Mobiliteitsexpert Cathy Macharis: ‘Een Vlaming is langer onderweg naar het werk dan een Amerikaan’

Cathy Macharis. © Image Desk
Tex Van berlaer
Tex Van berlaer Journalist Knack

Het kwik gaat gestaag omhoog, de winterjas mag stilaan de kast in. Het uitgelezen moment om meer de buitenlucht op te zoeken. In juni doet u dat het best zonder auto, wanneer Netwerk Duurzame Mobiliteit voor de tweede keer de actie ‘30 dagen minder wagen’ organiseert. De campagne wordt deze week afgetrapt. ‘Vorig jaar deden 6500 mensen mee, nu gaan we minstens voor een verdubbeling’, zegt mobiliteitsexpert Cathy Macharis (VUB), ambassadrice van de actie. In tegenstelling tot een campagne als Tournée Minerale, waarbij de deelnemers alcohol een maand lang afzweren, beogen de organisatoren geen volledige autostop.

Waarom heet de actie niet ‘30 dagen zónder wagen’?

Cathy Macharis: We willen niet met het vingertje zwaaien. We kijken naar manieren waarop mensen hun eigen auto minder gebruiken. Vorig jaar zagen we ze carpoolen of de deelwagen gebruiken. Dat scheelt ook al heel wat op de weg. Bovendien is het interessant om te weten wanneer het niet lukt om de wagen te laten staan. Dan kunnen we daarna advies geven over die plekken in Vlaanderen waar geen of amper openbaar vervoer of deelsystemen voorhanden zijn.

Helaas heeft niet iedereen toegang tot een bus van De Lijn, zeker niet buiten de steden.

Macharis: Dat klopt, maar toch willen we niet alleen mensen bereiken voor wie het al makkelijk is om de auto te laten staan. Uit de cijfers van vorig jaar blijkt dat heel wat deelnemers uit stedelijke gebieden kwamen. Daarom ben ik benieuwd wat er dit jaar gebeurt, nu we mikken op bedrijven en organisaties, en dus op woon-werkverkeer. Zodra werkgevers hun schouders onder de campagne zetten, gaan ze mee nadenken over alternatieven voor hun werknemers.

Woont de gemiddelde Vlaming niet te ver van zijn of haar werk?

Macharis: Het cliché blijft overeind: de Vlaming heeft een baksteen in de maag. Onze versnipperde ruimtelijke ordening bemoeilijkt een performant openbaarvervoersysteem en houdt ons autoafhankelijk. Uit vergelijkingen met cijfers uit onze buurlanden – maar ook met die van landen als de Verenigde Staten en Canada – blijkt dat de Vlaming zich gemiddeld langer verplaatst voor woon-werkverkeer. Dat wordt vergemakkelijkt door bedrijfswagens, maar evengoed door andere vergoedingen voor verplaatsingskosten. Hoe verder je woont, hoe beter je vergoed wordt. Eigenlijk klopt dat niet.

Bedrijven bieden wel steeds vaker een bedrijfsfiets aan, in plaats van een salariswagen.

Macharis:(knikt) Er beweegt veel. Door de recente fiscale voordelen zijn elektrische bedrijfswagens aantrekkelijker geworden, maar die modellen blijven duur. Dankzij de versoepeling van het mobiliteitsbudget, waarbij werknemers recht op een bedrijfswagen inruilen voor een duurzaam alternatief, beginnen bedrijven te kijken naar meer duurzame vervoersmodi. Helaas past slechts een kleine minderheid van de bedrijven het toe. Er zijn andere hoopgevende cijfers. Tijdens de coronacrisis zagen we al hoe de fiets een boost kreeg, in eerste instantie op recreatief vlak. Uit de statistieken van dit jaar zien we dat in Vlaanderen een op de vijf werknemers de fiets naar het werk neemt. Dat is ronduit spectaculair.

Bij vervoerskwesties speelt niet alleen een kloof tussen stad en buitengebied. Er is ook een socio-economische kloof. Denk aan een huishoudhulp die voor dag en dauw op haar bestemming moet zijn.

Macharis: We zien inderdaad dat het vaak hoogopgeleiden zijn die meer met de fiets beginnen te rijden. Dat heeft te maken met de buurt waarin je woont. Woon je in een zogenaamde 15-minutenstad, waar alle essentiële functies op een kwartier wandelen of fietsen liggen, dan woon je in een goede buurt. Maar die is niet altijd betaalbaar voor iedereen. In de toekomst wil ook deze actie kijken naar hoe we kwetsbare groepen betrekken.

We zijn bezig met duurzamer vervoer en toch zien we almaar grotere auto’s op de weg.

Macharis: Van elke twee wagens die verkocht worden, is er één een SUV. Dat is ongelooflijk. Die wagens zijn zwaarder, gevaarlijker en verbruiken veel, ook al rijden ze elektrisch. Dat is niet waar we naartoe willen. Bij de VUB doen we onderzoek naar de symboliek van auto’s, en ook in Vlaanderen blijft de wagen een statussymbool. In elk geval is het een goede zaak dat onder meer Netwerk Duurzame Mobiliteit pleit voor een slimme kilometerheffing waarin het gewicht van de wagen wordt meegenomen in de berekening.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content