Het Impact House in de Jozef II-straat in Brussel. Enkele uren geleden werd in De Munt Sign for My Future gepresenteerd, de petitie waarmee een coalitie van middenveldorganisaties, bedrijfsleiders en jongeren de strijd tegen de klimaatverandering hoog op de prioriteitenlijst voor de verkiezingen wil zetten. Piet Colruyt stapt glunderend binnen. Hij is de bezieler en financier van Impact House, een herenhuis waar verscheidene sociale ondernemingen zijn gehuisvest, en een van de bijna 200 ambassadeurs van het initiatief. Enkele jaren geleden was hij ook een van de eerste financiers van de Klimaatzaak, de rechtszaak tegen de Belgische overheid omdat die te lang talmt om ons land koolstofarm te maken. Vandaag zijn er meer dan 2150 crowdfunders en 55.000 mede-eisers. Hij is nog altijd onder de indruk van wat er net in De Munt is gebeurd. 'Toch fantastisch hoe die jongeren wél slagen waar mijn generatie heeft gefaald.'
...

Het Impact House in de Jozef II-straat in Brussel. Enkele uren geleden werd in De Munt Sign for My Future gepresenteerd, de petitie waarmee een coalitie van middenveldorganisaties, bedrijfsleiders en jongeren de strijd tegen de klimaatverandering hoog op de prioriteitenlijst voor de verkiezingen wil zetten. Piet Colruyt stapt glunderend binnen. Hij is de bezieler en financier van Impact House, een herenhuis waar verscheidene sociale ondernemingen zijn gehuisvest, en een van de bijna 200 ambassadeurs van het initiatief. Enkele jaren geleden was hij ook een van de eerste financiers van de Klimaatzaak, de rechtszaak tegen de Belgische overheid omdat die te lang talmt om ons land koolstofarm te maken. Vandaag zijn er meer dan 2150 crowdfunders en 55.000 mede-eisers. Hij is nog altijd onder de indruk van wat er net in De Munt is gebeurd. 'Toch fantastisch hoe die jongeren wél slagen waar mijn generatie heeft gefaald.' Uw timing was nochtans niet slecht toen u eind december, toen er nog geen 'bosbrossers' waren, een striemend opiniestuk schreef over de talmende overheid. U voorspelde dat 2019 een kanteljaar zou worden. Piet Colruyt: Ik was vooral verontwaardigd omdat ons land enkele dagen na de eerste grote klimaatmars in Brussel 65.000 deelnemers beledigde door zich op de VN-klimaatconferentie in Polen aan te stellen als een van de slechtste leerlingen van Europa. U bent nog altijd boos, merk ik. Colruyt: Ja. Tegelijk besef ik dat als er in januari 100.000 mensen op straat kwamen voor een beter milieubeleid, 99 procent van de bevolking thuisbleef - ook al zijn dat niet allemaal onverschilligen. Daarom is Sign for My Future zo belangrijk. Het geeft iedereen de kans om dit initiatief te steunen, ook jongeren die nog niet kunnen stemmen en ouderen die moeilijk te been zijn. Dit moet een zo breed mogelijk draagvlak creëren voor politieke veranderingen. Enkele organisaties haakten af voor Sign for My Future vanwege de deelname van sommige bedrijven. Colruyt: Ik vind het jammer dat de dieprode linkerzijde zegt: we gaan niet tekenen voor een rechtvaardig ambitieus klimaatbeleid louter omdat ook multinationals zoals Danone en Umicore tekenen. Terwijl de toplui van die bedrijven écht willen dat er iets verandert en dat de overheid democratisch krijtlijnen uittekent. Met een visie voor de lange termijn en in het algemeen belang. Colruyt investeert veel in duurzaamheid. Maar er is ook kritiek: het bedrijf verzette zich tegen de invoering van het statiegeld. Colruyt: Dat wordt Colruyt inderdaad verweten. Persoonlijk ben ik een voorstander van statiegeld. Ik denk ook niet dat je dat op termijn kunt tegenhouden, maar ik begrijp wel enigszins de redenering van het bedrijf. Het constant zoeken naar efficiëntie en duurzaamheid is de kern van Colruyt, en dus zoekt het constant