Vrouwen en extreemrechts: waarom stemmen vrouwen op partijen die hun rechten willen inperken?

Italiaans premier Giorgia Meloni: ‘De enige keren dat ze praat over gendergelijkheid, is om moslims te bashen.’ ©  reuters
Han Renard
Han Renard Han Renard is redacteur bij Knack

De recente aanstelling van de radicaal-rechtse Giorgia Meloni als eerste vrouwelijke premier van Italië roept een prangende vraag op: waarom steunen vrouwen politieke partijen die hun rechten willen beperken, en worden ze er zelfs actief in?

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Ze voelde het gewicht van het historische moment op haar schouders, zei Giorgia Meloni eind oktober tijdens een vertrouwensstemming voor het Italiaanse parlement. Het boegbeeld van het radicaal-rechtse Fratelli d’Italia werd de eerste vrouwelijke premier van Italië.

De vraag of het premierschap van Meloni een stap voorwaarts is voor vrouwen was het voorwerp van fel debat in Italië. Natuurlijk lijkt het een aangename breuk met het Italiaanse machismo. Tegelijk is Meloni het uithangbord van een postfascistische, rechts-radicale partij die zich kant tegen migratie en abortus, en opkomt voor ultraconservatieve rollenpatronen en gezinswaarden. Menig feminist binnen en buiten Italië gruwt van het idee dat Meloni punten voor emancipatie krijgt alleen maar omdat ze een vrouw is. Niet zo de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton. Dat een vrouw door het glazen plafond breekt, is altijd een goede zaak, vindt zij.

In de toekomst worden we misschien geconfronteerd met radicaal-rechts feminisme.’
Sara Farris, sociologe

Politoloog Daniele Albertazzi (University of Surrey) is het met Clinton eens. ‘Dat er voor het eerst in de geschiedenis van de Italiaanse republiek een vrouwelijke premier is, stuurt de juiste boodschap naar de helft van het electoraat. Vrouwen waren er tot dusver uitgesloten van de sleutelposities van de macht. Dat betekent niet dat je het eens moet zijn met Meloni’s beleid. Daarvoor is het nog te vroeg.’

Toch kunnen we na twee maanden Meloni al enkele observaties maken. Natuurlijk stelde ze zich hard op tegen ngo-schepen met op zee geredde migranten, ‘piratenschepen’ waarvoor Meloni de Italiaanse havens op slot deed. Met Kerstmis riep ze alle Italiaanse scholen op om weer kerststallen te knutselen, want je christelijke identiteit moet je koesteren. Maar internationaal probeert ze geloofwaardigheid op te bouwen (tijdens de kerstperiode bezocht ze in militaire kledij de door de Italianen geleide NAVO-missie in Irak) en goede relaties op te bouwen met Europa. En in eigen land is ze vooralsnog geen radicaal- rechtse brokkenpiloot. Haar begrotingswet moet weliswaar het basisinkomenprogramma van de vorige populistische regering afbouwen, maar dat is eerder een zuiver liberale maatregel. Verder komt er meer financiële steun voor gezinnen met kinderen, want Meloni wil dat de Italianen meer baby’s maken, en bevat de wet een maatregel die je eerder van progressieve partijen zou verwachten: een btw-verlaging op maandverbanden, tampons en luiers.

No-gozones

Mannen domineren populistisch-rechtse partijen nog altijd, en dat geldt in mindere mate ook voor andere partijen. Maar met Giorgia Meloni is aan het radicaal-rechtse front wel een opvallende nieuwe power lady opgestaan, na vrouwelijke leiders als Marine Le Pen in Frankrijk, Alice Weidel in Duitsland, Pia Kjærsgaard in Denemarken of Siv Jensen en Sylvi Listhaug in Noorwegen.

De laatste vijftien à twintig jaar is er een feminisering gaande van West-Europees populistisch-rechts en breken meer vrouwen door aan de top. Lange tijd speelden ze een tweederangsrol in die formaties, die ook in academische kringen ‘mannenpartijen’ werden genoemd omdat ze qua samenstelling, achterban, programma en sfeer eromheen no-gozones voor vrouwen leken.

Toch blijft het aantal rechts-radicale vrouwelijke top dogs op één hand te tellen. Maar die vrouwen springen wel extra in het oog. Want waarom steunen vrouwen partijen die vaak openlijk antifeministisch zijn en hun rechten lijken te willen beperken, en worden ze er zelfs actief in? Het is een vraag die feministen al jaren hoofdbrekens bezorgt.

