Onlangs maakte het gelijkekansencentrum Unia bekend dat er vorig jaar 106 klachten binnen kwamen over discriminatie van personen met een handicap, een stijging met 100 procent. Die individuele dossiers verzinken echter in het niets bij de duizenden die hinder ondervinden van een structurele achteruitstelling: iemand met een handicap die leeft van een uitkering en wil trouwen of werken, wordt daarvoor vaak financieel gestraft.
...

Onlangs maakte het gelijkekansencentrum Unia bekend dat er vorig jaar 106 klachten binnen kwamen over discriminatie van personen met een handicap, een stijging met 100 procent. Die individuele dossiers verzinken echter in het niets bij de duizenden die hinder ondervinden van een structurele achteruitstelling: iemand met een handicap die leeft van een uitkering en wil trouwen of werken, wordt daarvoor vaak financieel gestraft. 'Het is een constructiefout van ons sociaal beleid', zegt Ann De Martelaer, stafmedewerker van vzw GRIP (Gelijke Rechten voor Iedere Persoon met een handicap). De uitkeringen voor personen met een handicap illustreren hoe ingewikkeld ons stelsel van sociale bescherming is geworden. De Martelaer: 'Mensen met een handicap die een job vinden, wacht een lijdensweg bij de administratie om hun uitkeringen aangepast te krijgen. Het zou allemaal eenvoudiger en transparanter mogen.' Samengevat (en vereenvoudigd) komt het hierop neer. Er bestaan drie belangrijke vormen van financiële hulp. Ten eerste kan elke persoon met een handicap en een beperkt 'verdienvermogen' een 'Inkomensvervangende Tegemoetkoming' (IVT) aanvragen. Die hangt af van zijn of haar sociale situatie. Een samenwonende krijgt 7143 euro bruto per jaar (595 euro per maand), een alleenstaande 10.715 euro (892 per maand) en een persoon ten laste 14.287 euro (1090 per maand). Of je die bedragen echt krijgt, hangt af van het eigen inkomen en het inkomen van de partner. Daarbovenop komt de 'integratietegemoetkoming' (ITT). Die hangt af van de invloed van de handicap op je dagelijkse activiteiten. De personen met (in spreektaal) de 'lichtste handicap' zitten in 'categorie 1' en ontvangen een brutojaarbudget van 1195 euro, of 99,58 euro per maand. De personen met de 'zwaarste handicap' zitten in 'categorie 5' en hebben recht op 10.755 euro bruto per jaar, of 896 euro per maand. In welke van de vijf categorieën iemand met een handicap ingedeeld wordt, hangt af van de mate van zijn of haar zelfredzaamheid. Kan hij of zij zich nog verplaatsen, een maaltijd bereiden, zich kleden en wassen, de woning onderhouden, zich zelfstandig bewegen in de openbare ruimte? De Martelaer: 'Samengevat: hoe zelfredzamer de persoon met een handicap is, hoe lager de uitkering. Alleen hebben zulke mensen in de praktijk meer geld nodig om een sociaal bestaan te kunnen leiden.' Ten slotte is er nog een aparte, heel heterogene derde groep van 'afgeleide rechten': het recht op een maximumfactuur voor de gezondheidszorg, een gehandicaptenkaart, een WIGW- statuut ('Weduwen, Invaliden, Gepensioneerden en Wezen') dat recht geeft op een verhoogde financiële tussenkomst van het ziekenfonds bij medische onkosten, kortingen bij het openbaar vervoer, kortingen voor energie enzovoort. De Martelaer: 'Het systeem vertrekt van de idee dat hoe zwaarder de handicap is, hoe groter de financiële hulp van de overheid moet zijn. Dat lijkt misschien logisch, maar het heeft perverse neveneffecten. De groep personen met een héél zware handicap brengt zijn leven doorgaans door in instellingen en heeft daarbuiten geen kosten. Maar de mensen met een lichtere handicap, mensen dus die vaak nog actief kunnen en willen zijn in de samenleving, hebben ook allemaal een beperking die hen handenvol geld kost. En naarmate zij actiever zijn in de samenleving, zal de overheid beknibbelen op hun uitkering. Dat gebeurt als ze werken en als ze een relatie aangaan.' Vandaar dat de vzw GRIP in haar