Jan Des Roches, een Vlaams taalberegelaar uit de achttiende eeuw, bespreekt in zijn grammatica uit 1761 de regels bij het verkleinwoord. Om zo'n verkleinwoord te vormen, schrijft hij, voegt men simpelweg -ken achter het zelfstandig naamwoord. Dat toenmalige grammatici vormen als manneken en boeksken het meest correct vonden, is niet zo vreemd. Dat was immers de vorm die het meest in het taalgebruik voorkwam. Maar ook vandaag zijn zulke verkleinwoorden nog frequent in verscheidene dialecten en in de tussentaal. De kans is dus groot dat, als je in het weekend op café gaat, je daar een colaake met een chipske bestelt, en dat terwijl je in het Standaardnederlands enkel spreekt over een colaatje en een zakje chips.

Toch zal die bestelling in het café bij de meeste taalgebruikers geen kritiek uitlokken. Maar, als je daarna zegt dat je paprikachips eigenlijk lekkerder vindt als zoutchips, springt je buur aan de bar van een kruk om je onverbiddelijk op de gemaakte taalfout te wijzen. Herkenbaar is het allicht, maar is dat schoolmeesterlijke vingertjesgewijs over taal terecht en, vooral, heeft het zin?

Moet de taalpurist met pensioen?

Zo'n fout tegen de als/dan-regel is één van de grootste ergernissen van de taalpurist. En ondanks het overvloedige geklaag en het rodepennenwerk blijft de fout hardnekkig optreden in het gesproken discours van de Vlaming. Je zou er als purist bijna moedeloos van worden, want de regel is toch simpel: in een vergelijking met een vergrotende trap gebruik je het woord dan en niet als. "Het is zo moeilijk niet" wordt dan vaak geïrriteerd gezegd, en toch slagen we er niet in die regel consequent toe te passen. Hoe komt dat?

Hoewel de taalregel groter dan inderdaad vrij gemakkelijk is, en veel taalgebruikers die norm eigenlijk ook wel kennen, is groter als al eeuwenlang de meest frequente vorm in grote delen van het taalgebied. En in tegenstelling tot het achtervoegsel -ken, dat in Vlaanderen nog tot diep in de achttiende eeuw werd voorgeschreven bij het verkleinwoord, kozen grammatici er al vroeg voor om groter dan op te leggen als taalvoorschrift. In dat geval week de norm dus af van wat er in het eigenlijke taalgebruik gebeurde. De keuze om groter dan vast te leggen als regel was dus niet gebaseerd op het taalgebruik, maar het was een kwestie van taalnormering van bovenaf, waarbij grammatici toch enigszins arbitrair opteerden voor dan boven als, zonder dat ze daar een goede taalkundige reden voor hadden.

Groter als is dan ook een vorm die voor moedertaalsprekers natuurlijk aanvoelt en daarom voorkomt in de gesproken taalpraktijk. Dat de opgelegde groter dan niet systematisch wordt toegepast door sprekers heeft dan ook weinig met luiheid of onverschilligheid te maken, zoals taalpuristen vaak wel beweren. In een spontaan gesproken discours vertrouwen we immers op vormen die natuurlijk aanvoelen voor ons als taalgebruikers. En ja, groter als is voor veel sprekers de norm in een informeel gesprek. Dat is ook precies hoe de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) het beschrijft.

Enkele maanden geleden ontstond er nog commotie over een vermeende versoepeling van de grammaticaregels. Verscheidene kranten beweerden toen dat groter als vanaf nu ook correct is. "Want zo schrijft de nieuwe ANS het voor", klonk het. Journalisten hadden de grammaticaregels, en daarbij ook het doel van de ANS, echter verkeerd begrepen. De ANS is een descriptieve grammatica en ze beschrijft dus hoe wij taal gebruiken. De passage over de als/dan-regel - die bovendien niet gewijzigd werd, en dus helemaal niet nieuw is - sloot dan ook aan bij de talige realiteit: in de gesproken taal komt groter als ook voor, maar in een verzorgde geschreven tekst gebruik je best groter dan. Over een versoepeling van de grammaticaregels was dus geen sprake, over het beschrijven van variatie in taal daarentegen wel.

Ook bij soortgelijke uitingen als na voor naar, of het dooreenhaspelen van de werkwoorden noemen en heten, fronsen taalpuristen de wenkbrauwen. Het zijn, net zoals de als/dan­-fout, relatief banale taalkwesties die grammatici, taalpuristen en leraren al eeuwenlang proberen uit te roeien met driloefeningen als: zeg niet x, maar zeg y. Zonder veel succes, zo blijkt, want de bekritiseerde vormen duiken nog steeds veelvuldig op in ons taalgebruik. Waar al dat geklaag van taalpuristen wel toe heeft geleid, is taalonzekerheid bij sommige sprekers. Hypercorrecte vormen als even groot dan zijn daar een voorbeeld van.