mee naar de beste manier om plastic te vermijden of te recycleren. Maar we moeten er ook geen symbooldossier van maken. Vergelijk het met de walvisvangst. Greenpeace protesteerde daar terecht tegen toen de soort dreigde te verdwijnen. Maar nu IJsland zegt dat er te veel zijn, vind ik dat ook de milieubeweging van gedacht moet kunnen veranderen. Wat vindt u van de bosbrossers? Colruyt: Ik was blij toen mijn twee oudste kinderen, ze zijn 15 en 17 jaar, vroegen om mee te mogen doen aan de eerste betoging. Ik had wel duidelijk met hen afgesproken dat ze na de betoging meteen terug naar school moesten om niet te veel lessen te missen. De jongste heeft dat niet gedaan, en daarom mag hij niet meer spijbelen op donderdag. We zijn wél samen met het hele gezin opgestapt in de tweede klimaatmars. Ik vind het fantastisch hoe dat groeit, maar de deelnemers zijn nog niet divers genoeg. In veel gezinnen van klimaatspijbelaars wordt druk onderhandeld om milieubewuster te gaan leven. Bij u ook? Colruyt: Wij zijn er al geruime tijd mee bezig. De vraag is of we genoeg doen. Mijn centrale verwarming werkt op houtpellets, wat niet echt bevorderlijk is om het fijnstof te verminderen. Ik rij met een hybride auto, maar het blijft deels benzine. Ik eet minder maar nog altijd vlees. Ik vlieg minder en compenseer vrijwillig de CO2. 100 procent klimaatneutraal ben ik dus niet, maar er zijn nog veel meer mensen die minder doen dan wij. We moeten 'anders gaan leven' aantrekkelijker maken. Bijvoorbeeld door niet constant te focussen op meer taksen, maar door te wijzen op de voordelen van een groen beleid. Daar hebben we een sterk beleid en visionaire politici voor nodig. Econoom Geert Noels en politiek commentator Rik Van Cauwelaert reageerden nogal neerbuigend op de jongerenacties. Colruyt: Geert heeft veel zinvolle dingen te zeggen over duurzaamheid, maar het is flauw om over de tentjes op Rock Werchter te beginnen. Je moet die jongeren niet kleineren, want ze leggen de vinger op de wonde. We hebben die jonge mondige woordvoerders blijkbaar nodig om dit thema hoog op de agenda te krijgen én te houden. Want de oudere generatie heeft het verknoeid. Colruyt: Beschuldigend met het vingertje wijzen naar anderen is zinloos. Dan bereik je toch altijd maar dezelfde 15 procent, de overtuigden die aan fairtrade doen, die bio kopen en die bereid zijn om hun eigen comfort in te ruilen voor het algemeen belang. Dat volstaat niet. We moeten niet alleen voor eigen parochie preken, we moeten uitbreken en verbreden. En dat kan alleen door een positief verhaal te schrijven. Precies zoals die jongeren dat doen. Ze zijn behoorlijk optimistisch. Tijdens de presentatie van Sign for My Future was hun boodschap dat het nog altijd mogelijk is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 of 2 graden. Bent u even positief? Colruyt: Ik denk dat het mogelijk is, en het is onze moral duty om daar alles voor te doen. Het vijfde rapport van het VN-klimaatpanel was duidelijk: in dit tempo hebben we nog maximaal twaalf jaar om de energietransformatie te voltooien. De overheid kan op de financiële markten geld lenen tegen 0,3 procent. Met dat geld kunnen duizenden daken belegd worden met zonnepanelen, die jaarlijks een rendement geven van 4 à 5 procent, zonder subsidies. Het brengt dus veel meer op dan het kost. Waarom doen we dat dan niet meer? Waarom blijven we bedrijfswagens sponsoren? Waarom wordt vliegen nauwelijks belast? Waarom is er geen CO2-heffing? Waarom geldt er een verlaagd btw-tarief van 12 procent op kolen? U wilt ook een deel van de energiefactuur van huurwoningen doorschuiven naar de eigenaars? Colruyt: Er wonen in dit land nog veel mensen in huurhuizen waar de energie uit alle kamers naar buiten lekt. Als