Wouter Van Besien: ‘De meerwaarde van Groen is niet duidelijk’

Wouter Van Besien © IMAGE GLOBE
Peter Casteels
Peter Casteels Redacteur Knack

Terwijl Groen op zoek is naar een nieuwe voorzitter, laat Wouter Van Besien zijn licht schijnen over het hele partijlandschap. Hij leidde de partij tussen 2009 en 2014. ‘Groen is geen geoliede machine meer.’

Wouter Van Besien schreef na de verkiezingen in 2019 een analyse van de teleurstellende verkiezingsuitslag van zijn partij. Hij werd toen zelf als lijstduwer niet meer verkozen en verliet nadien de nationale politiek. Ondertussen is hij al twee jaar coördinator duurzaam en ethisch bankieren bij VDK Bank, maar Van Besien – nog altijd lid van de Antwerpse gemeenteraad – volgt de politiek nog steeds met meer dan een half oog. Hij roept in dit gesprek op tot meer progressieve samenwerking tussen Groen, Vooruit en CD&V, maar, nu zijn partij door woelig water gaat, is het die kritiek uit 2019 die eerst blijft nazinderen. ‘Heb je poen, stem dan Groen’, was één van de belangrijkste kritieken die uit die nota in de kranten raakte: in haar strijd tegen de klimaatverandering had de partij geen oog voor de mensen die bang zijn dat de klimaattransitie hen geld gaat kosten dat ze helemaal niet hebben.

Is dat nog steeds zo, meneer Van Besien?

Wouter Van Besien: Voor alle duidelijkheid: niemand binnen Groen wil een klimaattransitie die niet sociaal is. Er is in de partij wel een stroming die vindt dat we moeten benadrukken dat de komende periode moeilijk en pijnlijk zal worden voor iedereen. Dat is geen aantrekkelijke boodschap, en dat klopt ook gewoon niet. Neem hernieuwbare energie, één van de groene stokpaardjes: dat maakt ons onafhankelijker van andere landen, maar is vandaag ook de beste garantie voor betaalbare energie. Het is nu aan de kandidaat-voorzitters om met een goed verhaal te komen, en een aanbod waarmee ze kiezers kunnen overtuigen: zij moeten bewijzen dat die omslag naar een groene economie noodzakelijk is en de mensen ook goed zal doen. Momenteel gaat de discussie in de partij te veel over toon en attitude. Groen moet terug fier zijn op zichzelf. De kandidaten stellen daarover allemaal hetzelfde: we zijn goed bezig, maar we geloven het zelf te weinig . Het is niet verkeerd om trots te zijn op de partij, maar er zal toch ook nog een inhoudelijk debat moeten volgen.

Ging het de voorbije jaren ook al te veel over toon en attitude?

Van Besien: Groen is vooral bezig geweest met het verdedigen van Vivaldi. De partij viel zo goed als samen met de regering-De Croo, waardoor ook niet meer duidelijk is wat de meerwaarde was van Groen. Voer uit wat er beslist is in de coalitie, maar kijk vooral ook verder naar wat voor Groen de volgende stappen moeten zijn. Al de energie ging naar Vivaldi. Gecombineerd met een intern wantrouwen, werd het moeilijk om een enthousiasmerend verhaal te schrijven.

Intern wantrouwen?

Van Besien: ’t Schijnt. (bulderlach) De teleurstellende uitslag zorgde er in 2019 in ieder geval voor dat de partij even niet wisten wat ze moest doen, en daar kwamen dan nog eens de discussies bovenop over wie er in de regering-De Croo moest zitten. Dat was niet evident, en daardoor is Groen geen geoliede machine meer.

Kan de nieuwe voorzitter in assertiviteit dan iets van Georges-Louis Bouchez leren?

Van Besien: Absoluut niet, nee. Gemaakte afspraken binnen een regering vervolgens ondermijnen, dat voedt enkel het wantrouwen in de politiek.

Is Groen stilaan niet bang dat in 2024 hetzelfde kan gebeuren als in 2003? Toen verdween de partij uit de Kamer.

Van Besien: Alles is mogelijk natuurlijk – dat bewees 2003 -, maar ik zie dat nu niet gebeuren, nee. Groen staat echt wel sterker dan toen.

De angst voor zo’n scenario leek mij de verklaring waarom geen enkele topper zich kandidaat durfde stellen voor het voorzitterschap.

