Het ongeluk van de ene is het geluk van de andere. De publicatie van de Paradise Papers (13,4 miljoen vertrouwelijke documenten die een inkijk geven in offshoreconstructies in 's werelds belastingparadijzen) was een vervelende zaak voor de meeste ministers van Financiën: ga nog maar eens uitleggen aan de publieke opinie waarom al die achterpoortjes blijven bestaan. Tegelijk is er weer een groter en aandachtiger publiek voor politici die pleiten voor strengere procedures en eerlijke fiscaliteit, waarin ook de rijken hun deel betalen. In eigen land zijn die Paradise Papers een godsgeschenk voor Peter Vanvelthoven, de fiscale specialist van oppositiepartij SP.A: hij hamert al jaren op de noodzaak van een meer doeltreffende fiscaliteit en een strenge aanpak van belastingontduikers en -ontwijkers. Kan hij zich voorstellen dat zijn grote opponent, minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) zich níét in zijn koffie verslikte bij de lectuur van Knack, De Tijd en Le Soir, de drie Belgische bladen die de Paradise Papers publiceerden?
...

Het ongeluk van de ene is het geluk van de andere. De publicatie van de Paradise Papers (13,4 miljoen vertrouwelijke documenten die een inkijk geven in offshoreconstructies in 's werelds belastingparadijzen) was een vervelende zaak voor de meeste ministers van Financiën: ga nog maar eens uitleggen aan de publieke opinie waarom al die achterpoortjes blijven bestaan. Tegelijk is er weer een groter en aandachtiger publiek voor politici die pleiten voor strengere procedures en eerlijke fiscaliteit, waarin ook de rijken hun deel betalen. In eigen land zijn die Paradise Papers een godsgeschenk voor Peter Vanvelthoven, de fiscale specialist van oppositiepartij SP.A: hij hamert al jaren op de noodzaak van een meer doeltreffende fiscaliteit en een strenge aanpak van belastingontduikers en -ontwijkers. Kan hij zich voorstellen dat zijn grote opponent, minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) zich níét in zijn koffie verslikte bij de lectuur van Knack, De Tijd en Le Soir, de drie Belgische bladen die de Paradise Papers publiceerden? Peter Vanvelthoven: 'Natuurlijk schrok Van Overtveldt zich een bult toen hij het bestaan vernam van die Paradise Papers. Net zoals hij zich ook al verslikte toen hij las over de Panama Papers of over Luxleaks. Die wereldwijde systemen bestonden weliswaar al voor hij minister van Financiën was, maar de vraag is: wat doet hij er nu aan? Toen vorig jaar de Panama Papers uitlekten, kondigde hij aan dat hij maatregelen zou nemen. Een van zijn voorstellen hebben wij met de SP.A zelfs mee goedgekeurd in de Kamer. Van Overtveldt wilde komen tot een bredere definitie van een 'belastingparadijs'. Maar anderhalf jaar later weigert hij zijn eigen wet uit te voeren. Nu zegt hij dat een definitie van 'belastingparadijs' alleen maar zinvol is als ze er eerst in de Europese Unie over akkoord raken. Dat is flauwekul, want de Belgische fiscus werkt nu al met een eigen lijst. Het is een typisch vertragingsmanoeuvre à la Van Overtveldt: de Kamer keurt op zijn voorstel een wet goed en vervolgens weigert hij die uit te voeren. Het werd helemaal cynisch toen we vorige week moesten vaststellen dat hij intussen zijn eigen administratie de opdracht gaf om onderhandelingen te voeren over een nieuw fiscaal pact met Andorra. Met een belastingparadijs dus.' Andorra, ook bekend als 'het Luxemburg van de Pyreneeën'?Peter Vanvelthoven: Inderdaad. Zo'n akkoord heeft totaal geen belang voor de reguliere Belgische economie. Onze uitvoer naar Andorra bedraagt minder dan tien miljoen euro per jaar, onze import zelfs minder dan 500.000 euro. Terwijl het land op zijn kop staat door de Paradise Papers, gaf de minister van Financiën zelf de opdracht om een nieuwe