Politoloog Léonie de Jonge over de normalisering van radicaal-rechts: ‘Sociale media worden totaal overschat door journalisten’

Tom Van Grieken, voorzitter van het Vlaams Belang. (Sint-Niklaas, 1 mei 2022) © Belga Image
Tex Van berlaer
Tex Van berlaer Journalist Knack.be

‘Mediaredacties moeten klare richtlijnen opmaken over hoe ze omgaan met het Vlaams Belang’, zegt politoloog Léonie de Jonge (Rijksuniversiteit Groningen).

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

De Nederlandse media hebben fors bijgedragen aan de normalisatie van de rechts-radicale populist en complotdenker Thierry Baudet en zijn partij Forum voor Democratie. Dat is de conclusie van een nieuwe studie naar de verkiezingscampagne van 2021 door politoloog Léonie de Jonge en haar Groningse collega Elizaveta Gaufman. Niet alleen kreeg Baudet buitenproportioneel veel media-aandacht ten opzichte van zijn electorale sterkte, ook aangebrande uitspraken of tweets van hem en zijn partijgenoten werden soms klakkeloos overgenomen.

‘De normen schuiven steeds meer op, het normaliseringsproces versnelt’, zegt De Jonge. ‘Er zijn ruwweg twee manieren waarop je als media met radicaal-rechts kunt omgaan. Ofwel ga je ermee in debat, ofwel niet. Het ene uiterste zie je in Wallonië: door middel van een cordon sanitaire behandelen zowel de gevestigde partijen als de media radicaal-rechts als een soort paria.’

Zo werkt het niet in Nederland en Vlaanderen.

De Jonge: Klopt. Als je radicaal-rechts toch betrekt in het debat, zijn er opnieuw twee manieren. Enerzijds via confrontatie, waarbij de media het radicale gedachtegoed willen ‘ontmaskeren’. Anderzijds via accommodatie, waarbij de media pakweg het Vlaams Belang behandelen als een partij als alle andere. Ze krijgen een vrij platform, bijvoorbeeld door ze uit te nodigen aan een debattafel. Zowel in Nederland als in Vlaanderen zag je in de jaren tachtig en negentig een verschuiving van confrontatie naar accomodatie en dus normalisering. Let wel, de werkelijkheid is complex. Normalisering gebeurt stapsgewijs, duurt jaren en hangt ook af van de manier waarop andere partijen zich gedragen.

De media en de gevestigde politieke orde zijn de grote vijanden. Daarom zullen rechts-radicale partijen zich altijd in een slachtofferrol wentelen.

Is dat proces omkeerbaar, of is de geest uit de fles zodra een partij geaccommodeerd is?

De Jonge: Het is altijd goed om grenzen te stellen tegenover partijen die de democratische rechtsorde uitdagen. In Nederland merk ik sinds de verkiezingen een keerpunt. Mediaredacties berichten niet meer over iedere scheet van Thierry Baudet. Maar het is juist in de beginfase van een partij dat de media een groot electoraal effect hebben. Daarom werkt het cordon in Wallonië zo goed, radicaal-rechtse partijen krijgen er geen voet aan de grond.

In Vlaanderen kon de mediastrategie niet verhinderen dat het Vlaams Blok doorbrak op Zwarte Zondag in 1991.

De Jonge: Het is natuurlijk moeilijk om een cordon vol te houden als een partij meer dan 20 procent van de stemmen behaalt. Tegelijkertijd is het wel makkelijk om te zeggen dat je niet anders kunt omdát de partij zo groot is geworden. Ik ben kritisch voor het feit dat er wel degelijk richtlijnen waren, onder meer bij de VRT, maar dat die onderaan in een la zijn verdwenen.

Zou u tegen een interview met Vlaams Belangvoorzitter Tom Van Grieken adviseren? Knack interviewde al vaker Vlaams Belangers, onder wie Van Grieken.

De Jonge: Er is niet één blauwdruk die altijd en overal kan gelden. Ik vind het wel belangrijk dat media zich bewust zijn van de consequenties. Neem Kamerlid Dries Van Langenhove (Vlaams Belang), die in 2018 een groot interview in De Morgen krijgt. De interviewer, Joël De Ceulaer, noemde het paternalistisch om iemand bij voorbaat uit te sluiten. Maar met zo’n interview normaliseert en legitimeert de krant Van Langenhove (Van Langenhove was destijds echter nog niet verbonden aan het Vlaams Belang, nvdr).

Maar hoe rijm je dat met partijen zoals het Vlaams Belang die eigen mediakanalen opzetten en tienduizenden mensen bereiken via sociale media?

De Jonge: Sociale media worden totaal overschat door journalisten. Enkel de gevestigde media kunnen de stempel van extremisme opheffen.

Doe je je werk als journalist wel naar behoren als je zwijgt over het Vlaams Belang?

De Jonge: Ik zeg niet dat je erover moet zwijgen. Je kunt perfect over een partij schrijven en quotes in hun context plaatsen. De Pano-reportage over Schild & Vrienden in 2018 is een goed voorbeeld, daarin werd het gedachtegoed achter de organisatie blootgelegd.

Onderzoek wees uit dat de CD&V vorig jaar op de openbare omroep ruim 30 keer meer spreektijd kreeg dan het Vlaams Belang. Daar is een logische verklaring voor: het Vlaams Belang levert geen enkele minister, burgemeester of schepen. Toch vindt het Vlaams Belang dat er wel degelijk een cordon médiatique is.

De Jonge: Natuurlijk zegt die partij dat, dat is nu eenmaal de strategie van rechts-radicale partijen. De media en de gevestigde politieke orde zijn de grote vijanden. Daarom zullen ze zich altijd in een slachtofferrol wentelen.

Eigenlijk pleit u voor meer afspraken op redacties.

De Jonge: Precies. Het is belangrijk om klare en transparante redactionele richtlijnen te hebben over hoe je omgaat met rechts-radicale partijen. In Nederland viel het me op dat leidinggevenden me vroegen wat ik met redactionele richtlijnen bedoelde. ‘Onze reporters halen gewoon nieuws op’, zeiden ze. Maar dan ben je een doorgeefluik. Dat is niet per se fout, mijn vraag is of de media dat wel willen zijn. Of hebben ze toch ook een rol binnen het democratisch bestel?

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content