Toegegeven, vraagtekens stellen bij het politieke verhaal over corona klinkt haast onbezonnen in een tijd waarin de hele wereldgemeenschap strijd voert tegen een virus dat zich vooralsnog niet laat beheersen. De stelling is zelfs ongevoelig in het licht van de hoge menselijke tol die het virus reeds eiste. In België alleen al werden duizenden zwaar ziek en lieten enkele honderden het leven. Het lijkt ook geen rekenschap af te leggen van de inspanningen en zelfs opofferingen van iedereen werkzaam in de medische en belendede sectoren. Toch is het net deze stelling die de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben (°1947) opperde in een opiniestuk getiteld L'invenzione di un'epidemia. Ofwel, 'de uitvinding van een epidemie'.

Ook in deze moeilijke periode mogen we onze kritische zin niet verliezen.

Quasi onmiddellijk brak er een stortvloed van verontwaardiging uit, zelfs in de filosofische kringen die normaal geen controverse schuwen. Agamben werd door enkele denkers, waaronder Jean-Luc Nancy (°1940) op de ondoordachtheid van zijn stelling gewezen, maar over het algemeen wordt hij zowel in de academische wereld als in de publieksmedia weggezet als een fantast. Hoewel het verleidelijk is om de bijdrage van Agamben van de hand te wijzen als het paranoïde geraaskal van een boomer, lijkt deze houding toch vooral te getuigen van een gebrekkige leesvaardigheid. Al diegenen die Agamben zo resoluut afwijzen, lijken niet verder te zijn geraakt dan de titel van zijn stuk.

Agamben ontkent het bestaan noch het risico van het Corona-virus. In tegenstelling tot wat sommigen beweren, behoort Agamben niet tot het kamp van de Corona-ontkenners (zoals Donald Trump in de begindagen van deze gezondheidscrisis). De 'uitvinding' waarover hij spreekt, verwijst niet naar het virus zelf. Wie dit stelt, doet Agamben geen recht. Waar het hem om draait, is hoe dit virus wordt aangegrepen door het politieke bestel om de grenzen van de democratische rechtstaat op te zoeken en zelfs te overschrijden. Agamben klaagt in zijn originele bijdrage (geschreven eind februari) vooral de disproportionaliteit aan tussen het eigenlijke gezondheidsrisico en de maatregelen die worden genomen. Zich beroepend op het cijfermateriaal van de Consiglio Nazionale delle Ricerche trekt hij de politieke legitimiteit in twijfel van de uitgeroepen noodtoestand. Hij verwijt de overheid dat zij onder het mom van een gezondheidscrisis een nieuw politiek paradigma probeert te installeren.

De overheid heeft er volgens hem baat bij om de crisissituatie zo ernstig mogelijk voor te stellen. Op die manier is de bevolking het meest geneigd om in te stemmen met het opgeven van haar rechten. De overheid voedt de angst van de bevolking door een duidelijk vijandsbeeld naar voren te schuiven, in dit geval de verspreider. Agamben merkt op dat dit een oude en gekende truc is door een parallel te trekken met de strijd tegen het terrorisme. Toen werden we gewaarschuwd voor de potentiële terrorist in ons midden. Naast een bevolking toegeeflijk maken om in te stemmen met een inperking van haar grondrechten, beoogt een overheid door de angst te voeden voor de naaste, de verbondenheid te breken die tot verzet tegen haar machtsaanspraken kan uitgroeien.

Een snelle blik op sommige bijdragen en reacties op sociale media illustreren dit. Zo weerklinkt her en der de oproep om de maatregelen van de overheid strikt op te volgen, omdat (en hierin ligt Agambens punt, niet in de ontkenning van het gevaar) je anders een risico bent voor anderen. We zien elkaar dus niet langer als medeburgers of medemensen, maar als een bedreiging voor onze gezondheid. Iedereen die onlangs nog in een supermarkt rondliep, zal deze beleving herkennen. Agamben merkt in een latere bijdrage op dat wij, bezorgd om ons lijf en leden, bereid zijn om alles op te geven: een normaal leven, onze politieke en religieuze overtuigingen, sociale contacten en zelfs fysieke genegenheid. En net hier maakt de overheid gebruik van.

