Liefst 330 politici en hoge functionarissen staan vermeld in de Pandora Papers, de gelekte documenten over offshoreconstructies die het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten deelde met Knack, De Tijd en Le Soir. Tussen die 330 namen prijkt ook één voormalige Belgische politicus: Pierre Chevalier, die van 1983 tot 1992 politiek actief was voor de toenmalige SP en daarna tot 2012 voor de Vlaamse liberalen. Chevalier was onder meer gemeenteraadslid in Brugge, volksvertegenwoordiger, senator en staatssecretaris.
...

Liefst 330 politici en hoge functionarissen staan vermeld in de Pandora Papers, de gelekte documenten over offshoreconstructies die het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten deelde met Knack, De Tijd en Le Soir. Tussen die 330 namen prijkt ook één voormalige Belgische politicus: Pierre Chevalier, die van 1983 tot 1992 politiek actief was voor de toenmalige SP en daarna tot 2012 voor de Vlaamse liberalen. Chevalier was onder meer gemeenteraadslid in Brugge, volksvertegenwoordiger, senator en staatssecretaris. Daarnaast is Chevalier ook al lange tijd aan de slag bij de groep van Belgisch zakenman George Forrest, bekend van zijn mijnbouwactiviteiten in Congo. Vandaag is Chevalier ondervoorzitter van de raad van bestuur van de Groupe Forrest International in Waver, George Forrest is voorzitter.Zowel Chevalier als Forrest staat vermeld in gelekte documenten afkomstig van Asiaciti Trust, een offshoreprovider uit Hongkong. Chevalier duikt op als directeur van HCS Human Capital Services Limited in Hongkong, een bedrijf dat volgens de gelekte documenten minstens tot 2019 actief was. De Hongkongse offshore was op zijn beurt eigendom van een Panamees bedrijf dat al in 1988 werd opgericht, Financial Central Management Corp. Maar belangrijk is dat de gelekte documenten de uiteindelijk begunstigde van HCS onthullen, en dat is George Forrest.HCS is op 15 april 2013 opgericht met de hulp van een Zwitserse financiële dienstleverancier, die daarvoor in contact stond met Asiaciti Trust in Hongkong. In maart 2013 schreef het Zwitserse kantoor aan Asiaciti: 'Dit bedrijf (HCS, nvdr) wordt opgericht door de uiteindelijk begunstigde met het oog op belastingplanning.' Het kantoor voegt eraan toe dat 'het geld dat in het bedrijf wordt gepompt absoluut niet afkomstig is van illegale activiteiten'. Wat doet het Hongkongse HCS Human Capital Services Limited eigenlijk? Ook dat lezen we in de gelekte documenten. De offshore is opgericht om 'voornamelijk Europese expats en enkele anderen' gespecialiseerd in bijvoorbeeld mijnbouw of engineering werk te geven in vier Congolese bedrijven van de Forrest-groep. Het Hongkongse bedrijf functioneert dus als een soort humanresourcesagentschap voor de Congolese vennootschappen Entreprise Générale Malta Forrest (EGMF), GFIA, NBLIA en CMC. EGMF - een dochterbedrijf van het Belgische Groupe Forrest International SA - werkte onder meer aan de renovatie van het presidentieel paleis in Kinshasa, en voltooide wegenwerken in Lubumbashi en Kolwezi. Na zijn oprichting probeerde HCS Human Capital Services een bankrekening te openen in Hongkong. Tevergeefs: verschillende banken vonden dat te risicovol, zo blijkt uit de gelekte documenten. Ze beschouwen Congo als een hoogrisicoland. Uiteindelijk opende het Hongkongse bedrijf dan maar een rekening bij een Zwitserse bank. Bij de oprichting van HCS was de verwachting dat er maandelijks zo'n 700.000 dollar aan transacties zouden gebeuren - de uitbetaling van salarissen. En opmerkelijk is dat de Hongkongse en Panamese vennootschappen nergens vermeld staan in de geconsolideerde jaarrekening van de Forrest-groep. Wat is de hele logica achter deze set-up? 'Een Hongkongs bedrijf betaalt in Hongkong géén belastingen op winst behaald uit operaties in Congo', zegt een fiscaal expert aan wie we het voorbeeld anoniem voorlegden. 'De vraag is: zal dat personeel belasting betalen in Congo?' Verder ook belangrijk om aan te stippen is dat België en Hongkong in 2003 een overeenkomst sloten 'tot het vermijden van dubbele belasting'. Pierre Chevalier en George Forrest reageerden niet op onze bevindingen en vragen. Een persverantwoordelijke van de Groupe Forrest Internationale mailde wel een antwoord door. Ze stelt dat HCS in Hongkong aan de Forrest-groep diensten levert 'op het gebied van aanwerving, beheer en opleiding van personeel' alsook financiële diensten in verband met activiteiten in Congo. HCS doet een beroep op 'werknemers uit de hele wereld' om in te schakelen in Congo. Het zou niet enkel gaan om Europeanen 'maar ook Indiërs, Canadezen, Filipino's, Indonesiërs, Noord-Afrikanen, West-Afrikanen en Afrikanen ten zuiden van de Sahara, enzovoort. Op deze werknemers wordt een beroep gedaan in het kader van de diverse en gevarieerde activiteiten van de Forrest-groep in Congo.'HCS is volgens de woordvoerster inderdaad opgericht in 2013. 'De groep moest veel beter inspelen op de moeilijkheden die voortvloeiden uit de verscheidenheid aan statuten en regelgevingskaders die bij gebrek aan harmonisatie op de betrokken werknemers van toepassing waren. De oprichting van HCS was het resultaat van het werk van de consultants op wie we indertijd een beroep deden.' 'Met het oog op zijn marktpositie en bedrijfsontwikkeling was het voor de Forrest Group absoluut noodzakelijk meer toegang te krijgen tot de Chinese markt om de nodige middelen te vinden.' Die toegang 'vereiste de oprichting van een centrale entiteit in een land dat aan de behoeften van de groep kon voldoen. Daarom werd gekozen voor vestiging in Hongkong. Die locatie biedt een veel gunstiger toegang tot internationale aanwervingen vanwege de zeer gewilde geografische ligging voor werknemers die professionele activiteiten nastreven.' HCS stelt volgens de woordvoerster in Hongkong jaarlijks een balans op en dient er een belastingaangifte in. In Congo, waar de expats aan de slag gaan, worden eveneens belastingen betaald, aldus de woordvoerster. Over het Panamese bedrijf Financial Central Management Corp gaf ze géén commentaar.