Franstalig minister van Onderwijs Valérie Glatigny (MR) gaat Latijn verplicht stellen voor alle leerlingen van het 2e en 3e jaar secundair onderwijs, maar volgens critici dreigt het ‘Latijn light’ te worden.
In tijden van ChatGPT en AI is de studie van klassieke talen niet achterhaald maar net belangrijker dan ooit, vindt Franstalig minister van Onderwijs Valérie Glatigny, filosoof van opleiding. ‘Latijn draagt bij tot een betere beheersing van het Frans’, zei de minister in de krant La Libre, waarin ze haar hervormingsplannen toelichtte. ‘Daarnaast helpt Latijn om de oorsprong te begrijpen van ideeën als democratie, om het Europese culturele erfgoed te leren kennen en om het Romeinse recht te doorgronden. Maar belangrijker nog: Latijn scherpt het logisch denkvermogen aan.’
De hervorming van het onderwijs in Latijn en Grieks in de ‘tronc commun’, een gemeenschappelijke eerste graad in de eerste drie jaar van het Franstalig secundair onderwijs, kadert in het zogenaamde Pact d’Excellence. Dat onderwijspact wil tegelijkertijd de grote ongelijkheid tussen Franstalige scholen wegwerken én de onderwijskwaliteit verhogen. Volgens internationale rankings als PISA valt op dat laatste veel aan te merken.
In het tweede jaar van het secundair onderwijs zullen alle Franstalige leerlingen vanaf 2027 twee uur per week verplicht Latijn moeten volgen. In het derde jaar is dat nog maar één uur, met daarnaast wel een optionele module van vier uur Latijn en Grieks.
‘Inhoudelijk dreigen die verplichte uurtjes Latijn een soort ‘Latijn light’ te worden.’
In weerwil van haar lofzang op hun vak zijn de Franstalige leraren Latijn niet onverdeeld gelukkig met de plannen van Glatigny. Om te beginnen verdwijnt Latijn uit het eerste jaar van het secundair onderwijs. Het wordt vervangen door cultuurgeschiedenis in een gecombineerd vak oude talen-Frans. Voorts vinden de Latijnleraren de drie verplichte lesuren gespreid over twee jaar te versnipperd om leerlingen ook echt de taal aan te leren.
De vooraanstaande Vlaamse classicus Christian Laes (University of Manchester en UAntwerpen) heeft begrip voor die twijfels. ‘In Vlaanderen werd begin jaren zeventig ook geëxperimenteerd met een beperkt aantal uren Latijn voor iedereen. Maar om de taal voldoende onder de knie te krijgen om teksten te kunnen lezen, bleek dat veel te weinig. En als je alle leerlingen verplicht Latijn laat volgen, gaat het lestempo achteruit.’
Laes is duidelijk een koele minnaar van verplicht Latijn voor iedereen. ‘Daar zijn intussen heel wat landen van terugkomen. Het blijkt weinig motiverend om twaalfjarigen, ongeacht hun interesses en talenten, allemaal hetzelfde lespakket te geven. Bovendien heb ik begrepen dat die verplichte uurtjes Latijn ook inhoudelijk een soort ‘Latijn light’ dreigen te worden. De hoofdbedoeling is niet de kennis van het Latijn op zich, maar een beter inzicht krijgen in de moedertaal, het Frans, dat als Romaanse taal natuurlijk sterk is verwant met het Latijn.’