In verschillende Vlaamse subsidiedossiers was een hoofdrol weggelegd voor de Inspectie van Financiën. Maar wat doet die eigenlijk? ‘De inspecteurs hebben ongelofelijk veel kennis en zouden de leidraad moeten zijn.’
‘Ik kan jullie een hele opsomming geven van dossiers van andere collega’s met een ongunstig advies van de Inspectie van Financiën, die toch door de strot worden geduwd. Als we het spel zo moeten spelen: I’m ready.’
De aanval is de beste verdediging, moet onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) hebben gedacht. Vorige donderdag beet ze van zich af in het dossier rond de 8,25 miljoen euro voor de Thomas More Hogeschool. Ja, de Inspectie van Financiën had opmerkingen over de manier waarop ze een openbare aanbesteding had stopgezet – ze sprak van ‘geen teken van goed beleid’. Maar finaal gaf ze wel groen licht. Dat is dus niet het geval met alle dossiers, aldus Demir.
Het doet de vraag rijzen wat het belang nog is van de Inspectie van Financiën, vaak afgekort tot IF. In tegenstelling tot instellingen als het Rekenhof, komt de IF vroeg in het beleidsproces in het spel. ‘Bij beslissingen met een budgettaire impact geven ze een advies over de wettelijkheid van de subsidie, en of die proportioneel en verantwoord is én binnen de budgettaire krijtlijnen valt’, zegt professor bestuurskunde Bram Verschuere (UGent).
‘De inspecteurs zouden de leidraad moeten zijn.’
Tweede zit
Officieel is het een interfederaal korps met hoofdzetel in Brussel: 61 inspecteurs staan in voor alle overheden in ons land. De federale regering telt 35 inspecteurs, de Vlaamse 11.
Een negatief advies kan allerlei redenen hebben, zegt Verschuere. ‘De IF werkt op basis van de drie e’s: efficiency, effectiveness en economy (zuinigheid, nvdr). Natuurlijk is goed bestuur voor iedereen anders. De meest zuinige oplossing is niet per definitie de best mogelijke.’
Daarom dat ministers, zoals Demir zegt, af en toe dossiers doorduwen. Dat bevestigt ook een gewezen kabinetsmedewerker. ‘Op ministerraden, zeker die net voor een vakantie, wil iedereen iets. Bij dossiers met een negatief advies is het aan de minister van Begroting om zich uit te spreken over het dossier. Als die het rode licht geeft, is het aan de voltallige ministerraad om al dan niet te overrulen.’
Maar dan neemt een minister een politiek risico. ‘Zodra de oppositie of de media lucht krijgen van een negatief advies, groeit het belang van een degelijke motivatie’, zegt professor Verschuere. Let wel, een eerste negatief advies kan altijd nog positief worden ‘in tweede zit’. Door aanpassingen of documenten toe te voegen, kan die klus al snel geklaard zijn.
Politieke druk
Er is nog een andere optie: de minister van Begroting kan na een negatief advies van de IF alsnog overgaan tot een positieve beslissing, zij het onder voorwaarden. ‘Als staatssecretaris voor Begroting in de regering-De Croo kreeg ik af en toe telefoontjes van collega’s om te vragen of ik akkoord zou gaan onder voorwaarden’, zegt huidig Vlaams Parlementslid Eva De Bleeker (Open VLD). ‘Maar het ombuigen van een negatief advies naar een positief met voorwaarden onder politieke druk is geen goed bestuur. De inspecteurs hebben ongelofelijk veel kennis en zouden de leidraad moeten zijn.’
‘Meerdere inspecteurs hebben een partijkleur.’
Opvallend is dat in de verschillende stormpjes vorige week geen sprake was van een negatief advies van de IF. Naast Demir kwamen nog twee ministers in opspraak. Minister van Landbouw Jo Brouns (CD&V) gaf 5 miljoen euro aan de Boerenbond – wat de N-VA aanhangig maakte. En minister van Welzijn Caroline Gennez had zowat 1 miljoen euro veil voor een vzw waarvan een van haar cabinetards tot twee jaar geleden nog voorzitter was – wat oppositiepartij Groen gelijkstelde aan ‘oude PS-praktijken van zelfbediening’.
Telkens was er wél een positief advies van de IF. Dossiers met negatieve adviezen die wel werden goedgekeurd werden (nog) niet breed uitgesmeerd. Dat komt wellicht omdat de Vlaamse regering collegiaal beslist, en dus iedereen verantwoordelijk is.
De IF is notoir streng. De inspecteurs genieten van een goedbetaald en beschermd statuut. Volgens sommigen zit men er beter gebeiteld dan leidende ambtenaren. Ze nemen doorgaans dus geen blad voor de mond.
Dat zou ook te maken hebben met hun partijpolitieke verwantschap. Dat zit zo: iedere regeerperiode worden de Inspecteurs van Financiën herschikt over de verschillende beleidsdomeinen. De laatste keer gebeurde dat in mei. Een bron binnen de Vlaamse meerderheid legt uit hoe dat in zijn werk gaat: ‘Meerdere inspecteurs hebben een partijkleur. Bij voorkeur worden ze zo herschikt door de verschillende regeringspartijen dat inspecteurs níét het domein van ministers met dezelfde politieke kleur controleren.’ Met andere woorden: een extra veiligheidsgrendel om vriendjespolitiek te voorkomen.