebben.