Her en der lees je dat het klimaat wel vaart bij de coronacrisis. Dit enthousiasme is misplaatst. De coronacrisis wordt - terecht - omschreven als een oorlogssituatie die een bedreiging vormt voor onze samenleving. Dergelijke schokken met extreem hoge kosten voor de maatschappij wil je nu net niet in verband brengen met die andere crisis: de klimaatcrisis. Een vijandsbeeld is gepast in de strijd tegen een dodelijk virus, maar de transitie naar een duurzame economie heeft nood aan toekomstperspectief met voordelen voor iedereen. Bovendien belemmert de coronacrisis de transitie naar een duurzame economie op lange termijn.

Deze coronacrisis is niet goed voor het klimaat.

De coronacrisis heeft nochtans een positieve impact op het klimaat op korte termijn. In China werd een daling in de uitstoot van broeikasgassen reeds vastgesteld in de metingen en ook in Vlaanderen kunnen we een vergelijkbaar effect verwachten. Dagelijks lezen we immers over Vlaamse sectoren en bedrijven die de deuren moeten sluiten, waardoor hun uitstoot van broeikasgassen stilvalt. Ook het Vlaamse energieverbruik daalt drastisch, met 10 tot 15 procent. Dit is vergelijkbaar met de daling die we normaal meemaken tijdens een weekend. En staat er ten slotte nog iemand in de file? Ook deze zijn zo goed als verdwenen door het massale thuiswerken, online lesgeven en de verminderde economische activiteit. Op maandag 16 maart was het resultaat van de filebarometer ronduit spectaculair: die dag observeerde men de rustigste ochtendspits in maar liefst 30 jaar tijd. Enkel voordelen dan voor het klimaat? Neen. Meer zelfs, wijzen op de positieve korte termijn impact van de coronacrisis is gevaarlijk. De coronacrisis brengt veel menselijke en economische ellende met zich mee. Wie gaat nogmaals bereid zijn om door deze ellende te gaan om ook de klimaatcrisis het hoofd te bieden?

Ook op lange termijn bedreigt de coronacrisis de transitie naar een duurzame economie. De korte termijn daling van de uitstoot van broeikasgassen is immers het resultaat van een economische crisis en niet van een weloverwogen transitie naar een duurzame economie. Zo wordt bij het sluiten van bedrijven en sectoren - terecht - geen rekening gehouden met de milieu impact van die bedrijven. De gesloten bedrijven zijn dus niet noodzakelijk de meest vervuilende bedrijven terwijl de essentiële sectoren vaak wel een erg grote ecologische impact hebben (voeding & landbouw, energie). Vanuit klimaatoverwegingen wil je op lange termijn net naar een verminderde uitstoot in deze sectoren, bijvoorbeeld door technologische vooruitgang, maar zij moeten door de extreme omstandigheden nu op volle kracht blijven verder ploeteren. De economische impact van de coronacrisis staat dus eigenlijk loodrecht op de doelstellingen van een transitie richting een duurzame economie.

Na de coronocrisis willen burgers, bedrijven en overheid zo snel mogelijk terugkeren naar business as usual. Overbruggingskredieten, uitstel van betaling, de overheid die energiefacturen betaalt: het heeft allemaal als doel om het consumptieniveau terug op te krikken. In de VS overweegt president Trump zelfs 'helikoptergeld', wat zou inhouden dat elke Amerikaan een cheque van enkele duizenden dollars mag gaan uitgeven om de economie aan te zwengelen.

De strijd tegen klimaatverandering mag geen verhaal worden van immense opofferingen om onze huidige manier van samenleven te beschermen.

Onder druk van de coronacrisis wordt op deze manier wel vergeten dat de ecologische voetafdruk van de geïndustrialiseerde wereld eigenlijk te groot is en dat een deel van ons consumptiepatroon niet normaal is (denk aan vrijgezellenweekends met het vliegtuig, of wegwerp plastic verpakkingen in plaats van herbruikbare plastic verpakkingen). Bovendien wordt verwacht dat de economische heropflakkering zal profiteren van de lage fossiele brandstofprijzen waardoor duurzamere energievormen minder concurrentieel worden en terug in het verdomhoekje worden geduwd.

Het coronavirus bedreigt net als de klimaatverandering onze huidige samenleving. Maar de strijd tegen klimaatverandering mag geen verhaal worden van immense opofferingen om onze huidige manier van samenleven te beschermen. De strijd tegen klimaatverandering moet toekomstperspectief en kansen bieden voor bedrijven en burgers. Dit wil niet zeggen dat een transitie naar een duurzame economie niet drastisch moet zijn. Op een aarde met beperkte mogelijkheden moeten we onze ongebreidelde economische groei en een deel van ons consumptiepatroon in vraag stellen. Een eerste poging om ecologische overwegingen in de economische logica te introduceren kan een CO2-taks zijn. Deze taks plakt een economische kost op negatieve milieueffecten en kan ertoe leiden dat Vlaanderen meer gaat inzetten op alternatieven (bv. met trein op vrijgezellenweekend in plaats van met het vliegtuig) of technologische vooruitgang (bv. om energie-efficiënter te worden). Zo verdwijnen mogelijk enkele uitwassen van ons economische systeem wanneer het, hopelijk sneller dan later, terug beter gaat.

