'Oei, de boeren zijn bijna op.' Met die slogan vraagt de campagne van Vredeseilanden aandacht voor een weinig zichtbaar, maar daarom niet minder urgent probleem: steeds meer boeren geven er de brui aan en weinig jongeren kiezen voor een toekomst in de landbouw. In België ligt de gemiddelde leeftijd van boeren al op 55 jaar. Wereldwijd evolueert die naar 60 jaar. Hoe zorgen we ervoor dat boeren ook straks nog willen verder boeren?

1. Werk aan businessmodellen die winsten en risico's eerlijker verdelen

Boeren zijn de kwetsbare schakel in de keten. Ze kopen hun inputs van grote bedrijven en verkopen hun productie grotendeels aan de grote spelers van de voedingsindustrie of de retail. Dat maakt hen tot prijsnemers. Ze dragen alle risico's van onze voedselproductie en krijgen bovendien de prijsdruk van heel de keten op zich. Die onhoudbare situatie weegt op de leefbaarheid van de landbouw. Praat je met mensen bij voedingsbedrijven en supermarkten, dan is iedereen zich daar ook van bewust. Maar kun je er ook iets aan doen?

'Oei, de boeren zijn bijna op!'

De sleutel tot succes zit in samenwerking doorheen de keten: boeren die in goede verstandhouding en voor een correcte verloning kunnen werken met hun afnemers via langetermijnrelaties. Niet via contracten die midden in het seizoen kunnen worden stopgezet. Wel door voedingsbedrijven en boeren die elkaar kennen, vraag en aanbod goed op elkaar kunnen afstemmen, en een eerlijke risicospreiding afspreken.

Er zijn al goede voorbeelden te vinden. Het diepvriesgroentenbedrijf Ardo bijvoorbeeld, betaalt de boeren door bij een mislukte oogst of bij afgekeurde overproductie. Ook Alpro is een positief verhaal: het blijft sojaboeren doorbetalen, ook al is de kwaliteit door omstandigheden minder. Of Danone dat met haar melkboeren een mechanisme ontwikkelde om al te sterke prijsschommelingen te vermijden. Want de boeren hebben de industrie nodig, en de industrie heeft de boeren nodig.

'Enkel op sectorniveau kunnen we structurele problemen zoals overproductie oplossen.'

Een ander voorbeeld van langetermijnsamenwerking vinden we in Indonesië. Daar faciliteerden onze collega's recent een joint operation tussen TAKTIK, een organisatie van kaneelproducenten, en ATN, een grote verwerker, voor een periode van 5 jaar. De boeren engageren zich om verder te professionaliseren op vlak van kwaliteit, traceerbaarheid en leveringszekerheid. ATN engageert zich om mee te investeren in opleiding, technologie, infrastructuur en aantrekkelijke landbouwkredieten.

In eigen land is er het ketenoverleg, een initiatief dat boeren, voedingsindustrie en supermarkten rond de tafel brengt. Het ketenoverleg speelde een rol bij de crisis in de varkens- en melksector. De steunmaatregelen kwamen moeizaam tot stand en er wordt met gemengde gevoelens naar gekeken, maar we moeten zo'n overleg wel versterken. Enkel op sectorniveau kunnen we structurele problemen zoals overproductie oplossen.

2. Maak van de consument een partner in de voedingsketen

Over de rol van de consument wordt veel gepraat. Vaak wordt die, in zijn drang om zogenaamd 'zo goedkoop mogelijk' te willen, aangewezen als finale struikelblok naar meer duurzaamheid. Uit onderzoeken zoals dat van professor Wim Verbeke (UGent) blijkt nochtans dat de meerderheid van de mensen inzit met duurzaamheid, er zelfs voor wil betalen... maar dat ze die overtuiging moeilijk omgezet krijgen in hun aankoopgedrag.

'Voedselproductie raakt aan alle grote problemen van deze tijd: honger, milieuvervuiling, klimaatverandering, biodiversiteit, volksgezondheid, eerlijke handel...'

Mettertijd zijn er een boel initiatieven ontstaan die de keten transparant maken door de afstand tussen boer er consument te verkleinen: hoevewinkels, boerenmarkten, Voedselteams, Community Supported Agriculture, Avani,... Het zijn kleine niches, maar niches tonen andere wegen en inspireren tot verandering. Hoe kunnen we dus consumenten ook in de mainstream voedingsmarkt als echte partner betrekken?

Met ons Citizens for the Foodture-traject brachten we in het najaar van 2016 een panel samen van burgers en marketing- en duurzaamheidsexperts van Colruyt, Delhaize, Carrefour, Lidl en Aldi. Doorheen vier bijeenkomsten ontwikkelden ze zeven voorstellen die duurzaam kopen makkelijker maken, of de klant een stem geven in het duurzaamheidsbeleid van supermarkten: van een klantenkaart die extra punten geeft voor het aankopen van duurzame producten, over een slimmere winkelinrichting, tot een gemeenschappelijke coöperatie van boeren, supermarkten en hun klanten.

