Zoals te verwachten viel, was Jambers in de politiek fascinerende televisie. Paul Jambers, de oude vos van de Vlaamse televisie, volgde voor VTM de Antwerpse kopstukken in hun voorbereiding van de verkiezingen. Op verkiezingsdag, 14 oktober, volgde Jambers de Antwerpse burgemeester als zijn schaduw. Bart De Wever (N-VA) was zich daar terdege van bewust, en maakte er dankbaar gebruik van. Hij deed een opmerkelijke oproep: 'Dit is de historische kans om de stad in een plooi te leggen en een soort van nationale verzoening te prediken. Ik denk dat ik dat sebiet ga doen. Want we kunnen zo niet verder tegen links.' Toch was die cruciale uitspraak niet het interessantste, laat staan het meest leerzame element uit Jambers in de politiek. Op andere momenten, wanneer de N-VA-voorzitter niet zozeer met de camera van Jambers communiceerde maar wel met partijgenoten of zichzelf, werd pas echt duidelijk waarom hij voor verzoening pleitte, en wat hij ermee wilde bereiken.
...

Zoals te verwachten viel, was Jambers in de politiek fascinerende televisie. Paul Jambers, de oude vos van de Vlaamse televisie, volgde voor VTM de Antwerpse kopstukken in hun voorbereiding van de verkiezingen. Op verkiezingsdag, 14 oktober, volgde Jambers de Antwerpse burgemeester als zijn schaduw. Bart De Wever (N-VA) was zich daar terdege van bewust, en maakte er dankbaar gebruik van. Hij deed een opmerkelijke oproep: 'Dit is de historische kans om de stad in een plooi te leggen en een soort van nationale verzoening te prediken. Ik denk dat ik dat sebiet ga doen. Want we kunnen zo niet verder tegen links.' Toch was die cruciale uitspraak niet het interessantste, laat staan het meest leerzame element uit Jambers in de politiek. Op andere momenten, wanneer de N-VA-voorzitter niet zozeer met de camera van Jambers communiceerde maar wel met partijgenoten of zichzelf, werd pas echt duidelijk waarom hij voor verzoening pleitte, en wat hij ermee wilde bereiken. De eerste uitslagen die op 14 oktober binnensijpelden, waren niet goed voor de N-VA. Omstreeks 16.00 uur keek De Wever zorgelijk bij het vernemen van de ene deplorabele N-VA-score na de andere, van Brugge via Gent tot Vilvoorde en Aarschot. 'Het zal moeilijk zijn om het beeld van verlies te counteren. Het is te algemeen', zuchtte De Wever. Maar toen al zei hij: 'Het zal van de stad Antwerpen afhangen.' Die inschatting was juist. In Antwerpen houdt de N-VA stand. Ondanks zes jaar van harde confrontaties met de oppositie, een deel van de publieke opinie en op den duur zelfs zijn eigen coalitiepartners verliest de partij van De Wever niet één zetel - weliswaar op het nippertje: het scheelt amper 278 stemmen met de PVDA. Tot daar het goede nieuws voor de Vlaams-nationalisten. Rekenkundig bleef De Wevers coalitie van N-VA, CD&V en Open VLD weliswaar overeind (zij het amper met 28 zetels op 55), maar zijn politieke meerderheid is hij zo goed als kwijt. Een voortzetting van de oude ploeg is vooral een theoretische optie, als er zich nieuwe kandidaten zouden aandienen voor het Antwerpse stadsbestuur. De Wever wordt de volgende zes jaar a puppet on a string van een machtspoliticus bij de CD&V of de Open VLD die er genoegen in zou scheppen om hem te laten vallen of toch zeker in problemen te brengen. Denk aan de getergde CD&V'er Kris Peeters, of aan Open VLD'er Philippe De Backer, een ambitieuze nieuwkomer met wie er blijkbaar nog geen vertrouwensband bestaat. Dat is paradoxaal genoeg mede het resultaat van De Wevers niet aflatende persoonlijke aanvallen op Kris Peeters. De kans is groot dat die vuile oorlog de Antwerpse christendemocraten zeker één zetel heeft gekost. In de ogen van veel kiezers was Peeters een inwijkeling uit Puurs die als bestuurder van Antwerpen geen legitimiteit zou hebben - precies wat De Wever had beoogd. Alleen kost hem dat na de verkiezingen zijn Antwerpse meerderheid. In zekere zin heeft De Wever door de CD&V bewust te verzwakken de meest voor de hand liggende voortzetting van zijn coalitie (en dus van zijn burgemeesterschap) onmogelijk