Door in te spelen op de bekommernis om ons fysieke welzijn, sluit de overheid iedere burger op in zijn individualiteit. Dit individualisme laat geen enkele andere staatsvorm toe dan de monsterachtige Leviathan, zoals de politieke filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) de absolutistische staat omschreef in zijn gelijknamige boek. Tegen een onoverzichtelijk aantal vijanden kan een individu zichzelf niet verdedigen, maar heeft het de hulp nodig van een beschermheer die over de middelen beschikt om de andere die hem bedreigt (letterlijk) bij hem vandaan te houden. Om die reden lokt een radicaal individualisme een even radicale staatsvorm uit, met name een politiestaat. Of omgekeerd. De politiek kan zelf de voorwaarden scheppen om de spelregels waaraan ze gebonden is, te veranderen door de juiste voedingsbodem hiervoor te scheppen. Dit is wat er volgens Agamben gaande is in de wijze waarop de overheid de huidige gezondheidssituatie voorstelt en benadert.

Om deze reden haalt Agamben dan ook aan dat we niet mogen geloven in een bepaald verhaal dat nu rond het Corona-virus wordt geweven. Dit verhaal wil ons ervan overtuigen dat we bereid moeten zijn om alles op te geven om door deze crisis te komen, zelfs onze meest fundamentele rechten. Agamben verzet zich hiertegen en stelt dat een samenleving die enkel en alleen gericht is op overleven, geen toekomst heeft. Wie zich overgeeft aan een overheid die absolute bescherming belooft, kan misschien wel zijn leven redden maar betaalt hiervoor met alles wat dat leven aangenaam en waardevol maakt: bewegingsvrijheid, sociale contacten en betekenisvolle relaties, een eigen levensinvulling alsook psychisch en fysisch welbevinden.

Agamben lijkt ons vooral te willen oproepen om ook in deze moeilijke en beproevende periode onze kritische zin niet te verliezen. Wie zijn bijdragen leest met intellectuele eerlijkheid, moet toegeven dat het hem er niet om te doen is om de realiteit van het Corona-virus te ontkennen. Hij wijst erop dat er meer op het spel staat dan enkel en alleen de volksgezondheid. Ook de gezondheid van ons samenleven, van onze democratie en zelfs die van onze menselijkheid staat op het spel. Agambens pleidooi is er dan ook op gericht om te voorkomen dat in de strijd tegen het Corona-virus onze politieke vrijheid en ons menselijk geluk sneuvelen.

Jonathan Lambaerts (°1985) studeerde sociaal werk, wijsbegeerte en godsdienstwetenschappen. Hij werkt op de Thomas More hogeschool, waar hij onder meer filosofie doceert.