‘Natuurlijk zijn partijen zoals Fratteli d’Italia of de AfD bij ons in Duitsland misogyn’, zegt Esther Lehnert, hoogleraar geschiedenis met focus op rechts-extremisme aan de Alice Salomon Hochschule in Berlijn. ‘Maar al sinds er feministische vrouwen zijn, zijn er ook antifeministische vrouwen. En omdat vrouwelijke leiders zo uitzonderlijk zijn in die overwegend mannelijke milieus, zijn ze ook heel bijzonder en gelden ze als een soort queens. Overigens lijken de media en de publieke opinie vaak te denken dat vrouwen niet zo rechts, racistisch of populistisch kunnen zijn als mannen, maar dat is nonsens. Hier in Duitsland is er veel extreemrechts activisme bij vrouwen. Zelfs in het verleden, in het historische fascisme, waren heel wat vrouwen actief. Zonder de steun van vrouwen bouw je geen fascistische samenleving uit. Hun rol wordt vaak over het hoofd gezien.’

Vrouw aan de haard

Bij ons had het Vlaams Belang, vroeger Vlaams Blok, nog geen vrouw als voorzitter. Maar vanaf de jaren 2000 had de partij met Anke Vandermeersch en Marie-Rose Morel, respectievelijk een gewezen Miss België en Miss Vlaanderen, wel een paar opvallende vrouwelijke uithangborden.

‘Het Vlaams Blok en het Vlaams Belang hebben lang geleden onder het stigma dat ze vrouwen terug aan de haard willen en waarden verdedigen waarin moderne vrouwen zich niet herkennen. Alexandra Colen was een exponent van die strekking’, zegt Koen Dillen, zoon van Vlaams Blok-stichter Karel Dillen en gewezen politicus voor het Vlaams Belang.

‘Maar het vrouw-aan-de-haardthema heeft Anke Vandermeersch en Marie-Rose Morel destijds niet tegengehouden om de stap richting het Vlaams Blok te zetten. Hun ambitie was daar niet vreemd aan, en de aanwezigheid van twee ex-missen straalde ook positief af op de partij. Die vervrouwelijking was zeker nodig, al was het maar uit electoraal opportunisme. Je wilt niet overkomen als een partij die vijandig staat tegenover vrouwen – de helft van het kiezerskorps bestaat uit vrouwen.’

Radicaal-rechtse vrouwelijke politici slagen erin een vorm van fascisme te belichamen waar we ons geen zorgen over hoeven te maken.
Esther Lehnert, professor geschiedenis

Dillen herinnert zich hoe in de jaren 1980 het antiabortusstandpunt nog manifest aanwezig was in de propaganda van het Vlaams Blok. Dat standpunt is niet verdwenen, maar het christelijke oerconservatisme van de begindagen is verveld tot een meer hedendaagse variant, aangepast aan de veranderde moraal in de samenleving.

‘Partijen als het Vlaams Belang stellen nu bijvoorbeeld kritische vragen bij de MeToobeweging’, zegt Dillen. ‘Reacties uit die hoek op mannen die in MeToo-schandalen verwikkeld zijn hebben al snel een hoog de-slinger-schiet-doorgehalte. En omdat het woke-thema aan belang wint, zijn er ook kritische vragen bij wat ze de “lgbtqi-lobby” noemen. Zij zeggen: het traditionele gezin blijft de hoeksteen van de samenleving. Maar zonder daarbij, een enkel achterhoedegevecht buiten beschouwing gelaten, nog te vervallen in de oude homofobe standpunten.’

Femonationalisme

Veel feministen fronsen er de wenkbrauwen bij, maar rechts-populistische partijen werpen zich vaak juist op als verdedigers van vrouwen. Daarbij bedienen ze zich van progressieve en zelfs feministische taal over vrouwenrechten, die als gevolg van migratie onder druk zouden staan. Zo voerde de Duitse AfD campagne met de slogan ‘Burka’s? Wij verkiezen bikini’s’.

Sociologe Sara Farris (Goldsmiths, University of London) bedacht een woord voor de manier waarop radicaal-rechtse politieke partijen feministische standpunten gebruiken om zich tegen migranten en moslims te keren: femonationalisme. ‘Een samentrekking van feminisme en nationalisme die twee fenomenen beschrijft’, zegt Farris. ‘Het gaat over het gebruik van feministische opvattingen in antimigratiecampagnes, en de manier waarop sommige feministen hun steun aan dat soort campagnes verlenen.’

Voor Farris is Meloni een schoolvoorbeeld van femonationalisme. ‘De enige keren dat ze praat over gendergelijkheid, is om moslims te bashen.’

Tijdens haar verkiezingscampagne deelde Meloni op Twitter een video van een Oekraïense vrouw die in Piacenza op straat wordt verkracht door een asielzoeker uit Guinée. Er kwam veel kritiek op het gebruik van een verkrachting als verkiezingspropaganda. ‘Maar Meloni’s punt was helder: ze wil migranten voorstellen als een seksueel gevaar’, zegt Farris. ‘Maar ze spreekt tot dusver veel minder over huiselijk geweld en het hoge aantal femicides in Italië, die overwegend door Italiaanse mannen worden gepleegd.’

Ook de gebeurtenissen tijdens oudejaarsnacht 2015 in Keulen, waar Duitse feestende vrouwen werden lastiggevallen en aangerand door jonge migrantenmannen, werd door radicaal-rechts in heel Europa met beide handen aangegrepen om ‘het recht van elke vrouw om in een minirok op straat te lopen te beschermen’ – dixit toenmalig Front National-voorzitster Marine Le Pen.

‘Seksueel geweld op vrouwen in de publieke ruimte is een heftig thema in radicaal-rechtse bewegingen’, zegt historica Esther Lehnert. ‘Altijd in combinatie met racisme. Het is een efficiënte manier om vrouwelijke kiezers te mobiliseren – politieke partijen onderschatten hoe sterk de factor veiligheid bij vrouwen doorweegt. En als vrouwelijke politici dat thema aansnijden, komt het nog een stuk authentieker over.’

Vrouwelijke radicaal-rechtse kiezers voelen zich vaak niet aangesproken door progressief feminisme, en willen als traditionele vrouwen en moeders worden gezien.

‘Decennialang hebben christendemocratische partijen in Europa die traditionele rollenpatronen en familiewaarden verdedigden, grote steun genoten bij vrouwen’, legt politoloog Daniele Albertazzi uit. Je mag er niet van uitgaan dat alle vrouwen kiezen voor feministische kandidaten. Dat doen ze niet. Het tegendeel is waar: vrouwen schuiven de laatste jaren juist op richting radicaal-rechts.’

Sociologe Sara Farris zegt dat we moeten erkennen dat ‘het ware feminisme’ niet bestaat en dat er veel soorten feminisme zijn. ‘In de toekomst worden we misschien geconfronteerd met radicaal-rechts feminisme, dat uitdrukking geeft aan eisen voor vrouwen die specifiek zijn voor radicaal-rechts.’

Die feministische variant, als je het zo kunt noemen, lijkt iemand als Marine Le Pen in Frankrijk te willen belichamen. Le Pen speelt met haar imago van vrouwelijke partijvoorzitter, citeert daarbij graag grote Franse feministen zoals Simone de Beauvoir, en haalt alles uit de kast om een vrouwelijk electoraat te verleiden. Met succes. Le Pen, tweemaal gescheiden, gebruikt haar status van alleenstaande moeder van drie om werkende moeders die het financieel zwaar hebben en worstelen met de combinatie werk-gezin ervan te overtuigen dat ze hun zorgen deelt.

‘Uit een peiling tijdens de laatste presidentscampagne bleek dat de helft van de Fransen Le Pen als feministisch beschouwt. Bij president Emmanuel Macron was dat slechts dertig procent’, zegt filosofe Tinneke Beeckman.

Maar met Le Pens feminisme is veel hypocrisie gemoeid. ‘Het vertaalt zich niet in beleidsvoorstellen of stemgedrag’, vervolgt Beeckman. ‘In het Europees Parlement steunt Le Pen voorstellen voor meer gendergelijkheid doorgaans niet. De retoriek is: vrouwenrechten zijn vervuld, er is niets extra’s nodig. Sterker nog, feminisme dreigt vandaag door te slaan in een aanval op mannen. Hetzelfde geluid hoor je bij ons bij een conservatieve politica als Els van Doesburg (N-VA).’