gemaakt. De Wever zou De Wever niet zijn als hij de schuld van de verwijdering tussen de N-VA enerzijds en de CD&V en de Open VLD anderzijds niet in de eerste plaats bij de andere partijen zou leggen. Ook dat zei hij zondagavond bij Jambers in de politiek met zoveel woorden: 'Stel dat we er met de VLD en de CD&V komen. Dat gaat super-, superkrap zijn. Dat is dan bibberen en beven, alles. En loyaal zijn die ook niet geweest. Je moet toch eerlijk zijn, zeg. De schepenen wel, de partijen niet.' Die zinnen suggereren dat het niet onverstandig is om naar andere partners uit te kijken. En zolang het Vlaams Belang van Filip Dewinter en Tom Van Grieken geen optie is, moet De Wever uitwijken naar partijen waaraan de harde kern van de Antwerpse N-VA een even grote hekel heeft als aan het VB: Groen en SP.A. Vandaar De Wevers oproep tot verzoening. Naast hem hoorden de Antwerpse OCMW-voorzitter Fons Duchateau en kandidaat-schepen Annick De Ridder de boodschap zwijgzaam aan, zonder één vraag te stellen. Ofwel moesten ze de koerswijziging even laten bezinken, ofwel waren ze al gebrieft over wat er komen zou. Ook aan de verzamelde N-VA-burgemeesters en schepenen van de districten legde De Wever uit dat het niet wenselijk is om meteen centrumrechtse meerderheden af te sluiten. Eerst wilde hij zelf zijn 'verzoenende' openingszet doen. Zo'n eventuele verruiming, legde De Wever de zwijgzame zaal uit, is zeker over zes jaar een noodzakelijk kwaad, dus kan de N-VA er maar beter al aan beginnen. Want de toekomst oogt vrij onzeker. Waar heeft de N-VA straks nog een vaste electorale basis? Volgens De Wever waar dat sociologisch nog kan. In zijn woorden: 'Dankzij de stad, en dankzij de goudrand rond de stad.' Dat zijn dan de rijkere randgemeenten van Antwerpen, en ook wat verder de provincie in, zoals Brasschaat, Schoten, Schilde, Edegem, Aartselaar, Kontich en zelfs Lier. Maar in veel Antwerpse districten is het toekomstperspectief donker. De Wever: 'In Borgerhout, hoe konden we daar winnen? Je moet een beetje realistisch zijn. Je moet de demografie van de bevolking bekijken. Dat is een reden temeer om naar de grote verzoening te gaan, want over zes jaar zal dat niet beter zijn.' Met andere woorden: wie Jambers in de politiek met enige aandacht bekeek, hoefde zich achteraf niet af te vragen of De Wever zijn oproep tot een verzachting van het debat echt meende. Het antwoord is 'ja' - toch voor zover het nuttig voor hem is in de aanloop naar de verkiezingen van mei 2019. De Wevers onverwachts uitgestoken hand naar de progressieve zijde geeft hem op korte termijn extra tijd om na te gaan wat er in Antwerpen mogelijk is. Op langere tijd hoopt hij zich beter te kunnen positioneren voor de verkiezingen van 2019. Verder ziet hij vooral voordelen. Als Groen niet toehapt, kan hij zich voordoen als het slachtoffer van een intransigente linkerzijde die niet wil ingaan op een vredesvoorstel, gewoon omdat het van de N-VA komt. Maar stel dat Groen wél toehapt. Die optie was voor de gemeenteverkiezingen kordaat van tafel geveegd. Lijsttrekker Wouter Van Besien en partijvoorzitter Meyrem Almaci zeiden duidelijk: 'Nee, er komt geen Antwerpse coalitie tussen Groen en N-VA.' Een week na de verkiezingen brokkelt die principiële afwijzing sneller af dan iemand voor mogelijk hield. De steun voor een geel-groene samenwerking in Antwerpen wordt groter met de dag. De krant De Standaard, zo misprezen door De Wever, is die oproep niet ongenegen. In een hoofdartikel stond te lezen dat Groen in Antwerpen 'hetzelfde spel moet spelen als zijn collega's en concurrenten al decennia doen.' Dat betekent een beleidsdeelname, want 'er is geen alternatief. Groen heeft de tijdgeest mee. Daar moet het van profiteren om de modelshift er in zo veel mogelijk steden en gemeenten door te duwen. Om de groene en open ruimte te beschermen. Om de klimaatambities te realiseren.' Daarom moet Groen volgens commentator Inge Ghijs tot de Antwerpse coalitie toetreden: 'Winnen betekent ook je verantwoordelijkheid opnemen. Aan de kant blijven staan en toekijken, daarvoor doe je niet aan politiek, daarvoor hebben de mensen ook niet op jou gestemd.' Verderop in dezelfde krant lijkt ook het Gentse Groen-kopstuk Filip Watteeuw zijn Antwerpse partijgenoten aan te moedigen: 'Ik begrijp de vrees in Antwerpen dat de N-VA met haar bestuurservaring Groen zou kunnen beschadigen in een coalitie. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat mijn Antwerpse collega's de situatie goed zullen aanpakken. En natuurlijk nemen wij ook onze Gentse bestuurservaring sinds 2012 met ons mee. We zijn niet onbeslagen.' Tegelijk doen andere groenen de uitgestoken hand van De Wever af als een groteske marketingstunt. 'Het is zoals een jager die plots vegetariër is geworden', zegt Kamerlid Kristof Calvo in Het Nieuwsblad. Hij gaat in de tegenaanval: 'De Wever moet kiezen: N-VA-voorzitter of een coalitie met ons.' Ook lijsttrekker Wouter Van Besien lijkt de kans niet te willen laten liggen om zijn N-VA-opponent te ontmaskeren als een poseur die niet meent wat hij zegt. Het ziet ernaar uit dat Groen niet zal ingaan op het aanbod van De Wever. En toch. Stél dat er toch een Antwerpse coalitie komt van N-VA en Groen. Dan lijkt het logisch dat Groen volgend jaar ook op Vlaams en mogelijk ook federaal niveau zal willen meebesturen. In dat geval wordt er ook voor de N-VA meer mogelijk. Aangezien Groen nauw samenwerkt met Ecolo zou dat de N-VA nieuwe perspectieven kunnen geven bij een volgende federale regeringsvorming, waar de MR dan samen met Ecolo voor de Franstalige as zou kunnen zorgen. Maar of het zo'n vaart zal lopen? Veel Ecolo'ers haten de N-VA nog meer dan de gemiddelde PS'er dat doet. Herinner u het gefotoshopte beeld van Theo Francken als nazi. Afzender: Jeune Ecolo. Het illustreert nog eens hoe gewaagd de plotse opening van Bart De Wever is. Oók voor zijn eigen partij. Want wat voor Groen geldt, gaat nog meer op voor de N-VA: ze dreigt haar geloofwaardigheid te verliezen door in zee te gaan met een partij die door de eigen achterban als de aartsvijand wordt beschouwd. Want dit is niet zomaar een mentale bocht. Het gaat om de verloochening van de kern van het gedachtegoed van de N-VA. Het is een ontkenning van de kardinale vernieuwing die De Wever aanbracht in de klassieke Vlaams-nationalistische benadering van het Belgische bestel en de Vlaamse natievorming. De klassieke Vlaams-nationalistische leer stipuleerde dat Vlaanderen en Wallonië anders zijn. Dat er in het zuiden meer en anders geld wordt uitgegeven in de gezondheidszorg en de werkloosheid. Dat er in het noorden een andere arbeidsethos heerst, en in het algemeen een groter zelfvertrouwen dat het goed toeven is in een nijvere en welvarende regio als Vlaanderen - 'Wat we zelf doen, doen we beter', schreef Gaston Geens al in 1987. Geens was tussen 1981 en 1992 de eerste volwaardige 'voorzitter' van de eerste echte Vlaamse regeringen, ook al heetten die toen nog 'executieven'. Voor De Wever volstond de oude analyse niet meer dat Vlaanderen een regio is die in zijn ontwikkeling wordt gehinderd door een armer en trager Wallonië. Die uitleg was hem te schraal, te Lega Nordachtig, te beperkt tot centen, rijkdom en economie. Het verschil tussen Franstalig België en Vlaanderen ligt dieper, legde hij uit, en hij deed dat met het beeld van de 'Vlaamse grondstroom': die is in wezen rechts-conservatief, en dat bepaalt niet alleen de politieke klasse maar de hele maatschappelijke cultuur, de sociale geschiedenis van het Vlaamse volk, en hoe men in Antwerpen en Gent op een wezenlijk andere manier zijn plaats in de geschiedenis zoekt dan in Luik of Charleroi. Daar is de grondstroom namelijk links-progressief. Het verschil laat zich in alles merken: hoe men kijkt naar immigratie, naar taal, naar onderwijs, naar sociale relaties, naar ondernemerschap, naar buitenlandse politiek, naar begrotingen, naar concepten zoals zorg, gezin, individu en gemeenschap. Dat inzicht werkte De Wever tussen 2003 en 2011 gedetailleerd uit in een lange reeks columns in De Morgen en De Standaard. Die teksten