"Sofie ondersteunt mij twee uur per week bij mijn praktijklessen. Dank zij haar expertise over hulpmiddelen lukt het mij om - ondanks mijn halfzijdige verlamming - toch mijn droom waar te maken en de praktijklessen automechanica te volgen"

(Liam, leerling met halfzijdige verlamming die een technische opleiding volgt)

Veel leerlingen met een beperking worden in hun klas in het 'gewone' onderwijs begeleid door ondersteuners. Opnieuw wordt de begeleiding van die leerlingen hervormd. Het 'Decreet Leersteun' vormt hier ditmaal het kader voor. Het ontwerp doorloopt momenteel de nodige adviesorganen vooraleer het ter goedkeuring voorgelegd wordt aan het Vlaams parlement.

Het ontwerp van het decreet kan op vele aspecten geëvalueerd worden. In elk geval wordt met de diversiteit aan noden van de leerlingen onvoldoende rekening gehouden. Tot onze spijt gaat het decreet uit van de 'grootste gemene deler.' Noden die niet zo vaak voorkomen, worden genegeerd.

Ondersteuners worden ondergebracht in een beperkt aantal grote centra (want vanuit organisatorisch en logistiek oogpunt efficiënter), waarbij helaas voorbij gegaan wordt aan wat nodig is om expertise voor ondersteuning op te bouwen en levend te houden.

Ondersteuning voor leerlingen met beperking: ruil expertise niet in voor logistieke efficiëntie.

Dit heeft een negatieve impact op kinderen met een verstandelijke, motorische, visuele of auditieve beperking en kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen. Deze groepen worden benoemd als de 'kleine types', verwijzend naar het gegeven dat deze beperkingen minder voorkomen, of een 'kleine prevalentie' hebben. De ondersteuners voor deze leerlingen waren tot op vandaag ingebed in scholen en multifunctionele centra met specifieke expertise rond deze beperkingen.

Het nieuwe decreet wil de ondersteuners lostrekken uit deze expertise campussen. Nochtans wordt daar sinds jaar en dag, in nauwe samenwerking tussen onderwijs en zorg geïnvesteerd in diepgaande expertise. Vaak is er een sterke link met maatwerkbedrijven, die ook belangrijke knowhow hebben. Dankzij die gezamenlijk opgebouwde expertise weten ondersteuners hoe leerlingen met dergelijke specifieke beperkingen zich het verst kunnen ontwikkelen. De loskoppeling van de ondersteuners van de organisaties waar de expertise dagelijks ontwikkeld wordt, is voor ons een essentieel probleem. De negatieve impact op de leerlingen die nood hebben aan deze begeleiding is niet te onderschatten.

Expertise wordt ingeruild voor logistieke en organisatorische efficiëntie en een uitgesproken generalistische visie op ondersteuning en begeleiding. Als doekje tegen het bloeden krijgen ondersteuners gedurende één schooljaar een aantal dagen stage in scholen buitengewoon onderwijs. De auteurs van het decreet gaan er blijkbaar van uit dat dit voldoende is. Alsof expertise opgebouwd wordt met een vaccin en met één of twee inspuitingen verworven wordt.

Expertise is teamwork. Expertise is langetermijnwerk. De expertise van de 'kleine types' (die heel groot is), werd jarenlang opgebouwd. De samenwerking tussen zorg en onderwijs is hierbij uitermate belangrijk, en zorgt voor een holistisch beeld op leerlingen en hun ondersteuningsnood. Zo kan bijvoorbeeld Sofie, de begeleidster van Liam, beroep doen op de expertise van kiné's uit de organisatie waarin ze ingebed is.

Het is trouwens een wisselwerking. Door de band door te knippen verlies je niet alleen expertise bij de ondersteuning. Wie ook verliest zijn de scholen buitengewoon onderwijs. Hun voeling met evoluties in het 'regulier' onderwijs wordt sterk verminderd.

Wij roepen alle betrokkenen op om deze teloorgang van expertise te voorkomen. Laat de ondersteuning voor deze leerlingen ingebed blijven in de scholen buitengewoon onderwijs. Ruil expertise niet in voor logistieke efficiëntie.

Patricia Adriaens is voorzitter van Dominiek Savio vzw.

