...

De bescherming van Belgische burgers en strijdkrachten in het buitenland: dat is een van de belangrijkste opdrachten van de militaire tegenhanger van de Staatsveiligheid, de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV). Na het drama met tien Belgische paracommando's in Rwanda in 1994 kreeg de inlichtingendienst van het leger de opdracht om in te staan voor de force protection van Belgische militairen op buitenlandse missie. Zo was de ADIV de voorbije jaren onder meer actief in Afghanistan, Mali en Libanon. Maar hoe slaagt de inlichtingendienst erin om in het strijdtoneel cruciale informatie in te winnen? En met welke partners gaat ze daar in zee? Voor deze reconstructie sprak Knack onder meer met de voorzitter en griffier van het Comité I dat de Belgische inlichtingendiensten controleert, met de nieuwe ADIV-topman Claude Van de Voorde én met verschillende andere bronnen uit de Belgische inlichtingenwereld die de YPG-affaire van dichtbij kennen. Gezien de gevoeligheid van het thema verkiezen zij anoniem te blijven. Vlak na Kerstmis keerden vier Belgische F-16's vanuit Jordanië terug naar de luchtmachtbasis van Kleine Brogel. Daarmee kwam een einde aan achttien maanden Belgische luchtsteun aan de internationale coalitie tegen de IS. In operatie Desert Falcon kwamen de Belgische gevechtspiloten meer dan 6000 vlieguren in actie boven Irak en Syrië. Ze boden luchtsteun aan grondtroepen en dropten bommen op installaties van de IS. 'Bij die operatie heeft ook de ADIV een rol gespeeld', bevestigt Claude Van de Voorde, die in juni 2017 generaal Eddy Testelmans opvolgde als hoofd van de militaire inlichtingendienst. 'We bereidden ons voor op het scenario dat een van onze F-16's zou worden neergehaald. Hoe krijg je de piloot dan veilig weg uit vijandig gebied? Daarvoor moet je zo veel mogelijk contacten ter plekke hebben. We keken dan ook uit naar alle mogelijke partners die zich in de regio bevonden.' Samenwerken met het leger van de Syrische president Bashar al-Assad was geen optie. Uit het kluwen van vrijheidsstrijders en rebellenbewegingen actief in de regio kwam voor de ADIV één organisatie naar voren als mogelijke partner op het terrein: de Koerdische Volksbeschermingseenheden YPG (zie kader). Die Koerdisch-Syrische militie was al sinds 2014 een partner van de internationale coalitie tegen de IS en kreeg daardoor heel wat luchtsteun. Voor de ADIV was er nog een tweede reden om contacten aan te knopen met de YPG. Net als de Staatsveiligheid, de politie en het federaal parket speelt de ADIV een belangrijke rol in de Belgische strijd tegen terrorisme. Onder meer door communicatie te onderscheppen en door op het terrein inlichtingen in te winnen, probeert de dienst maximaal informatie in te zamelen over de IS, haar strijders, organisatie, financiering en planning. Door in de loop van 2016 de banden met de YPG aan te halen, hoopte de ADIV een beter zicht te krijgen op de honderden Belgische Foreign Terrorist Fighters in Syrië en Irak: wie zit waar? Werden Belgische Syriëstrijders gevangengenomen, dan hoopte de ADIV dat via de YPG te achterhalen. Naarmate het eindoffensief voor de verovering van Raqqa, het hoofdkwartier van de IS, dichterbij kwam, werd de behoefte aan informatie over Belgische IS-strijders alleen maar groter. De ADIV maakte een risicoanalyse. Wat kunnen de contacten met de YPG opleveren? Met wie kun je in zee gaan, en hoe betrouwbaar zijn die personen? Er waren ook serieuze politieke risico's verbonden aan de samenwerking. Turkije beschouwt de YPG immers als een verlengstuk van de Turks-Koerdische Arbeiderspartij PKK, die in Europa en de VS op de terreurlijst staat. En dat terwijl Turkije niet enkel een NAVO-bondgenoot is van het Belgische leger, maar tevens een onmisbare schakel in de strijd tegen de IS. Als de samenwerking met de YPG zou uitlekken, zou dat de bilaterale relaties tussen Brussel en Ankara ernstig kunnen schaden. Maar de ADIV hield er ook rekening mee dat binnen de NAVO slecht één lidstaat de YPG als een terroristische organisatie ziet. Generaal Eddy Testelmans, sinds 2012 topman van de ADIV, worstelde met de risico's. Heiligt het doel de middelen? Zijn de inlichtingen die YPG mogelijk kan aanleveren het waard om de politieke risico's te nemen? Testelmans had twee mogelijkheden. Ofwel