15 januari 2019
...

Nahima Lanjri: Met het systeem van humanitaire visa is op zich niets mis, op voorwaarde dat de redenen om het visum toe te kennen altijd grondig worden onderzocht. Er kunnen veel redenen zijn, van gezinshereniging tot acuut gevaar in oorlogsgebied. Het visasysteem werkt ook effectief als de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de motieven voor elk humanitair visum vooraf grondig screent. Uit de cijfers blijkt dat de DVZ ongeveer een derde van de aanvragen goedkeurt en twee derde afkeurt. Het probleem dat met de zaak-Kucam aan het licht kwam, is dat er zonder grondige toetsing door de DVZ blijkbaar een tweede - zeg maar politieke - corridor werd geopend via het kabinet van staatssecretaris Theo Francken. Individuen werden op een lijstje gezet dat werd doorgespeeld aan een vertrouweling op het kabinet en die mensen kregen hun visum. Dat is de shortcut die het gerecht nog altijd onderzoekt. Ik spreek me dus niet uit over de schuld of onschuld van de betrokkenen, maar zo'n shortcut kán absoluut niet, vind ik. Daarom heb ik in het parlement een amendement laten goedkeuren dat de DVZ altijd bij de humanitaire visa moet worden betrokken. Het kan vandaag dus niet meer fout lopen met dat soort visa? Lanjri: Je zou toch wel gek zijn om nog hetzelfde te proberen als meneer Kucam? Weet u waar alle mensen nu zijn die door tussenkomst van Kucam een visum hebben gekregen? Lanjri: Nee. Voor de verkiezingen in mei werd duidelijk dat een deel van die mensen niet terug te vinden was en dat zelfs niet duidelijk was of ze nog wel in het land waren. Sommigen zijn echt van de radar verdwenen. Hebben er ondertussen ook asiel gevraagd? Lanjri: Ook dat moet nog worden uitgezocht. Ik zal daar zeker nog vragen over stellen aan de bevoegde minister. Een echte asielzoeker wacht uiteraard geen jaar of langer om een aanvraag te doen. Als die mensen niet formeel asiel hebben aangevraagd, is dat wellicht omdat ze dachten dat ze weinig of geen kans maakten. Of misschien rekenden ze op een regularisatie, want ook dat behoort tot de zogenoemde discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris. Is die discretionaire bevoegdheid van een minister of staatssecretaris niet het echte probleem? Lanjri: Nee, ik ben niet tegen die bevoegdheid, want je kunt nu eenmaal niet alle mogelijke gevallen voor een humanitair visum of regularisatie in de wet omschrijven. Als je dat zou proberen, creëer je een nieuw soort migratiekanaal. Laat specifieke vragen dus geval per geval beoordelen door de DVZ of een bevoegde administratieve commissie. Die legt haar advies voor aan de betrokken minister, die dan weer beslist of hij of zij er een handtekening onder zet. De DVZ moet dan elk jaar rapporteren over hoeveel humanitaire visa hij welk soort advies heeft gegeven. Dat is transparant en controleerbaar door het parlement. Laat een minister of staatssecretaris dus níét zomaar alleen beslissen over de humanitaire visa, want net daar is het fout gelopen.