Na de oudejaarsrellen: ‘De relschoppers zijn het grote probleem niet. De politieorganisatie wel’

Archiefbeeld van politieagenten in Brussel. © Belga Images
Walter Pauli

Ere-hoofdpolitiecommissaris Steven De Smet vindt dat niet alleen de relschoppers op Nieuwjaar, maar ook de verantwoordelijken voor het veiligheidsapparaat boter op het hoofd hebben.

‘Oudejaarsavond is geen veiligheidsprobleem. Het is een jaarlijkse audit van politie(k) onvermogen. De factuur wordt betaald door politiepersoneelsleden die moeten werken én door burgers die bescherming verwachten’, schreef Steven De Smet al op oudejaarsavond op X – de rellen waren nog volop bezig.

De Smet is al een aantal jaren met pensioen, maar hij volgt het wel en wee van de politie nog altijd van nabij op. Hij schreef er boeken over (De nieuwe politie en Quantumveilig ). Als @DeFlik neemt hij op sociale media deel aan de debatten en verdedigt hij met vuur waar hij voor staat: een politie die opnieuw meer aandacht besteedt aan nabijheid en die beseft dat de huidige organisatie niet meer van deze tijd is – ze veroordeelt de ordehandhavers tot letterlijk achter de feiten aanhollen. Zoals op oudejaar opnieuw bleek.

Steven De Smet: Ik werp geen steen naar het politieoptreden. Integendeel. Al mijn respect voor de voormalige collega’s die op oudejaarsnacht moeten optreden. Tijdens feestnachten, ver van hun familie, onder hoge druk, met een verhoogd risico en als sluitstuk van een beleid dat hen structureel in de steek laat. Zij dragen de gevolgen van politieke besluiteloosheid.

‘Wie elf maanden wegkijkt, verliest elk gezag in de twaalfde.’

Hadden de verantwoordelijke burgemeesters dan strenger moeten optreden?

De Smet: Alleszins vroeger. Als het december wordt, herhaalt het resultaat zich. De media waarschuwen voor rellen en het afsteken van verboden vuurwerk op oudejaar. Politici waarschuwen. Maar wat hebben ze gedaan? Oudejaar komt niet onverwacht. De rellen zijn volstrekt voorspelbaar. Dat de politie toch elk jaar opnieuw verrast is door het gebeuren, is geen toeval.  Met noodplannen moet je niet wachten tot december. Veiligheid is geen seizoensgebonden fenomeen. Wie elf maanden wegkijkt, verliest elk gezag in de twaalfde. Ik zie het weer gebeuren: begin januari blikken we vol afschuw terug op wat er einde december is gebeurd. En vervolgens wachten we weer een jaar.

Maar de relschoppers doen er toch alles aan om de politie te misleiden. En als de politie toch optreedt, werkt dat als een rode lap op een stier.

De Smet: Ik heb 43 jaar bij de politie gewerkt. Met alle respect voor de slachtoffers van toen: ik heb nog het ‘geluk’ gehad om in 1985 het Heizeldrama te hebben meegemaakt, met 39 doden en tussen de 400 en 600 gewonden. Het waren de hoogjaren van het hooliganisme. Daar was zogezegd ook niets tegen te doen, terwijl het ook een fenomeen was dat zich wedstrijd na wedstrijd herhaalde.

De politie van toen kunt u niet vergelijken met die van nu. Men had toen gemeentepolitie, de rijkswacht, de gerechtelijke politie. Die werkten allemaal naast elkaar en werden bovendien aangestuurd door drie ministers: Binnenlandse Zaken, Defensie en Justitie.

De Smet: Er is inderdaad een politiehervorming geweest. Die dateert van 1998. We hebben, na het Heizeldrama, de CCC en de Bende van Nijvel moeten wachten op een ‘boswandeling’ van Dutroux om een politiehervorming te krijgen! Oorspronkelijk zouden we één politie in België hebben gekregen, maar onder druk van de Franstalige burgemeesters is de verwachte eenheidsstructuur er niet gekomen en kregen we een geïntegreerde politie op twee niveaus. Ik stond toen achter die plannen maar de structuren voldoen vandaag niet meer aan de maatschappelijke uitdagingen. Momenteel hebben we een te zeer versnipperde politie.

De jongeren die keet schoppen zijn allemaal horizontaal verbonden. De politie staat daartegenover met verticale, hiërarchische structuren en dat botst.

Bovendien dateert die hervorming van bijna dertig geleden. De samenleving is vandaag onherkenbaar veranderd. De politiehervorming dateert nog uit het industriële tijdvak, toen er nog geen sprake was van digitalisering en mobiel bereik. De smartphone bestond toen niet eens. Dat is nu de standaarduitrusting geworden van alle relschoppers. De jongeren die keet schoppen zijn allemaal horizontaal verbonden. De politie staat daartegenover met verticale, hiërarchische structuren en dat botst.

Wat stelt u dan voor?

De Smet: Een nieuwe politie. Geen hervormingen meer maar totaal nieuw concept. Het klinkt ouderwets, maar die gemoderniseerde structuur zal opnieuw veel meer taken moeten uitvoeren die vroeger door de wijkpolitie werden gedaan. Maar natuurlijk niet meer op de manier van vroeger. Er moet daarom niet opnieuw in elke wijk een klein, onderbemand kantoortje open worden gehouden. Ik bedoel: een digitale wijkpolitie, met een eigen look-and-feel als entiteit en niet meer als een functionaliteit. Het doel staat voorop: de politie moet opnieuw weten wat er in de wijken leeft. Met de hervormingen van 1998 is dat verdwenen. Kijk wat er op 22 maart 2016 is gebeurd, met de aanslagen in Zaventem. Er was informatie dat er ‘iets’ op til was, maar die is gewoon niet doorgegeven.

Als jongeren uit dezelfde wijk afspreken om op 31 december rel te schoppen, doen ze dat daarom niet op een straathoek of pleintje. Ze spreken via hun mobiel af.

De Smet: Natuurlijk moet de nieuwe wijkpolitie digitaal georganiseerd zijn. De technologische vernieuwing komt van onderaf: van de jeugd. Wij zijn de eerste generatie volwassenen van wie de kinderen over beter hoogtechnologisch materiaal beschikken dan hun ouders, en er beter mee kunnen omgaan ook.

Bol.com is bezig de fysieke winkels te vervangen. Spotify is het nieuwe muziekcentrum. Uber verdringt de taxi’s. Dus ook de politie moet zich niet zomaar ‘hervormen’, maar moet van scratch af beginnen.

U wilt de oude wijkwerking terug maar tegelijk een totaal nieuwe politie. Dat lijkt een zeer brede spagaat.

De Smet: Dat is optisch bedrog. Het is niet omdat politie centraal wordt aangestuurd dat ze geen roots mag hebben in de steden. Vandaag is het alleszins niet oké: als er rellen plaatsvinden, vraag versterking. Er komen dan politiemensen van elders die niet goed weten in welke omgeving ze terechtkomen. Nogmaals, dat is geen verwijt naar die politiemensen. Maar ik deed de hele Gentse Feesten met een bezetting van 150 agenten, 24 uur op 24. Het waren allemaal Gentenaars en die voelden aan wat er aan het gebeuren was: de Gentse Feesten zitten namelijk in onze cultuur en onze genen. Later begonnen ze secties uit andere politiezones ter ondersteuning naar Gent te sturen. Die mensen hadden amper affiniteit met het gebeuren. We moesten ineens veel meer personeel inzetten om hetzelfde effect te krijgen.

Als de politie vroeger chargeerde, boezemde dat bij de betogers ontzag in. Nu wordt er stevig teruggevochten.

De Smet: Ja en nee. Ja, want hier durf ik een pleidooi te houden voor de rijkswacht van vroeger, een militair opgeleide eenheid. Als zij zich opstelden, wist elke betoger: ‘Oppassen.’ Nee, want tegelijk is het niet dat er destijds braafjes gemanifesteerd werd. In mijn eerste jaren als politieagent, in 1978, vonden in Gent de betogingen ‘tegen de 10.000’ plaats (het universitaire inschrijvingsgeld werd verhoogd van 3000 naar 10.000 frank, omgerekend van 75 naar 250 euro, nvdr) Toen kregen wij ook molotovcocktails naar ons hoofd gesmeten.

De politie lijkt hoe dan ook potiger te zullen moeten optreden. Als u hen digitaal wilt volgen, betekent dit dat er meer afgeluisterd zal worden?

De Smet: Natuurlijk niet. Als ze weten dat dit gebeurt, geven ze natuurlijk valse informatie. ‘Nabijheidspolitie’ betekent dat de politie in principe van alles op de hoogte is wat in bepaalde wijken of milieus leeft. De politie moet openstaan voor de lokale buurten, dan komen de mensen zelf af met informatie. Politie moet vooral niet geheimzinnig of achterbaks doen.

Maar zitten we niet op alle vlak in een andere maatschappij, waarbij burgers minder coöperatief zijn en zeker minder gedwee zijn jegens de overheid. Op oudejaar was er meer dan één jongere die gewoon zijn voeten veegde aan het opgelegde huisarrest.