eerst de legerchef en de minister van Defensie op de hoogte brengen van de plannen om met de Koerdische strijders in zee te gaan, met als risico dat hij a priori een 'nee' zou krijgen. Ofwel eerst een constructie op poten zetten om na te gaan of zij inderdaad essentiële intelligence konden aanleveren, in het belang van de veiligheid van België. En vervolgens - alvorens de constructie te activeren - politieke goedkeuring vragen. De generaal koos voor de tweede optie. De ADIV onderhoudt operationele relaties met meer dan 50 buitenlandse inlichtingendiensten. Precies omdat internationale samenwerking in het kader van inlichtingenwerk zo'n heikel thema is, pleitte het Comité I - het toezichtsorgaan dat de Belgische inlichtingendiensten controleert - jarenlang voor duidelijke spelregels. Met wie mogen de Staatsveiligheid en de ADIV warme broodjes bakken? Is bijvoorbeeld samenwerking met folterende inlichtingendiensten in sommige uitzonderlijke situaties toegestaan? In september 2016 lanceerde de regering-Michel eindelijk een richtlijn die de kwestie moest regelen. Op basis van diverse criteria - zoals het democratische gehalte van een land en het belang van zo'n dienst voor de kennis van het onderwerp - werden buitenlandse inlichtingendiensten ingedeeld in verschillende categorieën. Maar wat met milities zoals de YPG, die geen land vertegenwoordigen en hun eigen inlichtingendienst hebben? Richtlijn of niet, het blijft een moeilijke afweging. Vaak geldt in de wereld van 007 gewoonweg opportunisme. 'Business is business. Onrechtstreekse of rechtstreekse contacten met een groepering houden niet in dat er sympathie is voor die beweging', zegt een bron uit Belgische veiligheidskringen. 'In de inlichtingenwereld geldt dat je zelfs met de duivel moet kunnen praten als hij over nuttige info beschikt.' Opmerkelijk is dat de Staatsveiligheid en de ADIV in deze affaire - samenwerken met de YPG of niet - er een andere kijk op nahielden. Dat vernam Knack uit goedgeïnformeerde bronnen. De Staatsveiligheid vond het géén goed idee dat de ADIV met de Koerdische militie in zee ging. In de schimmige wereld van inlichtingenwerk geldt één gulden regel: quid pro quo. Voor wat hoort wat. Wie informatie wil, moet iets bruikbaars in de plaats geven. Geld, andere informatie of nog iets anders. Hoe haal je de YPG over om samen te werken? In de loop van 2016 besloot de ADIV in actie te komen. Om het vertrouwen van de Koerdische strijders te winnen, organiseerde de inlichtingendienst in het Koerdische gedeelte van Irak voor 'enkele tientallen' Koerdische Peshmerga (zie kader) een demonstratie Nieuwe Technieken Gevechts Schieten (NTGS). Dat bevestigen meerdere bronnen aan Knack. Het NTGS-concept wordt sinds 2004 gebruikt door het Belgische leger. Het gaat om een dynamische vorm van in groep omgaan met een wapen. Schieten op korte afstand. Schieten in bebouwde omgeving. Dat soort zaken. Vervolgens gaven enkele experts van de ADIV in de loop van 2016 nog een tweede vorming aan de Koerdische Peshmerga in Irak: Tactical Casualty Combat Care (TCCC). EHBO in oorlogsomstandigheden zeg maar. Een soortgelijke vorming gaven Belgische Special Forces in de loop van 2016 aan hun Nigerese collega's. De vormingssessie voor de Koerden stond evenwel niet ingeschreven op het officiële budget van buitenlandse operaties van het Belgische leger. De medische sets die voor de opleiding werden samengesteld, zijn betaald met middelen van de ADIV. Na de opleiding werden ze achtergelaten bij de Koerdische strijders. Ook de andere kosten voor de schiet- en medische opleiding droeg de ADIV zelf: personeel, transport, verblijf. Tot zover de eerste ADIV-operatie in samenwerking met Koerdische strijders. In het buitenland. En uiterst discreet. Eind 2016 volgde een tweede operatie. Ditmaal in België. En al even geheim. Van eind 2016 tot april 2017 onderhield de ADIV contact met een YPG-bron in België. Ze voerden meerdere gesprekken. Het plan? In ruil voor inlichtingen zou de ADIV faciliteren bij de aankoop van 'niet-dodelijk militair materiaal'. Dat bevestigen verschillende goedgeïnformeerde bronnen. Het is geen geheim dat de YPG sowieso al wapens en ander materiaal kreeg van de Verenigde Staten. Ook andere Europese landen leverden wapentuig aan Koerdische strijders. In