Een stad is een levend organisme. Ze groeit, verandert van uitzicht, stoot elementen af maar blijft desondanks haar eigenheid bewaren. Daar werken vele generaties aan. Maar de herinnering aan wat voorbij is vervaagt of verdwijnt wanneer die generaties elkaar opvolgen. Gelukkig is er nog de fotografie die het verleden kan oproepen.

Expo: het Antwerpen dat niet meer is

Neem nu Antwerpen. In de prachtige stad die in de 17e eeuw haar hoogdagen beleefde, zowel economisch als cultureel met imposante gebouwen waren er ook ontelbare volkswijken die in een haast landelijk kader leefden. Daar kwam verandering in toen tijdens de periode tussen de 18e en de 19e eeuw, om de uitdagingen van nieuwe economische evolutie te kunnen aangaan, de Schelde werd rechtgetrokken nadat die tolvrij was gemaakt, nieuwe kaden moesten daarbij worden aangelegd, met aansluitend stapelplaatsen en magazijnen en een hele infrastructuur die tot dan een nooit geziene kaalslag zou meebrengen waaraan ganse wijken werden opgeofferd. Ook de oude stadswallen moesten wijken voor een urbane expansie die de stad meer allure en armslag moest geven. Het stedelijk bestuur wilde een voorbeeld nemen aan wat de urbanist Georges-Eugène Haussmann op vraag van Napoleon in Parijs had gerealiseerd. Die had met de grove borstel zowat 60% van bestaande wijken laten afbreken om een tracé van boulevards, monumenten en parken te kunnen realiseren. Op een veel kleinere schaal vielen in de Scheldestad woningen, straten en wijken ten offer aan de uitbreiding en meer functionele aanpassingen van het stadsbeeld. Antwerpen trok een ander kleed aan. Men kon daar trots op zijn, zoals de nijveraars en koopmannen, men kon het betreuren zoals vele dagloners die uit huis werden gezet maar er waren ook de nostalgici die met een ingebakken heimwee het romantische en dualistische beeld van een stad met zowel hoogstaande als volkswijken betreurden.

Ook de oude stadswallen moesten wijken voor een urbane expansie die de stad meer allure en armslag moest geven.

Net omtrent die tijd had een nieuw medium bij kunstenaars en bemiddelde burgers veel aandacht opgeëist, de fotografie. Door deze technische uitvinding werd het mogelijk om het leven en al wat daarbij hoort, de mensen, de natuur maar ook het beeld van de steden op, de toen nog, letterlijke gevoelige plaat vast te leggen en te bewaren voor de toekomst.

In en rond Antwerpen hebben zich vooral twee fotografen doen opmerken die al langer een visuele inventaris aan het samenstellen waren van historische en gekende gebouwen, Edmond Fierlants (1819-1869), in feite beroepsfotograaf, en de gedreven en bekwame amateur, Florent Joostens (1835-1888). Door de geplande en uitgevoerde werken in en rond de stadskern en het havenkwartier met het rechttrekken van de stroom en de afbraak van wallen en stadspoorten ging een eeuwenoud stadspatroon verloren en was het voor beide fotografen zaak om snel beelden te maken die een weliswaar schamele maar niet minder belangrijke documentatie zou kunnen vormen voor de toekomst. Daar waren ze zich, terecht, van bewust en werkten ze met grote zorg en gevoel voor kwaliteit. Trouwens die foto's werden ook in de handel gebracht.

Fierlants concentreerde zich vooral op gebouwen en details ervan, ook ging zijn aandacht naar typische huizen die het oude Antwerpen kenmerkten en soms maakte hij beelden van de oude dokken maar dat is uitzonderlijk want het was vooral de architectuur van de oude huizen die hem interesseerde. Zijn foto's, allemaal op glasplaten, zijn evenwichtig gecomponeerd, statisch en niet gehinderd door enige menselijke bedrijvigheid. Het is zuivere documenterende fotografie. Florent Joostens zag het breder, hij had oog voor een ruimere, haast landschappelijke visie. Hij trachtte onderwerpen te vinden waar ook spaarzame natuurelementen, zoals bomen hun plaats hebben en het documentaire karakter iets zachter wordt. Andere amateurfotografen drongen soms dieper de stad in, schuwden de mens in het beeld niet wat het realistischer maakte en toonden de afbraakwerken op een treffende manier.

Dit soort foto's van antiquarische waarde zijn samengebracht in een omvangrijk boek en een deel zijn te zien op een tentoonstelling. Daarbij aansluitend werd ook een boek en expositie aangemaakt van de Belgische fotografe Karin Borghouts die en reeks opnamen heeft gemaakt van Antwerpen vandaag. Ze heeft een visuele promenade bedacht die loopt van het Centraal Station tot aan de Schelde en geeft een heldere kijk op de stad zoals ze zich vandaag aan inwoner en toerist aandient. Haarscherpe documentaire fotografie van de bovenste plank.

Tentoonstelling : "Antwerpen, verloren stad 1860-1880" en "Antwerpen, stad verbeeld"

Antwerpen; Rossaert (Nosestraat) nog tot 4 december.

Publicaties : ISBN 978-94-9181-965-0 en ISBN 978-94-9181-966-7

Een stad is een levend organisme. Ze groeit, verandert van uitzicht, stoot elementen af maar blijft desondanks haar eigenheid bewaren. Daar werken vele generaties aan. Maar de herinnering aan wat voorbij is vervaagt of verdwijnt wanneer die generaties elkaar opvolgen. Gelukkig is er nog de fotografie die het verleden kan oproepen.Neem nu Antwerpen. In de prachtige stad die in de 17e eeuw haar hoogdagen beleefde, zowel economisch als cultureel met imposante gebouwen waren er ook ontelbare volkswijken die in een haast landelijk kader leefden. Daar kwam verandering in toen tijdens de periode tussen de 18e en de 19e eeuw, om de uitdagingen van nieuwe economische evolutie te kunnen aangaan, de Schelde werd rechtgetrokken nadat die tolvrij was gemaakt, nieuwe kaden moesten daarbij worden aangelegd, met aansluitend stapelplaatsen en magazijnen en een hele infrastructuur die tot dan een nooit geziene kaalslag zou meebrengen waaraan ganse wijken werden opgeofferd. Ook de oude stadswallen moesten wijken voor een urbane expansie die de stad meer allure en armslag moest geven. Het stedelijk bestuur wilde een voorbeeld nemen aan wat de urbanist Georges-Eugène Haussmann op vraag van Napoleon in Parijs had gerealiseerd. Die had met de grove borstel zowat 60% van bestaande wijken laten afbreken om een tracé van boulevards, monumenten en parken te kunnen realiseren. Op een veel kleinere schaal vielen in de Scheldestad woningen, straten en wijken ten offer aan de uitbreiding en meer functionele aanpassingen van het stadsbeeld. Antwerpen trok een ander kleed aan. Men kon daar trots op zijn, zoals de nijveraars en koopmannen, men kon het betreuren zoals vele dagloners die uit huis werden gezet maar er waren ook de nostalgici die met een ingebakken heimwee het romantische en dualistische beeld van een stad met zowel hoogstaande als volkswijken betreurden.Net omtrent die tijd had een nieuw medium bij kunstenaars en bemiddelde burgers veel aandacht opgeëist, de fotografie. Door deze technische uitvinding werd het mogelijk om het leven en al wat daarbij hoort, de mensen, de natuur maar ook het beeld van de steden op, de toen nog, letterlijke gevoelige plaat vast te leggen en te bewaren voor de toekomst. In en rond Antwerpen hebben zich vooral twee fotografen doen opmerken die al langer een visuele inventaris aan het samenstellen waren van historische en gekende gebouwen, Edmond Fierlants (1819-1869), in feite beroepsfotograaf, en de gedreven en bekwame amateur, Florent Joostens (1835-1888). Door de geplande en uitgevoerde werken in en rond de stadskern en het havenkwartier met het rechttrekken van de stroom en de afbraak van wallen en stadspoorten ging een eeuwenoud stadspatroon verloren en was het voor beide fotografen zaak om snel beelden te maken die een weliswaar schamele maar niet minder belangrijke documentatie zou kunnen vormen voor de toekomst. Daar waren ze zich, terecht, van bewust en werkten ze met grote zorg en gevoel voor kwaliteit. Trouwens die foto's werden ook in de handel gebracht.Fierlants concentreerde zich vooral op gebouwen en details ervan, ook ging zijn aandacht naar typische huizen die het oude Antwerpen kenmerkten en soms maakte hij beelden van de oude dokken maar dat is uitzonderlijk want het was vooral de architectuur van de oude huizen die hem interesseerde. Zijn foto's, allemaal op glasplaten, zijn evenwichtig gecomponeerd, statisch en niet gehinderd door enige menselijke bedrijvigheid. Het is zuivere documenterende fotografie. Florent Joostens zag het breder, hij had oog voor een ruimere, haast landschappelijke visie. Hij trachtte onderwerpen te vinden waar ook spaarzame natuurelementen, zoals bomen hun plaats hebben en het documentaire karakter iets zachter wordt. Andere amateurfotografen drongen soms dieper de stad in, schuwden de mens in het beeld niet wat het realistischer maakte en toonden de afbraakwerken op een treffende manier.Dit soort foto's van antiquarische waarde zijn samengebracht in een omvangrijk boek en een deel zijn te zien op een tentoonstelling. Daarbij aansluitend werd ook een boek en expositie aangemaakt van de Belgische fotografe Karin Borghouts die en reeks opnamen heeft gemaakt van Antwerpen vandaag. Ze heeft een visuele promenade bedacht die loopt van het Centraal Station tot aan de Schelde en geeft een heldere kijk op de stad zoals ze zich vandaag aan inwoner en toerist aandient. Haarscherpe documentaire fotografie van de bovenste plank.