De Smet: Je moet je concentreren op de extremen van in de ‘gausscurve’  en die moet je keihard aanpakken. Ik herinner mij nog een bezoek van de Franse president Mitterrand aan Gent. We hebben toen vooraf alle burgers die langs het parcours woonden en alle kelners die in de herbergen werkten gescreend. We hebben toen een paar risicoprofielen ontdekt. Die moesten tijdens dat bezoek naar het politiebureau komen en daar blijven.

Islamtheoloog Khalid Benhaddou wijst op de afkomst van de jongeren. Hij vindt dat de islamgemeenschap haar verantwoordelijkheid moet nemen. Wie respect wil voor de culturele eigenheid van de groep, moet zich ook verantwoordelijk tonen naar de hele Belgische maatschappij.

De Smet: Ik zou die etnische afkomst niet overroepen. Het gaat in essentie om mensen die het maatschappelijk niet zo makkelijk hebben. Bij de hooligans was dat niet anders. Zij willen ook een status ophouden. Daarom zijn ze liever ‘goed slecht’ dan ‘slecht goed’. Wat stel je voor als je een brave duts bent die voortdurend op zijn kop laat zitten? Niets toch. Dus tonen ze wat ze durven. Ze willen scoren. En een beetje straatgeweld is voor hen het gemakkelijkste middel om ook eens de media te halen en status te verwerven binnen de eigen gemeenschap.

Dus kom ik terug op mijn punt. Repressie is nodig, maar proactief kunnen optreden is minstens zo belangrijk. En dat kan maar door op een moderne manier – dus ondersteund door de beste  technologie – nabij te zijn als politie, en door proactief te werk te gaan. Men moet niet aankomen als de feiten zich al voltrokken hebben. Men moet vooraf te weten komen wat er zal gebeuren.

De politie moet zich terugplooien op haar kerntaken: het garanderen van de veiligheid en het monopolie op geweld door de overheid opnieuw claimen. Secundaire taken mogen daarvoor best sneuvelen. Waarom zou verkeer een zaak van de politie moeten zijn? ‘

Waarom kent men trouwens de leiders niet meer? In mijn jaren als veiligheidsofficier bij het voetbal kenden we die wel en dat hielp. Toen Johan Vande Lanotte minister van Binnenlandse Zaken was, kwam hij ineens met het idee af dat er geen vuurwerk meer mocht afgestoken worden in de voetbalstadions. Wij zijn in Gent met de leiders van de supportersclubs, de harde kern en het secretariaat van KAA Gent rond de tafel gaan zitten. We lieten de harde kern voor de wedstrijd hun ding doen, in volledige samenspraak met ons en de club. Tijdens de thuismatchen is er dat hele seizoen niet één bommeke ontploft in de tribunes. Waarom zou dat ook niet kunnen bij de jongens vandaag. Je laat ze ergens gecontroleerd vuurwerk afsteken, maar dan op de manier die vooraf is afgesproken. En al dat gedoe achteraf en die kat-en-muisspelletjes tot laat in de nacht zijn nauwelijks nog nodig. Maar nog eens: daarvoor heb je eerst nieuwe politiestructuren nodig.

Met alle respect, maar ook in Nederland en Frankrijk liep het op oudejaar danig uit de hand en die landen hebben onze politievorming nooit gekend. Gaat het wel over de politie?

De Smet: Natuurlijk. Frankrijk is trouwens in hetzelfde bedje ziek als België. Ook daar heeft men gedesinvesteerd in de lokale entiteit. Als de politievakbond jongeren uit de banlieues ‘ongedierte’ noemt, dan weet je wel hoe groot de afstand, en niet het minst mentaal, is tussen de politie en de plaatselijke bevolking van de wijken waarin men moet optreden.

Nogmaals, de hele politie moet fundamenteel niet gereorganiseerd worden maar nieuw worden. ‘De’ politie is trouwens een onwerkbaar containerbegrip. In ‘het’ onderwijs vallen professoren en kleuterleerkrachten toch ook niet onder één noemer? Dat hoeft niet eens zo duur te zijn. We moeten vooral niet aan elke politiezone drones gaan uitdelen, zoals nu blijkbaar het plan is. Drones is technologie om informatie te verzamelen: zoiets moet je dus centraal aansturen en vervolgens je gegevens dispatchen. De politie moet zich terugplooien op haar kerntaken: het garanderen van de veiligheid en het monopolie op geweld door de overheid opnieuw claimen. Secundaire taken mogen daarvoor best sneuvelen. Waarom zou verkeer een zaak van de politie moeten zijn? De politie moet opnieuw ernstig genomen worden. Dat is hard nodig, want de politie is een pijler van de democratie.

 

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise