België heeft niet de gewoonte om grote strategieën op papier te zetten voor zijn defensiebeleid. In het verleden werden er steeds capaciteitsplannen opgesteld, wat in de feiten meestal neerkwam op besparingsplannen, zonder onderliggende strategische visie. Bovendien werden die plannen vaak nog voor ze volledig uitgevoerd waren al ingehaald door de volgende besparingsronde.

Ook de regering Michel I begon de legislatuur met te besparen op defensie, maar werkte nadien wel de Strategische Visie 2030 uit. Die begon wel met een strategische analyse van onze omgeving, maar dat was ook het enige deel van het document dat formeel door de ministerraad werd goedgekeurd. Toenmalig minister van Defensie Steven Vandeput had een 'wise pen group' aangesteld van diplomaten, militairen, academici (waaronder ikzelf) en anderen, om het debat over de strategie inhoudelijk te voeden. De naam is een beetje misleidend, omdat elk lid gewoon een eigen bijdrage schreef en de groep als geheel nooit is samengekomen. Het publiek debat was uiteindelijk eerder beperkt, maar het was niettemin de eerste keer dat het debat een beetje opengetrokken werd.

Met een geloofwaardige defensiestrategie alleen komen we er niet.

De regering-Michel heeft natuurlijk (op de valreep) wel een aantal strategische beslissingen genomen, zoals de aankoop van de F35 en de verregaande samenwerking tussen onze Landcomponent en het Franse Armée de Terre.

Daarmee is de kous echter niet af. Na de verkiezingen zal ook de volgende regering nog belangrijke keuzes moeten maken. De NAVO vraagt bijvoorbeeld dat we evenveel F35s kopen als we nu F16s hebben (54 in plaats van 34) en dat we niet 1 maar 2 gemotoriseerde brigades zouden opstellen. België zal een beslissing moeten nemen en verantwoorden, met name in het licht van de operationele inzet waar we willen op focussen.

De ervaring leert dat alle dimensies van onze veiligheid nauw samenhangen. Om terrorisme te bestrijden kan het noodzakelijk zijn om, behalve te patrouilleren in onze eigen straten, een actor zoals IS in het buitenland te verslaan. Om de Europese grenzen te verzekeren, moeten we wellicht de stabiliteit van de buurlanden verzekeren. Cyberaanvallen en de verspreiding van 'fake news' door buitenlandse actoren zijn een nieuwe hybride vorm van aanvallen op ons grondgebied en moeten dus in het licht van collectieve defensie gezien worden.

Buitenlandse operaties moeten bovendien gekaderd zijn in ons buitenlands beleid. Ook daar zijn er een aantal strategische keuzes. Terwijl China almaar machtiger wordt, zet de VS druk op ons om hun meer confrontationele koers te volgen; tegelijk blijft Rusland zich erg assertief opstellen. Hoe vinden wij dat de Europese Unie zich moet opstellen in deze nieuwe rivaliteit tussen de grootmachten? En hoe moet het verder met de EU zelf? Haar buitenlands en veiligheidsbeleid wordt vaak verlamd doordat alle beslissingen bij unanimiteit genomen worden. Zijn wij voorstander van beslissingen bij meerderheid of zelfs van een kopgroep als er geen ander alternatief is? Geldt dat ook voor andere beleidsdomeinen waarin Europa naar onze zin te traag beweegt? De volgende Europese legislatuur wordt cruciaal voor het Europese project dat voor België van vitaal belang is.

Een nationale veiligheidsstrategie moet breed gedragen worden, door alle departementen die ze mee moeten uitvoeren, maar ook door de publieke opinie.

Zelfs met een geloofwaardige defensiestrategie alleen komen we er dus niet. Daarom pleit ik voor een nationale veiligheidsstrategie, die een duidelijk kader schept voor ons extern optreden in zijn geheel: diplomatie, handel, ontwikkeling en defensie. Hoe scherper de keuzes, hoe meer België proactief kan optreden. Uiteraard gaat België op veel domeinen niet alleen optreden, maar via de EU en in sommige gevallen via de NAVO, de VN, of een ad hoc coalitie. Maar het is wel aan ons om de juiste prioriteiten op de agenda van de EU en de andere multilaterale fora te plaatsen en om een consensus te smeden voor gezamenlijke actie.

Een nationale veiligheidsstrategie moet breed gedragen worden, door alle departementen die ze mee moeten uitvoeren, maar ook door de publieke opinie. Waarom niet voortbouwen op het experiment van de 'wise pen group' en een commissie samenstellen waarin regering en parlement vertegenwoordigd zijn, diplomaten, militairen en ambtenaren van alle betrokken departementen, en de academische en NGO-wereld? Zo'n commissie kan als groep inhoudelijke aanbevelingen doen, waarmee een of twee door de regering aangestelde penhouders aan de slag kunnen om een volwaardige strategie op papier te zetten. Hoe meer debat, ook met het publiek, hoe ruimer het draagvlak.

Klinkt dit te ambitieus? Waarom zou een klein landje als België zich hiermee bezig houden? Maar België is geen klein land: binnen de EU zijn we zowel qua bevolkingsaantal als BNP de negende lidstaat en een stichtend lid bovendien. Niet alleen wordt er door de anderen wel degelijk iets van België verwacht, we zijn het ook aan onze belangen verplicht om een actieve rol te spelen. Gelet op de politieke ontwikkelingen in heel wat Europese landen, zal er zeker tegengewicht nodig zijn om het Europese project te verdiepen én te verbeteren. Dus ja: op ons komt het aan.

Sven Biscop is professor aan de Universiteit Gent en leidt het programma "Europa in de wereld" aan het Egmont - Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel. Hij publiceerde zopas European Strategy in the 21st Century (Routledge, januari 2019).