Josian Caproens is voorzitter van het Schoolbestuur Sint Gerardus vzw.

Lieve Standaert is voorzitter van De Kade vzw.

Philip Vanneste is gedelegeerd bestuurder van Dominiek Savio vzw.

Veel leerlingen met een beperking worden in hun klas in het 'gewone' onderwijs begeleid door ondersteuners. Opnieuw wordt de begeleiding van die leerlingen hervormd. Het 'Decreet Leersteun' vormt hier ditmaal het kader voor. Het ontwerp doorloopt momenteel de nodige adviesorganen vooraleer het ter goedkeuring voorgelegd wordt aan het Vlaams parlement. Het ontwerp van het decreet kan op vele aspecten geëvalueerd worden. In elk geval wordt met de diversiteit aan noden van de leerlingen onvoldoende rekening gehouden. Tot onze spijt gaat het decreet uit van de 'grootste gemene deler.' Noden die niet zo vaak voorkomen, worden genegeerd. Ondersteuners worden ondergebracht in een beperkt aantal grote centra (want vanuit organisatorisch en logistiek oogpunt efficiënter), waarbij helaas voorbij gegaan wordt aan wat nodig is om expertise voor ondersteuning op te bouwen en levend te houden. Dit heeft een negatieve impact op kinderen met een verstandelijke, motorische, visuele of auditieve beperking en kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen. Deze groepen worden benoemd als de 'kleine types', verwijzend naar het gegeven dat deze beperkingen minder voorkomen, of een 'kleine prevalentie' hebben. De ondersteuners voor deze leerlingen waren tot op vandaag ingebed in scholen en multifunctionele centra met specifieke expertise rond deze beperkingen.Het nieuwe decreet wil de ondersteuners lostrekken uit deze expertise campussen. Nochtans wordt daar sinds jaar en dag, in nauwe samenwerking tussen onderwijs en zorg geïnvesteerd in diepgaande expertise. Vaak is er een sterke link met maatwerkbedrijven, die ook belangrijke knowhow hebben. Dankzij die gezamenlijk opgebouwde expertise weten ondersteuners hoe leerlingen met dergelijke specifieke beperkingen zich het verst kunnen ontwikkelen. De loskoppeling van de ondersteuners van de organisaties waar de expertise dagelijks ontwikkeld wordt, is voor ons een essentieel probleem. De negatieve impact op de leerlingen die nood hebben aan deze begeleiding is niet te onderschatten. Expertise wordt ingeruild voor logistieke en organisatorische efficiëntie en een uitgesproken generalistische visie op ondersteuning en begeleiding. Als doekje tegen het bloeden krijgen ondersteuners gedurende één schooljaar een aantal dagen stage in scholen buitengewoon onderwijs. De auteurs van het decreet gaan er blijkbaar van uit dat dit voldoende is. Alsof expertise opgebouwd wordt met een vaccin en met één of twee inspuitingen verworven wordt. Expertise is teamwork. Expertise is langetermijnwerk. De expertise van de 'kleine types' (die heel groot is), werd jarenlang opgebouwd. De samenwerking tussen zorg en onderwijs is hierbij uitermate belangrijk, en zorgt voor een holistisch beeld op leerlingen en hun ondersteuningsnood. Zo kan bijvoorbeeld Sofie, de begeleidster van Liam, beroep doen op de expertise van kiné's uit de organisatie waarin ze ingebed is. Het is trouwens een wisselwerking. Door de band door te knippen verlies je niet alleen expertise bij de ondersteuning. Wie ook verliest zijn de scholen buitengewoon onderwijs. Hun voeling met evoluties in het 'regulier' onderwijs wordt sterk verminderd. Wij roepen alle betrokkenen op om deze teloorgang van expertise te voorkomen. Laat de ondersteuning voor deze leerlingen ingebed blijven in de scholen buitengewoon onderwijs. Ruil expertise niet in voor logistieke efficiëntie. Patricia Adriaens is voorzitter van Dominiek Savio vzw. Josian Caproens is voorzitter van het Schoolbestuur Sint Gerardus vzw.Lieve Standaert is voorzitter van De Kade vzw. Philip Vanneste is gedelegeerd bestuurder van Dominiek Savio vzw.