Monica De Coninck (Vooruit): ‘Veel langdurig werklozen zullen er met een leefloon op vooruit gaan’

Monica De Coninck in het federaal parlement. © Belga
Peter Casteels
Peter Casteels Redacteur en columnist bij Knack

Oud-politica voor Vooruit Monica De Coninck is boos. Haar partij zit dan wel in alle regeringen, maar ze ziet het sociaal beleid zo streng worden dat het niet meer rechtvaardig is.

‘Over tien jaar zullen we veel meer agenten moeten aanwerven: hoe kunnen we verwachten dat kinderen vandaag kansen grijpen als we hun ouders in armoede laten leven?’ Monica De Coninck is boos over het sociaal beleid dat vandaag in Antwerpen en België wordt gevoerd.

De oud-politica van Vooruit was minister van Werk in de regering-Di Rupo en schepen voor Sociale Zaken in Antwerpen. Het was samen met haar dat Patrick Janssens de voor-wat-hoort-watlijn uitzette, en De Coninck is tot op vandaag nog altijd actief in het Antwerpse OCMW.

Wekelijks zit ze in het Bijzonder Comité Sociale Dienst, waarin ze straks ook alle langdurig werklozen die een leefloon aanvragen zal zien passeren. Daar zal ze streng voor zijn, zoals ze altijd is geweest, maar eerst moet haar iets anders van het hart.

Monica De Coninck: Ik ben boos, ja. Het beleid van vandaag is niet meer rechtvaardig. De N-VA beweert dat ze mensen vooruit wil helpen, maar ze bespaart op alles wat mensen in moeilijkheden kan helpen of schaffen het zelfs af: van de sociale organisaties in Antwerpen tot de lessen avondschool die veel duurder worden gemaakt. Ik hoorde N-VA-voorzitter Valerie Van Peel zeggen dat de langdurig werklozen die al jarenlang thuiszitten het slachtoffer zijn van een politiek systeem. Maar waarom straft ze die slachtoffers dan nog eens door ze van de ene op de andere dag hun uitkering af te pakken? Toen ik minister van Werk was, hebben wij het brugpensioen moeilijker gemaakt. We verstrengden die regels over een periode van vijftien jaar, niet zoals het vandaag gebeurt.

‘Het loopt al heel lang niet goed bij de VDAB in Vlaanderen en er verandert niets.’

De VDAB begeleidt zulke werklozen niet goed. OCMW’s zullen hen misschien beter kunnen helpen?

De Coninck: Hoe lang is de N-VA al verantwoordelijk voor de VDAB? Vandaag is Zuhal Demir bevoegd, in mijn tijd was het Philippe Muyters al. Het loopt al heel lang niet goed bij de VDAB in Vlaanderen en er verandert niets. Dat is dan de reden waarom mensen nu van den dop worden gesmeten en naar het OCMW worden gestuurd. Dat heet dan een besparing, terwijl er volgens mij helemaal geen geld bespaard zal worden. Langdurig werklozen krijgen een karige uitkering, terwijl mensen met een leefloon vaak nog extra toelagen krijgen. Veel langdurig werklozen zullen er met een leefloon op vooruit gaan. Ik ben daar zeker niet tegen, maar er wordt vandaag over al die mensen gesproken alsof het profiteurs zijn. Als het beleid van de VDAB faalt, betaalt de federale overheid trouwens het leefloon en het lokale beleid de extra’s. De VDAB wordt niet geresponsabileerd, men bespaart zelfs op hun werkingsmiddelen. Dat begrijp ik niet.

Het zit u duidelijk hoog.

De Coninck: Het kwaadst ben ik over de volgorde. Als het dan echt slachtoffers zijn, waarom begint men dan met de mensen die al twintig jaar of langer werkloos zijn? Daar zitten veel mensen tussen met een handicap, een ziekte of een stoornis. Het wordt alleen ook steeds moeilijker gemaakt om als invalide erkend te raken, dat merken wij al langer. Steeds meer mensen kunnen alleen nog maar bij het OCMW terecht. Als men eerst de groep die twee tot vijf jaar werkloos is had geschrapt, had men die eerst misschien nog wél aan het werk kunnen krijgen. Dat was een veel positiever verhaal geweest.