eigenaars weigeren om hun eigendommen beter te isoleren, zou de overheid hen moeten verplichten om bijvoorbeeld de helft van de energiefactuur te betalen. Dan zullen ze snel van gedacht veranderen. Hoelang blijft dit thema hangen? Mensen vergeten snel. Colruyt: Dit is een blijvertje. We zullen het niet kunnen vergeten, want we zullen steeds meer geconfronteerd worden met de negatieve gevolgen van de klimaatverandering. U zei net dat we visionaire politici nodig hebben. Hebben we die? Colruyt: Als ik hun reacties lees en hoor op wat er de afgelopen weken is gebeurd, heb ik het gevoel dat ze de controle een beetje kwijt zijn. De Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg zei in Davos dat politici zouden moeten panikeren over de stand van het klimaat. Ik denk dat Belgische politici vooral in paniek zijn over wat ze snel-snel in hun verkiezingsprogramma's moeten schrijven. Het lijken wel brandweerlui die naar een brand vertrekken zonder hun blusmateriaal mee te nemen, en ter plaatse de vlammen proberen uit te blazen. Met andere woorden: ze denken dat ze genoeg doen, maar wakkeren het vuur nog aan. (op dreef) Hoe massaler wij ons als burger inzetten voor het klimaat, hoe meer inzicht er zal komen in de Wetstraat. Ik ben een fan van de ideeën van schrijver David Van Reybrouck over burgerbewegingen. Laten we de helft van de parlementsleden niet verkiezen maar uitloten. Zet die burgers samen met experts, en vraag om met oplossingen te komen. Ik ben er zeker van dat daar breed gedragen ideeën uit zullen komen. Mensen zijn best in staat om compromissen te maken. Hoe kijkt u naar het ontslag van Joke Schauvliege (CD&V)? Colruyt: Ik moet politiek neutraal blijven, maar ik heb nu wel bijna medelijden met haar. Ze stond voortdurend in het spanningsveld tussen de belangen van de natuur en die van de landbouw, en dat is in Vlaanderen geen makkelijke job. De Vlaamse regering organiseerde bijvoorbeeld campagnes om meer varkensvlees te eten, om die sector te ondersteunen, maar eigenlijk zouden wij gewoon minder vlees moeten eten en moet de varkensstapel verkleinen. Ons land heeft vier ministers van milieu... Colruyt: ... en die schieten bovendien constant naar elkaar, in plaats van samen te werken. Ik zeg daarmee niet dat we één minister van Klimaat moeten hebben. Klimaat heeft uitlopers naar bijna alle departementen: onderwijs, economie, mobiliteit enzovoort. Eigenlijk zouden alle ministers voor al hun initiatieven een milieutoets moeten doen. De premier zou daarover moeten waken en zou de vier milieuministers moeten verplichten om hun beleid beter op elkaar af te stemmen. De volgende premier moet duidelijk zeggen dat België een ambitieuze klimaatregering heeft. Wat moet die regering straks concreet doen? Colruyt: Op lange termijn denken. Kijk, ik ben architect, ik ken dus iets van bouwen. In plaats van regeltjes op te leggen over hoeveel centimeter isolatiemateriaal verplicht is, en dat jaar na jaar te verhogen en zo de bouwkosten alleen maar op te drijven, zou de overheid de burger bijvoorbeeld tijd moeten geven tot 2025 of 2030 om alle nieuwbouw energieneutraal te laten zijn. Bedrijven zullen daarop inspelen, en de meest kostenefficiënte oplossingen zullen het halen. De mensen kunnen dan vrij kiezen welke investeringen ze daarvoor doen: dikkere isolatie, zonnepanelen, een warmtepomp enzovoort. Een beetje zoals de Zweedse regering, die een termijn heeft vastgelegd voor het einde van de verkoop van dieselauto's? Colruyt: Precies. Wat je dus níét moet doen, is stookolieketels plots verbieden, en de volgende dag op je beslissing terugkomen onder druk van lobbyisten. De overheid heeft één sterk middel om het gedrag van mensen te sturen: belastingen. Dus verlaag de btw op