brochure de drievoudige 'prijs' aanklaagt die personen met een handicap moeten betalen. Ten eerste is er de 'prijs van de handicap' zelf. Bijna één op de vier mensen met een handicap woont in een huishouden dat moeilijk rondkomt. Een handicap zorgt vaak voor hoog oplopende kosten. Hulpmiddelen worden niet altijd of maar deels terugbetaald. Er zijn lange wachtlijsten, intussen moet men onkosten zelf voorschieten enzovoort.Daarbovenop moeten mensen met een uitkering die een relatie aangaan nog altijd een 'prijs van de liefde' betalen. Wie wil samenwonen of trouwen, ziet zijn of haar IVT en ITT dalen of zelfs volledig wegvallen. Bijgevolg wordt zo iemand vrijwel volledig financieel afhankelijk van zijn partner. Mensen die geen recht meer hebben op een IVT noch ITT verliezen op de koop toe al hun afgeleide rechten. Simulaties van de vzw GRIP leren hoe hoog het verlies oploopt. Een vrouw met een lichte handicap (categorie 1) die gaat samenwonen met haar werkende vriend ziet haar uitkeringen dalen met 10.715 euro bruto per jaar, of 893 euro bruto per maand. Vandaar dat veel mensen met een handicap en hun partners ervoor kiezen om toch twee domicilies te behouden. Waardoor ze het risico lopen op sociale fraude te worden betrapt. Daarnaast is er ook 'prijs van de arbeid'. Wie deeltijds werkt, verliest meestal zijn IVT. Wie voltijds werkt, verliest ook zijn ITT. En wie IVT noch ITT meer heeft, verliest ook alle afgeleide rechten. Natuurlijk compenseert het verdiende loon dat verlies enigszins, maar bij lage lonen is het verschil angstwekkend klein. De Martelaer: 'De meeste personen met een lichte handicap die een job vinden, werken deeltijds en voor een laag loon. Een courant voorbeeld is iemand met een lichte verstandelijke handicap die werk vindt in een beschutte werkplaats.' Ook hier rekende GRIP een aantal voorbeelden uit. Een werkloze met een lichte handicap die halftijds aan de slag gaat en jaarlijks 12.000 euro bruto verdient, heeft uiteindelijk een hoger inkomen (ten opzichte van zijn uitkeringen) van... 253 euro per maand. De Martelaer: 'En die kleine meeropbrengst van goed 200 euro weegt doorgaans niet op tegen de extra kosten die de meeste personen met een handicap moeten maken om te kunnen werken.' Al bij al doemt een naargeestig beeld op, zoals 'Tistje' (www.tistje.com), een blogger met autisme, de situatie beschreef waarvoor veel personen met een handicap zich geplaatst zien: 'Als het gaat over inkomen en handicap, kom je al snel terecht in een hypercomplex en vaak onlogisch kluwen van reglementering, berekeningen en merkwaardige logica's. Het komt erop neer dat mensen met een handicap het best niet samenwonen, zeker niet met iemand anders met een handicap, zich nuttig en rustig bezighouden, en niet te veel investeren in woning of toekomst.' Het algemene plaatje ziet er nog grimmiger uit. Mensen met een handicap lopen beduidend meer financiële risico's dan mensen zonder: 36 procent van de personen met een handicap bevindt zich in de laagste inkomensklasse, tegenover 15 procent van de mensen zonder handicap. In 2014 bevond 19 procent van de mensen met een handicap zich onder de armoededrempel, tegenover 8 procent van de personen zonder. In 2016 lag de armoedegrens of armoededrempel voor een alleenstaande in België op 1115 euro. Zuhal Demir (N-VA), als federaal staatssecretaris bevoegd voor mensen met een beperking, maakt zich sterk dat in de lopende ambtstermijn de toelagen meer gestegen zijn dan in het verleden. Alleenstaanden krijgen 75 euro per maand extra, gezinshoofden 140 euro. Dat neemt niet weg dat vzw GRIP ervoor ijvert dat personen met een handicap die werken hun ITT zouden kunnen behouden. En dat personen met een handicap die huwen niet meer hoeven af te zien van hun IVT en ITT. Sowieso moeten de uitkeringen voor personen met een handicap zo snel mogelijk opgetrokken worden tot het niveau van de Europese armoedegrens.