Toegegeven, vraagtekens stellen bij het politieke verhaal over corona klinkt haast onbezonnen in een tijd waarin de hele wereldgemeenschap strijd voert tegen een virus dat zich vooralsnog niet laat beheersen. De stelling is zelfs ongevoelig in het licht van de hoge menselijke tol die het virus reeds eiste. In België alleen al werden duizenden zwaar ziek en lieten enkele honderden het leven. Het lijkt ook geen rekenschap af te leggen van de inspanningen en zelfs opofferingen van iedereen werkzaam in de medische en belendede sectoren. Toch is het net deze stelling die de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben (°1947) opperde in een opiniestuk getiteld L'invenzione di un'epidemia. Ofwel, 'de uitvinding van een epidemie'.Quasi onmiddellijk brak er een stortvloed van verontwaardiging uit, zelfs in de filosofische kringen die normaal geen controverse schuwen. Agamben werd door enkele denkers, waaronder Jean-Luc Nancy (°1940) op de ondoordachtheid van zijn stelling gewezen, maar over het algemeen wordt hij zowel in de academische wereld als in de publieksmedia weggezet als een fantast. Hoewel het verleidelijk is om de bijdrage van Agamben van de hand te wijzen als het paranoïde geraaskal van een boomer, lijkt deze houding toch vooral te getuigen van een gebrekkige leesvaardigheid. Al diegenen die Agamben zo resoluut afwijzen, lijken niet verder te zijn geraakt dan de titel van zijn stuk.Agamben ontkent het bestaan noch het risico van het Corona-virus. In tegenstelling tot wat sommigen beweren, behoort Agamben niet tot het kamp van de Corona-ontkenners (zoals Donald Trump in de begindagen van deze gezondheidscrisis). De 'uitvinding' waarover hij spreekt, verwijst niet naar het virus zelf. Wie dit stelt, doet Agamben geen recht. Waar het hem om draait, is hoe dit virus wordt aangegrepen door het politieke bestel om de grenzen van de democratische rechtstaat op te zoeken en zelfs te overschrijden. Agamben klaagt in zijn originele bijdrage (geschreven eind februari) vooral de disproportionaliteit aan tussen het eigenlijke gezondheidsrisico en de maatregelen die worden genomen. Zich beroepend op het cijfermateriaal van de Consiglio Nazionale delle Ricerche trekt hij de politieke legitimiteit in twijfel van de uitgeroepen noodtoestand. Hij verwijt de overheid dat zij onder het mom van een gezondheidscrisis een nieuw politiek paradigma probeert te installeren.De overheid heeft er volgens hem baat bij om de crisissituatie zo ernstig mogelijk voor te stellen. Op die manier is de bevolking het meest geneigd om in te stemmen met het opgeven van haar rechten. De overheid voedt de angst van de bevolking door een duidelijk vijandsbeeld naar voren te schuiven, in dit geval de verspreider. Agamben merkt op dat dit een oude en gekende truc is door een parallel te trekken met de strijd tegen het terrorisme. Toen werden we gewaarschuwd voor de potentiële terrorist in ons midden. Naast een bevolking toegeeflijk maken om in te stemmen met een inperking van haar grondrechten, beoogt een overheid door de angst te voeden voor de naaste, de verbondenheid te breken die tot verzet tegen haar machtsaanspraken kan uitgroeien.Een snelle blik op sommige bijdragen en reacties op sociale media illustreren dit. Zo weerklinkt her en der de oproep om de maatregelen van de overheid strikt op te volgen, omdat (en hierin ligt Agambens punt, niet in de ontkenning van het gevaar) je anders een risico bent voor anderen. We zien elkaar dus niet langer als medeburgers of medemensen, maar als een bedreiging voor onze gezondheid. Iedereen die onlangs nog in een supermarkt rondliep, zal deze beleving herkennen. Agamben merkt in een latere bijdrage op dat wij, bezorgd om ons lijf en leden, bereid zijn om alles op te geven: een normaal leven, onze politieke en religieuze overtuigingen, sociale contacten en zelfs fysieke genegenheid. En net hier maakt de overheid gebruik van.Door in te spelen op de bekommernis om ons fysieke welzijn, sluit de overheid iedere burger op in zijn individualiteit. Dit individualisme laat geen enkele andere staatsvorm toe dan de monsterachtige Leviathan, zoals de politieke filosoof Thomas Hobbes (1588-1679) de absolutistische staat omschreef in zijn gelijknamige boek. Tegen een onoverzichtelijk aantal vijanden kan een individu zichzelf niet verdedigen, maar heeft het de hulp nodig van een beschermheer die over de middelen beschikt om de andere die hem bedreigt (letterlijk) bij hem vandaan te houden. Om die reden lokt een radicaal individualisme een even radicale staatsvorm uit, met name een politiestaat. Of omgekeerd. De politiek kan zelf de voorwaarden scheppen om de spelregels waaraan ze gebonden is, te veranderen door de juiste voedingsbodem hiervoor te scheppen. Dit is wat er volgens Agamben gaande is in de wijze waarop de overheid de huidige gezondheidssituatie voorstelt en benadert.Om deze reden haalt Agamben dan ook aan dat we niet mogen geloven in een bepaald verhaal dat nu rond het Corona-virus wordt geweven. Dit verhaal wil ons ervan overtuigen dat we bereid moeten zijn om alles op te geven om door deze crisis te komen, zelfs onze meest fundamentele rechten. Agamben verzet zich hiertegen en stelt dat een samenleving die enkel en alleen gericht is op overleven, geen toekomst heeft. Wie zich overgeeft aan een overheid die absolute bescherming belooft, kan misschien wel zijn leven redden maar betaalt hiervoor met alles wat dat leven aangenaam en waardevol maakt: bewegingsvrijheid, sociale contacten en betekenisvolle relaties, een eigen levensinvulling alsook psychisch en fysisch welbevinden.Agamben lijkt ons vooral te willen oproepen om ook in deze moeilijke en beproevende periode onze kritische zin niet te verliezen. Wie zijn bijdragen leest met intellectuele eerlijkheid, moet toegeven dat het hem er niet om te doen is om de realiteit van het Corona-virus te ontkennen. Hij wijst erop dat er meer op het spel staat dan enkel en alleen de volksgezondheid. Ook de gezondheid van ons samenleven, van onze democratie en zelfs die van onze menselijkheid staat op het spel. Agambens pleidooi is er dan ook op gericht om te voorkomen dat in de strijd tegen het Corona-virus onze politieke vrijheid en ons menselijk geluk sneuvelen.Jonathan Lambaerts (°1985) studeerde sociaal werk, wijsbegeerte en godsdienstwetenschappen. Hij werkt op de Thomas More hogeschool, waar hij onder meer filosofie doceert.