Van Besien: Ik kan u niet helpen met de ware intenties van iedereen die niet meedoet. Ik had zelf een duidelijke favoriet: Elke Van den Brandt, die nu minister is voor mobiliteit en openbare werken in de Brusselse regering. Ik heb het haar vaak gevraagd, maar ze wilde vooral Brussel niet in de steek laten. Dat begrijp ik wel – Groen is daar goed bezig -, ook al had de partij haar goed kunnen gebruiken. Ik ben wel al heel tevreden dat Groen sowieso een duovoorzitterschap krijgt. Dat soort van gedeeld leiderschap past helemaal bij onze partij, en het geeft de kans om meer diversiteit te tonen dan met één leider. Het werkt ook gewoon. In Luxenburg en Duitsland hebben ze zo’n dubbelrol, net als Ecolo. Die drie partijen scoren heel goed. Als u per se mijn stem wil kennen: Ik denk dat ik uiteindelijk voor Jeremie Vaneeckhout en Nadia Naji zal kiezen. De diplomatie van Jeremie en het enthousiasme van Nadia vullen elkaar heel goed aan. Al mag het debat tussen de kandidaten stilaan echt op gang komen. Ik wil weten waar ze naartoe willen met Groen, en hoe ze bijvoorbeeld naar progressieve samenwerking kijken.

Het debat tussen de kandidaten mag stilaan echt op gang komen. Ik wil weten waar ze naartoe willen met Groen, en hoe ze bijvoorbeeld naar progressieve samenwerking kijken.

Wordt progressieve samenwerking belangrijk in de toekomst?

Van Besien: Ik zie mogelijkheden, ja. U vraagt mij graag uit over de problemen bij Groen, maar CD&V is de partij die de grootste existentiële crisis doormaakt. Zij waren altijd de belichaming van een maatschappelijk compromis, maar zo’n positie overtuigt enkel kiezers als ze ook als grootste partij de leiding van dat compromis konden nemen. Die middenpositie werkt vandaag gewoon niet meer, een nieuwe voorzitter kan dat niet verhelpen. CD&V bevindt zich op het punt waar de Volksunie zich in haar laatste dagen bevond. Die partij heeft zich opgesplitst, en werd op die manier een groot succes. N-VA staat vandaag nog altijd veel sterker dan de VU ooit is geweest, en veel ex-VU’ers zitten in andere partijen op belangrijke posities. Ik hoop dat uit CD&V een Daensistische, progressieve partij opstaat, en rechtse CD&V’ers zoals Hendrik Bogaert en Pieter De Crem de vrijheid krijgen om hun eigen weg te zoeken.

Is Sammy Mahdi ook zo’n rechtse CD&V’er?

Van Besien: Hij zegt zelf dat hij sociaal-economisch links is en sociaal-cultureel rechts. Of omgekeerd, dat kan ook. Altijd lastig te zeggen met CD&V’ers, u zal het hem voor de zekerheid zelf moeten vragen. (lacht)

Zitten we echt nog te wachten op een nieuwe, Daensistische dwergpartij?

Van Besien: Wie zegt dat zo’n CD&V niet even hard kan groeien als de N-VA toen zij bevrijd werd van de spreidstand binnen de Volksunie? Die nieuwe is ook de ideale partner voor progressieve samenwerking met Groen en Vooruit. Die moeten niet allemaal opgaan in één partij, ze hebben drie verschillende ideologieën. Ze moeten wel samen front vormen, een inhoudelijke programma uitwerken, en samenwerking zoeken met het middenveld en ondernemers. Ze hoeven het niet over alle details eens te zijn, maar belangrijke thema’s als ongelijkheid en de klimaatverandering moeten ze samen aanpakken. Dat lijkt mij trouwens veel vruchtbaarder de drie traditionele partijen bij elkaar te duwen, want dat is CD&V in het kwadraat. Ik geloof ook niet echt in een rol voor Open VLD in zo’n progressieve samenwerking. Als het over eerlijke fiscaliteit, of het versterken van de sociale zekerheid gaat, is dat geen geloofwaardige partner.

Droomt u dan van een kartellijst in 2024?

Van Besien: Dat zal tegen die datum niet lukken, en ik denk ook niet dat het op lange termijn nodig is. Het gaat vooral om inhoudelijke speerpunten en afspraken om na verkiezingen samen te willen regeren.

Vooruit-voorzitter Conner Rousseau kijkt eerder naar de N-VA voor mogelijke samenwerkingen na de verkiezingen van 2024. Tot zover uw front.