vormen nog altijd de intellectuele en ideologische basis van het N-VA-programma, met redeneringen als 'In de typische linkse manier van denken is de mens een soort leeg vat, waar je kunt instoppen wat je maar wilt. Dus als iemand in de fout gaat, is dat de schuld van de samenleving. Voor een socialist moet de correctie niet in de mens zelf gebeuren, maar in de samenleving.' Met die linkse zijde was voor een conservatieve nationalist à la De Wever geen echte samenwerking mogelijk, laat staan een duurzame verzoening. Die uitleg kende zijn beste politieke vertaling toen De Wever bij de regeringsvorming van 2014 besliste om de N-VA te laten deelnemen aan de federale regering van Charles Michel (MR), ook al had die geen communautaire agenda. Sinds de oprichting van de Volksunie in de jaren 1950 was dat ondenkbaar voor een Vlaams-nationalistisch politicus. Desondanks kon De Wever de stap geloofwaardig verantwoorden door de woorden van Didier Reynders (MR) uit 2007 te herhalen: 'Een federale regering zonder de PS is al een staatshervorming op zich.' Het strookte met zijn inzicht dat de tegenstelling tussen links en rechts, progressief en conservatief, de wezenlijke breuklijn is die dit land doorklieft, en dat ze fundamenteler is dan taalverschillen of een verschillende economische ontwikkeling (die min of meer historisch te verklaren is als een erfenis van de industriële geschiedenis). Niet de Vlaamsgezinde taalstrijd maar het conflict met links heeft De Wevers kroonprins Theo Francken sterk gemaakt. Op Twitter is het zelfs Franckens geliefde baseline, telkens als hij zich ergert: 'Links mag alles.' Hoe moeilijk De Wevers eigen mensen het hebben om de boodschap van verzoening te brengen, bleek toen Annick De Ridder het in De Zevende Dag kwam uitleggen: 'Als er zich in 2019 in Wallonië een as aandient van PTB (PVDA) en PS, zal de N-VA slecht één antwoord hebben: het confederalisme.' Dat klonk als oorlogsretoriek die ongetwijfeld goed valt bij het Vlaams Belang en de klassieke Vlaamse Beweging, maar weinig steek houdt. Op een pressiegroep van (enkele) linkse syndicalisten en progressieve culturo's na wordt in Wallonië sterk getwijfeld over de wenselijkheid van een alliantie tussen de PS en de PTB-PVDA. Zeker de twee betrokken partijen zijn niet zomaar voor: de PS en de PTB zijn elkaars aartsvijanden (zie interview met Sofie Merckx, blz. 8). Tot voor kort deelde de PS de visie die terug te vinden is in het boek Nouvelle Gauche, Vieille Recette van politicoloog Pascal Delwit: achter haar sociale gelaat verbergt de PTB een marxistisch-leninistisch apparaat. Sinds enige tijd stelde de PS die koers bij, en reikt ze de PTB de hand waar dat kan. In zekere zin is PS'er Paul Magnette de Bart De Wever van le pays noir. In Charleroi bood hij de PTB twee schepenmandaten aan, waaronder huisvesting, én op de koop toe het voorzitterschap van de socialehuisvestingsmaatschappij. Het is nadrukkelijk níét de bedoeling dat de PTB op die geste ingaat. Magnette wil net in de verf zetten dat Raoul Hedebouw en zijn PTB'ers politici zijn die geen verantwoordelijkheid durven op te nemen. Tegelijk lijkt de PTB niet happig om zich (nu al) te verbranden aan het bestuur van armlastige sociale instellingen met te veel noden en te weinig middelen. Als Annick De Ridder stormloopt tegen 'de Waalse as PS-PTB', lijkt ze vooral te willen dat zo'n verbond er zo snel mogelijk komt, ook al staan die partijen voor alles wat de N-VA bestrijdt. Alleen dan heeft de N-VA volgend jaar minstens één casus belli om ook genoeg mainstreamkiezers te overtuigen van de noodzaak van een nieuwe confederale ronde. Op die manier zou De Wever kunnen aanhaken bij oude successen, want hij won in het verleden al veel stemmen door de communautaire trom te roeren. In 2010 werd de N-VA in een verhit communautair klimaat ineens de grootste Vlaamse partij. In 2012 moest het verdrijven van de socialist Patrick Janssens uit het Antwerpse stadhuis de prelude zijn van wat in 2014 ook gebeurde: de uittocht van Elio Di Rupo uit Wetstraat 16 en