België bleek het YPG-contact met name geïnteresseerd in gevechtskledij en camouflagenetten die je beschermen tegen inkijk met infraroodcamera's. Gooi zo'n hoogtechnologisch camouflagenet over je heen, en infraroodcamera's zullen je niet detecteren. De YPG toonde ook interesse voor gespecialiseerde infraroodkijkers. Een aantal Belgische bedrijven heeft een internationale reputatie uitgebouwd in beide domeinen. Het gaat niet om vuurwapens, maar evenmin om spullen die je even in de winkel kunt inslaan. Als buitenlandse militie is het bovendien haast onmogelijk om ze rechtstreeks bij de producenten in België te kopen. Voor bepaalde producten gelden exportlicenties. Maar het plan ging niet door. 'We hebben het materiaal nooit geleverd en evenmin gefaciliteerd', zegt ADIV-topman Claude Van de Voorde. 'Om politieke, militaire en operationele redenen is die actie afgeblazen. Daar kan ik heel formeel over zijn: in samenspraak met andere diensten en de politieke wereld hebben we beslist om geen materiaal te leveren aan de YPG. Ik sluit niet uit dat de YPG uiteindelijk materiaal gekocht heeft van buitenlandse of Belgische firma's. Dat kan, maar daar weten wij niets van.' Van de Voorde zelf was in die periode nog kabinetschef van minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA). Die was aanvankelijk helemaal niet op de hoogte van de geplande operatie, evenmin als legerchef Marc Compernol. ADIV-topman Eddy Testelmans had zijn oversten immers nog niet geïnformeerd. Sowieso waren er binnen heel de ADIV (een dienst met zowat 600 werknemers) slechts enkelingen rechtstreeks of onrechtstreeks op de hoogte van de geheime gesprekken met de YPG. Een van de betrokkenen vond dat Testelmans buiten zijn boekje was gegaan door risicovolle inlichtingenoperaties op te zetten zonder politieke dekking. De persoon lichtte het Comité I in én het federaal parket. Daarop werden de legerchef en de minister op de hoogte gebracht. De ADIV blies de actie af wegens gecompromitteerd. Volgens verschillende bronnen voert het federaal parket momenteel een onderzoek naar de zaak. Gevraagd om bevestiging laat het federaal parket weten dat het 'geen enkele commentaar wenst te geven'. Heet hangijzer dus. Logisch ook: de ADIV is een belangrijke partner voor het federaal parket in de strijd tegen terrorisme. Federaal procureur Frédéric Van Leeuw en toenmalig ADIV-topman Testelmans zagen elkaar heel regelmatig, onder meer in de context van de Nationale Veiligheidsraad, en hadden 'samen' de aanslagen van 22/3 afgehandeld. Anderzijds is informatie uit Turkije, zoals reeds aangestipt, belangrijk voor de opvolging van de Belgische Syriëstrijders. En dan is er nog het dossier rond de PKK. Volgens het federaal parket ronselde de PKK in België en andere West- Europese landen op grote schaal jonge Koerden voor de strijd. De PKK zou zich ook schuldig hebben gemaakt aan handel in valse identiteitsdocumenten en afpersing. Na een onderzoek dat al in 2006 startte, wilde het federaal parket in november 2016 36 verdachten vervolgen. De Brusselse raadkamer stelde hen evenwel allemaal buiten vervolging. De redenering was dat de PKK geen terreurbeweging is maar een partij in een gewapend conflict. De Turkse president Recep Tayyip Erdogan was woedend en noemde België 'een belangrijk centrum voor aanhangers van de PKK en Gülen'. In september 2017 sprak ook de Kamer van Inbeschuldigingstelling de verdachten opnieuw vrij - ook ditmaal gevolgd door een boze reactie uit Ankara, dat België een 'zwakke schakel' noemde in de wereldwijde strijd tegen terrorisme. De zaak is momenteel nog hangende voor het Hof van Cassatie. Het Comité I startte zelf ook een onderzoek naar de YPG-affaire. In juli 2017, vlak voor het zomerreces, bezorgde het de resultaten aan zijn parlementaire begeleidingscommissie. Dat de ADIV contact had opgenomen met de Koerdische strijders, schietdemonstraties (dat is nog iets anders dan effectieve opleidingen) en medische opleidingen organiseerde om het vertrouwen te winnen, en plannen smeedde om militair materiaal te leveren aan de YPG, kadert volgens het Comité I allemaal in de wettelijke opdracht van de ADIV. Zelfs als het militair materiaal uiteindelijk wél was geleverd, waarbij de ADIV enkel contacten met leveranciers zou faciliteren, dan was de dienst volgens het Comité I niet buiten zijn boekje gegaan. Wél had Testelmans zijn bazen - de legerchef en de minister van Defensie - op de hoogte moeten houden. Het Comité I beveelt aan om dat in de toekomst te doen. Een tweede aanbeveling luidt dat de ADIV in 'zeer gevoelige zaken' samen met de Staatsveiligheid de risico's moet evalueren. Dat was in de YPG-affaire niet of onvoldoende gebeurd. Enkele weken voor het Comité I zijn bevindingen doorgaf aan het parlement, had Eddy Testelmans al ontslag genomen als hoofd van de ADIV. 