Van Besien: Rousseau geeft vooral aan per se te willen meebesturen in de volgende Vlaamse regering. Hij lijkt de rekensom te hebben gemaakt dat hij daarvoor de N-VA nodig heeft, en hij mag van mij natuurlijk met De Wever praten. Het lijkt mij strategisch alleen slimmer om naar links te kijken voor samenwerking, ook om eerst zoveel mogelijk kiezers te overtuigen.

U zit in de Antwerpse gemeenteraad. Heeft de samenwerking tussen N-VA en Vooruit de potentie om uit te groeien tot een Vlaamse coalitie?

Van Besien: De cohesie is duidelijk – tussen N-VA en Vooruit althans, Open VLD hebben ze ondertussen samen genekt in Antwerpen. Het is moeilijk om ze als oppositie uit elkaar te spelen, want ze hebben hun antwoorden altijd goed met elkaar afgesproken. De coalitie marcheert dus. Maar is dat echt het toekomstbeeld dat Vooruit voor de rest van Vlaanderen in gedachten heeft? In Antwerpen zullen er in zes jaar tijd zeshonderd sociale woningen bijkomen – honderd per jaar -, terwijl er 70.000 mensen op een wachtlijst staan. De woningcrisis wordt gewoon genegeerd, die mensen worden in de armen van huisjesmelkers gedreven. Vorig jaar hadden we ook in Antwerpen het hoogste aantal letselongevallen bij fietsers in tien jaar tijd. Verkeersveiligheid is nog altijd geen prioriteit, en – een laatste schandvlek – de stadsontwikkeling is nu wel echt uit handen gegeven aan de bouwpromotoren. Ze mogen zelfs hun eigen ruimtelijke plannen tekenen. De stad trekt zich terug, met als gevolg dat het de wet van de sterkste is die geldt. Dat is het omgekeerde van wat een links stadsbestuur moet doen.

Maar wat heeft Conner Rousseau dan dat de groenen niet hebben? De socialisten doen het alvast veel beter in de peilingen.

Van Besien: Hij heeft Vooruit gestructureerd rond één leider, en de verpersoonlijking van de politiek heel ver doorgevoerd. En hij voert een flinks verhaal over migratie en integratie. Ik gun hem dat allemaal, maar ik word er zelf absoluut niet enthousiast van. Geef mij dan maar een divers duo aan de top van de partij. Zijn uitspraken rond Molenbeek hebben mij zelfs persoonlijk geraakt. Ik woon al dertig jaar met heel veel plezier in Borgerhout, maar ik herinner me nog goed de periode waarin ook ons district politiek werd gebruikt in nationale debatten. Dat is heel erg wrang. I felt their pain. Ik was heel fier toen de Borghoutse Reuzenstoet vorige week de Ultima voor immaterieel erfgoed kreeg. Dat is natuurlijk vooral de verdienste van de mensen die ermee bezig zijn, maar toen ik districtsburgemeester was hebben wij die stoet nieuw leven ingeblazen door voor nieuwe reuzen te zorgen. Iedereen mocht er één helpen maken. Er liep meteen ook een reus mee met een hoofdoek, dat moet een primeur zijn. Een traditie van meer dan driehonderd jaar werd in die buurt een sociale happening waar iedereen zich thuis voelde. Dat soort initiatieven zijn echt heel belangrijk voor onze gemeenschapsvorming, en zinvoller dan enkele snelle quotes in een interview.

Jeremie Vaneeckhout wil zich met Groen eigenlijk liever op het platteland richten: daar zit volgens hem de groei. Terecht?

Van Besien: In Vlaanderen betekent zoiets al snel anti-stedelijkheid, wat het gelukkig bij Jeremie niet is. Het is heel belangrijk dat er in Vlaanderen bloeiende dorpskernen zijn, en dat de open ruimte verzekerd blijft. Groen kan daar scoren, met een verhaal dat net de samenhang tussen het platteland en de steden onderstreept. Die gebieden zijn ook belangrijk voor de belangrijkste strijd van allemaal: die tegen extreemrechts. Iedereen kan wel de rekening van zijn partij maken, maar dat wordt de inzet in 2024. We moeten iets tegenover het nationalisme kunnen zetten, en dat zal niet individualisme zijn, en ook niet het globalisme, het idee dat we evenveel verbonden zijn met de zeven miljard wereldburgers die op deze planeet leven. Ik ben ook een gemeenschapsdenker. Mensen zoeken een sense of belonging, of dat nu in Borgerhout is of Anzegem. Het wordt enkel foute boel vanaf dat wij denken te moeten bepalen wat het precies betekent om Vlaming te zijn of om tot die gemeenschap te behoren. Het maakt niet uit wat mensen graag eten, of wat ze liefst op hun hoofd zetten. Iedereen moet het gevoel kunnen hebben erbij te horen. Iedereen moet meedoen en participeren, huidskleur of een vaag omschreven vlamingschap mogen er niet toe doen.

Groen zat in geen enkele Vlaamse regering die de zonnepanelen helemaal mismeesterd heeft, terwijl mensen denken dat het allemaal het idee van de groenen was.

Voor Groen blijft het klimaat waarschijnlijk het belangrijkste thema. Wim Van Lancker zei onlangs in Knack dat het klimaatbeleid nog altijd gesneden is op maat van de hoge inkomens. Klopt dat?

Van Besien: Ja. Alleen jammer dat Groen daar vaak de schuld van krijgt, terwijl zij daar even vaak niets mee te maken hebben. Groen zat in geen enkele Vlaamse regering die de zonnepanelen helemaal mismeesterd heeft, terwijl mensen denken dat het allemaal het idee van de groenen was. Er moeten dringend collectieve oplossingen komen voor de klimaatverandering, want het klimaat is absoluut geen individuele verantwoordelijkheid. We moeten mensen geen schuldgevoel aanpraten, waar ze alleen maar rancuneuzer van worden als blijkt dat ze helemaal niet kunnen betalen wat er voor de klimaattransitie nodig is. De overheid moet tussen komen. Helaas, De Lijn in Antwerpen is nog altijd om te bleiten. On-be-grij-pe-lijk is dat, want goed openbaar vervoer is een eerste stap voor die klimaattransitie. Waarom wordt er ook niet nagedacht over collectieve isolatiewerken voor hele buurten? Er zijn wel experimenten vandaag, maar de overheid moet dat veel grootschaliger uitbreiden. Met vdk bank helpen wij vandaag mensen die hun woning energiezuiniger of klimaatneutraler willen maken. Wij kijken samen naar wat ze aan hun huis kunnen veranderen, maar ook wat de financieringsmogelijkheden zijn. Dat kunnen subsidies zijn, leningen en natuurlijk ook wat ze later zullen uitsparen aan energie. De overheid zou daar ook veel meer mee kunnen helpen.

Hebben iets als zonnepanelen nog wel overheidssteun nodig? Ze zijn met de huidige energieprijzen ontzettend rendabel.

Van Besien: Het is niet altijd alleen geld dat mensen over de streep kan trekken. In Engeland heeft men dat onderzocht, met een royale renovatiepremie. Het succes daarvan was al bij al beperkt: mensen hadden eenvoudigweg geen zin om heel hun zolder op te ruimen en klaar te maken voor isolatiewerken. Pas toen die zorgen hen ook uit handen werden genomen, raakten heel veel mensen geïnteresseerd. Die ontzorging is soms even belangrijk als de financiële middelen, hoewel geld natuurlijk vaak een factor blijft. Tegen 2050 moet elke woning een energielabel A hebben. Daar is vaak een diepe rennovatie voor nodig die gemiddeld zo’n vijftigduizend euro kost. Minstens de helft van de mensen kan dat niet betalen. We moeten er nochtans dringend werk van maken: elke jaar wordt nog maar zo’n één procent van de woningen op zo’n manier gerenoveerd, terwijl dat drie procent moet zijn om op tijd klaar te raken. Vlaanderen moet dus dringend op zoek naar financieringsmogelijkheden daarvoor. Wij werken heel graag mee, maar als bank kunnen we niet alles oplossen. (lacht)

U wil graag met Vooruit en CD&V samenwerken. Niet met de PVDA?

Van Besien: Ik denk eerlijk gezegd niet dat PVDA’ers daar zelf op zitten te wachten. Ze kiezen voor een activistische positie in het partijlandschap, en zijn minder gehecht aan nuance dan Groen, Vooruit en CD&V dat zijn.

Bent u bezorgd over hun opgang?

Van Besien: Er zijn grote verschillen met het Vlaams Belang: die partij is racistisch, en dat is de reden waarom wij daar nooit mee zullen samenwerken. De PVDA is niet racistisch. De PVDA pookt de polarisatie tussen mensen soms wel wat op. Ik vind ook dat er heel dringend iets gedaan moet worden aan de ongelijkheid in de samenleving, maar zij organiseren dan een fietstocht langs de villa’s van miljonairs. Daarmee viseer je die mensen echt. Ideeën moeten botsen, dat is zelfs essentieel in een democratie. Mensen horen niet te botsen.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content