route uit te stippelen voor belastingontwijkers. U ziet er een bewuste strategie achter? Vanvelthoven: Natuurlijk is het een bewuste strategie, van Van Overtveldt zelf en van de hele N-VA. In oktober nog zei Bart De Wever op VTM dat 'belastingontwijking een burgerplicht is van de Vlamingen'. Een burgerplicht! In één adem herhaalt men dan dat belastingontwijking niet illegaal is en dat het dus mag. Maar het is toch ook niet wenselijk? Een goede overheid wil toch dat iedereen zijn belastingen correct betaalt? De Wever wilde vooral zeggen dat de fiscaliteit zo ingewikkeld is en zo onrechtvaardig overkomt, dat het systeem uitnodigt om zo weinig mogelijk belastingen te betalen. Al lang voor De Wever noemde men dat toch al 'de nationale sport' van de Belgen? Vanvelthoven: Dat Van Overtveldt er dan iets aan doet. Dat de personenbelasting eenvoudiger moet worden, staat in het regeerakkoord van deze coalitie. Hij heeft er helaas niets aan gedaan. Integendeel, sinds de start van de regering kreeg de belastingbrief er nog een tachtigtal codes bij. Verwondert het u dat een N-VA-minister dit beleid voert? In 2014 beloofde die partij al in haar verkiezingsprogramma een 'ander beleid dat de belastingen verlaagt'. De N-VA doet dus gewoon wat ze heeft beloofd. Vanvelthoven: Johan Van Overtveldt laat de belastingen stíjgen. De btw op elektriciteit ging van 6 naar 21 procent, en ook de accijnzen zijn allemaal verhoogd onder Van Overtveldt. Daarmee treft hij vooral de gewone man in zijn portefeuille. Er zijn ook tariefverhogingen die zogezegd de rijken treffen, maar dat zijn schijnmanoeuvres. Hij heeft het tarief van de roerende voorheffing verhoogd tot dértig procent. Waanzinnig toch? Wij zijn altijd tegen dat tarief geweest, en nu borrelt onze kritiek ook op in de regering: die te hoge belastingen zorgen er immers voor dat de overheid in totaal minder belastingen int. Dat komt dus vooral door de hogere roerende voorheffing. Van Overtveldt voorspelde dat die 880 miljoen euro extra zou opbrengen voor de staatskas, maar in werkelijkheid kwam er 180 miljoen euro minder binnen dan vroeger. Vandaar dat de belastingen nu 315 miljoen euro minder opbrengen dan vorig jaar, een gat dat dus geslagen werd door zijn eigen voorstellen voor 'extra' inkomsten! Johan Van Overtveldt is ons aan het bedriegen. Hij raamt van alles en haalt zijn eigen doelstellingen niet. Intussen is dat geld wel al uitgegeven. Dus moet er bij de begrotingscontrole weer gesnoeid worden. Dat doet denken aan de starve the beast-strategie van Ronald Reagan indertijd in de VS. Je verhongert het beest dat overheid heet. Vanvelthoven: Zo voel ik het ook aan. Het is de bedoeling van Johan Van Overtveldt het gat in de begroting zo groot te laten worden dat de regering vroeg of laat wel verplicht is om te hakken. Moedwillig belazert hij de zaak door stelselmatig inkomsten te beloven waarvan hij weet dat de staatskas ze toch nooit zal zien. Je kunt ermee lachen en hem wegzetten als 'de minister die niet kan rekenen', maar dat is niet zo. Integendeel, ik vrees dat Van Overtveldt juist heel goed kan rekenen. Daar zit een perverse strategie achter en die baart mij zorgen: zijn rekening klopt nóóit. Zo ondergraaft hij de financiële basis van het overheidsapparaat, inbegrepen de sociale zekerheid. Johan Van Overtveldt rekent ons arm. De mantra 'de man die niet kan rekenen' kwam van Inti Ghysels, een op Twitter erg actieve stafmedewerker van de SP.A-studiedienst. Vanvelthoven: Dat was natuurlijk een klassieke truc om de journalisten te prikkelen. We leven nu eenmaal in een tijd waarin een verbale mep aan een politieke tegenstander meer aandacht krijgt dan de technische aspecten van de begrotingsdiscussie. In 2015 heb ik een eerlijke poging gedaan om het debat over de