De statistieken van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR liegen er niet om. Het aantal ontheemden liep tussen 2005 en 2015 op van 37,5 miljoen tot 60 miljoen wereldwijd. Alleen al in 2014 groeide de massa aan met 13,9 miljoen, de grootste stijging ooit. De wereld telt intussen 19,5 miljoen vluchtelingen - dat zijn ontheemden die over de grens van hun thuisland werden gedreven.
...

De statistieken van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR liegen er niet om. Het aantal ontheemden liep tussen 2005 en 2015 op van 37,5 miljoen tot 60 miljoen wereldwijd. Alleen al in 2014 groeide de massa aan met 13,9 miljoen, de grootste stijging ooit. De wereld telt intussen 19,5 miljoen vluchtelingen - dat zijn ontheemden die over de grens van hun thuisland werden gedreven. Honger en natuurrampen spelen een rol, maar de echte oorzaken zijn oorlog en geweld. Hoop op snelle beterschap is er niet. Momenteel woeden er vijftien grote conflicten in de wereld, waarvan acht in Afrika en drie in het Midden-Oosten. Van Zuid-Sudan via de Centraal-Afrikaanse Republiek tot Irak en Afghanistan: telkens gaat het om burgeroorlogen zonder uitzicht op een snelle terugkeer naar vrede of stabiliteit. Syrië, de ergste humanitaire crisis van het voorbije decennium, is goed voor 9,5 miljoen ontheemden, van wie meer dan drie miljoen over de grens verblijven, in kampen in Turkije, Libanon en Jordanië. Europa blijft een topbestemming: het aantal ontheemden steeg vorig jaar met een derde tot 6,7 miljoen - het gaat vooral om Syriërs in Turkije en slachtoffers van de Oekraïense burgeroorlog. En dan is er nog dat ene cijfer dat zowat het symbool werd van de crisis. Sinds januari 2015 verdronken in de Middellandse Zee al 2500 bootvluchtelingen, 300.000 anderen slaagden er via die route in de Europese Schengenzone te bereiken. Om u een idee te geven van de escalatie: in heel 2013 waagden 'slechts' 60.000 vluchtelingen zich aan de oversteek van de Middellandse Zee. Intussen pieken ook de Europese asielcijfers. In 2014 werden in de hele Europese Unie 626.000 asielaanvragen ingediend, het hoogste aantal sinds de Kosovo-crisis in 1999-2000. Prognoses voorspellen voor 2015 een miljoen asielzoekers in de hele Unie. Het leeuwendeel wordt in Duitsland geregistreerd, het land houdt dit jaar rekening met 800.000 asielzoekers. En België? In de eerste zes maanden noteerde de Dienst Vreemdelingenzaken 12.133 aanvragen. En het blijft in stijgende lijn gaan, vorige maand strandde men rond de 5000 inschrijvingen, met lange wachtrijen voor de DVZ-kantoren in de Brusselse Noordwijk tot gevolg. De eindbalans van 2014, 17.213 asielaanvragen, zal zeker overtroffen worden. Maar een record? In 2000, vlak na de Kosovo-oorlog, werden liefst 42.000 asielaanvragen ingediend. 'Maar die vergelijking gaat niet op', zegt Damien Dermaux van het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). 'In 2000 ging het vooral om economische vluchtelingen. Velen maakten er zelfs geen geheim van: als motivatie voor hun aanvraag verklaarden ze dat ze op zoek waren naar werk of een betere toekomst. Hetzelfde scenario zag je bij crisis van 2011, toen we meer dan 25.000 aanvragen binnenkregen. Het ging vooral om Kosovaren, Albanezen en Macedoniërs. Een busticket van Skopje naar Brussel kostte ook maar 130 euro. Het spreekt vanzelf dat de beschermingsgraad (het percentage mensen dat erkend wordt, nvdr.) voor die categorieën erg laag lag.'Precies daar zit het verschil met vandaag. De globale beschermingsgraad is spectaculair gestegen, van 21,4 procent in 2010 tot 46,8 procent in 2014. Een kleine helft van alle asielzoekers werd vorig jaar dus erkend als vluchteling of als subsidiaire beschermd. 'Dat percentage zal nog stijgen', voorspelt Dermaux. 