Met 28,3 procent moet de N-VA zo'n 4 procentpunt inboeten ten opzichte van de federale verkiezingen van 2014 en ten opzichte van de vorige peiling in maart. Maar in tegenstelling tot bij de gemeenteraadsverkiezingen is het niet Vlaams Belang dat daarvan profiteert. De extreem-rechtse partij komt uit op 7,6 procent, al wordt het Vlaams Belang vaak onderschat in de peilingen.

Van de rechtse koers van N-VA lijken vooral CD&V en Open VLD te profiteren, die er beiden op vooruitgaan in vergelijking met de vorige peiling in maart. De CD&V komt nu uit op 18,7 procent; Open VLD op 17,5 procent. Beide partijen scoren meer dan 2 procentpunt beter dan enkele maanden geleden.

De sterkste stijging is voor Groen, dat nu de vierde grootste partij wordt in Vlaanderen, met 16 procent of 7,4 procentpunt meer dan vier jaar geleden.

Het grootste slachtoffer daarvan lijkt SP.A dat wegzakt tot een vijfde plaats in Vlaanderen en 9,2 procent van de stemmen, een nieuw dieptepunt. De partij verliest 4,8 procentpunt tegenover 2014. Ook tegenover de vorige peiling doen de socialisten het nog iets slechter.

PVDA blijft steken op 2,5 procent van de stemmen, 0,4 procentpunt minder dan in 2014 maar bijna een halvering tegenover de vorige peiling in maart.

Wallonië

In Wallonië verliest de PS 6,6 procentpunt in vergelijking met de verkiezingen van 2014 maar blijft de grootste partij met 25,4 procent. MR, dat bij de peiling van maart over de socialisten wipte, boet in vergelijking met 2014 5,9 procent in en wordt opnieuw tweede met 19,9 procent.

Dat is nauwelijks meer dan Ecolo dat met 19,7 procent maar liefst 11,6 procent wint. Tweede groter winnaar is PTB (PVDA) dat 8,5 procent wint en op 14 procent komt, waardoor cdH de vijfde partij wordt met 10,4 procent (-3,6%).

PP gaat een half procent vooruit en haalt net de kiesdrempel met 5,1 procent.

Brussel

In het Brussels gewest worden de kaarten grondig geschud in vergelijking met de stembusgang van 2014. Ecolo wordt de grootste partij met 19,1 procent (+8,6), gevolgd door MR met 17,4 procent (-5,7), terwijl de PS maar liefst 9,1 procent verliest en op 15,8 procent strandt. PTB-PVDA wipt naar de vierde plaats met 11,5 procent (+7,7), gevolgd door DéFI (10,3 procent) en cdH (5,6 procent). Daarmee worden de humanisten kleiner dan de grootste Nederlandstalige partij N-VA, die meer dan verdubbelt tot 6 procent. Groen is de tweede Nederlandstalige partij met 3,9 procent, gevolgd door CD&V (3,1 procent),SP.A (2,7 procent) en Open VLD (1,1 procent), in 2014 nog de grootste Nederlandstalige partij in Brussel.

De foutenmarge is overigens 3,1 procent.

Met 28,3 procent moet de N-VA zo'n 4 procentpunt inboeten ten opzichte van de federale verkiezingen van 2014 en ten opzichte van de vorige peiling in maart. Maar in tegenstelling tot bij de gemeenteraadsverkiezingen is het niet Vlaams Belang dat daarvan profiteert. De extreem-rechtse partij komt uit op 7,6 procent, al wordt het Vlaams Belang vaak onderschat in de peilingen. Van de rechtse koers van N-VA lijken vooral CD&V en Open VLD te profiteren, die er beiden op vooruitgaan in vergelijking met de vorige peiling in maart. De CD&V komt nu uit op 18,7 procent; Open VLD op 17,5 procent. Beide partijen scoren meer dan 2 procentpunt beter dan enkele maanden geleden. De sterkste stijging is voor Groen, dat nu de vierde grootste partij wordt in Vlaanderen, met 16 procent of 7,4 procentpunt meer dan vier jaar geleden. Het grootste slachtoffer daarvan lijkt SP.A dat wegzakt tot een vijfde plaats in Vlaanderen en 9,2 procent van de stemmen, een nieuw dieptepunt. De partij verliest 4,8 procentpunt tegenover 2014. Ook tegenover de vorige peiling doen de socialisten het nog iets slechter. PVDA blijft steken op 2,5 procent van de stemmen, 0,4 procentpunt minder dan in 2014 maar bijna een halvering tegenover de vorige peiling in maart.In Wallonië verliest de PS 6,6 procentpunt in vergelijking met de verkiezingen van 2014 maar blijft de grootste partij met 25,4 procent. MR, dat bij de peiling van maart over de socialisten wipte, boet in vergelijking met 2014 5,9 procent in en wordt opnieuw tweede met 19,9 procent. Dat is nauwelijks meer dan Ecolo dat met 19,7 procent maar liefst 11,6 procent wint. Tweede groter winnaar is PTB (PVDA) dat 8,5 procent wint en op 14 procent komt, waardoor cdH de vijfde partij wordt met 10,4 procent (-3,6%). PP gaat een half procent vooruit en haalt net de kiesdrempel met 5,1 procent. In het Brussels gewest worden de kaarten grondig geschud in vergelijking met de stembusgang van 2014. Ecolo wordt de grootste partij met 19,1 procent (+8,6), gevolgd door MR met 17,4 procent (-5,7), terwijl de PS maar liefst 9,1 procent verliest en op 15,8 procent strandt. PTB-PVDA wipt naar de vierde plaats met 11,5 procent (+7,7), gevolgd door DéFI (10,3 procent) en cdH (5,6 procent). Daarmee worden de humanisten kleiner dan de grootste Nederlandstalige partij N-VA, die meer dan verdubbelt tot 6 procent. Groen is de tweede Nederlandstalige partij met 3,9 procent, gevolgd door CD&V (3,1 procent),SP.A (2,7 procent) en Open VLD (1,1 procent), in 2014 nog de grootste Nederlandstalige partij in Brussel.De foutenmarge is overigens 3,1 procent.