'Als je goed hebt geleefd, dan krijg je later een comfortabel graf, als een paradijselijke tuin, in afwachting van de dag des oordeels. Maar heb je niet volgens de religieuze voorschriften geleefd, dan wordt je graf kleiner en kleiner. Dan word je na je dood gemarteld.' Aan het woord zijn eerstejaarsleerlingen van het Atheneum Anderlecht. 'Hoe weten jullie dat?' vraag ik. Algauw blijkt dat ze het 'van horen zeggen' hebben: van hun ouders en familieleden, van imams, islamleerkrachten en in de Koranscholen.

- 'Hoe zeker zijn jullie van die ideeën?'

- 'Het staat zo in de Koran.'

- 'Hebben jullie dat ook zelf gelezen?'

- 'Nee.'

Na de les zullen de leerlingen me nog twee uur lang vragen stellen. De een na de ander stuurt een sms naar zijn of haar ouders: dat ze nog op school moeten blijven. Ze snakken naar geruststelling, willen hun angsten weerlegd zien. Eén meisje blijft me aanklampen met verhalen die ze wil 'checken'. 'Mijn oma gedroeg zich raar, en toen kwam een imam die verzen voorlas. Dat bewijst toch dat ze door een geest bezeten was?'

Als ik aan de klas vraag wie er 's nachts angstig is, steekt meer dan de helft van de kinderen de vinger omhoog. "Een goede moslim zijn" betekent voor hen vooral: bang zijn

Montasser AlDe'emeh

'Toen ik over die martelingen in het graf hoorde, was ik gechoqueerd', zegt Erik Van Den Berghe, directeur van het Atheneum. 'Jongeren mogen niet opgevoed worden in een omgeving waar angst gepromoot wordt. Onze school focust sterk op actief burgerschap. Via concrete projecten leren we onze leerlingen samenleven, ongeacht hun geslacht, geaardheid, levensbeschouwing of etnische achtergrond. En dat lukt, vooral omdat we de nadruk leggen op vier kernwaarden: respect, verantwoordelijkheid, openheid en zorg.'

De verhalen alarmeerden ook Jacky Goris, algemeen directeur van de Scholengroep Brussel van het gemeenschapsonderwijs. Hij stelde een team samen om de radicalisering van Brusselse jongeren tegen te gaan en de invloed van salafistische haatpredikers in te dammen. Sinds begin dit schooljaar maak ik deel uit van dat team. Op Goris' vraag bezocht ik, behalve het Atheneum Anderlecht, nog andere Brusselse scholen. Ook daar hield ik interactieve klasgesprekken rond kritisch denken. Ik wilde de kinderen stap voor stap de vraag laten beantwoorden hoe ze iets te weten waren gekomen.

'Een baby met één oog'

Eén conclusie drong zich algauw op: angst is een onderbelichte factor in de strijd tegen vervreemding en (gewelddadige) radicalisering. En de angst van de moslimleerlingen aan het Atheneum Anderlecht, zo bleek ook, is breed gedeeld.

Als ik voor de zesde klas van basisschool De Weg-Wijzer in Evere sta, begin ik bewust met de vraag: 'Waarvoor zijn jullie bang?' Waarop een meisje feilloos de voortekenen opsomt van het einde van de wereld: 'Mannen zullen zich gedragen en kleden als vrouwen, en vrouwen als mannen. Kinderen hebben geen respect meer. Er komen ziektes. Veertig dagen lang hangt er een wolk over de aarde. De engel des doods blaast op een hoorn. En dan wordt een baby geboren met één oog: de antichrist.' Als ze klaar is, barst ze in tranen uit en legt haar hoofd op haar bank, met haar vingers in haar oren.

Als ik vraag wie er 's nachts angstig is, steekt meer dan de helft van de kinderen de vinger omhoog. 'Een goede moslim zijn' betekent voor hen vooral: bang zijn voor Allah, bang zijn om 's nachts te sterven, met het stellige vooruitzicht gemarteld te worden in het graf - want natuurlijk overtreedt iedereen weleens de regels. Een jongen die tijdens de les geregeld zijn oren dichthield, komt me na afloop zeggen: 'Maar ik ben toch een moslim?' Wat zoveel betekent als: 'Ik móét die dingen wel geloven.' Een meisje vertelt dat ze haar gsm laat filmen terwijl ze slaapt, om te checken of er geen kwade geesten in haar kamer zitten: 'Ik ben bang dat die in mijn lichaam kruipen.'

