De N-VA heeft haar visie op de subsidiëring van het sociaal-cultureel volwassenenwerk klaar. Afstand nemen van geweld wordt een vereiste om geld te krijgen. Critici vrezen politieke willekeur.
De N-VA wil de subsidiëring voor het sociaal-cultureel volwassenenwerk grondig hertekenen. Dat blijkt uit een conceptnota die de N-VA-fractie indient in het Vlaams Parlement. De nota, die nog niet werd besproken, is een antwoord op de commotie rond de zowat 80 miljoen euro aan subsidies waarover de Vlaamse regering eind vorig jaar moeizaam een akkoord vond. De N-VA stond neus aan neus met regeringspartner Vooruit, die met Caroline Gennez de bevoegde minister levert.
Minister Gennez wilde geen subsidies meer geven aan verschillende Vlaamsgezinde organisaties, zoals de Vlaamse Volksbeweging (VVB), vanwege slechte evaluaties door beoordelingscommissies.
De N-VA eiste daarop dat verschillende ‘woke’ organisaties op droog zaad werden gezet, ook al kregen zij positieve beoordelingen. Het Gentse Labo vzw en het Brusselse Headquarters of the Movement (HOTM) verloren de volledige subsidie. De organisaties Vrede, Vredesactie, Climaxi en DeWereldMorgen kregen minder geld dan waar ze recht op hadden. In de ogen van de Vlaamse regering hadden ze zich niet voldoende gedistantieerd van de acties van klimaatactivisten van Code Rood, die op de radar van de veiligheidsdiensten zijn verschenen. De zes geviseerde organisaties stapten samen naar de Raad van State tegen de beslissing.
‘Dat uitgerekend de partij van Theo Francken verwacht dat organisaties niet polariseren, vind ik op z’n zachtst gezegd straf’
Minder ‘sociaal’, meer ‘cultureel’
Om toekomstige subsidierondes te vergemakkelijken, wil de N-VA een nieuw decreet. In het huidige decreet van 2017 moeten organisaties voldoen aan verschillende ‘rollen’ en ‘functies’ om in aanmerking te komen voor subsidies. De N-VA wil dat organisaties voortaan enkel nog beoordeeld worden op hun ‘gemeenschapsvormende functie’ en hun ‘cultuurfunctie’.
Twee rollen vallen dus weg: de kritische rol (‘het ter discussie stellen van waarden, normen, opvattingen, instituties en spelregels’) en de laboratoriumrol (‘experimenteren met nieuwe maatschappelijke spelregels als antwoord op complexe samenlevingsvraagstukken’).
Volgens Vlaams Parlementslid Gijs Degrande streeft de N-VA naar vereenvoudiging. ‘De huidige wirwar van rollen en functies is funest voor zowel de organisaties zelf als voor de beoordelingscommissies. Wij pleiten ervoor om belastinggeld in te zetten waarvoor het is bedoeld: cultuur en gemeenschapsvorming. In het sociaal-culturele volwassenenwerk willen we dus iets meer inzetten op het culturele en iets minder op het sociale.’
Degrande ontkent dat de N-VA het kritische middenveld wil muilkorven. ‘Organisaties mogen kritisch zijn, dat is gezond voor de democratie. Maar de overheid hoeft hen daarom nog geen subsidies te geven. Zolang ze een culturele en gemeenschapsvormende rol blijven opnemen, blijven ze in aanmerking komen voor subsidies.’
Ook organisaties ‘die aantoonbaar werken op basis van exclusieve etnisch-culturele segregatie’ zullen nul op het rekest krijgen.
De N-VA wil ook decretaal vastleggen dat organisaties geen cent meer krijgen als ze ‘de gemeenschapsopbouw ondermijnen, bijvoorbeeld door geweld te gebruiken of geen afstand te nemen van oproepen tot geweld of discriminatie’. Ook organisaties ‘die aantoonbaar werken op basis van exclusieve etnisch-culturele segregatie’ zullen nul op het rekest krijgen.
Daarnaast wil de N-VA organisaties een ‘charter tegen polarisatie’ laten ondertekenen – al wordt dat het liefst niet opgelegd. ‘Opnieuw: iedereen mag kritisch zijn,’ zegt Degrande, ‘maar de manier waarop die kritiek wordt geuit moet binnen de grenzen van de rechtsstaat gebeuren.’
‘Wij pleiten ervoor om belastinggeld in te zetten waarvoor het is bedoeld: cultuur en gemeenschapsvorming’
Politieke willekeur
De werking van de huidige beoordelingscommissies moet ook op de schop. ‘De beoordelingscommissies hebben in de laatste beoordelingsronde gefaald om een onafhankelijk, deskundig en waardevrij advies te formuleren’, staat er letterlijk. Voor de Vlaams-nationalisten is het duidelijk: enkel de regering heeft het laatste woord over wie welke subsidies krijgt.
De conceptnota heeft geen juridische waarde. Bovendien waakt Vooruit over het departement Cultuur. Maar de N-VA blijft wel de grootste regeringspartij.
Vanuit de sector wordt ongerust naar de ontwikkelingen gekeken. ‘Organisaties die de overheid en dominante waarden kritisch bevragen als kern van hun werking, verliezen de expliciete decretale legitimatie van die kritische rol’, zegt Pascal Debruyne, docent sociaal werk aan hogeschool Odisee.
Ludo De Brabander, woordvoerder van Vrede vzw, zegt dat de N-VA het omgekeerde doet van wat ze beoogt. ‘Ze zeggen dat de beoordelingscriteria vandaag niet duidelijk zijn, maar ze zijn net glashelder. Door de beoordelingscommissies in te perken, creëren ze juist meer politieke willekeur en dus onduidelijkheid. En dat uitgerekend de partij van Theo Francken verwacht dat organisaties niet polariseren, vind ik op z’n zachtst gezegd straf.’