‘Als men eerst de groep die twee tot vijf jaar werkloos was had geschrapt, had men die eerst misschien nog wél aan het werk kunnen krijgen. Dat was een veel positiever verhaal geweest.’

U bent nog altijd actief in het Antwerpse OCMW.

De Coninck: Wij hebben zes comitévergaderingen per week waarin wij mensen horen. Elke week zijn die dossiers samen zo’n 450 bladzijden: die lees ik elke zondag. Met mijn ervaring kan ik veel bijdragen. Iedereen die dit jaar een leefloon zal aanvragen in Antwerpen krijgen wij te zien. We moeten binnen de dertig dagen een beslissing nemen.

Hoe streng is dat sociaal onderzoek dat in die periode volgt?

De Coninck: Mensen moeten uiteraard werkbereid zijn en behoeftig. Wij constateren waar ze nood aan hebben: dat kunnen centen zijn, maar ook een woning, een fiets of, bij wijze van spreken, nieuwe tanden. Wij hebben een tabel waar in staat wat mensen nodig hebben voor een menswaardig bestaan. Mensen mogen wel iets van spaargeld hebben: zo’n zes- of zevenduizend euro. Ze mogen ook een eigendom hebben: we gaan er dan wel van uit dat mensen die geen huis meer hebben af te betalen profijt doen in natura, en dan trekken we – bijvoorbeeld – vijfhonderd euro af van het leefloon. Mensen met meerdere eigendommen, of van wie de partner 2000 euro verdient of meer, maken meestal geen kans op een leefloon.

Hoe streng zijn jullie?

De Coninck: We controleren wat we kunnen, zonder ervan uit te gaan dat iedereen profiteert. Mijn ervaring is dat twintig procent van de aanvragers het OCMW probeert te bedriegen of werk afwijst.  De rest niet, tachtig procent is eerlijk. We vragen wel standaard om mensen hun zichtrekening te mogen bekijken, om te zien waar en wanneer ze geld uitgeven. Als iemand vooral geld afhaalt in Mechelen, kunnen we vermoeden dat hij daar woont en hoeven wij hem in Antwerpen niet te helpen. Helaas constateren we dikwijls misbruik. Ik denk aan een koppel met vijf kinderen waarvan de vader een nepadres heeft waardoor hij ook een leefloon kan aanvragen. Dat mag niet. Ook Oekraïners die hier hulp vragen, maar elk jaar enkele maanden in Oekraïne zitten, worden gesanctioneerd. Net als ouders die hun kinderen niet naar school willen sturen: dat zien we geregeld bij Roma-gezinnen.

‘Mijn ervaring is dat twintig procent van de aanvragers het OCMW probeert te bedriegen of werk afwijst. De rest niet, tachtig procent is eerlijk.’

Worden mensen blijvend opgevolgd eenmaal ze een leefloon krijgen?

De Coninck: Ja, wij begeleiden permanent. Dat is het grote verschil met de VDAB. Wij zijn zeer aanklampend, en proberen ervoor te zorgen dat mensen hun capaciteiten ontwikkelen om een job te vinden. Dat lukt natuurlijk niet altijd. Vandaag moet zelfs een poetsvrouw verstandig zijn, om te weten welke producten ze mag gebruiken bijvoorbeeld. Mensen met heel weinig capaciteiten, kunnen zelfs dat werk niet doen. Zulke mensen moeten ook geholpen worden, en dan is het pijnlijk dat ook bespaard wordt op sociale organisaties.

Hoe hebt u naar die besparingsronde in Antwerpen gekeken?

De Coninck: Oud-bekenden in het middenveld hebben mij al gezegd dat ze heimwee hebben naar mijn tijd. Dat had ik niet gedacht ooit van hen te horen toen ik nog zelf schepen en OCMW voorzitter was. Het rare is: sociale organisaties krijgen minder geld dan ooit, maar we horen ze zo goed als niet. Er is amper protest. Ze durven zich niet meer uit te spreken, terwijl ze wisten dat ze tegen ons best kritisch konden zijn.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Expertise