Hoe populistisch-rechtse partijen zich opstellen tegenover vrouwenrechten en ethische thema’s, heeft ook met de nationale context te maken. Esther Lehnert: ‘Over migratie zijn ze het roerend eens. Maar als het gaat over vrouwen- of homorechten is Meloni duidelijk anti-lgbtqi en antifeministisch. Bij Le Pen ligt dat anders, en bij Alice Weidel, covoorzitter van de AfD, nog anders. Interessant bij Weidel is dat ze met haar partij een antimigranten- en antihomodiscours hanteert, maar zelf een lesbische relatie heeft met een vrouw met een migratieachtergrond. Die incoherenties kunnen haar verder niets schelen, want ze is goed verknoopt met de Duitse elite en behoort tot de klasse van de superrijken. Wat ze het volk opdraagt te doen, heeft niets te maken met haar privéleven.’

Alice Weidel, covoorzitter van de Duitse radicaal-rechtse AfD. ‘Ze hanteert met haar partij een antimigranten- en antihomodiscours, maar heeft zelf een relatie met een vrouw met een migratieachtergrond.’
Alice Weidel, covoorzitter van de Duitse radicaal-rechtse AfD. ‘Ze hanteert met haar partij een antimigranten- en antihomodiscours, maar heeft zelf een relatie met een vrouw met een migratieachtergrond.’ © gettyImages

Glamour

Een troef van vrouwelijke politieke leiders op radicaal-rechts is dat ze het imago van hun partijen kunnen verzachten en in die zin het gedachtegoed normaliseren. Daarbij maken ze vaak handig gebruik van diepgewortelde clichés over vrouwen, die van nature vreedzamer, gematigder en minder gevaarlijk zouden zijn.

Om die reden vindt Lehnert radicaal-rechtse vrouwelijke politici soms juist ‘gevaarlijker’ dan hun mannelijke collega’s. ‘We zijn verblind door seksistische stereotypes over vrouwen. Vrouwelijke leiders van radicaal-rechts verstoppen hun ideologie weliswaar niet, maar we zien ze toch minder helder. Vrouwen maken zulke partijen gewoner, meer bourgeois en verlenen ze glamour. Ze slagen erin een vorm van fascisme te belichamen waar we ons geen zorgen over hoeven te maken. Terwijl we dat natuurlijk wel horen te doen.’

Genderkloof

De voorbije twintig jaar hebben veel rechts-populistische partijen zich proberen te ontdoen van hun extreemste programmapunten, hoewel dat vaak ook voor een stuk façade is. De aanwezigheid van vrouwelijke leiders was daarbij erg nuttig, ook om bij de kiezers – vrouwelijke kiezers zijn gemiddeld wat minder extreem en minder gediend van harde taal – de zogenaamde radical right gender gap te verkleinen.

De Nederlandse inclusie- en exclusiesocioloog Niels Spierings (Radboud Universiteit) vindt dat de omvang van die kloof enige nuancering behoeft. ‘In bijna alle West-Europese landen die we onderzocht hebben, ook in Italië, zie je dat vaak meer mannen dan vrouwen voor populistisch-rechtse partijen stemmen. Tegelijkertijd komt ook in die landen nog vaak 40 tot 45 procent van de stemmen van vrouwen. De verhouding is dus wel scheef, en meer dan bij de meeste andere partijen, maar ook niet superscheef. Zonder de vrouwenstemmen zouden die partijen bijna de helft van hun zetels kwijt zijn.’

Dat vrouwen stemmen op partijen die niet hun belangen dienen, hoeft niet te verbazen. ‘Vrouwen zijn mensen, zou ik bijna zeggen’, zegt Spierings. ‘Ze hebben politieke ideologieën en kunnen ook economisch relatief rechts zijn, tegen migratie of anti-Europa. Die dingen kunnen voor vrouwen belangrijker zijn dan emancipatievraagstukken.’

Sowieso is de allerbelangrijkste reden voor de populariteit van radicaal-rechts bij mannen én vrouwen dezelfde: hun houding tegenover migratie en de islam. Wat de queens van radicaal-rechts concreet voor vrouwen in petto hebben, is niet altijd duidelijk. De meesten zijn toch vooral met migratie bezig. Als het gaat over emancipatievraagstukken, lijken vrouwen als Giorga Meloni te dromen van een samenleving waarin mannen nog mannen en vrouwen nog vrouwen zijn, genderrollen overzichtelijk binair, en het moederschap de belangrijkste lotsbestemming voor vrouwen. Ook het Vlaams Belang bij ons en de AfD in Duitsland voerden campagne met slogans als ‘Nieuwkomers maken we zelf’. Verwijzingen naar complottheorieën als de omvolkingstheorie zijn bij Meloni en co. dan nooit ver weg.