Martine Somers, directeur van De Weg-Wijzer: 'Ik wist niet dat die ideeën bij onze kinderen leven, ik ben er echt van geschrokken. Ze praten daar niet over met ons - nu pas kan ik de link leggen met incidenten uit het verleden. Waarom moeten ze met die angsten opgezadeld worden? Als we niets ondernemen, als we niet preventief te werk gaan, zal dat hun ontwikkeling negatief beïnvloeden.'

In het Koninklijk Atheneum Koekelberg praat ik met achttienjarigen. Zeven moslimjongeren geloven allemaal hetzelfde: het zit er dik in, zeggen ze, dat ze na hun dood bestraft zullen worden. Eén jongen heeft het over een engel die zijn schedel met een hamer zal bewerken. Een andere haalt aan hoe beenderen in het graf zullen worden verpulverd. Een meisje dat al jaren met angsten leeft, barst in tranen uit als ik haar horrorverhalen één voor één ontkracht.

Het verbaast de directeur van het KA, Serge Algoet, dat het wereldbeeld van moslimleerlingen blijkbaar haaks staat op het PPGO, het pedagogisch project van het gemeenschapsonderwijs. 'Het gaat hier om leerlingen die het goed doen in het aso, die binnenkort naar het hoger onderwijs gaan, maar die een aantal denkbeelden hebben die, naar westerse normen, thuishoren in de middeleeuwen. Het schrikbeeld van het laatste oordeel, bijvoorbeeld, kennen wij alleen nog van oude schilderijen. Geloven dat die taferelen tot de werkelijkheid behoren, lijkt anno 2017 wel érg vreemd.'

YouTube-indoctrinatie

Vanwaar komt dat door angst gevormde wereldbeeld? Het minste wat je kunt vaststellen, is dit: zij die het beste geplaatst zijn om kinderen gerust te stellen, de imams en de islamleerkrachten op onze scholen, doen dat niet. Ze ontkrachten de horrorverhalen niet. Waarom? Omdat ze zelf in die verhalen geloven? Of willen ze de intellectuele bevrijding van moslimjongeren tegenhouden, zodat ze hen kunnen blijven controleren? Feit is dat ze via hun indoctrinatie een angstcultuur creëren. Bij kinderen die van thuis uit niet het culturele kapitaal meegekregen hebben om hun verhalen te relativeren en te plaatsen, maar ook bij volwassenen.

Aan de kinderen die ik in de Brusselse scholen ontmoette, vertelde ik dat predikers ook mij op hun leeftijd met angstbeelden opgezadeld hebben. Ik kan me het moment nog goed herinneren waarop ik imams met mijn onafhankelijke denken confronteerde: sidderen en beven deden ze. De intellectuele bevrijding van het individu wordt nog altijd gezien als een bedreiging. Hoe meer je leest, hoe gevaarlijker voor heel wat imams in ons land. Hun slogan: 'Je denkt níét, dus je bestaat.'

Verhalen als die over de bestraffing in het graf, daarvan verzekerde ik de kinderen ook, staan niet in de Koran. Integendeel: alleen God, zo stelt dat boek, weet precies wat er na de dood met de ziel zal gebeuren. Mensen hebben daarover maar weinig kennis gekregen.

Hoe meer je leest, hoe gevaarlijker voor heel wat imams in ons land. Hun slogan: "Je denkt níét, dus je bestaat"

Montasser AlDe'emeh

Dat zou je niet zeggen als je het internet afspeurt. Surf naar YouTube, tik de woorden 'bestraffing in het graf' in, en je krijgt een hele reeks weinig aan de verbeelding overlatende video's voorgeschoteld. Hoe 'aanschouwelijker' een clip, hoe zwaarder hij gesponsord is. Of neem de filmpjes die circuleren sinds de dood, in 2000, van de bekende Saudische muzikant Talal Maddah: als je die mag geloven, is Maddahs graf gevuld met slangen die hem al jaren belagen. Imams willen er hun publiek mee waarschuwen voor de gevolgen van muziek, of je die nu speelt of beluistert. De gevolgen van zulke campagnes laten zich niet alleen in Saudi-Arabië voelen: vorig jaar moest Jacky Goris getuigen hoe Brusselse moslimleerlingen muziekles weigerden, omdat ze muziek haram vonden.

Na de Koran heeft de islam nog een tweede basisbron, de ahadith: de overleveringen over uitspraken en daden van de profeet Mohammed. Die overleveringen gaan wél vaak over de bestraffing in het graf. Een meerderheid van moslimgeleerden, ook bij ons, beschouwt ze als authentiek en betrouwbaar. Dat de Koran ze regelrecht tegenspreekt, weten moslims daardoor niet. Ook het verhaal over de islamitische versie van de antichrist - de valse messias of Bedrieger ('al-Dajjal') - van het meisje in basisschool De Weg-Wijzer spruit voort uit het oudtestamentische boek Daniël en de ahadith, niet uit de Koran.

Onwetendheid als norm

Terwijl de Koran barmhartigheid benadrukt in plaats van bestraffing, doen imams, islamgeleerden en predikers het omgekeerde. Hun hardheid, ten onrechte gebaseerd op 'wat de profeet zou hebben gezegd', zadelt moslimkinderen op met slapeloze nachten en vervreemdt hen van onze maatschappij. Hedendaagse imams hebben het over een 'rationele', 'Europese' en zelfs 'Belgische islam' - met hen zou, hoor je weleens, een positieve wending zijn ingezet. In werkelijkheid zijn ze zelfs niet in staat om de afval-ahadith tegen het licht te houden. Daardoor is in de moslimgemeenschap onwetendheid de norm.

In het interviewboek De weg naar radicale verzoening waarschuwde ik vorig jaar al voor ongeloofwaardige ahadith. In Brussel bestaan genoeg winkeltjes met boeken die daarop zijn gebaseerd; ze zijn de munitie waarmee predikers jonge moslims de stuipen op het lijf jagen. In Belgische islamwinkels kun je ook publicaties kopen waarin wordt uitgelegd hoe, als je 'slecht' hebt geleefd, engelen uit de hemel zullen neerdalen en je tientallen meters dieper onder de grond zullen 'boren' - gruwelijke pijn zal je deel zijn. Die waarschuwing kwam me op bagger en doodsbedreigingen te staan.

Drieënhalf jaar geleden kaartte ik in een opiniestuk op deredactie.be aan dat de imams en moslimleiders in ons land opmerkelijk oppervlakkig bleven over de beweegredenen van jongeren die naar Syrië vertrokken. Ze maakten, schreef ik, geen diepgaande analyse van het religieuze discours van die strijders. In hun reactie raakten ze niet veel verder dan dat het 'allemaal de schuld van de overheid' was.

Het gaat om leerlingen die binnenkort naar het hoger onderwijs gaan, maar die een aantal denkbeelden hebben die thuishoren in de middeleeuwen

Serge Algoet, Koninklijk Atheneum Koekelberg

In 2015 sprak ik voor Knack met de ouders van Abdelmalek Boutalliss, een negentienjarige Kortrijkse IS-strijder die zich in Irak had opgeblazen. Zijn moeder getuigde over de angsten die haar zoon in hun greep hadden gekregen. 'Een paar maanden voor zijn vertrek hoorde ik hem huilen in bed. Ik vroeg wat er scheelde. "Ik ben bang voor Allah en ik ben bang dat ik na mijn dood naar de hel ga", antwoordde hij. "Maar wat heb je dan zo fout gedaan?" vroeg ik. Hij wist het niet.'

Van Kortrijk tot Maasmechelen, van Hoogstraten tot Aarlen zijn vandaag tienduizenden Belgische moslimjongeren bang om te leven. Wie is daarvoor verantwoordelijk? Wie is verantwoordelijk voor de radicalisering van onze jongeren? Wie is ervoor verantwoordelijk dat een rechtvaardige, menselijke, realistische, rationele, moderne benadering van de islam uitblijft? De imams, de islamgeleerden en de predikers: zij zijn verantwoordelijk. Ik roep hen op: neem uw verantwoordelijkheid. Laat kinderen kinderen blijven. Want de burgers van dit land, die zich al bevrijd hebben van het katholieke doemdenken, zijn evenmin bereid om aan de zijlijn toe te kijken hoe moslimkinderen in naam van Allah met angst en schuldgevoelens worden opgezadeld - dat is misdadig. Het is tijd voor een islamitische verlichting, tijd om oprechte kritische en rationele stemmen een forum te geven.

Stel, je bent een zoekende moslimjongere in onze seculiere maatschappij. Moslimleiders die hun verantwoordelijkheid nemen zijn er niet. Je krijgt te horen dat je na je dood zult worden gemarteld in je graf. Er is, zeggen ze je, maar één uitweg: als martelaar sterven, want martelaars zijn de enigen die volgens de ahadith geen straf krijgen. Jou roep ik op: richt je naar de toekomst. Word piloot, astronaut, wiskundige of dokter. Geloof in jezelf en neem je verantwoordelijkheid, zonder dralen. En voor eens en voor altijd: je zult na je dood níét gemarteld worden. De antichrist komt níét.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.