'De eerste zeven maanden van 2015 zitten we al aan 59,3 procent. Dat heeft alles te maken met de herkomst van de asielzoekers. Irak, Syrië, Afghanistan en Somalië vormen de top vier. Dat zijn echte oorlogslanden. Acht van de tien Irakezen en Afghanen worden erkend, bij Somaliërs ligt het percentage nauwelijks lager. In die landen maken we nog een onderscheid tussen veilige en onveilige gebieden. Niet zo in Syrië, dat land is één groot oorlogsgebied. Syriërs worden voor 98 procent erkend, de zeldzame uitzonderingen zijn asielzoekers die zich ten onrechte als Syriër voordoen, of mensen die tijdens de procedure verdwijnen.' De Syrische burgeroorlog brak uit in maart 2011. Sindsdien hebben 5662 Syriërs in ons land bescherming gekregen, kinderen inbegrepen. Een flink contingent, maar ook niet de invasie waarvan soms wordt gewaagd. Kunnen we de 40 procent geweigerde asielzoekers als economische migranten of gelukzoekers bestempelen? 'Daar houden we ons niet mee bezig', zegt Damien Dermaux. 'Toestanden zoals in 2000 zien we niet meer, niemand motiveert zijn aanvraag nog met de aspiratie om een beter leven te vinden. Ze vertellen allemaal een verhaal van persoonlijke vervolging of oorlogsgevaar. Onze taak beperkt zich tot het controleren of hun verhaal ook geloofwaardig is. Eén ding is absoluut zeker: het percentage echte vluchtelingen heeft nooit hoger gelegen dan vandaag.'Sinds 1 januari 2007 hebben asielzoekers geen recht meer op financiële steun. 'Toch krijgen we daar nog veel vragen over van burgers', zegt Tine Provoost van Fedasil. 'Er blijven hardnekkige indianenverhalen circuleren, met absurde bedragen die asielzoekers zouden ontvangen. We zagen ons zelfs verplicht om op onze website de puntjes op de i te zetten.' Het zit zo: asielzoekers vallen pas na registratie bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) onder de paraplu van Fedasil. De voorbije weken stonden er lange rijen nieuwkomers aan te schuiven bij het DVZ-kantoor. Wie niet meer aan de beurt kwam, moest zelf een onderkomen zoeken en 's anderendaags een nieuwe poging wagen. Voor velen, ook gezinnen met kinderen, betekende dat wildkamperen of slapen onder de blote hemel. Eens geregistreerd worden asielzoekers normaal naar een collectief opvangcentrum doorverwezen, waar ze behalve een bed, maaltijden en sanitaire voorzieningen ook medische, sociale en juridische begeleiding krijgen. 'Plus zakgeld,' zegt Provoost, '7,40 euro per volwassene per week. Soms worden asielzoekers meteen voor individuele opvang naar een Lokaal Opvang Initiatief van een OCMW doorgestuurd. Ze krijgen dan een woning toegewezen en 60 euro leefgeld per volwassene per week, plus een extraatje per kind. Dat is heel krap: ze moeten er hun eten en andere basisbehoeften mee zien te betalen. Steeds meer Syrische asielzoekers worden meteen naar een OCMW doorverwezen. Ze worden toch allemaal erkend, dus heeft het weinig zin te wachten op de formele beslissing.'Erkende vluchtelingen vallen niet langer onder Fedasil en stromen bijgevolg uit de collectieve opvangcentra. Behalve de witte merels die meteen werk vinden en op eigen benen kunnen staan, vallen ze onder het OCMW van de stad of de gemeente die ze zelf verkiezen. Het OCMW betaalt hen een leefloon, ondersteunt hun integratieproces, en begeleidt hen in de zoektocht naar werk en huisvesting. Dat ze daarbij als daklozen een voorkeursbehandeling genieten, zoals Bart De Wever (N-VA) vorige week in Terzake zei, wordt door verscheidene bronnen tegengesproken. Vluchtelingen krijgen van de OCMW's niets meer of minder dan andere steuntrekkers, liet de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) weten. Opvallend: ook Liesbeth Homans, Vlaams N-VA-minister bevoegd voor sociale huisvesting, benadrukte dat erkende vluchtelingen geen voorrang krijgen. In 2013 stelde toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block (Open VLD) een groots gebaar. Ze schonk 85 miljoen euro terug aan de federale regering, die ze had bespaard op haar eigen begroting van 390 miljoen. De asielcijfers hadden een forse duik genomen, de opvangcapaciteit