'Belgische militaire spionnen vechten interne oorlog uit' kopte De Standaard op 14 juni 2017 op haar voorpagina. De krant had een onrustwekkende brief in handen gekregen die acht civiele werknemers van de ADIV eind 2016 hadden gestuurd naar legerchef Compernol en defensieminister Vandeput. Een adjunct-hoofdcommissaris en zeven commissarissen van het departement Counter Intelligence (CI) maakten hun beklag over 'interne concurrentiedrang, foutieve doorstroming van informatie, verwarring naar binnen- en buitenlandse partners toe en wantrouwen tussen de verschillende afdelingen onderling'. Testelmans persoonlijk werd verweten dat hij 'de opdracht van CI miskent, verkeerd begrijpt en eigengereid uitbreidt'. Op de achtergrond speelden interne spanningen binnen de ADIV tussen civiele en militaire werknemers, die al jaren aansleepten. Onder meer in de strijd tegen terrorisme kon het gebeuren dat twee aparte afdelingen binnen de ADIV met dezelfde informanten werkten, een probleem deels ingegeven door 'interpersoonlijke communicatiestoornissen'. De dag dat de brief in De Standaard uitlekte, liet Testelmans aan minister Vandeput en Chef Defensie Compernol weten dat hij zijn mandaat ter beschikking stelde. Hij wilde absoluut vermijden dat er nog meer perslekken zouden volgen. Wat als ze gevoelige operaties zouden lekken? Misschien zelfs over de contacten tussen de ADIV en de YPG? 'Ik doe dit in het belang van de dienst', verklaarde de generaal in De Standaard. 'Het feit dat de brief uitgelekt is, toont dat deze mensen niet het belang van ADIV voor ogen hebben. Ze zouden doorgaan tot mijn kop is gevallen. Een inlichtingendienst kan zich dat niet veroorloven. Die mensen verspreiden halve waarheden en hele leugens. Ze schrikken er zelfs niet voor terug om te dreigen gevoelige of geclassificeerde informatie over zeer delicate inlichtingenoperaties te delen met mensen die daarvan niet op de hoogte mogen zijn. Met hen kan ik onmogelijk nog werken op basis van vertrouwen.' De YPG is vandaag verwikkeld in een gewapend treffen met Turkije. Met operatie Olijftak, een lucht- en grondoffensief rond de Koerdische enclave Afrin, wil de Turkse president Erdogan de YPG uit het Turks-Syrische grensgebied verjagen. De Verenigde Staten beschouwen de YPG dan weer als essentieel voor de oprichting van een 'grenswacht' aan de Turks-Syrische grens. Claude Van de Voorde, de nieuwe topman van de ADIV, probeert intussen de spanningen binnen zijn dienst te sussen. Van een medewerkster kreeg hij bij zijn aantreden symbolisch een klein potje honing cadeau. 'U bent in een wespennest terechtgekomen. Uw opdracht is om iedereen opnieuw te laten samenwerken om honing te maken.' En generaal Testelmans? Na zijn ontslag werkte hij nog zes maanden als voorzitter van het Military Intelligence Committee van de NAVO. In december ging hij met pensioen. Knack nam contact met hem op met de vraag of hij inderdaad vanwege de YPG-affaire is opgestapt. 'Uw hypothese zou wel eens juist kunnen zijn', reageerde Testelmans. 'Zoals ik eerder al zei: ik ben niet opgestapt vanwege de enkele opmerkingen over de interne keuken in die bewuste brief. Maar wel degelijk om te vermijden dat gevoelige, operationele informatie op de straatstenen zou belanden.' Testelmans vertrok met opgeheven hoofd. 'Zijn verwezenlijkingen in de militaire inlichtingendienst de voorbije vijf jaar kunnen niet onderschat worden', reageerde stafchef Compernol in De Standaard. In het parlement drukte minister Vandeput zijn 'bijzondere appreciatie' uit 'voor het werk dat de heer Testelmans heeft verricht'. Het mooiste vond Testelmans nog het moment waarop hij tijdens een interne briefing aan het personeel zijn ontslag en de redenen daartoe aankondigde. Het applaus dat hij kreeg, was hartverwarmend.