Zeuren over taal heeft dan ook niet vaak het gewenste effect. Als grammatici en taalpuristen er al in slagen een taalverandering teweeg te brengen, dringt die opgelegde norm meestal door in een aantal formele contexten, terwijl het spontane taalgebruik zijn eigen gang blijft gaan. Wanneer taal verandert onder invloed van spelling- of grammaticaregels, gaat het bovendien over talige constructies die vaak al op de terugweg waren in het eigenlijke taalgebruik. Taal laat zich dus moeilijk controleren van bovenaf, en als taalverandering optreedt, komt het initiatief meestal vanuit het taalgebruik zelf. Of je dat nu leuk vindt, of niet.

Niet alleen over taalfouten, maar ook over andere vormen van variatie wordt geklaagd door taalpuristen. Discussies over jongerentaal en taalverloedering laaien vaak hoog op, en telkens proberen vakexperten de gemoederen te bedaren. Het komt er steeds op neer dat variatie een essentieel onderdeel is van taal. Dat is ook het geval voor de genoemde kwesties: taalkundig gezien zijn de vormen groter dan en groter als evenwaardig. Ze passen beide in het talig repertoire van een spreker. Maar, begrijp me niet verkeerd: dit is géén pleidooi om alle taalnormen over boord te gooien, of om fouten met de mantel der liefde toe te dekken. Integendeel, taalgebruikers moeten de taalregels uiteraard wel kennen. Maar waar het echt om draait, is dat we als sprekers variatie in taal correct kunnen inzetten. Een doorgedreven taalbeheersing hangt niet samen met consequent enkele oppervlakkige taalregels toepassen, los of wars van de context. Wel gaat het om taal flexibel te kunnen gebruiken naargelang de situatie. Zeg dus gerust groter als met vrienden op café, daar is niets mis mee, maar weet als spreker ook dat het in een formeel gesprek anders moet.

Taal zal altijd veranderen en gelukkig zal variatie blijven bestaan. Zelfs al slagen taalpuristen erin de als/dan-fout uit te roeien, duikt er ongetwijfeld weer een nieuwe kwestie op om te bekritiseren. Dus, beste taalpuristen, wees wat verdraagzamer; jullie zullen niet snel zonder werk komen te zitten.