kon worden afgebouwd. Maar intussen slaat de slinger wild de andere kant uit. De Blocks opvolger Theo Francken (N-VA) besliste in juni al om de collectieve opvangcapaciteit met 2200 bufferplaatsen uit te breiden. Vorige week kondigde de ministerraad een nieuwe uitbreiding met 6600 bedden tegen begin oktober aan, op langere termijn komen er zelfs 12.000 extra bedden. Er wordt ook in mankracht geïnvesteerd, zowel de Dienst Vreemdelingenzaken als het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen krijgt extra medewerkers om te voorkomen dat de asielprocedure helemaal dichtslibt. De eindafrekening is nog niet gemaakt, maar het is twijfelachtig of de 468 miljoen euro, ingeschreven in de begroting 2015 voor asiel en migratie, zal volstaan.Niet alleen aan de opvangfase hangt een prijskaartje. Uit cijfers van de Programmatorische Federale Overheidsdienst Maatschappelijke Integratie blijkt dat eind vorig jaar 11.525 erkende vluchtelingen via het OCMW een leefloon trokken. Een alleenstaande krijgt 817 euro, een gezinshoofd 1089 euro. Belangrijke nuance: het cijfer omvat ook erkende vluchtelingen die maar korte tijd in het stelsel zaten: ook wie één dag een leefloon krijgt, komt in de cijfers terecht. In 2014 waren er in totaal 163.223 leefloners. 'Anders dan bij gewone leefloners krijgen OCMW's het bedrag voor erkende vluchtelingen integraal terugbetaald van de POD Maatschappelijke Integratie', zegt Piet Van Schuylenbergh, directeur OCMW's bij de VVSG. 'Toch is het geen broekzak-vestzakoperatie. OCMW's moeten veel mensen en middelen investeren in de begeleiding van vluchtelingen.' We laten de groep uitgeprocedeerde asielzoekers hier even buiten beschouwing - in principe moeten zij het land verlaten, maar het is geen geheim dat een substantiële groep toch blijft sans-papiers wordt. Erkende vluchtelingen van hun kant krijgen een definitieve verblijfsvergunning. Ze worden ingeschreven in het bevolkingsregister van hun gemeente, kunnen werk zoeken, hebben in theorie volledige toegang tot sociale zekerheid en sociale bijstand. Bij economische migratie werken dergelijke faciliteiten vaak als een magneet, maar dat geldt niet voor mensen die uit angst voor vervolging of uit lijfsbehoud oorlogsgebieden of wrede dictaturen ontvluchten. De meeste erkende vluchtelingen komen in ons land aan met de stellige hoop zo snel mogelijk naar hun thuisland terug te keren. De realiteit haalt hen echter in. Conflicten en dictaturen zijn taai, de gegronde redenen om te vluchten zijn dat ook. 'Het aantal terugkeerders is beperkt', zegt professor Dirk Vanheule, voorzitter van het Centrum voor Migratie Studies (CeMIS) van de Universiteit Antwerpen. 'Zoals bij alle vormen van migratie hangt veel af van het individuele levensverloop. Zodra migranten werk vinden, trouwen en kinderen krijgen, stijgen de kansen dat ze hier blijven. Het kantelpunt ligt rond de drie à vier jaar. Als ze zo lang in het land zijn, beginnen de meesten zich op een permanent verblijf te richten. Vandaag komen de meeste aanvragers uit oorlogsgebieden als Syrië en Afghanistan. Het is onwaarschijnlijk dat ze snel zullen terugkeren, omdat de situatie in hun land van herkomst de komende jaren niet snel zal verbeteren.'Reden te meer dus om in te zetten op het onthaal en de integratie van de nieuwkomers. Op dat vlak vallen er lessen te trekken uit de ervaringen met arbeidsmigratie in de jaren zestig en zeventig. Het uitgangspunt dat gastarbeiders maar passanten waren, bleek niet te kloppen. Ook recent aangekomen Syrische, Somalische en Afghaanse vluchtelingen zullen kinderen krijgen die hier naar school gaan en zullen hier een toekomst uitbouwen. Toen werd aangekondigd dat de financiële steun aan asielzoekers zou worden stopgezet, kwam er een stormloop op gang: wie zich vóór 1 januari 2007 registreerde, viel nog onder het oude regime. Toenmalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block stuurde niet voor niets ontradingsmissies naar belangrijke herkomstlanden als Kosovo en Guinée. Dat waren niet toevallig landen met een laag beschermingspercentage: de meeste asielzoekers uit Kosovo en Guinée werden als economische vluchtelingen geweigerd. Toch zou het heel kort door de bocht zijn om de aantrekkingskracht van België als asielland louter aan materiële factoren te wijten. 