De Antwerpse kunsthandelaar Ronny Van de Velde die in Knokke een galerie met moderne en hedendaagse kunst uitbaat heeft een Violon d'Ingres. Hij kocht destijds een vroegere winkel van petten en zeemanstruien, restaureerde voorbeeldig het oude huisje De Rossaert naast de Sint Pauluskerk in de vroegere rosse buurt en houdt daar nu, periodiek, kleine precieuze tentoonstellingen van kunstvoorwerpen en oude foto's. Na een succesvolle expositie van een reeks foto's " Antwerpen, verloren stad (1860-1885)" volgt nu een nieuwe keuze die hij noemde "Antwerpen, metropool (1885-1915). Zoals de vorige keuze uit zijn collectie nu ook vergezeld van een lijvig boek.
...

De Antwerpse kunsthandelaar Ronny Van de Velde die in Knokke een galerie met moderne en hedendaagse kunst uitbaat heeft een Violon d'Ingres. Hij kocht destijds een vroegere winkel van petten en zeemanstruien, restaureerde voorbeeldig het oude huisje De Rossaert naast de Sint Pauluskerk in de vroegere rosse buurt en houdt daar nu, periodiek, kleine precieuze tentoonstellingen van kunstvoorwerpen en oude foto's. Na een succesvolle expositie van een reeks foto's " Antwerpen, verloren stad (1860-1885)" volgt nu een nieuwe keuze die hij noemde "Antwerpen, metropool (1885-1915). Zoals de vorige keuze uit zijn collectie nu ook vergezeld van een lijvig boek.Het is een passie om oude foto's te verzamelen en zeker wanneer ze het werk zijn van haast vergeten kunstenaars avant la lettre. Maar op deze tentoonstelling komen ook en vooral onbekende fotografen aan bod en dat heeft te maken met de grotere aandacht voor de fotografie als nieuw medium maar ook de toegankelijkheid ervan bij de beter gesitueerden die ook beschikten over een nodige technische kennis om de apparaten te bedienen en de foto's te ontwikkelen en af te printen. Dat zij zich op Antwerpen richtten had ook te maken met de ontwikkeling van de stad aan de Scheldestroom die stilaan haar "dorps" karakter ontwikkelde tot een metropool. Ze kreeg pretentie omdat de bevolking groeide en er dientengevolge nood was aan nieuwe huisvesting, vermaak en cultuur. Maar ook aan ruimtes voor industriële innovatie waarbij de stroom een beslissende rol speelde. De kaaien werden recht getrokken, dokken werden gegraven, in- en uitvalswegen heraangelegd, nieuwe prestigieuze gebouwen opgetrokken, kortom de stad groeide en groeide en ontwikkelde zich tot een heuse metropool die wilde concurreren met andere havensteden in Europa. Zoals Jan Ceuleers in zijn inleiding tot het boek het formuleert : " Men bouwt aan het decor van een langdurige feeststemming". Dat had zo zijn gevolgen want op zestien jaar tijd steeg de bevolking met honderdduizend inwoners.Die inwijkelingen, waaronder meestal laaggeschoolden, kregen het moeilijk om huisvesting te vinden want ondanks enkele sociale woonprojecten die de opvang van nieuwkomers niet aankonden, bleven die aangewezen op kleine, uitgeleefde panden in de arbeiderswijken waar soms 17 mensen moesten samenwonen en we zijn dan in 1914.Zo was de toestand van de nieuwe " Antwerpse Gouden Eeuw" de laatste vijftien jaar van de 19e en de eerste vijftien van de 20e eeuw. Het is die evolutie die de toenmalige fotografen, meestal goede autodidacte amateurs, in vele foto's hebben vastgelegd. Meestal met de toen gebruikelijke zware platencamera's die vrijwel alleen maar statische opnamen toelieten en waarop de personen, die er al dan niet in voorkomen, herleid werden tot stille figuranten. Soms zien we ook "snapshots" van kinderen op een primitieve draaimolen of een speelse jongedame op het toen nog niet ontgonnen Sint-Annastrand. Ook een ontluikende vorm van documentaire fotografie was soms een onderwerp met emigranten wachtend om in te schepen aan boord van een schip van de Red Star Line of een andere passagiersboot. Ook de dichtgevroren Schelde in januari van het jaar 1891 was een dankbaar onderwerp waarbij de creativiteit van de fotograaf ook niet verder ging dan het tonen van de realiteit. Maar het belangrijkste deel van de foto's gaat toch naar gebouwen en monumenten die de architectonische rijkdom illustreerden met vooral de kathedraal en de schouwburgen, het nieuwe Centraal Station en de dierentuin met zijn Egyptische tempel waar de olifanten huis hielden. Ook portretten van werkende vrouwen, een paar Antwerpse figuren en kunstenaars kwamen voor de lens.In zijn totaliteit genomen geven tentoonstelling en boek een interessant beeld van een tijd die daarna, op het einde van de eerste wereldoorlog, fundamenteel zou gaan veranderen. Fotografie bewijst hiermee hoe belangrijk het medium was, en misschien nog is, om het verloop van de tijdsgeschiedenis te kunnen reconstrueren. Dat iemand zich geroepen voelt om deze beelddocumenten, buiten museale context te verzamelen en ermee te werken verdient meer dan gewone aandacht.