Jan Brusselaers is milieu-econoom bij het VITO, het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek.

Her en der lees je dat het klimaat wel vaart bij de coronacrisis. Dit enthousiasme is misplaatst. De coronacrisis wordt - terecht - omschreven als een oorlogssituatie die een bedreiging vormt voor onze samenleving. Dergelijke schokken met extreem hoge kosten voor de maatschappij wil je nu net niet in verband brengen met die andere crisis: de klimaatcrisis. Een vijandsbeeld is gepast in de strijd tegen een dodelijk virus, maar de transitie naar een duurzame economie heeft nood aan toekomstperspectief met voordelen voor iedereen. Bovendien belemmert de coronacrisis de transitie naar een duurzame economie op lange termijn.De coronacrisis heeft nochtans een positieve impact op het klimaat op korte termijn. In China werd een daling in de uitstoot van broeikasgassen reeds vastgesteld in de metingen en ook in Vlaanderen kunnen we een vergelijkbaar effect verwachten. Dagelijks lezen we immers over Vlaamse sectoren en bedrijven die de deuren moeten sluiten, waardoor hun uitstoot van broeikasgassen stilvalt. Ook het Vlaamse energieverbruik daalt drastisch, met 10 tot 15 procent. Dit is vergelijkbaar met de daling die we normaal meemaken tijdens een weekend. En staat er ten slotte nog iemand in de file? Ook deze zijn zo goed als verdwenen door het massale thuiswerken, online lesgeven en de verminderde economische activiteit. Op maandag 16 maart was het resultaat van de filebarometer ronduit spectaculair: die dag observeerde men de rustigste ochtendspits in maar liefst 30 jaar tijd. Enkel voordelen dan voor het klimaat? Neen. Meer zelfs, wijzen op de positieve korte termijn impact van de coronacrisis is gevaarlijk. De coronacrisis brengt veel menselijke en economische ellende met zich mee. Wie gaat nogmaals bereid zijn om door deze ellende te gaan om ook de klimaatcrisis het hoofd te bieden?Ook op lange termijn bedreigt de coronacrisis de transitie naar een duurzame economie. De korte termijn daling van de uitstoot van broeikasgassen is immers het resultaat van een economische crisis en niet van een weloverwogen transitie naar een duurzame economie. Zo wordt bij het sluiten van bedrijven en sectoren - terecht - geen rekening gehouden met de milieu impact van die bedrijven. De gesloten bedrijven zijn dus niet noodzakelijk de meest vervuilende bedrijven terwijl de essentiële sectoren vaak wel een erg grote ecologische impact hebben (voeding & landbouw, energie). Vanuit klimaatoverwegingen wil je op lange termijn net naar een verminderde uitstoot in deze sectoren, bijvoorbeeld door technologische vooruitgang, maar zij moeten door de extreme omstandigheden nu op volle kracht blijven verder ploeteren. De economische impact van de coronacrisis staat dus eigenlijk loodrecht op de doelstellingen van een transitie richting een duurzame economie.Na de coronocrisis willen burgers, bedrijven en overheid zo snel mogelijk terugkeren naar business as usual. Overbruggingskredieten, uitstel van betaling, de overheid die energiefacturen betaalt: het heeft allemaal als doel om het consumptieniveau terug op te krikken. In de VS overweegt president Trump zelfs 'helikoptergeld', wat zou inhouden dat elke Amerikaan een cheque van enkele duizenden dollars mag gaan uitgeven om de economie aan te zwengelen. Onder druk van de coronacrisis wordt op deze manier wel vergeten dat de ecologische voetafdruk van de geïndustrialiseerde wereld eigenlijk te groot is en dat een deel van ons consumptiepatroon niet normaal is (denk aan vrijgezellenweekends met het vliegtuig, of wegwerp plastic verpakkingen in plaats van herbruikbare plastic verpakkingen). Bovendien wordt verwacht dat de economische heropflakkering zal profiteren van de lage fossiele brandstofprijzen waardoor duurzamere energievormen minder concurrentieel worden en terug in het verdomhoekje worden geduwd. Het coronavirus bedreigt net als de klimaatverandering onze huidige samenleving. Maar de strijd tegen klimaatverandering mag geen verhaal worden van immense opofferingen om onze huidige manier van samenleven te beschermen. De strijd tegen klimaatverandering moet toekomstperspectief en kansen bieden voor bedrijven en burgers. Dit wil niet zeggen dat een transitie naar een duurzame economie niet drastisch moet zijn. Op een aarde met beperkte mogelijkheden moeten we onze ongebreidelde economische groei en een deel van ons consumptiepatroon in vraag stellen. Een eerste poging om ecologische overwegingen in de economische logica te introduceren kan een CO2-taks zijn. Deze taks plakt een economische kost op negatieve milieueffecten en kan ertoe leiden dat Vlaanderen meer gaat inzetten op alternatieven (bv. met trein op vrijgezellenweekend in plaats van met het vliegtuig) of technologische vooruitgang (bv. om energie-efficiënter te worden). Zo verdwijnen mogelijk enkele uitwassen van ons economische systeem wanneer het, hopelijk sneller dan later, terug beter gaat. Jan Brusselaers is milieu-econoom bij het VITO, het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek.