‘Net voor kerst keurde de Vlaamse Regering een zogenaamd ‘noodplan voor sociaal wonen’ goed. Wat als een daadkrachtig antwoord op de wooncrisis wordt voorgesteld, blijkt bij nader inzien geen samenhangend plan te zijn, maar een optelsom van losse maatregelen’, schrijft Joy Verstichele van het Vlaams Huurdersplatform.
Terwijl de ambitie om het aantal sociale woningen uit te breiden beperkt blijft, en de kern van de woonproblematiek niet wordt aangepakt, wordt er wel steeds meer nadruk gelegd op bijkomende voorwaarden, controle en sancties voor sociale huurders en kandidaat-huurders.
Te weinig ambitie voor meer sociale woningen
De Vlaamse Regering keurde in september 2025 een nieuwe langetermijndoelstelling goed voor de uitbreiding van het sociaal woonaanbod, wat benoemd wordt als het nieuwe Bindend Sociaal Objectief. Lokale besturen krijgen bindende doelstellingen opgelegd tot 2042 en riskeren sancties als zij die niet halen. Die resultaatsverbintenis juichen wij toe. Tegelijk moeten we vaststellen dat het ambitieniveau veel te laag ligt. Met deze doelstellingen vindt slechts één vierde van de gezinnen die vandaag op de wachtlijst staan tegen 2042 een woonoplossing. Voor die andere 150.000 gezinnen biedt dit ‘noodplan’ geen perspectief.
Tegen die achtergrond is het des te problematischer dat de Vlaamse Regering parallel inzet op maatregelen die sociale huur duurder, strenger en minder zeker maken.
Arbeidsvoorwaarden zonder woonperspectief
Het plan koppelt sociale huisvesting steeds nadrukkelijker aan activering. Alle kandidaat-huurders met arbeidspotentieel, ook wie nooit een sociale woning zal krijgen, zullen zich verplicht moeten inschrijven bij VDAB en moeten meewerken aan arbeidstrajecten. Ook sociale huurders die nu al ingeschreven moeten zijn bij VDAB, zullen strenger beoordeeld worden op hun medewerking.
Wie als werkonwillig wordt bestempeld of weigert zich in te schrijven, riskeert sancties. Na het doorlopen van een wachttijd van twee jaar of, in bepaalde gevallen, al na zes maanden bij weigering tot inschrijving, zal een hogere huurprijs worden aangerekend, gebaseerd op een minimaal arbeidsinkomen. Die wachttijd loopt bovendien al tijdens de periode dat men op de wachtlijst staat, waardoor de sanctie van een hogere huurprijs voor kandidaat-huurders kan gelden vanaf het moment dat zij een sociale woning betrekken.
De concrete uitwerking is nog onduidelijk, maar het is wel duidelijk dat een grondrecht als wonen steeds meer wordt ingezet om gedrag af te dwingen.
Taalvereisten als drempel
Ook de taalvoorwaarde wordt verder verstrengd. Vandaag moeten nieuwe sociale huurders Nederlands Mondeling A2 behalen; in de toekomst wordt dat niveau B1. Taalwetenschappers noemen deze vereiste erg ambitieus. Wij stellen ons bovendien fundamenteel de vraag waarom taalbeleid wordt ingebed in een sociaal woonbeleid. We zien niet in waarom de taalverwachtingen anders zouden moeten zijn naargelang iemand eigenaar, private huurder of sociale huurder is.
Doorgeslagen aanpak van domiciliefraude
De controle op sociale huurders wordt tot in de absurditeit opgevoerd, tot en met de afvalophaling toe. In de strijd tegen domiciliefraude kan straks ook te veel of te weinig afval als bewijselement dienen.
Als het gaat over de terechte strijd tegen domiciliefraude, dan wordt er trouwens altijd met twee maten en twee gewichten gemeten. De afvalzakken van de tweedeverblijvers die zich omwille van fiscale redenen domiciliëren in een kustgemeente waar ze eigenlijk niet wonen, blijven buiten schot.
Hogere sociale huurprijzen
Voor wie vanaf 1 maart een nieuw sociaal huurcontract ondertekent, stijgt de huurprijs gemiddeld met zo’n 30 euro per maand. Die aangepaste huurprijsberekening geldt niet enkel voor nieuwe sociale huurders, maar ook voor sociale huurders die bijvoorbeeld verplicht moeten verhuizen wegens renovaties. Dat voelt erg wrang: zij betalen na renovatie vaak al meer voor hun woning en krijgen daar nu nog een extra verhoging bovenop.
We maken ons zorgen over de impact op het armoederisico en wachten verdere simulaties af. Het lijkt er bovendien op dat vooral de huurprijzen van sociale woningen van de laagste kwaliteit het sterkst zullen stijgen, doordat de minimale huurprijzen fors worden opgetrokken. Dat zal woonmaatschappijen vermoedelijk niet aanmoedigen om deze woningen sneller te renoveren, terwijl dat net de bedoeling zou moeten zijn. Ook zal dit de sociale huurders met de laagste inkomens het hardste treffen. Positief is wel dat gescheiden ouders die beiden in een sociale woning wonen, allebei een volledige gezinskorting zullen krijgen, terwijl die nu gesplitst wordt.
Deze nieuwe huurprijsberekening zal vanaf 1 januari 2027 ook gelden voor alle woningen die door de woonmaatschappij worden ingehuurd. Huurders in deze woningen zullen vanaf dan een nieuwe huurprijs betalen. Omdat hun huur vandaag vaak hoger ligt dan die van de klassieke sociale woningen, mogen de meesten onder hen een lagere huurprijs verwachten.
De nieuwe huurprijsberekening maakt deel uit van een nieuw financieringssysteem, met ook nieuwe, meer voordelige leningsmechanismes. Financieel gezonde sociale verhuurders zijn belangrijk voor de stabiliteit van onze sociale huurmarkt. Toch blijft het moeilijk te verantwoorden dat kwetsbare huurders worden aangesproken om financiële tekorten te dichten. De financiering van de sociale huur verdient volgens ons een groter aandeel van het werkingsbudget van de Vlaamse overheid.
Toewijzing
In het toewijzingssysteem zien we enkele bijsturingen in de positieve zin. Zo wordt de invulling van ‘lokale binding’ verruimd: naast de woonplaats tellen voortaan ook werk en mantelzorg mee als factoren die een lokale binding aantonen. Toch blijft voldoen aan de lokale bindingsvoorwaarde moeilijk haalbaar voor mensen in de meest kwetsbare woonposities, wat haaks staat op de doelstellingen van de sociale huurmarkt die uitgerekend voor deze doelgroep een oplossing zou moeten kunnen bieden.
Wanneer een kandidaat in de toekomst een woning weigert die uiteindelijk aan iemand hoger op de wachtlijst wordt toegewezen, zal dat niet langer meetellen als officiële weigering. Dat voorkomt onterechte sancties zoals het verlies van de huurpremie of schrapping van de wachtlijst. Een verandering waarvoor we al lang ijveren.
Beperkte bijsturing van de vermogenstoets
Hoewel het Steunpunt Wonen nog werkt aan een grondige evaluatie van de vermogenstoets in de sociale huur, wordt nu al een eerste aanpassing doorgevoerd. Voortaan wordt de vermogenstoets voor een partner die na de start van het huurcontract komt inwonen niet langer toegepast als de partner pas na het eerste jaar intrekt.
Besluit
Deze nieuwe regels zijn gelukkig nog niet definitief en moeten eerst nog worden beoordeeld door de Raad van State. Ondanks het politiek akkoord, hopen wij dat er de komende weken nog ruimte is voor een grondige analyse en bijsturingen. Want wie de woonnood écht wil aanpakken, moet vertrekken van ondersteuning, vertrouwen, betaalbaarheid en vooral voldoende sociale woningen en niet van extra drempels en straffen.