'Enkele jaren geleden hebben we een onderzoek gedaan in Senegal, Marokko, Oekraïne en Turkije', zegt professor Christiane Timmerman, antropoloog en directeur van het Centrum voor Migratie Studies. 'Daaruit bleek dat de voornaamste redenen om te migreren niet economisch zijn. De belangrijkste motivatie was het democratische gehalte van Europa. Transparantie, respect voor mensenrechten, gelijkheid van man en vrouw, en veiligheid zijn voor migranten doorgaans veel belangrijker. De mensen waren trouwens vrij goed op de hoogte van de slechtere vooruitzichten door de economische crisis.'Een vraagstuk als een slagveld, waar economen vaak ideologisch gekruide oorlogen voeren. Dezer dagen wordt vaak de aan econoom Milton Friedman toegeschreven 'migratietegenstelling' geciteerd: 'Ofwel kies je voor veel migratie, maar dan moet je een minder genereuze sociale zekerheid hebben. Ofwel behoud je die sociale zekerheid, maar dan moet je de migratie aan banden leggen.' Dezelfde stemmen citeren ook gretig de Britse econoom Paul Collier, die massa-immigratie een bedreiging voor onze welvaartsstaat vindt. Daartegenover staan migratieoptimisten zoals Ian Goldin, de econoom die in 2011 een standaardwerk publiceerde met de veelzeggende titel Exceptional People: How Migration Shaped Our World and Will Define our Future. Volgens Goldin worden de kosten van migratie altijd overschat, terwijl de baten worden onderschat - en die komen trouwens ook de achterblijvers in het land van herkomst ten goede. Maar met algemene waarheden moet je uitkijken. Arbeidsmigranten, volgmigranten, kennismigranten, vluchtelingen met en zonder papieren, hoogopgeleiden en kortgeschoolden... de migratievlag dekte vele ladingen. Toch waagt CeMIS-directeur Christiane Timmerman zich aan een boude stelling. 'Op macro-economisch vlak is migratie zonder enige twijfel een stimulus. Er zijn meer arbeidskrachten, er is meer concurrentie, er is meer kans op innovatie, de economische productiviteit stijgt. Het probleem is dat niet iedereen de meerwaarde ervaart. Vooral de werkers in de lagere sociaaleconomische echelons krijgen meer concurrentie. Laaggeschoolden worden sneller weggeconcurreerd, omdat laaggeschoolde migranten doorgaans bereid zijn om lagere lonen en slechter werk te aanvaarden. We merken bijvoorbeeld dat veel nieuwkomers in concurrentie gaan met migranten van de tweede generatie. Die laatsten spiegelen zich aan de rest van de bevolking, en zijn minder snel geneigd om minderwaardig werk aan te nemen.'Een heikele kwestie blijft de toegang tot de arbeidsmarkt. Minimumloon, patronale RSZ-bijdragen, strikte ontslagprocedures: ons systeem biedt veel bescherming aan wie er al in zit. Voor migranten is het moeilijk om een voet tussen de deur te krijgen. De parallelle economie biedt soms een uitkomst, al wordt ook dat spoor door de steeds strengere controles op zwart werk minder toegankelijk. Mede daarom is België voor economische migranten veel minder interessant dan het Verenigd Koninkrijk met zijn gedereguleerde arbeidsmarkt en bloeiende ondergrondse economie. Het werpt een ander licht op de veelgehoorde stelling dat België vooral passievemigratie aantrekt, wat in tooggesprekken weleens wordt herleid tot: 'Ze willen niet werken.' 'Die stelling klopt niet', zegt Timmerman. 'Een groot deel van de economische migranten komt juist binnen op basis van arbeid, bijvoorbeeld om hier een knelpuntberoep uit te voeren. Ons migratiebeleid is al behoorlijk strikt, en het is goeddeels toegespitst op onze economie. Je ziet in België iets meer gezinshereniging dan in de buurlanden, maar ook daarin zijn we al veel strenger geworden. Bovendien kun je niet zomaar stellen dat gezinshereniging niet productief is. Het merendeel van die mensen komt juist naar hier om te werken, en is doorgaans vrij hoogopgeleid.'Vincent Corluy voerde bij het Centrum voor Sociale Studies van de Universiteit Antwerpen een onderzoek naar de impact van migratie op de sociale zekerheid in de periode 2008-2013. Weinig verrassend constateerde hij met zijn team dat niet-Europese migranten veel minder deelnemen aan de arbeidsmarkt dan Belgen en EU-burgers. 'Toch kwamen we tot de conclusie dat migratie de sociale zekerheid meer opbrengt dan kost', zegt Corluy. 'Dat ligt deels aan onze onderzoeksgroep: we hebben een dwarsdoorsnede van de migrantenpopulatie genomen, met zowel arbeids- en kennismigranten als asielzoekers en erkende vluchtelingen. Als je die laatste groep zou isoleren, dan is het saldo onvermijdelijk negatief. Want asielzoekers mogen niet werken, en wie na zes maanden wordt erkend, valt haast automatisch terug op de bijstand. Maar er is nog een andere verklaring voor het positieve migratiesaldo in de sociale zekerheid. Ons welvaartsmodel steunt helemaal op arbeid. Wie niet werkt en in de bijstand zit, bouwt geen rechten op en krijgt weinig terug uit de sociale zekerheid. Bijstand is ook maar wat het is, en veel steuntrekkers leven onder de armoedegrens.'De Nederlandse professor Monique Kremer, gespecialiseerd in de vergelijking van verzorgingsstaten met het oog op migratie, houdt een slag om de arm. Niet elke vorm van migratie komt de sociale zekerheid ten goede. Hoogopgeleiden dragen vaker bij dan laagopgeleiden, omdat ze sneller werk vinden en gemakkelijker de taal leren. 'Maar het is zeker niet zo dat een hoog aantal migranten de solidariteit ondermijnt. Dat gevaar kun je trouwens tegengaan door je sociaal systeem wederkeriger te maken, zodat mensen eerst bijdragen voordat ze van het systeem kunnen genieten. Je moet migranten een pad naar volwaardig burgerschap bieden, zodat ze kunnen ingroeien. Veel West-Europese landen hebben een soort gastarbeiderstrauma opgelopen, toen de industrie vanaf de jaren zeventig wegtrok en veel gastarbeiders in de bijstand terechtkwamen. Om dat te voorkomen, moet je de criteria strikter maken en een dynamischer activeringsbeleid voeren, zoals dat al in Nederland is gebeurd. België loopt daarin nog achter.'Het lijkt een eenvoudige rekensom. Door de steeds langere levensverwachting wordt de balans tussen wie werkt en wie niet werkt scheefgetrokken, en dreigt ons pensioenstelsel onbetaalbaar te worden. Massaal jonge en actieve migranten importeren, is dan de oplossing om die situatie recht te trekken, nee? 'Zo werkt het niet', zegt professor Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid in Antwerpen. 'Een jaar of tien geleden hebben demografen becijferd hoeveel migranten we in België nodig zouden hebben om de actieve bevolking op peil te houden. Het exacte cijfer ontglipt me, maar het was gigantisch. Logisch, want ook die migranten worden ouder, ze klimmen op in de leeftijdspiramide, die daardoor een steeds bredere basis nodig heeft. Maar eigenlijk vind ik het onzinnig om door die bril naar migratie te kijken. Migratie is een feit, het is een illusie dat we onze grenzen kunnen sluiten. Dat staat helemaal los van de vraag of migranten kunnen bijdragen aan de oplossing van het vergrijzingsprobleem. Het lijkt me veel nuttiger na te denken over manieren om ze dienstbaar te maken voor de maatschappij. Door onze arbeidsmarkt flexibeler te maken, bijvoorbeeld. Heel wat vluchtelingen zijn hoogopgeleid, maar kunnen hun potentieel niet benutten. Waarom springen we niet soepeler om met de erkenning van buitenlandse diploma's en competenties? Dat lijkt me zinvoller dan vluchtelingen gras te laten maaien of bladeren te laten harken, zoals sommige politici voorstellen.' Erik Raspoet en Jeroen Zuallaert