Eugenia Roccella, Meloni’s partijgenote en minister van Familie en Geboorte, zei vorige zomer nog dat abortus geen recht is. Meloni is ook fel tegen abortus, hoewel ze niet aan de wet lijkt te zullen raken. ‘Maar in een van de regio’s in Italië waar haar partij de meerderheid heeft, hebben ze de toegang tot abortus veel moeilijker gemaakt ‘, zegt Sara Farris. ‘En in Italië is het zo al erg lastig is om een abortus te krijgen. Meloni hoeft op dat vlak dus niet gek veel te doen.’

Barbara Pas: ‘Vrouwenquota zijn vernederend’

Bij ons is Barbara Pas, Kamer-fractievoorzitter en onder-voorzitter van het Vlaams Belang, het bekendste vrouwelijke uithangbord van radicaal-rechts. We horen haar partij wel vaker over vrouwenrechten die als gevolg van migratie onder druk komen te staan. Maar wat met de positie van vrouwen in het al-gemeen?

Het Vlaams Blok / Vlaams Belang verdedigde jarenlang het idee van vrouwen aan de haard.

Barbara Pas: Dat hardnekkige vooroordeel heeft zijn oorsprong in een standpunt dat we ook vandaag nog verdedigen, namelijk dat we een van de ouders de kans willen geven om enkele jaren thuis te blijven en voor de kinderen te zorgen, en daarvoor financieel willen vergoeden. Dat voorstel wordt door politieke tegenstanders vertaald als: jullie willen vrouwen aan de haard kluisteren. Maar dat is een leugen. In veel gevallen zal het in de praktijk misschien de moeder zijn, maar ons programma-standpunt geldt voor elke thuiswerkende ouder. Of dat de vader of de moeder is, moet het gezin maar uitmaken.

Als het gaat over reproductieve rechten zoals abortus, is het Vlaams Belang vandaag nog als enige Vlaamse partij vierkant tegen.

Pas: We gaan altijd uit van de rechten van het kind. Toen er een paar jaar geleden een waanzinnige uitbreiding van de abortuswet op tafel kwam, hebben wij ons er samen met de CD&V en de N-VA tegen verzet. Wij vinden dat abortus niets met vrouwenrechten te maken heeft, maar alles met het recht op leven.

Zou u, indien het in uw macht lag, de abortuswet willen afschaffen?

Pas: Wat ons betreft gaat de huidige wetgeving ver genoeg. Wij hebben geen ambities om aan die wet te sleutelen. Dit land heeft andere problemen.

Hoe staat u als vrouw tegenover een uitgesproken vrouwonvriendelijke, seksistische organisatie als Schild & Vrienden van Dries Van Langenhove, een lid van uw Kamerfractie?

Pas: Ik kan me heel erg storen aan vulgaire en seksistische opmerkingen over vrouwen. Als je in de politiek zit, krijg je vaak te maken met tegenstanders die je uitschelden op sociale media. Dat hoort er als publieke figuur helaas bij. Maar er bestaat nog altijd zoiets als vrije meningsuiting. En hoe degoutant ik sommige uitspraken ook vind, ze zeggen vooral iets over degene die ze doet. Hetzelfde denk ik over sommige memes en andere zaken van Schild & Vrienden die walgelijk zijn of over de schreef gaan. Maar het gaat mij veel te ver om het allemaal te verbieden of strafrechtelijk te vervolgen. Ik ben ook blij dat ik geen partijvoorzitter heb zoals Conner Rousseau (Vooruit), die als dj in een discotheek roept: ‘Whose pussy is wet?’ Zulke respectloze uitspraken heb ik binnen mijn partij nog niet gehoord.

Zou een vrouw voorzitter van uw partij kunnen worden?

Pas: Waarom niet? Maar de inhoud, niet het geslacht van de politicus primeert. Zaken zoals vrouwenquota vind ik om die reden betuttelend en vernederend.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content