Jan Des Roches, een Vlaams taalberegelaar uit de achttiende eeuw, bespreekt in zijn grammatica uit 1761 de regels bij het verkleinwoord. Om zo'n verkleinwoord te vormen, schrijft hij, voegt men simpelweg -ken achter het zelfstandig naamwoord. Dat toenmalige grammatici vormen als manneken en boeksken het meest correct vonden, is niet zo vreemd. Dat was immers de vorm die het meest in het taalgebruik voorkwam. Maar ook vandaag zijn zulke verkleinwoorden nog frequent in verscheidene dialecten en in de tussentaal. De kans is dus groot dat, als je in het weekend op café gaat, je daar een colaake met een chipske bestelt, en dat terwijl je in het Standaardnederlands enkel spreekt over een colaatje en een zakje chips. Toch zal die bestelling in het café bij de meeste taalgebruikers geen kritiek uitlokken. Maar, als je daarna zegt dat je paprikachips eigenlijk lekkerder vindt als zoutchips, springt je buur aan de bar van een kruk om je onverbiddelijk op de gemaakte taalfout te wijzen. Herkenbaar is het allicht, maar is dat schoolmeesterlijke vingertjesgewijs over taal terecht en, vooral, heeft het zin?Zo'n fout tegen de als/dan-regel is één van de grootste ergernissen van de taalpurist. En ondanks het overvloedige geklaag en het rodepennenwerk blijft de fout hardnekkig optreden in het gesproken discours van de Vlaming. Je zou er als purist bijna moedeloos van worden, want de regel is toch simpel: in een vergelijking met een vergrotende trap gebruik je het woord dan en niet als. "Het is zo moeilijk niet" wordt dan vaak geïrriteerd gezegd, en toch slagen we er niet in die regel consequent toe te passen. Hoe komt dat? Hoewel de taalregel groter dan inderdaad vrij gemakkelijk is, en veel taalgebruikers die norm eigenlijk ook wel kennen, is groter als al eeuwenlang de meest frequente vorm in grote delen van het taalgebied. En in tegenstelling tot het achtervoegsel -ken, dat in Vlaanderen nog tot diep in de achttiende eeuw werd voorgeschreven bij het verkleinwoord, kozen grammatici er al vroeg voor om groter dan op te leggen als taalvoorschrift. In dat geval week de norm dus af van wat er in het eigenlijke taalgebruik gebeurde. De keuze om groter dan vast te leggen als regel was dus niet gebaseerd op het taalgebruik, maar het was een kwestie van taalnormering van bovenaf, waarbij grammatici toch enigszins arbitrair opteerden voor dan boven als, zonder dat ze daar een goede taalkundige reden voor hadden. Groter als is dan ook een vorm die voor moedertaalsprekers natuurlijk aanvoelt en daarom voorkomt in de gesproken taalpraktijk. Dat de opgelegde groter dan niet systematisch wordt toegepast door sprekers heeft dan ook weinig met luiheid of onverschilligheid te maken, zoals taalpuristen vaak wel beweren. In een spontaan gesproken discours vertrouwen we immers op vormen die natuurlijk aanvoelen voor ons als taalgebruikers. En ja, groter als is voor veel sprekers de norm in een informeel gesprek. Dat is ook precies hoe de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS) het beschrijft. Enkele maanden geleden ontstond er nog commotie over een vermeende versoepeling van de grammaticaregels. Verscheidene kranten beweerden toen dat groter als vanaf nu ook correct is. "Want zo schrijft de nieuwe ANS het voor", klonk het. Journalisten hadden de grammaticaregels, en daarbij ook het doel van de ANS, echter verkeerd begrepen. De ANS is een descriptieve grammatica en ze beschrijft dus hoe wij taal gebruiken. De passage over de als/dan-regel - die bovendien niet gewijzigd werd, en dus helemaal niet nieuw is - sloot dan ook aan bij de talige realiteit: in de gesproken taal komt groter als ook voor, maar in een verzorgde geschreven tekst gebruik je best groter dan. Over een versoepeling van de grammaticaregels was dus geen sprake, over het beschrijven van variatie in taal daarentegen wel. Ook bij soortgelijke uitingen als na voor naar, of het dooreenhaspelen van de werkwoorden noemen en heten, fronsen taalpuristen de wenkbrauwen. Het zijn, net zoals de als/dan­-fout, relatief banale taalkwesties die grammatici, taalpuristen en leraren al eeuwenlang proberen uit te roeien met driloefeningen als: zeg niet x, maar zeg y. Zonder veel succes, zo blijkt, want de bekritiseerde vormen duiken nog steeds veelvuldig op in ons taalgebruik. Waar al dat geklaag van taalpuristen wel toe heeft geleid, is taalonzekerheid bij sommige sprekers. Hypercorrecte vormen als even groot dan zijn daar een voorbeeld van. Zeuren over taal heeft dan ook niet vaak het gewenste effect. Als grammatici en taalpuristen er al in slagen een taalverandering teweeg te brengen, dringt die opgelegde norm meestal door in een aantal formele contexten, terwijl het spontane taalgebruik zijn eigen gang blijft gaan. Wanneer taal verandert onder invloed van spelling- of grammaticaregels, gaat het bovendien over talige constructies die vaak al op de terugweg waren in het eigenlijke taalgebruik. Taal laat zich dus moeilijk controleren van bovenaf, en als taalverandering optreedt, komt het initiatief meestal vanuit het taalgebruik zelf. Of je dat nu leuk vindt, of niet. Niet alleen over taalfouten, maar ook over andere vormen van variatie wordt geklaagd door taalpuristen. Discussies over jongerentaal en taalverloedering laaien vaak hoog op, en telkens proberen vakexperten de gemoederen te bedaren. Het komt er steeds op neer dat variatie een essentieel onderdeel is van taal. Dat is ook het geval voor de genoemde kwesties: taalkundig gezien zijn de vormen groter dan en groter als evenwaardig. Ze passen beide in het talig repertoire van een spreker. Maar, begrijp me niet verkeerd: dit is géén pleidooi om alle taalnormen over boord te gooien, of om fouten met de mantel der liefde toe te dekken. Integendeel, taalgebruikers moeten de taalregels uiteraard wel kennen. Maar waar het echt om draait, is dat we als sprekers variatie in taal correct kunnen inzetten. Een doorgedreven taalbeheersing hangt niet samen met consequent enkele oppervlakkige taalregels toepassen, los of wars van de context. Wel gaat het om taal flexibel te kunnen gebruiken naargelang de situatie. Zeg dus gerust groter als met vrienden op café, daar is niets mis mee, maar weet als spreker ook dat het in een formeel gesprek anders moet. Taal zal altijd veranderen en gelukkig zal variatie blijven bestaan. Zelfs al slagen taalpuristen erin de als/dan-fout uit te roeien, duikt er ongetwijfeld weer een nieuwe kwestie op om te bekritiseren. Dus, beste taalpuristen, wees wat verdraagzamer; jullie zullen niet snel zonder werk komen te zitten.