De afgelopen dagen was er veel te doen rond een artikel dat afgelopen week in het wetenschappelijke vakblad Nature verscheen en opgepikt werd door onder meer De Morgen en de Volkskrant. De auteurs Glen Peters en Zeke Hausfather, twee autoriteiten binnen de klimaatwetenschap, schrijven er dat de wereld stilaan loskomt van het slechtst denkbare klimaatscenario, het zogenaamde RCP8.5 of SSP5-scenario. Dit voorspelt een 5°C graden warmere wereld tegen 2100 en gaat er onder meer vanuit dat de komende decennia nog ettelijke honderden steenkoolcentrales worden bijgebouwd.

Onze toekomst ziet er niet apocalyptisch uit, wel levensgevaarlijk.

Op het eerste gezicht lijkt de stelling van Peters en Hausfather echter niet te kloppen. Want kijk je naar de historische evolutie van de totale wereldwijde CO2-uitstoot, dan schurken we nog altijd dicht tegen dat apocalyptische scenario aan (grafiek 1).

Grafiek 1: Evolutie totale globale CO2-uitstoot (ontbossing inbegrepen), .
Grafiek 1: Evolutie totale globale CO2-uitstoot (ontbossing inbegrepen) © .

Maar kijk je enkel naar de uitstoot afkomstig van het gebruik van fossiele brandstoffen, dan stijgt deze curve de laatste jaren duidelijk minder snel (grafiek 2).

Grafiek 2: Evolutie globale CO2-uitstoot afkomstig van fossiele brandstoffen - Noot: CO2 staat in voor ongeveer 76% van het totale antropogene broeikaseffect. En de blauwe lijn (RCP2.6) is het te volgen pad om met een goede kans onder de gevaarlijke 2°C-grens te blijven., .
Grafiek 2: Evolutie globale CO2-uitstoot afkomstig van fossiele brandstoffen - Noot: CO2 staat in voor ongeveer 76% van het totale antropogene broeikaseffect. En de blauwe lijn (RCP2.6) is het te volgen pad om met een goede kans onder de gevaarlijke 2°C-grens te blijven. © .

De alternatieven, met zon en wind voorop, werden het afgelopen decennium dan ook een pak goedkoper. Zo goedkoop zelfs dat landen als India en China hun geplande steenkoolcentrales steeds vaker vervangen door nieuwe wind- en zonneparken. En alleen al daardoor lijkt het ergste scenario, een wereld van +5°C tegen 2100, niet langer realistisch. Als we er vervolgens vanuit gaan dat we die steenkool ook de komende decennia blijven vervangen door koolstofarme alternatieven, dan stevent de wereld volgens Peters en Hausfather eerder af op een gemiddelde opwarming van +2,5 °C tot +4 °C in 2100.

Dus ja, onze toekomst ziet er niet langer apocalyptisch uit. Maar de vooruitzichten blijven wel levensgevaarlijk. Want ook een 2,5 °C tot 4 °C warmere wereld moeten we tot elke prijs vermijden. Iets waar ook Peters en Hausfather sterk de nadruk op leggen. Om je een idee geven: de laatste keer dat de aarde 3 °C warmer was, meer dan 3 miljoen jaar geleden, stond de zeespiegel meer dan 20 meter hoger dan vandaag. Bovendien zijn de klimaatmodellen die Peters en Hausfather gebruiken, niet zaligmakend. Ze houden bijvoorbeeld geen rekening met het mogelijk overschrijden van bepaalde kantelelementen (tipping points). Zo zou een versneld ontdooien van de permafrost - permanent bevroren grond - in Siberië en Noord-Amerika heel wat extra methaan en CO2 in de atmosfeer kegelen, met extra opwarming tot gevolg. Dus nee, afstappen van het slechtst denkbare scenario is nog geen garantie op een veilige toekomst.

