Als je in Somalië werkt, krijg je bij je terugkeer in België steevast de vraag : "Is daar niet veel corruptie?" Mijn antwoord op deze vraag was altijd heel dubbel. Aanvankelijk ging ik in het defensief uit respect voor mijn Somalische collega's die elke dag hun leven riskeren. Daarna ging ik er dieper over nadenken: hoe kan je corruptie begrijpen in een situatie zonder rechtsstaat en in een context van voedseloverleving?

Met elke onthulling over corruptie, wordt een gevoel van onmacht en onrechtvaardigheid in stand gehouden.

Mijn tijd in Somalië viel paradoxaal genoeg samen met een ononderbroken reeks van onthullingen in België: de 'fictieve jobs' op een kabinet in 2014, het Duferco-schandaal in 2015, de zaak-Optima in 2016 en dan in 2017 Publifin, Samusocial en Kazakhgate. Daarna bleven er onthullingen komen over verkiezingsfraude in de gemeente Neufchâteau en Land Invest Gate, om maar twee dossiers te noemen."

Wat me daarbij altijd opviel, was het contrast in taalgebruik: het ging over affaires, doofpotten, schandalen, dossiers, 'gates', juridisch jargon. In tegenstelling tot wat in Somalië het geval is, hebben we het in België niet over corruptie, tenzij om het probleem te minimaliseren.

Veelzeggende cijfers

Studies over corruptie - zeldzaam of onbestaand in België - gaan doorgaans over de perceptie van corruptie en niet zozeer over het kwantificeren van corruptie, een van nature ondoorzichtig fenomeen. In internationale studies onderscheidt ons land zich met resultaten die gemiddeld genomen aanvaardbaar zijn maar toch vragen doen rijzen. De jongste Eurobarometer over corruptie (2017) gaf aan dat 33 % van de ondervraagde Belgen meent dat corruptie zeldzaam is in het land (EU28: 25%). 15 % verklaarde 'persoonlijk te maken te hebben met corruptie' in zijn dagelijks leven (EU28: 25 %).

27 % antwoordde overigens bevestigend op een vraag waarin het woord corruptie niet voorkwam: "[...] Heeft iemand in België in de voorbije 12 maanden een geschenk, een dienst of extra geld aan u gevraagd of van u verwacht in ruil voor zijn diensten?" Met die 27 % behalen we het slechtste Europese resultaat, net na Hongarije (25 %). Het gemiddelde was 7 % en al onze buurlanden zaten onder de 5 %. Ofwel zijn de Belgen dus buitengewoon veel eerlijker dan alle andere Europeanen - afgezien dan van de Hongaren misschien -, ofwel gebruiken we niet het juiste woord om deze kwalen te benoemen.

Struisvogelpolitiek

En nochtans hebben we meer dan genoeg woorden en eufemismen - in twee landtalen zelfs - om factoren te beschrijven die op kwetsbaarheid voor corruptie wijzen: particratie, cliëntelisme of - een pracht van een belgicisme - cabinettard. Deze factoren vormen samen een institutioneel kluwen (onderwerp van 'Belgenmoppen' onder politicologen op missie in Mogadishu) en leiden tot een complexiteit en wanorde die de transparantie niet ten goede komt. Zo ontstaat een 'functionele corruptie' die een aantal Somalische politici wel zouden weten te smaken. Deze corruptie, die geen corruptie wordt genoemd, is geen politieke prioriteit: geen woord erover in het regeerakkoord van de laatste regering-Michel. Zowel op federaal niveau als op het niveau van de gewesten en gemeenschappen wordt getreuzeld met de implementering van heel wat maatregelen die bekend zijn en hun deugdelijkheid inzake de bestrijding en preventie van corruptie al bewezen hebben.

Een gecorrumpeerde democratie is een bedreigde democratie

Laten we een kat een kat noemen: corruptie is "het misbruik maken van toevertrouwde macht voor persoonlijk gewin. Corruptie schaadt iedereen wiens leven, levensonderhoud of geluk afhankelijk is van de integriteit van mensen in een gezagspositie', klinkt het bij Transparency International. Het is een economisch verlies zonder meer. Met elke nieuwe onthulling wordt het diepgaande gevoel van onmacht en onrechtvaardigheid in stand gehouden. Dit kan zich uiten in een keuze voor politieke extremen. Of erger nog, een teleurgesteld schouderophalen.

Journaliste Sarah Chayes bestudeerde de corruptiemechanismen in Afghanistan en trok parallellen met onze landen. Zij beschreef hoe corruptie ongemerkt het vertrouwen van de burger ondermijnt, niet alleen in de verschillende politieke actoren, maar ook in het concept van de democratie zelf. We zien dit bij jonge Belgische kiezers, die steeds meer belangstelling tonen voor autoritaire systemen.

Door het juiste woord te gebruiken, maken we corruptie zichtbaar. Zo kan het probleem worden aangepakt en kunnen we ten gronde het vertrouwen herstellen en bewaren dat nodig is om samen te leven. Aangezien ons democratisch systeem dringend toe is aan een tweede adem, volstaan halve maatregelen niet langer. Als we komaf willen maken met corruptie, moeten we zonder enige twijfel onze verbeelding aan het werk zetten en met nieuwe vormen van democratie gaan experimenteren.

