Het is weer zover: een rondje gepalaver over de partijfinanciering. Dit keer is het naar aanleiding van Sihamegate. Samen met mijn collega's aan de KU Leuven formuleer ik al twintig jaar voorstellen om de regels inzake campagne- en partijfinanciering te verbeteren.

Een deel van de subsidies afhankelijk maken van de eigen inkomsten van de partijen, ook buitenparlementaire partijen een kleine subsidie geven, de financiering van partijen en fracties duidelijker van elkaar scheiden, het onderscheid tussen gewone en hoogstgeplaatste kandidaten afschaffen, kandidaten rechtstreeks financieren, enzovoort. Het is al lang een grijsgedraaide plaat.

Zullen de partijen dit keer wel in eigen vlees willen snijden? Dat is uiterst twijfelachtig. De bestaande regels versterken de particratie. Waarom zouden de partijbonzen nu vrijwillig afstand doen van die macht?

Ironisch genoeg was het precies met Sihame El Kaouakibi dat Open VLD een stap in de goede richting zette. Vanuit democratisch oogpunt was het 'systeem Sihame' zo slecht nog niet. Want wat hebben we het liefst? Partijen die hun kandidaten financieel aan de leiband leggen en in de pas doen lopen van een centraal gedirigeerde campagne? Of partijen die hun kandidaten financieel en inhoudelijk responsabiliseren? Dat laatste natuurlijk. Op voorwaarde dat het geldt voor alle kandidaten.

Helaas brengt de zaak een ander fundamenteel probleem aan het licht. Aanvankelijk leek er mij juridisch geen vuiltje aan de lucht met de financiering van El Kaouakibi's campagne. Het was pas eind vorige week dat ik van mijn stoel viel. Toen bleek dat zij bovenop het aangegeven bedrag nog 33.000 euro had gekregen voor een persoonlijke medewerker. Open VLD voorzitter Egbert Lachaert verklaarde doodleuk dat zulke uitgaven volgens zijn partij niet 'aangifteplichtig' zijn. En dit naar analogie van de kosten voor de gewone medewerkers van de partij.

In het vademecum van de federale Controlecommissie lezen we inderdaad het volgende: 'De loonlast van de individuele medewerkers van politieke mandatarissen en van de fractiemedewerkers in de brede zin van het woord dient niet in rekening te worden gebracht.'

Het is echt wel van de pot gerukt om hieruit af te leiden dat dit ook van toepassing is op andere personeelskosten. De wet schrijft juist uitdrukkelijk voor dat alle uitgaven voor propagandaboodschappen moeten worden aangegeven. De betrokken medewerker werd tijdelijk aangeworven naar aanleiding van de campagne. Bovendien ging het hier formeel om de levering van een dienst door een bedrijf, gefactureerd aan de partij. Het is in principe mogelijk dat de betrokken medewerker taken heeft verricht die los stonden van de verkiezingspropaganda van El Kaouakibi in de strikte zin. Maar aangezien die medewerker een communicatiedeskundige was, is dit weinig geloofwaardig.

Politici lijken niet over de burgerzin te beschikken om hun eigen kiesregels na te leven.

Vermoedelijk is hier dus wel degelijk sprake van verkiezingsfraude. Sihame El Kaouakibi heeft waarschijnlijk beduidend meer uitgegeven dan wettelijk toegestaan en zo de electorale concurrentie vervalst. Als dat zo is, dan heeft ze hierover ook een valse verklaring afgelegd in haar aangifte. Voor inbreuken op de regels inzake campagnefinanciering geldt een verrassend korte verjaringstermijn van 200 dagen. Het is eventueel aan het Parket om na te gaan of er hier sprake is van de gemeenrechtelijke inbreuk van valsheid in geschrifte en gebruik van een vals stuk, een inbreuk met een veel langere verjaringstermijn.

Over dit aspect van het dossier bleef het de voorbije dagen verdacht stil. Nochtans lijkt precies die niet gedeclareerde uitgave van 33.000 euro verdacht goed op de spreekwoordelijke 'smoking gun'. Zou het kunnen dat wat Egbert Lachaert bijna langs zijn neus weg verklaarde een wijdverspreide praktijk is? Zou het al eerder gebeurd zijn dat Open VLD 'niet aangifteplichtige' verkiezingsuitgaven doet onder het mom van personeelskosten en de 'analogie' met parlementaire medewerkers? En vooral, zouden andere partijen dat ook doen? Hebben die voor zichzelf een reuzegrote achterpoort gecreëerd via deze onwelvoegelijk creatieve interpretatie van de wet?

Los van de gerechtelijke procedure lijkt het me cruciaal dat de verschillende parlementaire controlecommissies hierover snel duidelijkheid scheppen. Maar dan botsen we op het meest fundamentele probleem van de partijfinanciering. Deze commissies bestaan zelf uit parlementsleden. Enkel in de federale Controlecommissie worden de zeventien parlementsleden sinds de zesde staatshervorming aangevuld met vier externe experten. Maar die leggen niet zoveel gewicht in de schaal.

In feite zijn de politici tegelijkertijd rechter en partij. Als het een wijdverspreide praktijk is om de beperking van de verkiezingsuitgaven te omzeilen via personeelskosten, dan bestaat er misschien ook een gentleman's agreement om hierover te zwijgen.

Dit fundamentele probleem moet eerst worden aangepakt. Wat baat het dat de wetgeving wordt verbeterd, als de politici niet bereid zijn om die toe te passen? Waarom de financieringsregels aanscherpen, als er geen sluitende controle is op de naleving ervan? Er moet een onafhankelijk orgaan komen dat streng toeziet daarop, en meer doet dan de optelling maken van de aangegeven cijfertjes.

We leven in een tijd dat studenten een draconische boete krijgen als ze met vier op het balkon van hun kot staan. Kinderen worden opgesloten in de cel als ze met zeven een feestje houden. De burgers moeten van de politici een haast bovenmenselijke dosis 'burgerzin' aan de dag te leggen. Maar de politici lijken zelf niet over de burgerzin te beschikken om de eigen kiesregels stipt na te leven.

Daaromtrent heerst een politieke omerta. Politici komen daar straffeloos mee weg. Tenzij de straf in het stemhokje zal worden uitgesproken.

In een reactie laat Open VLD weten dat de medewerker in de dagdagelijkse campagne ondersteuning bood in de meest brede zin van het woord. 'Het ging over afstemming met de nationale partij, de provinciale campagne, afdelingen, praktische organisatie en agendabeheer, en inhoudelijke en communicatieve steun. Volgens onze informatie ging het dus niet om zuivere communicatieconsultancy enkel en alleen gericht op de productie van verkiezingspropaganda', aldus de partij.