van de PS en SP.A uit de federale regering. De vraag is of zo'n strategie niet getuigt van weinig historisch inzicht. Vandaag lijkt het oude confederale momentum ver weg. De Leuvense politicoloog Bart Maddens analyseerde hoe de N-VA-zege in 2010 niet uit de lucht kwam vallen. Hij was het culminatiepunt van een jarenlange communautaire strijd, en daardoor waren op de duur zo veel Vlaamse geesten gerijpt. Het begon met de splitsing van de Volksunie in 2001 en het protest tegen het Lambertmontakkoord van Guy Verhofstadt (Open VLD) dat jaar, dan kwam de eis om B-H-V te splitsen, en de opgang van Yves Leterme (CD&V) tussen 2003 en 2007 als voornaamste politicus van Vlaanderen en het land. Dergelijke thema's zijn er nu niet, of toch veel minder. Van welke Waalse politicus kun je vandaag een baarlijke duivel maken, naar het model van Elio Di Rupo? Toch niet van Paul Magnette? Welke eis zou de Vlaamse pers en de Vlaamse publieke opinie even makkelijk kunnen opzwepen als B-H-V destijds? De hervorming van Brussel? Mogelijk, want veel Vlamingen vinden de hoofdstad ook een onbestuurbaar hell-hole. Alleen is de positie van Brusselse Vlamingen erg verzwakt, zo ondervonden ook de plaatselijke N-VA'ers vorige zondag. De splitsing van de sociale zekerheid, misschien? Ooit dacht men dat de Vlaming daardoor méér centen zou hebben voor zichzelf, maar sinds de splitsing van de kinderbijslag, waarbij het 'arme' Wallonië en Brussel een hogere kinderbijslag hebben dan het 'rijke' Vlaanderen, heeft dat argument aan kracht ingeboet. Zeker een Vlaams electoraat dat in snel tempo vergrijst, heeft weinig boodschap aan harde besparingen in de sociale zekerheid. Wat verkoopt er nog? Moet de N-VA een communautaire oorlog ontketenen in een land waarvan ze zélf de sterkste partij is in de federale regering, en waardoor premier Charles Michel ineens op ramkoers komt te liggen met ministers zoals Jan Jambon en Theo Francken? Dat huzarenstukje zal zelfs Bart De Wever de modale Vlaming niet snel kunnen aanpraten. Een even logisch verkiezingsthema voor de N-VA lijkt de cluster rond veiligheid, asiel en migratie, en bij uitbreiding de westerse waarden. Al dreigt de N-VA dan de locomotief te worden van het Vlaams Belang, de enige partij met een harder, duidelijker en simpeler verhaal over identity politics. Een laatste optie zou kunnen zijn om weer de klemtoon te leggen op het klassieke, rechtse sociaaleconomische verhaal dat altijd aanslaat bij werkgevers, vrije beroepen en kmo's. De N-VA probeerde er in 2014 al mee te scoren, onder meer met de belofte dat de overheidsschuld zou worden teruggedrongen. Het werd een sof. De Wever noemt de begroting het duidelijkste minpunt van het werk van de federale regering. Het was bepaald geen makkelijke ambtstermijn voor de veelgeplaagde minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA). Intussen gaat het uitstekend met de werkgelegenheid. Maar hoeveel Vlamingen zijn bereid te geloven dat die extra jobs er zijn gekomen door het uitstekende beleid van minister van Werk Philippe Muyters (N-VA)? Hoeveel modale Vlamingen zouden Muyters eigenlijk (her)kennen, zelfs na tien dienstjaren in de Vlaamse regering? Dat wordt meteen de fundamentele uitdaging voor Bart De Wever. ' Quid N-VA', noteerde Jean-Luc Dehaene (CD&V) bij de formatie van 2007, 'Wat met de N-VA?'. Sinds zondag weten we dat ook Bart De Wever zich weleens die vraag stelt. Hij moet zichzelf en zijn partij heruitvinden: oude boodschappen op een nieuwe manier brengen, en hopen dat ze een tweede of zelfs derde keer aanslaan. Kan dat wel? Zal de Vlaming de vele herhalingen van de Grote Bart De Wevershow met even veel plezier bekijken als die van FC De Kampioenen? En hoe aantrekkelijk is de N-VA voor de eigen achterban als de oude linkse vijanden ineens nieuwe vrienden zijn? 'Wie gelooft die mensen nog?' Ooit was het een gevleugeld, uitdagend gezegde van Yves Leterme, toenmalig leider van het 'Vlaamse kartel', gericht aan Paars. Straks dreigen Bart De Wever en co. van die vraag het lijdend voorwerp te worden.