Voor veel mensen zijn en blijven de ontwikkelingen een ver-van-ons-bedverhaal. We beseffen het niet altijd, maar de sector heeft de laatste tien jaar een hele evolutie doorgemaakt.

Binnen de landbouwsector is de koe de grote klimaatboeman. Bij het spijsverteringsproces wordt methaan geproduceerd, en die zou goed zijn voor 3% van de Vlaamse uitstoot van broeikasgassen. Het is een grote uitdaging om die methaanuitstoot te verminderen. Maar niet onmogelijk. Het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) kon tijdens praktijkonderzoek de methaanuitstoot in een melkveestal met 34% verminderen.

Op basis van dit onderzoek ondertekende de landbouwsector een convenant om de totale methaanuitstoot afkomstig van de spijsvertering met 20% te verminderen tegen 2030. Meer nog, in het covenant werd een resultaatsverbintenis verankerd. Als de sector in 2025 niet op de goede weg zit dan moet het extra maatregelen nemen.

Methaanuitstoot van landbouw terugdringen is een grote uitdaging, maar niet onmogelijk.

In een opiniestuk noemt Laurens De Meyer van Bond Beter Leefmilieu (BBL) dit convenant een 'gekonkelfoesde regeling op maat van de sector'. Dat is een slag in het gezicht van het ILVO, het departement Landbouw en Visserij en de landbouwsector. De inhoud van het convenant werd nochtans vastgelegd in het ontwerp klimaatbeleidsplan 2021-2030, opgemaakt door het departement Omgeving en goedgekeurd door de Vlaamse Regering.

De sector vat met het convenant de koe bij de hoorns. Het verleden heeft reeds aangetoond dat de landbouwsector op 10 jaar tijd een sterke evolutie kan doormaken. Zo heeft de sector een sterke energieshift achter de rug. Door de omschakeling naar warmtekrachtkoppelingen (WKK), is de tuinbouwsector sinds 2010 een netto-elektriciteitsleverancier geworden. Het kan elektriciteit leveren aan meer dan 200.000 gezinnen. De tuinbouwsector genereert een energievermogen van een kleine kerncentrale. Niet onbelangrijk in tijden van een nucleaire uitstap. Bovendien wordt de CO2 gerecupereerd als 'meststof' voor de planten.

Ook in het gebruik van meststoffen onderging de sector de laatste 10 jaar een sterke evolutie. Door de sterke toename in mestverwerking halveerde het gebruik van varkensmest op onze landbouwgronden. Slechts de helft van de varkensmest in Vlaanderen wordt gebruikt voor bemesting op landbouwgrond. Er kan bijgevolg moeilijk nog gesproken worden van een 1-op-1 verhouding tussen de grootte van de veestapel en het mestgebruik.

Landbouw is de beste leerling van een slechte klas. In tegenstelling tot de andere sectoren (transport, gebouwen, industrie, energie) met een stijgende trend in de uitstoot van broeikasgassen, bleef de uitstoot van broeikasgassen in de landbouwsector stabiel in de periode 2005-2016. Dit terwijl de productiewaarde steeg met ca 1 miljard euro. Land- en tuinbouw wist de productie te ontkoppelen van de uitstoot van broeikasgassen.

Twee maten en gewichten

Het is geen geheim dat BBL liever een afbouw van de rundveestapel ziet. Nochtans zijn runderen volgens mij noodzakelijk om grasland om te zetten naar voor de mens consumeerbare producten zoals vlees en zuivel. Dat kunnen we ook besluiten uit een recente studie van Greenpeace. Terwijl de vleesproductie in hun transitiescenario's afneemt met 60% en 83% tegen 2050, daalt de rundveestapel 'slechts' met 12%. In beide transitiescenario's wordt de rundveestapel namelijk afgestemd op het areaal grasland in ons land. De beperkte afname van de rundveestapel gaat gepaard met een daling in broeikasgasemissies uit het spijsverteringsproces met 11 % tegen 2050. Dit terwijl in het convenant een reductie werd verankerd van 20% tegen 2030.

Onze samenleving heeft nog nooit zo los hebben gestaan van de oorsprong van ons voedsel.

Om het met de woorden van Joris Relaes, Adminstrateur-Generaal van het ILVO, te zeggen: 'Het is merkwaardig dat men pleit voor de afbouw van de vleesproductie terwijl niemand pleit voor de afbouw van de staalindustrie. AcelorMittal in Gent stoot meer uit dan de totale landbouwsector.' Als datzelfde staalbedrijf een proeftuin opstart om 4% van hun CO2-uitstoot te verminderen, dan schreeuwt men Eureka. Als de landbouwsector een convenant ondertekent om de methaanuitstoot met 20% te verminderen, dan schreeuwt men moord en brand.

Men hanteert dikwijls twee maten, twee gewichten. De landbouwsector is de enige sector met een resultaatsverbintenis in het nieuwe klimaatbeleidsplan. Nochtans doen de andere sectoren het niet beter, integendeel. Ook op vlak stikstofemissies staat er een stok achter de deur in het vergunningenbeleid. Dit terwijl de transportsector de NEC-doelstelling voor 2015 niet haalt en de NOX-uitstoot van industrie toeneemt. Van de andere sectoren mogen we op haar minst dezelfde ambities verwachten.

Voeling met de oorsprong van ons voedsel

Onze samenleving heeft nog nooit zo los hebben gestaan van de oorsprong van ons voedsel. Door verstedelijking lijken we onze voeling nog meer te verliezen. De landbouw is een ver-van-ons-bed-show geworden. Terwijl de boer diegene is die nijvert voor onze dagelijkse kost, neemt het onbegrip toe.

We zijn ons steeds minder bewust van de evoluties die sector heeft doorgemaakt. Laat staan, het potentieel dat deze sector in haar mars heeft. De deur met 'Climate-Smart-Agriculture' staat open. De sector staat al met één voet binnen in een toekomst met meer precisielandbouw, op maat van het gewas en het dier. En dat is een agro-ecologisch principe dat het gebruik van hulpbronnen (kunstmest, sproeistoffen, energie, ...) sterk zal verminderen.