Het is weer zover: een rondje gepalaver over de partijfinanciering. Dit keer is het naar aanleiding van Sihamegate. Samen met mijn collega's aan de KU Leuven formuleer ik al twintig jaar voorstellen om de regels inzake campagne- en partijfinanciering te verbeteren. Een deel van de subsidies afhankelijk maken van de eigen inkomsten van de partijen, ook buitenparlementaire partijen een kleine subsidie geven, de financiering van partijen en fracties duidelijker van elkaar scheiden, het onderscheid tussen gewone en hoogstgeplaatste kandidaten afschaffen, kandidaten rechtstreeks financieren, enzovoort. Het is al lang een grijsgedraaide plaat. Zullen de partijen dit keer wel in eigen vlees willen snijden? Dat is uiterst twijfelachtig. De bestaande regels versterken de particratie. Waarom zouden de partijbonzen nu vrijwillig afstand doen van die macht? Ironisch genoeg was het precies met Sihame El Kaouakibi dat Open VLD een stap in de goede richting zette. Vanuit democratisch oogpunt was het 'systeem Sihame' zo slecht nog niet. Want wat hebben we het liefst? Partijen die hun kandidaten financieel aan de leiband leggen en in de pas doen lopen van een centraal gedirigeerde campagne? Of partijen die hun kandidaten financieel en inhoudelijk responsabiliseren? Dat laatste natuurlijk. Op voorwaarde dat het geldt voor alle kandidaten. Helaas brengt de zaak een ander fundamenteel probleem aan het licht. Aanvankelijk leek er mij juridisch geen vuiltje aan de lucht met de financiering van El Kaouakibi's campagne. Het was pas eind vorige week dat ik van mijn stoel viel. Toen bleek dat zij bovenop het aangegeven bedrag nog 33.000 euro had gekregen voor een persoonlijke medewerker. Open VLD voorzitter Egbert Lachaert verklaarde doodleuk dat zulke uitgaven volgens zijn partij niet 'aangifteplichtig' zijn. En dit naar analogie van de kosten voor de gewone medewerkers van de partij. In het vademecum van de federale Controlecommissie lezen we inderdaad het volgende: 'De loonlast van de individuele medewerkers van politieke mandatarissen en van de fractiemedewerkers in de brede zin van het woord dient niet in rekening te worden gebracht.'Het is echt wel van de pot gerukt om hieruit af te leiden dat dit ook van toepassing is op andere personeelskosten. De wet schrijft juist uitdrukkelijk voor dat alle uitgaven voor propagandaboodschappen moeten worden aangegeven. De betrokken medewerker werd tijdelijk aangeworven naar aanleiding van de campagne. Bovendien ging het hier formeel om de levering van een dienst door een bedrijf, gefactureerd aan de partij. Het is in principe mogelijk dat de betrokken medewerker taken heeft verricht die los stonden van de verkiezingspropaganda van El Kaouakibi in de strikte zin. Maar aangezien die medewerker een communicatiedeskundige was, is dit weinig geloofwaardig. Vermoedelijk is hier dus wel degelijk sprake van verkiezingsfraude. Sihame El Kaouakibi heeft waarschijnlijk beduidend meer uitgegeven dan wettelijk toegestaan en zo de electorale concurrentie vervalst. Als dat zo is, dan heeft ze hierover ook een valse verklaring afgelegd in haar aangifte. Voor inbreuken op de regels inzake campagnefinanciering geldt een verrassend korte verjaringstermijn van 200 dagen. Het is eventueel aan het Parket om na te gaan of er hier sprake is van de gemeenrechtelijke inbreuk van valsheid in geschrifte en gebruik van een vals stuk, een inbreuk met een veel langere verjaringstermijn.Over dit aspect van het dossier bleef het de voorbije dagen verdacht stil. Nochtans lijkt precies die niet gedeclareerde uitgave van 33.000 euro verdacht goed op de spreekwoordelijke 'smoking gun'. Zou het kunnen dat wat Egbert Lachaert bijna langs zijn neus weg verklaarde een wijdverspreide praktijk is? Zou het al eerder gebeurd zijn dat Open VLD 'niet aangifteplichtige' verkiezingsuitgaven doet onder het mom van personeelskosten en de 'analogie' met parlementaire medewerkers? En vooral, zouden andere partijen dat ook doen? Hebben die voor zichzelf een reuzegrote achterpoort gecreëerd via deze onwelvoegelijk creatieve interpretatie van de wet? Los van de gerechtelijke procedure lijkt het me cruciaal dat de verschillende parlementaire controlecommissies hierover snel duidelijkheid scheppen. Maar dan botsen we op het meest fundamentele probleem van de partijfinanciering. Deze commissies bestaan zelf uit parlementsleden. Enkel in de federale Controlecommissie worden de zeventien parlementsleden sinds de zesde staatshervorming aangevuld met vier externe experten. Maar die leggen niet zoveel gewicht in de schaal. In feite zijn de politici tegelijkertijd rechter en partij. Als het een wijdverspreide praktijk is om de beperking van de verkiezingsuitgaven te omzeilen via personeelskosten, dan bestaat er misschien ook een gentleman's agreement om hierover te zwijgen. Dit fundamentele probleem moet eerst worden aangepakt. Wat baat het dat de wetgeving wordt verbeterd, als de politici niet bereid zijn om die toe te passen? Waarom de financieringsregels aanscherpen, als er geen sluitende controle is op de naleving ervan? Er moet een onafhankelijk orgaan komen dat streng toeziet daarop, en meer doet dan de optelling maken van de aangegeven cijfertjes. We leven in een tijd dat studenten een draconische boete krijgen als ze met vier op het balkon van hun kot staan. Kinderen worden opgesloten in de cel als ze met zeven een feestje houden. De burgers moeten van de politici een haast bovenmenselijke dosis 'burgerzin' aan de dag te leggen. Maar de politici lijken zelf niet over de burgerzin te beschikken om de eigen kiesregels stipt na te leven. Daaromtrent heerst een politieke omerta. Politici komen daar straffeloos mee weg. Tenzij de straf in het stemhokje zal worden uitgesproken.