groene elektriciteit tot 6 procent, en verhoog ze tot 21 procent voor grijze elektriciteit. Dat kun je met veel producten doen. Wie boontjes uit Kenia wil eten, zal daar meer voor betalen. U was vier jaar geleden een van de initiatiefnemers van Klimaatzaak, de rechtszaak tegen de Belgische overheden. Wat heeft u daartoe aangezet? Colruyt: Dat idee is gegroeid in het atelier van kunstenaar Koen Van Mechelen. We kwamen daar met een twintigtal mensen samen om te luisteren naar Roger Cox, de advocaat van Urgenda - de Nederlandse variant van onze Klimaatzaak. Urgenda heeft al twee rechtszaken gewonnen tegen de Nederlandse regering, en die ging telkens in beroep. De zaak ligt nu bij Cassatie, maar het principe van de rechtszaak heeft ondertussen wel effect op de politiek, want de huidige regering-Rutte III is ambitieuzer dan ooit. Ze gaan veel verder dan wat op de klimaattop van Parijs is afgesproken. Op één avond hebben we toen beslist om de Klimaatzaak op te starten. Ondertussen zijn we met meer dan 55.000 mede-eisers. Ik heb toen ook aan mijn neef Jef gevraagd of Colruyt Group de Klimaatzaak wilde steunen. Dat zag hij niet meteen zitten: 'Piet, een rechtszaak zal altijd negatief gepercipieerd worden. Dat kunnen we niet maken.' Toch bent u ermee doorgegaan. Colruyt: Ja, maar we hebben vier jaar verloren door getalm van de overheid over de taal waarin de rechtszaak gevoerd zou moeten worden. Haar strategie was duidelijk om de Klimaatzaak niet te laten beginnen vóór de verkiezingen. Hoe staat het er nu mee? Colruyt: Ik kan u met enige vreugde meedelen dat de rechtszaak net van start is gegaan. In het Frans. De overheid heeft enkele dagen geleden haar eerste pleidooien verzonden. Ik kan er nog niet veel over zeggen. We hebben tijd tot juni om ons verweer daarover te geven.Onlangs was premier Michel te gast in de Club van Lotharingen, een businessclub. Vanuit de zaal met zakenlui kwam verrassend genoeg bijna geen enkele vraag over lastenverlagingen, maar wél om iets te doen voor het klimaat. Ze zagen liever een groene Michel dan een blauwe. Colruyt: (lacht) Ik was daar niet bij - ik ga niet zo vaak naar zulke bijeenkomsten. Het is een mooie woordspeling. Ik lees dat ook in de Wetstraat sprake is van een groen-blauwe politieke as. Ik zie daar wel het potentieel van. Toch als beide partijen enkele fetisjen laten vallen. Ook tijdens het World Economic Forum in Davos stond het klimaat boven aan de prioriteitenlijst. Colruyt: Ik vind dat eigenlijk niet meer dan normaal, als je weet wat de immense gevolgen van twee, drie of vier graden opwarming zijn. Dan spreken we niet meer over duizenden maar over miljoenen klimaatvluchtelingen die naar hier willen komen. Men vroeg Rajendra Pachauri, de voorzitter van het VN-klimaatpanel, of hij voor een groene of voor een blauwe economie was. Hij antwoordde: we hebben beide nodig. Die twee lijnen komen samen in uw leven. U bent aandeelhouder van Colruyt en bestuurder bij Korys - de familieholding boven Colruyt -, maar u bent ook een sociale ondernemer en overtuigd ecologist. Colruyt: Daarom ben ik ook zo trots op mijn Impact House. Hier wonen profit- en non-profitorganisaties naast elkaar. Ik ben een grote believer van sociaal ondernemerschap. Dat is ondernemen om winst te maken, maar vooral om een impact te hebben op een duurzame wereld. Ik heb het voordeel van mijn achternaam. Jarenlang was ik bestuurder in de raad van bestuur van Colruyt. Ik begrijp de cijfers en de financiële finesses van een groot bedrijf, maar ik voel me evengoed thuis in de sociale sector. Probeert u uw andere familieleden ook te overtuigen of te beïnvloeden? Colruyt: (lachend) Ik probeer ze te inspireren. Uw familienaam is een voordeel, maar hij kan ook een nadeel