Vanuit Israël kreeg Sophie Wilmès warme felicitaties als 'eerste Joodse premier' van het land: haar moeder is een Asjkenazische Joodse. In eigen land werd haar benoeming koel en sceptisch ontvangen. Zelfs voor feministen heeft de promotie van de 44-jarige minister van Begroting iets paradoxaals. Het zou een reden tot vreugde kunnen zijn: een paar maanden nadat Liesbeth Homans (N-VA) de eerste vrouwelijke minister-president van Vlaanderen is geworden, neemt Wilmès de leiding van de Belgische regering over. Alleen was bij Homans vanaf dag één duidelijk dat het om een tijdelijke troostprijs ging: als 'minister-president' werd ze niet opgevist in de nieuwe Vlaamse regering. Ook Sophie Wilmès mag een al lang uitgebluste federale regering leiden tot ooit een andere, 'echte' premier overneemt. Alsof vrouwen pas een regering mogen leiden als die er niet meer toe doet en hun functie beperkt is in de tijd.
...

Vanuit Israël kreeg Sophie Wilmès warme felicitaties als 'eerste Joodse premier' van het land: haar moeder is een Asjkenazische Joodse. In eigen land werd haar benoeming koel en sceptisch ontvangen. Zelfs voor feministen heeft de promotie van de 44-jarige minister van Begroting iets paradoxaals. Het zou een reden tot vreugde kunnen zijn: een paar maanden nadat Liesbeth Homans (N-VA) de eerste vrouwelijke minister-president van Vlaanderen is geworden, neemt Wilmès de leiding van de Belgische regering over. Alleen was bij Homans vanaf dag één duidelijk dat het om een tijdelijke troostprijs ging: als 'minister-president' werd ze niet opgevist in de nieuwe Vlaamse regering. Ook Sophie Wilmès mag een al lang uitgebluste federale regering leiden tot ooit een andere, 'echte' premier overneemt. Alsof vrouwen pas een regering mogen leiden als die er niet meer toe doet en hun functie beperkt is in de tijd. Het is aan Wilmès zelf om criticasters en sceptici ongelijk te geven. La fonction fait l'homme, en dat geldt ook voor vrouwen. De politieke geschiedenis van dit land leert toch dat ook tijdelijke premiers zich kunnen opwerpen tot gewaardeerde eerste ministers, zelfs in de moeilijkste omstandigheden. Tijdens de recordregeringscrisis van 541 dagen in 2010-2011 deed Yves Leterme (CD&V) het beter als premier van dat langdurige demissionaire kabinet dan toen hij in maart 2008 de eerste minister werd waartoe hij bij de verkiezingen van 2007 geplebisciteerd leek. Alleen moest hij toen al in december voortijdig opstappen, als het zoveelste slachtoffer van de götterdämmerung van Fortis. Een decennium eerder, in 1992, kreeg Jean-Luc Dehaene in de verwarrende nasleep van Zwarte Zondag de opdracht om een noodregering te leiden, 'beperkt in tijd en in opdracht'. Hij vulde die taak op zijn manier in: hij hield het bijna acht jaar lang en nagenoeg twee hele regeerperiodes vol. Hij ontpopte zich in die tijd tot een van de belangrijkste naoorlogse premiers. Andere interim-premiers zijn dan weer een voetnoot in de geschiedenis gebleven. Herman Van Rompuy (CD&V) werd in december 2008 premier nadat Wilfried Martens hem daartoe had kunnen overhalen - Martens was voor die opdracht door de CD&V-partijtop halsoverkop uit Disneyland Parijs naar Brussel gesommeerd. Geen vol jaar later, in de herfst van 2009, aanvaardde Van Rompuy het voorzitterschap van de Europese Raad. Van zijn korte passage in de Wetstraat 16 is alleen de slogan 'rustige vastheid' het herinneren waard: er gebeurde weinig. Dat doet denken aan Mark Eyskens (CVP), die in het voorjaar van 1981 zijn kans rook nadat in drie jaar tijd vier regeringen van Wilfried Martens waren gevallen. Vijf maanden later zei diezelfde Eyskens: 'Het is 21 september, de eerste dag van de herfst, het vallen van de bladeren. Welnu, mijn regering is ook gevallen.' Dat Van Rompuy en Eyskens hun naam hebben gegeven aan efemere regeringen en Leterme en zeker Dehaene aan veel robuustere tijdelijke projecten, lag ook aan hun persoonlijkheid. De laatste twee werden als de politieke leiders van hun generatie geaccepteerd door de hele Wetstraat, de eerste twee niet. Van Rompuy teerde op zijn reputatie van wise old man, een allure die hij al als late twintiger cultiveerde. Eyskens gebruikte zijn achternaam (vader Gaston was een écht belangrijke premier) en rekende op de charmante flou artistique die hij in zijn optreden legde. Het volstond bij geen van beiden om een goede premier te zijn. Je kunt je afvragen of Sophie Wilmès zelfs dat heeft. Net als Eyskens heeft ze haar achternaam mee. Haar vader, Philippe Wilmès, was tot zijn dood in 2010 een van de invloedrijkste Franstalige publieke economen. De voorbije jaren profiteerde ze mee van een dynamiek die ook MR-kopstukken Charles Michel en Didier Reynders al voor eigen voordeel wisten te gebruiken. De MR is een partij met een beperkt aantal toppolitici die in de onevenwichtige Zweedse coalitie te veel topposten toebedeeld heeft gekregen, vergeleken met haar echte gewicht. Welke Franstalige liberaal speelt vandaag eigenlijk niet boven zijn of haar gewicht? Daardoor ligt zelfs de persoon van de premier vanaf dag één onder vuur. Theo Francken (N-VA) gaf daar zondag al de aanzet toe. Ook al beheerst Wilmès het Nederlands uitstekend, in de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode was ze van 2007 tot 2015 de eerste schepen voor de Union des Francophones (UF), een partij met een Vlaamsvijandige traditie. Geertrui Windels, de vrouw van Herman Van Rompuy, kan ervan meespreken. Zij was naast Wilmès de voorgeschreven Nederlandstalige schepen van die gemeente. De botheid waarmee Wilmès en haar partijgenoten haar jarenlang kleineerden en bespotten, zitten haar nog altijd hoog. Tegenover Knack beperkt Windels haar commentaar tot één zin: 'Het is duidelijk dat mevrouw Wilmès in de faciliteitengemeenten de Vlaamse schepen als een vijand beschouwt.'