personenbelasting boven het klassieke gehakketak tussen meerderheid en oppositie uit te tillen. Meteen volgde op Twitter een bombardement aan flauwe opmerkingen: 'Haha, de socialisten willen weer een belastingverhoging!' In het gepolariseerde klimaat van vandaag is het bijna onmogelijk om over de partijen heen na te denken over de uitdagingen voor de toekomst. Het spel wordt vandaag een stuk harder gespeeld dan toen u in 1995 voor het eerst in de Kamer kwam. Vanvelthoven: De politieke strijd is harder geworden, en ook veel persoonlijker. Dat belemmert het uitwisselen van ideeën en standpunten. En dat terwijl de wereldeconomie in razend tempo verandert. Als politici proberen we daarop in te spelen, maar we kunnen amper volgen. In de Kamer vond een debat plaats over het verlies van e-commerce aan Nederland: dat zou komen omdat onze arbeid te duur is en onze arbeidsorganisatie onvoldoende flexibel. Ik ben burgemeester van Lommel, een grensgemeente met Nederland. Wat zie ik bij ons? Tussen november en januari komen honderden Polen logeren in een vakantiepark, al is er in de winter weinig 'vakantie' aan. Drie maanden lang worden ze per bus aan- en afgevoerd naar Nederland, om daar voor Bol.com pakjes klaar te maken voor oudjaar. Is dat de economie die wij willen? Poolse arbeiders die maandenlang opgesloten zitten in een soort werkkamp, voor een loon dat slechts een stukje hoger ligt dan wat ze in eigen land verdienen? Dat is voor mij een nieuwe vorm van slavernij. Stelt u het niet te negatief voor? Welke landgenoot maakte eigenlijk nog nooit gebruik van e-commerce of van de diensten van een koeriersbedrijf? Vanvelthoven:Ik weet het. Een verhuurbedrijf als Airbnb steunt op een nieuw economisch model, maar je kunt het ook beschouwen als een nieuwe vorm van deeleconomie. Daar is niets mis mee. Hebt u al eens gelogeerd in een Airbnb? Vanvelthoven:Ik heb al van Airbnb gebruikgemaakt, ja, en het viel goed mee. Socialisten moeten dus niet zomaar tégen bedrijven als Airbnb zijn. Wat zou ik er tegen hebben dat iemand zijn auto deelt met een ander? We moeten er wél voor zorgen dat ook die 'nieuwe economie' bijdraagt aan onze welvaart en onze sociale bescherming. Dat is voor ons als socialisten dé uitdaging. Zo kan het socialisme opnieuw de politieke kracht worden die de nieuwe samenleving van morgen veiliger en aangenamer maakt voor iedereen. Dat was in het verleden toch al onze grote kracht? Dat klinkt zéér hooggestemd. Vanvelthoven: Het gaat over zeer concrete evoluties. Neem de robotisering. Zeker in de maakindustrie evolueren we in hoog tempo naar een economisch model waarbij robots het gros van het werk verrichten. Moeten socialisten daar bang voor zijn? Misschien een beetje, want in de maakindustrie komen de productiemiddelen opnieuw in handen van enkelen. Maar de échte vraag is dan hoe we die enkelen zullen doen bijdragen aan de welvaart van velen. Elio Di Rupo lanceerde een robottaks, meteen liet John Crombez weten dat hij er geen echte voorstander van was. Ik vind dat het idee van de robottaks op zijn minst een ernstig debat verdient. Het gaat immers niet over het belasten van machines, maar over de instandhouding van ons welvaartsmodel. Waarom moet een arbeider die werkt bijdragen aan de sociale zekerheid, en een nog veel productievere robot niet? Bovendien kan die robotisering ervoor zorgen dat de kwaliteit van het leven stijgt. Of je het wilt of niet, in een land met een verregaande robotisering zal onvermijdelijk het debat over de kortere werkweek op tafel komen. Dan moeten socialisten vooral niet bang zijn om in de hoek gezet te worden van oud links, zo van: 'Daar zijn ze weer met hun arbeidsherverdeling'. So what? Hoeveel ouders van jonge gezinnen zouden niet blij zijn als ze minder zouden hoeven te werken? Maar de voordelen van robotisering vallen natuurlijk in één klap weg als de ex-arbeiders van vroeger massaal verpauperen. We moeten er dus voor zorgen dat die uitdagingen niet omslaan in sociale ellende. Daar ligt voor socialisten toch een prachtige taak? U bent de meest optimistische SP.A'er van het land. Vanvelthoven: Dat is misschien een beetje kritiek op mijn eigen partij, en op de politiek in het algemeen: we laten ons handelen te veel bepalen door sociale media en het debat van de dag. Ik weet ook wel dat een oppositiepartij het aan zichzelf verplicht is om de regering kritisch aan te pakken en op de voet te volgen. Alleen blijven we steken in gehakketak. De regering zegt a en bijna automatisch zeggen we dan: 'zeker niet a, maar b'. Een regeringslid lanceert een foute tweet en wij hebben al een even felle reactie klaar. Zouden de mensen daarop echt zitten te wachten? En hoe vaak zijn wij socialisten de afgelopen jaren nog trendsetters geweest in het maatschappelijk debat? Zelden of nooit. We zijn goed in het geven van kritiek op de richting waarin de zaken evolueren. Maar zélf de richting van het debat bepalen, dat hebben wij te weinig gedaan. Hoe doet John Crombez het? Vanvelthoven: Goed, denk ik. John Crombez is erin geslaagd om weer de nodige rust te brengen in de partij. De afdelingen hebben ook het gevoel dat ze meer betrokken worden - hij luistert naar hen. Tegelijk discussieert John graag, en is hij erg overtuigd van zijn eigen gelijk. In luisteren naar afwijkende meningen kan hij nog groeien als voorzitter. De vraag was niet wat John Crombez te vertellen had aan de SP.A-achterban, maar aan de progressieve kiezers in Vlaanderen. Vanvelthoven: De toekomst van de SP.A hangt af van de vraag of we Vlaanderen er nog van kunnen overtuigen dat wij de partij zijn die de mensen een veilige toekomst garandeert. Als John zich als voorzitter vooral blijft beperken tot kritiek op wat de regering doet, dan zijn wij - en ook hij - er geweest. De tijd dringt. Toen John Crombez de nieuwe voorzitter werd, verwachtte het gros van de militanten dat we zouden stijgen in de peilingen. Dat is nog niet echt gebeurd. Maar er staat een belangrijk vernieuwingscongres op de agenda. Ik heb er goede hoop in. Is het niet te laat? Sinds 2003, bijna vijftien jaar lang, is de SP.A de verliezer van elke Vlaamse of federale verkiezing. Dat zorgt voor verzuring: de SP.A-leiding lijkt vandaag op een winkelier zonder klanten in zijn zaak, die dan maar zelf aan het venster komt staan, de armen over elkaar gekruist. En vervolgens niet begrijpt waarom er nog minder volk komt. Vanvelthoven: Ik heb niet het gevoel dat wij verzuurd zijn, maar misschien komt het zo over. De N-VA bepaalt de agenda, wij niet. En alleen wie de agenda bepaalt, telt echt mee. Dat is ons probleem. Daardoor komt de N-VA ook met veel weg. Johan Van Overtveldt krijgt van de Europese Commissie een barslecht rapport. Hij zit vandaag op hetzelfde strafbankje als de Zuid-Europese regeringen die hij als journalist nog heeft uitgespuwd. Vervolgens komt de VRT hem interviewen. Over Catalonië! (Slaat de armen ten hemel) Straf dat ze dat kunnen, maar het zou ons toch ook dringend tot actie moeten aanzetten? Het kan. In de Panamacommissie zie ik heel duidelijk hoe wij socialisten nog altijd het verschil kunnen maken. U noemt uzelf nochtans geen socialist meer. In 2006 stond u bij de gemeenteraadsverkiezingen op de lijst SP.A-Spirit, in 2012 op de Lijst van de Burgemeester. Vanvelthoven:Ik wilde het signaal geven dat onze lijst de spiegel zou zijn van de Lommelse samenleving. Op onze lijst staan bedienden, middenstanders en arbeiders naast elkaar. Ze moeten alleen willen onderschrijven dat het beleid sociaal zal zijn en progressief. Dat is toch gewoon