zijn. Colruyt: (snel) Maar ik heb óók een voornaam. Dit is een gesprek met Piet, en niet met een vertegenwoordiger van de familie Colruyt. Als ik een presentatie geef als sociale ondernemer voor een groep zakenlui, hoor ik hen weleens denken: zijn wij dan asociaal, zijn wij te min? En als ik voor de sociale sector spreek, verwijten sommigen mij dat ik als Colruyt-lid aan windowdressing en aan greenwashing doe. Je kunt dat zowel positief als negatief bekijken, maar ik vind het een voordeel dat ik in beide werelden kom. Wat vindt u als ondernemer van de miljardeninvestering van het Britse chemiebedrijf Ineos? Moet Antwerpen daar blij mee zijn? Het zorgt voor jobs, maar het bedrijf werkt wel met het vervuilende schaliegas. Colruyt: Die 400 nieuwe jobs zijn natuurlijk goed. En misschien is het beter dat die fabriek in Antwerpen staat en niet ergens waar de milieuvoorschriften minder streng zijn. De eigenaar van Ineos, Jim Ratcliffe, zei in het weekblad Trends: 'Als Europa te groen wordt, doodt het de chemische industrie.' Colruyt: De chemische industrie doet ook goede zaken, zoals de productie van isolatiemateriaal. We hebben chemie nodig, maar schaliegas ontginnen is geen goed idee. Het verhaal van het carbon budget is nochtans kraakhelder. We weten perfect hoeveel CO2 we nog mogen uitstoten om onder de 1,5 graden opwarming te blijven. Maar als je naar de balansen kijkt van de grote gas- en oliebedrijven dan staat daarin vijf keer meer geboekt dan wenselijk is. Dat kán dus niet, maar als iemand hen zou verplichten om die voorraden af te waarderen in hun balans, dan zitten we meteen terug in een gigantische financiële crisis. Vandaar het belang van de zogenaamde divestment-beweging. Grote investeerders zoals het Noorse pensioenfonds beslisten om hun aandelen en obligaties in steenkool, gas en olie te verkopen om te investeren in groene-energieprojecten. De divestment-beweging zegt dat het heel risicovol is om nog langer in Shell of BP te investeren. Iets anders. Vorige week zei de Nederlandse historicus en publicist Rutger Bregman in Knack dat de rijken te veel belastingen ontduiken. Het zijn fiscale spijbelaars. Colruyt: Ik vind het op zich niet verkeerd om een vermogen te hebben, als je daar iets positiefs mee kunt doen. Ik vind het ook niet erg dat iemand 200.000 euro per jaar verdient, zolang hij daar de helft belastingen op betaalt. Ik ben een grote voorstander van een eerlijker, groene fiscaliteit, van een progressief belastingtarief voor alle inkomens, en om geen onderscheid te maken of dat inkomen uit vermogen, vastgoed, loon of een spaarrekening komt. U zei ooit: in plaats van lijsten te maken van mensen die het meest verdienen of het grootste vermogen hebben, zouden we een lijst moeten maken van mensen die de meeste belastingen betalen. Colruyt: Die rijkemensenlijst, werkt vooral jaloezie in de hand en maakt mensen niet gelukkiger. Als iemand een duur jacht wil kopen, moet hij dat maar doen - zolang hij voldoende belastingen betaalt. Maar als rijke mensen hun geld investeren in groene of sociale projecten, waarom moeten ze dan negatief in het nieuws komen enkel en alleen omdat ze rijk zijn? Jef Colruyt zegt tijdens elke jaarvergadering tot wanneer Colruyt voor de samenleving heeft gewerkt. Colruyt zorgt op een omzet van 9 miljard euro per jaar voor een toegevoegde waarde van 2 miljard euro. Van die 2 miljard gaat ongeveer de helft naar de overheid. Mensen noemen u weleens naïef. Dat steekt, hè? Colruyt: Ik heb moeite met mensen die zeggen dat we toch niet heiliger dan de paus hoeven te zijn, en die excuses zoeken om niets te doen of de kantjes eraf te lopen. Ik bén niet naïef, ik probeer de zaken zo rationeel mogelijk te benaderen. Maar ik ben ook niet altijd berekend.