Daarnaast kan je je ook de vraag stellen wat de gemiddelde krantenlezer van zo'n artikel onthoudt. Wie enkel de titel voorbij ziet komen, kan daar mogelijk enkel de bevestiging in lezen dat het allemaal niet zo'n vaart loopt met die klimaatopwarming. Met een mogelijk ironische bijwerking dat de toekomstige CO2-uitstoot dan misschien toch weer de verkeerde kant opgaat. Net daarom dat je emissiescenario's volgens mij best met fluwelen handschoenen benadert en steevast de nadruk moet blijven leggen op wat nodig is om met een goede kans onder de gevaarlijke tweegradengrens te blijven.

Om dat te bereiken moet de wereldwijde CO2-uitstoot de komende tien jaar namelijk sterk naar beneden. Sommige emissiepaden spreken zelfs over een halvering van de uitstoot tegen 2030. Ten tweede moet de wereld omstreeks 2050 klimaatneutraal draaien. En ten derde moeten we na 2050 een negatieve uitstoot realiseren. Dat betekent dat we wereldwijd netto CO2 uit de lucht gaan halen. Dit klinkt nog te abstract?

Om de woorden van auteur en historicus Rutger Bregman te parafraseren: We hebben het hier over een gigantische verbouwing van onze samenleving. Tegen 2050 moeten al onze gebouwen losgekoppeld worden van stookolie en aardgas. En al onze auto's, vrachtwagens en vliegtuigen moeten tegen die tijd op elektriciteit of duurzame waterstof werken. Het elektriciteitsnet moet een pak zwaarder worden. We moeten minstens een kwart van de Noordzee volbouwen met windmolens. Vele honderden miljoenen zonnepanelen moeten worden aangesloten. Ontbossing moet stoppen en nieuwe bossen moeten op grote schaal worden aangeplant. En er zijn enorme investeringen nodig in tal van nieuwe technologieën.

En ja, dit zal veel tijd, investeringen en energie kosten. Maar het is technisch perfect haalbaar. En nee, we hoeven daarvoor niet fundamenteel in te boeten op luxe en comfort. Meer zelfs, we zullen er juist op vooruitgaan. Finaal brengt het ons meer welvaart en een betere gezondheid. Alleen moeten onze beleidsmakers dringend de juiste keuzes maken, de nodige investeringen doen, en de onvermijdelijke, maar betaalbare initiële kost (naar schatting 0,5 tot 1,5 procent van het bbp tot 2030) eerlijk verdelen over de samenleving.