Magali Caroline Van Coppenolle, economiste en lid van de Vrijdaggroep.

Als je in Somalië werkt, krijg je bij je terugkeer in België steevast de vraag : "Is daar niet veel corruptie?" Mijn antwoord op deze vraag was altijd heel dubbel. Aanvankelijk ging ik in het defensief uit respect voor mijn Somalische collega's die elke dag hun leven riskeren. Daarna ging ik er dieper over nadenken: hoe kan je corruptie begrijpen in een situatie zonder rechtsstaat en in een context van voedseloverleving? Mijn tijd in Somalië viel paradoxaal genoeg samen met een ononderbroken reeks van onthullingen in België: de 'fictieve jobs' op een kabinet in 2014, het Duferco-schandaal in 2015, de zaak-Optima in 2016 en dan in 2017 Publifin, Samusocial en Kazakhgate. Daarna bleven er onthullingen komen over verkiezingsfraude in de gemeente Neufchâteau en Land Invest Gate, om maar twee dossiers te noemen." Wat me daarbij altijd opviel, was het contrast in taalgebruik: het ging over affaires, doofpotten, schandalen, dossiers, 'gates', juridisch jargon. In tegenstelling tot wat in Somalië het geval is, hebben we het in België niet over corruptie, tenzij om het probleem te minimaliseren. Studies over corruptie - zeldzaam of onbestaand in België - gaan doorgaans over de perceptie van corruptie en niet zozeer over het kwantificeren van corruptie, een van nature ondoorzichtig fenomeen. In internationale studies onderscheidt ons land zich met resultaten die gemiddeld genomen aanvaardbaar zijn maar toch vragen doen rijzen. De jongste Eurobarometer over corruptie (2017) gaf aan dat 33 % van de ondervraagde Belgen meent dat corruptie zeldzaam is in het land (EU28: 25%). 15 % verklaarde 'persoonlijk te maken te hebben met corruptie' in zijn dagelijks leven (EU28: 25 %). 27 % antwoordde overigens bevestigend op een vraag waarin het woord corruptie niet voorkwam: "[...] Heeft iemand in België in de voorbije 12 maanden een geschenk, een dienst of extra geld aan u gevraagd of van u verwacht in ruil voor zijn diensten?" Met die 27 % behalen we het slechtste Europese resultaat, net na Hongarije (25 %). Het gemiddelde was 7 % en al onze buurlanden zaten onder de 5 %. Ofwel zijn de Belgen dus buitengewoon veel eerlijker dan alle andere Europeanen - afgezien dan van de Hongaren misschien -, ofwel gebruiken we niet het juiste woord om deze kwalen te benoemen. En nochtans hebben we meer dan genoeg woorden en eufemismen - in twee landtalen zelfs - om factoren te beschrijven die op kwetsbaarheid voor corruptie wijzen: particratie, cliëntelisme of - een pracht van een belgicisme - cabinettard. Deze factoren vormen samen een institutioneel kluwen (onderwerp van 'Belgenmoppen' onder politicologen op missie in Mogadishu) en leiden tot een complexiteit en wanorde die de transparantie niet ten goede komt. Zo ontstaat een 'functionele corruptie' die een aantal Somalische politici wel zouden weten te smaken. Deze corruptie, die geen corruptie wordt genoemd, is geen politieke prioriteit: geen woord erover in het regeerakkoord van de laatste regering-Michel. Zowel op federaal niveau als op het niveau van de gewesten en gemeenschappen wordt getreuzeld met de implementering van heel wat maatregelen die bekend zijn en hun deugdelijkheid inzake de bestrijding en preventie van corruptie al bewezen hebben.Laten we een kat een kat noemen: corruptie is "het misbruik maken van toevertrouwde macht voor persoonlijk gewin. Corruptie schaadt iedereen wiens leven, levensonderhoud of geluk afhankelijk is van de integriteit van mensen in een gezagspositie', klinkt het bij Transparency International. Het is een economisch verlies zonder meer. Met elke nieuwe onthulling wordt het diepgaande gevoel van onmacht en onrechtvaardigheid in stand gehouden. Dit kan zich uiten in een keuze voor politieke extremen. Of erger nog, een teleurgesteld schouderophalen. Journaliste Sarah Chayes bestudeerde de corruptiemechanismen in Afghanistan en trok parallellen met onze landen. Zij beschreef hoe corruptie ongemerkt het vertrouwen van de burger ondermijnt, niet alleen in de verschillende politieke actoren, maar ook in het concept van de democratie zelf. We zien dit bij jonge Belgische kiezers, die steeds meer belangstelling tonen voor autoritaire systemen. Door het juiste woord te gebruiken, maken we corruptie zichtbaar. Zo kan het probleem worden aangepakt en kunnen we ten gronde het vertrouwen herstellen en bewaren dat nodig is om samen te leven. Aangezien ons democratisch systeem dringend toe is aan een tweede adem, volstaan halve maatregelen niet langer. Als we komaf willen maken met corruptie, moeten we zonder enige twijfel onze verbeelding aan het werk zetten en met nieuwe vormen van democratie gaan experimenteren. Magali Caroline Van Coppenolle, economiste en lid van de Vrijdaggroep.