Die ideeën naar de praktijk vertalen, wordt een taaie klus. Maar voorbeelden uit het buitenland bewijzen dat het niet onrealistisch hoeft te zijn.

In Nederland ontwikkelde ze de app Questionmark. Consumenten kunnen voor heel wat producten een uniforme duurzaamheidsscore opvragen, op basis van info op de verpakking, studies van de universiteit van Wageningen en informatie van keurmerken. Nu beginnen ook supermarkten informatie open te stellen voor de app, omdat ze vonden dat hun producten vaak een betere score verdienen dan ze kreeg. Geen enkele methode is perfect, maar de dynamiek naar meer transparantie die de app op gang brengt, is alleen maar toe te juichen.

'In 2020 komt er een herziening van het Europese landbouwbeleid. Nu is het moment om die voorstellen vorm te geven'

3. Ga van landbouwbeleid naar voedselbeleid

Voedselproductie raakt aan alle grote problemen van deze tijd: honger, milieuvervuiling, klimaatverandering, biodiversiteit, volksgezondheid, eerlijke handel... De Nederlandse professor Louise Fresco pleit er daarom voor om het klassieke landbouwbeleid, dat vooral op productie focust, te vervangen door een integraal voedselbeleid.

Inkomenssteun voor boeren blijft voorlopig nodig, maar boeren zouden zo snel mogelijk een inkomen moeten kunnen halen uit de verkoop van hun producten. We zijn het eens met Fresco dat het voedselbeleid daarnaast moet inzetten op het herstel van ecosysteemfuncties (biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit) en op gezondheid. De aandacht voor gezondheid betekent dat ook de consument, de retail en de voedingsindustrie voor het eerst een expliciete rol krijgen in het beleid om onze eetgewoonten gezonder en minder milieubelastend te maken.

In 2020 komt er een herziening van het Europese landbouwbeleid. Nu is het moment om die voorstellen vorm te geven.

Een systeem verandert niet vanzelf

We pretenderen geen volledigheid in dit stuk. Bij elk voorstel en voorbeeld kan je kanttekeningen plaatsen. Toch zijn het cruciale stappen in de richting van een eerlijker, transparanter en milieuvriendelijker voedselsysteem. Zo'n systeem verandert niet alleen op basis van goede wil. Een systeem verandert door druk. Die druk komt vandaag voort uit de vrees voor grondstoffenschaarste als gevolg van een groeiende wereldbevolking. Maar de doorslaggevende druk zal er moeten komen van die groeiende beweging van mensen die eist dat het verhaal achter ons eten klopt.

'Oei, de boeren zijn bijna op.' Met die slogan vraagt de campagne van Vredeseilanden aandacht voor een weinig zichtbaar, maar daarom niet minder urgent probleem: steeds meer boeren geven er de brui aan en weinig jongeren kiezen voor een toekomst in de landbouw. In België ligt de gemiddelde leeftijd van boeren al op 55 jaar. Wereldwijd evolueert die naar 60 jaar. Hoe zorgen we ervoor dat boeren ook straks nog willen verder boeren? 1. Werk aan businessmodellen die winsten en risico's eerlijker verdelenBoeren zijn de kwetsbare schakel in de keten. Ze kopen hun inputs van grote bedrijven en verkopen hun productie grotendeels aan de grote spelers van de voedingsindustrie of de retail. Dat maakt hen tot prijsnemers. Ze dragen alle risico's van onze voedselproductie en krijgen bovendien de prijsdruk van heel de keten op zich. Die onhoudbare situatie weegt op de leefbaarheid van de landbouw. Praat je met mensen bij voedingsbedrijven en supermarkten, dan is iedereen zich daar ook van bewust. Maar kun je er ook iets aan doen? De sleutel tot succes zit in samenwerking doorheen de keten: boeren die in goede verstandhouding en voor een correcte verloning kunnen werken met hun afnemers via langetermijnrelaties. Niet via contracten die midden in het seizoen kunnen worden stopgezet. Wel door voedingsbedrijven en boeren die elkaar kennen, vraag en aanbod goed op elkaar kunnen afstemmen, en een eerlijke risicospreiding afspreken. Er zijn al goede voorbeelden te vinden. Het diepvriesgroentenbedrijf Ardo bijvoorbeeld, betaalt de boeren door bij een mislukte oogst of bij afgekeurde overproductie. Ook Alpro is een positief verhaal: het blijft sojaboeren doorbetalen, ook al is de kwaliteit door omstandigheden minder. Of Danone dat met haar melkboeren een mechanisme ontwikkelde om al te sterke prijsschommelingen te vermijden. Want de boeren hebben de industrie nodig, en de industrie heeft de boeren nodig. Een ander voorbeeld van langetermijnsamenwerking vinden we in Indonesië. Daar faciliteerden onze collega's recent een joint operation tussen TAKTIK, een organisatie van kaneelproducenten, en ATN, een grote verwerker, voor een periode van 5 jaar. De boeren engageren zich om verder te professionaliseren op vlak van kwaliteit, traceerbaarheid en leveringszekerheid. ATN engageert zich om mee te investeren in opleiding, technologie, infrastructuur en aantrekkelijke landbouwkredieten. In eigen land is er het ketenoverleg, een initiatief dat boeren, voedingsindustrie en supermarkten rond de tafel brengt. Het ketenoverleg speelde een rol bij de crisis in de varkens- en melksector. De steunmaatregelen kwamen moeizaam tot stand en er wordt met gemengde gevoelens naar gekeken, maar we moeten zo'n overleg wel versterken. Enkel op sectorniveau kunnen we structurele problemen zoals overproductie oplossen. 2. Maak van de consument een partner in de voedingsketenOver de rol van de consument wordt veel gepraat. Vaak wordt die, in zijn drang om zogenaamd 'zo goedkoop mogelijk' te willen, aangewezen als finale struikelblok naar meer duurzaamheid. Uit onderzoeken zoals dat van professor Wim Verbeke (UGent) blijkt nochtans dat de meerderheid van de mensen inzit met duurzaamheid, er zelfs voor wil betalen... maar dat ze die overtuiging moeilijk omgezet krijgen in hun aankoopgedrag. Mettertijd zijn er een boel initiatieven ontstaan die de keten transparant maken door de afstand tussen boer er consument te verkleinen: hoevewinkels, boerenmarkten, Voedselteams, Community Supported Agriculture, Avani,... Het zijn kleine niches, maar niches tonen andere wegen en inspireren tot verandering. Hoe kunnen we dus consumenten ook in de mainstream voedingsmarkt als echte partner betrekken?Met ons Citizens for the Foodture-traject brachten we in het najaar van 2016 een panel samen van burgers en marketing- en duurzaamheidsexperts van Colruyt, Delhaize, Carrefour, Lidl en Aldi. Doorheen vier bijeenkomsten ontwikkelden ze zeven voorstellen die duurzaam kopen makkelijker maken, of de klant een stem geven in het duurzaamheidsbeleid van supermarkten: van een klantenkaart die extra punten geeft voor het aankopen van duurzame producten, over een slimmere winkelinrichting, tot een gemeenschappelijke coöperatie van boeren, supermarkten en hun klanten. Die ideeën naar de praktijk vertalen, wordt een taaie klus. Maar voorbeelden uit het buitenland bewijzen dat het niet onrealistisch hoeft te zijn. In Nederland ontwikkelde ze de app Questionmark. Consumenten kunnen voor heel wat producten een uniforme duurzaamheidsscore opvragen, op basis van info op de verpakking, studies van de universiteit van Wageningen en informatie van keurmerken. Nu beginnen ook supermarkten informatie open te stellen voor de app, omdat ze vonden dat hun producten vaak een betere score verdienen dan ze kreeg. Geen enkele methode is perfect, maar de dynamiek naar meer transparantie die de app op gang brengt, is alleen maar toe te juichen. 3. Ga van landbouwbeleid naar voedselbeleidVoedselproductie raakt aan alle grote problemen van deze tijd: honger, milieuvervuiling, klimaatverandering, biodiversiteit, volksgezondheid, eerlijke handel... De Nederlandse professor Louise Fresco pleit er daarom voor om het klassieke landbouwbeleid, dat vooral op productie focust, te vervangen door een integraal voedselbeleid.Inkomenssteun voor boeren blijft voorlopig nodig, maar boeren zouden zo snel mogelijk een inkomen moeten kunnen halen uit de verkoop van hun producten. We zijn het eens met Fresco dat het voedselbeleid daarnaast moet inzetten op het herstel van ecosysteemfuncties (biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit) en op gezondheid. De aandacht voor gezondheid betekent dat ook de consument, de retail en de voedingsindustrie voor het eerst een expliciete rol krijgen in het beleid om onze eetgewoonten gezonder en minder milieubelastend te maken. In 2020 komt er een herziening van het Europese landbouwbeleid. Nu is het moment om die voorstellen vorm te geven. Een systeem verandert niet vanzelfWe pretenderen geen volledigheid in dit stuk. Bij elk voorstel en voorbeeld kan je kanttekeningen plaatsen. Toch zijn het cruciale stappen in de richting van een eerlijker, transparanter en milieuvriendelijker voedselsysteem. Zo'n systeem verandert niet alleen op basis van goede wil. Een systeem verandert door druk. Die druk komt vandaag voort uit de vrees voor grondstoffenschaarste als gevolg van een groeiende wereldbevolking. Maar de doorslaggevende druk zal er moeten komen van die groeiende beweging van mensen die eist dat het verhaal achter ons eten klopt.