SP.A-light? Vanvelthoven:Toch niet. Voor een groeiend aantal mensen is het niet meer evident om zich te bekennen tot een politieke partij. Die zeggen me dat ze mij als burgemeester voor honderd procent willen steunen, 'maar vraag mij niet om lid te worden van de SP.A'. Waarom zouden ze moeten? Een partij is toch ook maar een middel om de samenleving vorm te geven? Ik ken mensen die met milieu bezig zijn, of met armoede. Maar ze zijn níét met politiek bezig - het interesseert hen gewoon niet. Moet de politiek hen dan links laten liggen? Waarom zou ik dan niet mogen kiezen voor een middel waarmee ik méér mensen kan bereiken? Het is de beste manier om alle mensen die het goed menen met de samenleving betrokken te houden bij de politiek. Dat betekent dat, in mijn ogen, er over twintig jaar geen politieke partijen meer zullen bestaan. De N-VA zal intussen lachen met uw 'partij van de gutmenschen.' Vanvelthoven: Ze doen maar. Een 'partij van de gutmenschen', zoals u dat zegt, dat vat het eigenlijk goed samen. In werkelijkheid zijn de meeste mensen toch ook gutmenschen? Socialisten zijn toch mensen die per definitie positief kijken naar de samenleving? Ik geloof niet meer in het systeem dat de N-VA bepleit: om de vijf jaar houden we verkiezingen, en tussendoor hoeven we geen enkele verantwoording af te leggen. Terwijl iedereen aanvoelt dat het zo belangrijk is om mee te nemen wat je van bottom-up bereikt - niet van de basis in de eigen partij, maar vanuit de samenleving. Vandaar dat ik in navolging van David Van Reybrouck heb voorgesteld om ook in het parlement een volkskamer in te richten, waarvan de leden uitgeloot zouden worden - de Senaat zou zo een zinvollere taak kunnen krijgen. De N-VA en de nestor van mijn eigen partij, Louis Tobback, hebben dat meteen weggewuifd met de dooddoener dat 'verkozen politici nu eenmaal alles beslissen'. Alsof de democratie wetmatig georganiseerd moet blijven op negentiende-eeuwse leest. Zou een eerste stap richting moderniteit geen verbond tussen SP.A en Groen kunnen zijn, zoals Luc Huyse voorstelde? In Humo antwoordde oud-partijvoorzitter Frank Vandenbroucke daarop: 'Die vraag moet worden gesteld aan de leiding van Groen en SP.A. Ik zou pro zijn.' Vanvelthoven: Misschien is de Antwerpse rood-groene lijst 'Samen' een goed voorbeeld van wat ik beoog. 'Samen' is niet alleen een samengaan van rood en groen, maar probeert ook veel gelijkgezinde mensen te bereiken. Met Groen-boegbeeld Wouter Van Besien als kopman: dat is toch een signaal dat uw partij er zich al bij neerlegt dat u de volgende jaren niet meer de leiding neemt in het politieke debat? Vanvelthoven: Ik had liever een SP.A'er gezien als lijsttrekker, en ik heb dat intern ook vaak aangekaart. Maar nu spreek ik als socialist en als niet-Antwerpenaar. Als men in Antwerpen ervan overtuigd is dat een lijst met Van Besien als kopman de beste formule is om na de verkiezingen weer met een progressief beleid te kunnen aanknopen, dan moet men dat absoluut doen. Groen schaamt er zich intussen niet voor om zich aan de kiezer aan te dienen als 'de nieuwe marktleider' in het progressieve segment. Zijn en blijven jullie eigenlijk geen gezworen tegenstanders, ondanks de gelijkenissen? Vanvelthoven: Nogmaals, het lijkt mij de eerste opdracht voor linkse politici om de gutmenschen te verzamelen, niet rond één partijtje maar rond een breed progressief project. Ik denk trouwens dat Groen als merknaam niet veel langer zal meegaan dan SP.A of Open VLD. Misschien dat de partijen in een overgangsperiode nog een paar jaar hun nut zullen hebben, en dat een grote progressieve beweging in een eerste fase nog zal fungeren als koepel boven de SP.A of Groen, of misschien wel de PVDA. Maar ooit zal ook dat veranderen. En wellicht sneller dan velen denken.