De afgelopen dagen was er veel te doen rond een artikel dat afgelopen week in het wetenschappelijke vakblad Nature verscheen en opgepikt werd door onder meer De Morgen en de Volkskrant. De auteurs Glen Peters en Zeke Hausfather, twee autoriteiten binnen de klimaatwetenschap, schrijven er dat de wereld stilaan loskomt van het slechtst denkbare klimaatscenario, het zogenaamde RCP8.5 of SSP5-scenario. Dit voorspelt een 5°C graden warmere wereld tegen 2100 en gaat er onder meer vanuit dat de komende decennia nog ettelijke honderden steenkoolcentrales worden bijgebouwd.Op het eerste gezicht lijkt de stelling van Peters en Hausfather echter niet te kloppen. Want kijk je naar de historische evolutie van de totale wereldwijde CO2-uitstoot, dan schurken we nog altijd dicht tegen dat apocalyptische scenario aan (grafiek 1). Maar kijk je enkel naar de uitstoot afkomstig van het gebruik van fossiele brandstoffen, dan stijgt deze curve de laatste jaren duidelijk minder snel (grafiek 2). De alternatieven, met zon en wind voorop, werden het afgelopen decennium dan ook een pak goedkoper. Zo goedkoop zelfs dat landen als India en China hun geplande steenkoolcentrales steeds vaker vervangen door nieuwe wind- en zonneparken. En alleen al daardoor lijkt het ergste scenario, een wereld van +5°C tegen 2100, niet langer realistisch. Als we er vervolgens vanuit gaan dat we die steenkool ook de komende decennia blijven vervangen door koolstofarme alternatieven, dan stevent de wereld volgens Peters en Hausfather eerder af op een gemiddelde opwarming van +2,5 °C tot +4 °C in 2100. Dus ja, onze toekomst ziet er niet langer apocalyptisch uit. Maar de vooruitzichten blijven wel levensgevaarlijk. Want ook een 2,5 °C tot 4 °C warmere wereld moeten we tot elke prijs vermijden. Iets waar ook Peters en Hausfather sterk de nadruk op leggen. Om je een idee geven: de laatste keer dat de aarde 3 °C warmer was, meer dan 3 miljoen jaar geleden, stond de zeespiegel meer dan 20 meter hoger dan vandaag. Bovendien zijn de klimaatmodellen die Peters en Hausfather gebruiken, niet zaligmakend. Ze houden bijvoorbeeld geen rekening met het mogelijk overschrijden van bepaalde kantelelementen (tipping points). Zo zou een versneld ontdooien van de permafrost - permanent bevroren grond - in Siberië en Noord-Amerika heel wat extra methaan en CO2 in de atmosfeer kegelen, met extra opwarming tot gevolg. Dus nee, afstappen van het slechtst denkbare scenario is nog geen garantie op een veilige toekomst. Daarnaast kan je je ook de vraag stellen wat de gemiddelde krantenlezer van zo'n artikel onthoudt. Wie enkel de titel voorbij ziet komen, kan daar mogelijk enkel de bevestiging in lezen dat het allemaal niet zo'n vaart loopt met die klimaatopwarming. Met een mogelijk ironische bijwerking dat de toekomstige CO2-uitstoot dan misschien toch weer de verkeerde kant opgaat. Net daarom dat je emissiescenario's volgens mij best met fluwelen handschoenen benadert en steevast de nadruk moet blijven leggen op wat nodig is om met een goede kans onder de gevaarlijke tweegradengrens te blijven.Om dat te bereiken moet de wereldwijde CO2-uitstoot de komende tien jaar namelijk sterk naar beneden. Sommige emissiepaden spreken zelfs over een halvering van de uitstoot tegen 2030. Ten tweede moet de wereld omstreeks 2050 klimaatneutraal draaien. En ten derde moeten we na 2050 een negatieve uitstoot realiseren. Dat betekent dat we wereldwijd netto CO2 uit de lucht gaan halen. Dit klinkt nog te abstract? Om de woorden van auteur en historicus Rutger Bregman te parafraseren: We hebben het hier over een gigantische verbouwing van onze samenleving. Tegen 2050 moeten al onze gebouwen losgekoppeld worden van stookolie en aardgas. En al onze auto's, vrachtwagens en vliegtuigen moeten tegen die tijd op elektriciteit of duurzame waterstof werken. Het elektriciteitsnet moet een pak zwaarder worden. We moeten minstens een kwart van de Noordzee volbouwen met windmolens. Vele honderden miljoenen zonnepanelen moeten worden aangesloten. Ontbossing moet stoppen en nieuwe bossen moeten op grote schaal worden aangeplant. En er zijn enorme investeringen nodig in tal van nieuwe technologieën. En ja, dit zal veel tijd, investeringen en energie kosten. Maar het is technisch perfect haalbaar. En nee, we hoeven daarvoor niet fundamenteel in te boeten op luxe en comfort. Meer zelfs, we zullen er juist op vooruitgaan. Finaal brengt het ons meer welvaart en een betere gezondheid. Alleen moeten onze beleidsmakers dringend de juiste keuzes maken, de nodige investeringen doen, en de onvermijdelijke, maar betaalbare initiële kost (naar schatting 0,5 tot 1,5 procent van het bbp tot 2030) eerlijk verdelen over de samenleving.