Er verschijnt een monkellachje om de mond van Mark Van den Wijngaert wanneer hij vertelt hoe hij een van 's lands meest gevraagde 'kenners van de monarchie' werd: 'Ik schreef meer dan vijftig boeken, en slechts een handvol gaan over het koningshuis.' Maar hoe gaat dat? Als jonge historicus doctoreert Van den Wijngaert in 1973 op een studie over de rol van de secretarissen-generaal tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanuit die expertise wordt hij een aantal jaren later door de openbare omroep gecontacteerd om lid te worden van het 'wetenschappelijk begeleidingscomité' van onderzoeksjournalist Maurice De Wilde, op dat moment dé vedette van de nieuwsdienst. De Wilde was de auteur van opzienbarende tv-series over de collaboratie en de repressie. De uitzendingen waren gebaseerd op gedetailleerde en soms beenharde interviews met de protagonisten van weleer. Voor de rechterzijde was Maurice De Wilde een onredelijke inquisiteur van bejaarde mannen en vrouwen, de linkerzijde ziet hem sindsdien als een halve legende, de meest iconische onderzoeksjournalist die de openbare omroep ooit rijk was. Van den Wijngaert denkt daar anders over: 'Maurice De Wilde was verplicht om ons, de leden van zijn 'begeleidingscomité', inzage te geven in de letterlijke weergave van zijn interviews. Zo hebben we hem op zware deontologische fouten betrapt. We merkten dat hij voor de antwoorden van de betrokkenen vaak vragen plakte die helemaal niet gesteld waren. (cynisch) Dat was het echte geheim van zijn 'spraakmakende' interviews.'
...

Er verschijnt een monkellachje om de mond van Mark Van den Wijngaert wanneer hij vertelt hoe hij een van 's lands meest gevraagde 'kenners van de monarchie' werd: 'Ik schreef meer dan vijftig boeken, en slechts een handvol gaan over het koningshuis.' Maar hoe gaat dat? Als jonge historicus doctoreert Van den Wijngaert in 1973 op een studie over de rol van de secretarissen-generaal tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanuit die expertise wordt hij een aantal jaren later door de openbare omroep gecontacteerd om lid te worden van het 'wetenschappelijk begeleidingscomité' van onderzoeksjournalist Maurice De Wilde, op dat moment dé vedette van de nieuwsdienst. De Wilde was de auteur van opzienbarende tv-series over de collaboratie en de repressie. De uitzendingen waren gebaseerd op gedetailleerde en soms beenharde interviews met de protagonisten van weleer. Voor de rechterzijde was Maurice De Wilde een onredelijke inquisiteur van bejaarde mannen en vrouwen, de linkerzijde ziet hem sindsdien als een halve legende, de meest iconische onderzoeksjournalist die de openbare omroep ooit rijk was. Van den Wijngaert denkt daar anders over: 'Maurice De Wilde was verplicht om ons, de leden van zijn 'begeleidingscomité', inzage te geven in de letterlijke weergave van zijn interviews. Zo hebben we hem op zware deontologische fouten betrapt. We merkten dat hij voor de antwoorden van de betrokkenen vaak vragen plakte die helemaal niet gesteld waren. (cynisch) Dat was het echte geheim van zijn 'spraakmakende' interviews.' De Wilde beschikte wel over een uitstekend team onderzoekers, en op een receptie suggereerde Van den Wijngaert aan de toenmalige BRT-voorzitter Els Witte om hen in dienst te houden en andere historische projecten te laten uitwerken: 'Waarom niet over het koningshuis?' Sindsdien wordt Van den Wijngaert naar de tv-studio's gesommeerd telkens als er commentaar te geven valt op een koning of een prins. Hij beheerst namelijk de kunst om tegelijk bondig én cassant te zijn. Ook zijn nieuwe, eerder beknopte biografie van Leopold III, Tegen de stroom in, laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Dat Leopold in 1950 tot troonsafstand werd gedwongen, was 'de tol die hij betaalde voor het feit dat hij zijn plaats niet kende in het politieke bestel'. Leopold was 'onbuigzaam' en liet zich vooral leiden door zijn 'rancune tegenover politici'. Van den Wijngaert: 'Tot op het einde van zijn leven blijft Leopold koppig volhouden dat hij alleen gelijk had en dat zijn aftreden de schuld is van iedereen, behalve van hemzelf.' Mark Van den Wijngaert geeft het grif toe: de figuur van Leopold III ligt hem niet. 'Ik heb al boeken geschreven waarin ik moeite moest doen om mijn pen niet te laten meeslepen in mijn sympathie. Bij de biografie van Leopold III overkwam mij het tegenovergestelde: ik heb mij dikwijls moeten inhouden om bepaalde woorden níét te gebruiken.' Die aversie heeft zijn redenen. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog weigert Leopold zich aan te sluiten bij de geallieerden - hij wil Hitler niet voor het hoofd stoten. Als de Duitse legers België binnenvallen, weigert hij (zoals koningin Wilhelmina van Nederland wel deed) samen met zijn ministers de strijd vanuit Engeland voort te zetten. Eigengereid blijft Leopold in bezet België, en hij zoekt Hitler op in diens 'Adelaarsnest' in Berchtesgaden om te praten over een apart statuut voor ons land, gemodelleerd op Vichy-Frankrijk. Van den Wijngaert: 'Hij had voor zichzelf al uitgemaakt dat België dan opgesplitst zou worden, net zoals met Frankrijk zou gebeuren: de Duitsers zouden de kustprovincies en de havens onder eigen controle willen houden, omdat ze daar hun militaire installaties hadden geplaatst. Maar Leopold zou staatshoofd kunnen blijven van een verkleind 'romp-België', met alleen de meer binnenlandse provincies, zij het dat die ministaat natuurlijk onder controle zou staan van nazi-Duitsland.' Op de koop toe was Leopold een antisemiet. 'Al in de jaren dertig waarschuwt Leopold voor de vluchtelingen die in België belanden. Dat zijn vooral Joden uit nazi-Duitsland en Oost-Europa. Leopold verdenkt hen ervan om subversieve propaganda te voeren. Hij heeft er geen enkel begrip voor dat ze vluchten omdat ze vervolgd worden. Hij vond dat de vrijmetselaars en de Joden te veel invloed hadden in het politieke bestel. En dus waren ze vijanden van hem, want hij vond dat het aan de koning toekwam om de politieke lijnen uit te zetten. Dat gold trouwens ook voor de meeste ministers, met wie Leopold voortdurend overhooplag. Met Leopold III heeft de Belgische monarchie een dieptepunt bereikt. In 1950 zullen politici uit de drie traditionele partijen hem, tegen heug en meug, dwingen om troonsafstand te doen ten voordele van zijn zoon Boudewijn.' De vraag is dus wat er overblijft van de erfenis van Leopold. Ook al werd hij nu al 67 jaar geleden definitief aan de kant geschoven als een onmogelijke caractériel, hij blijft natuurlijk de stamvader van alle Belgische koningen, prinsen en prinsessen na hem. Zo bont als Leopold zelf heeft geen enkele nazaat het meer gemaakt, of het zou Laurent moeten zijn. Er is natuurlijk een hemelsbreed verschil tussen een koning die het op een akkoordje probeert te gooien met Hitler en een prins die in galakostuum verschijnt op een plechtigheid van de Chinese ambassade, maar toch. Doet het tempo waarin Laurent conflicten zoekt met de regering en het slachtofferschap waarin hij zich telkens ostentatief wentelt, niet een béétje denken aan het voortdurende zelfbeklag van zijn grootvader? Mark Van den Wijngaert:(zucht) Om het gedrag van Laurent te verklaren, heb je een paar goede psychiaters nodig, vrees ik. Het wortelt allemaal in het droeve verhaal van zijn jeugd. De kinderen van Albert en Paola hadden namelijk geen thuis. Ze hebben hun ouders meer dan vijftien jaar lang nauwelijks gezien. Ze werden toevertrouwd aan diplomaten en militairen. Een van de verhalen die ik mij heb laten vertellen, is dat de conciërge van Belvédère op de avond van 24 december haar ronde doet en merkt dat de drie kinderen bij een reusachtige kerstboom zitten, alleen en van de hele familie verlaten. De vrouw heeft Filip, Astrid en Laurent dan maar meegenomen naar haar appartement. Koninklijke prinsen zijn niet de meest beklagenswaardige kinderen van het land, maar de eenzaamheid waarin de drie erfgenamen van Albert en Paola hun kindertijd en puberteit hebben moeten doorkomen... dat is niet benijdenswaardig. Filip en Astrid hebben die slechte jaren achter zich kunnen laten, Laurent niet. Van den Wijngaert: Hij had die dotatie nooit mogen krijgen. In Nederland is er een dotatie voor het staatshoofd, en wat hij doet valt onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Daarnaast is er nog een dotatie voor het toekomstige en het gewezen staatshoofd, en daar blijft het bij: dat is het 'koninklijk huis'. De andere Oranjes horen tot 'de koninklijke familie'. Dat is tenminste duidelijk. In België hebben we gekozen voor een schemerzone. Laurent is dertiende troonopvolger, dat heeft niets meer te maken met het functioneren van de monarchie. Van den Wijngaert: Het heeft geen zin meer om Laurent voortdurend op de vingers te blijven tikken. Hij heeft al problemen gehad met Yves Leterme toen die eerste minister was, daarna met Elio Di Rupo en nu weer met Charles Michel. Wat baat het om zijn dotatie bij een nieuwe misstap te verminderen? Wat gaat men de volgende keer doen? Weer tien procent eraf? En wat als hij straks aan het bestaansminimum zit? Laurent respecteert de regels niet, dus hij verdient ook geen dotatie meer. Binnen dit en een jaar gaat hij gegarandeerd opnieuw zwaar in de fout. Men mag toch aannemen dat een man op rijpere leeftijd weet wat hij zegt? En als hij spelletjes wil spelen, dan toch voor eigen rekening? De dotatie wordt door een gewone wet toegekend, ze kan dus ook door een gewone wet afgenomen worden. Maar gaat de Kamer straks een amendement stemmen om die boete van tien procent wettelijk te kunnen inhouden? Is het de taak van de wetgever om bepalingen ad hominem in een wet op te nemen? Dat is toch de Belgische compromispolitiek op zijn smalst? De regering doet er dus verstandig aan om een klare lijn te trekken. Men moet de dotatie aan Laurent stopzetten. Volledig. Van den Wijngaert: Laurent is een ongeleid projectiel: als men hem vrijelijk zijn gang laat gaan, bestaat altijd het risico op wat dan ook. Laurent zegt zelf: 'Als ik mijn gang mag gaan, dan zou ik tenminste carrière kunnen maken in de privésector.' Waarom niet? Ik denk dat er best bedrijven zijn die hem zouden inhuren. Tegelijk bestaat het risico dat Laurent dan in troebel water terechkomt. Zijn geldzucht is zijn zwakste punt: hij geeft enorm veel geld uit dat hij niet heeft. We hebben het al gezien, toen hij zijn villa heeft laten verfraaien op kosten van de marine. Toen dat in Hasselt tot een rechtszaak kwam, werd de prins - dus de voornaamste begunstigde van een fraude waarvan hij vooraf op de hoogte was - slechts opgeroepen als getuige. Dat is toch een rechtsstaat onwaardig? Voortdurend wordt Laurent gespaard, 'om erger te voorkomen'. In de affaire van die villa heeft koning Albert uiteindelijk vanuit zijn eigen dotatie 185.000 euro terugbetaald aan de regering. Zo werd Laurent vrijgekocht en de schande toegedekt. Maar wat helpt het om hem van tijd tot tijd als een stout kind te straffen? Wat zit Laurent ermee in dat hij niet meer in groot ornaat mag verschijnen? Bij zijn bezoek aan de Chinese ambassade had hij toch weer zijn uniform aan. Vervolgens zet hij zelf foto's op Instagram. Laurent leeft in de overtuiging dat hij zich aan geen enkele afspraak hoeft te houden die hem niet zint. Hem kan toch niets overkomen, denkt hij. Van den Wijngaert: Die ingesteldheid was er al bij de allereerste koning der Belgen, Leopold I. Als de Nederlanders België binnenvallen, tien dagen na zijn eedaflegging, duwt de nieuwe koning meteen de minister van Defensie en de generaals opzij: als koning leidt hij zelf het leger. Terwijl hij geen veertien dagen daarvoor de eed had afgelegd op de grondwet. Daarin staat dat de koning onderworpen is aan de 'ministeriële verantwoordelijkheid': elke daad van de koning met enige politieke betekenis, moet gedekt zijn door de regering. De grondwet maakt geen uitzondering voor defensie, en toch zet Leopold I zonder verpinken de bewuste minister opzij. Vervolgens gaat hij onderhandelen met Nederland over de landsgrenzen, en zo zet hij op de koop toe het ministerie van Buitenlandse Zaken opzij. Leopold I vond dat hij moest kunnen regeren zoals zijn vader, de hertog van Saksen-Coburg: diens wil was wet. Van den Wijngaert: Saksen-Coburg was een vorstendom met amper vijftigduizend inwoners. Maar voor Leopold I naar België kwam, had hij in Londen geleefd, als echtgenoot en later weduwnaar van de Britse prinses Charlotte. In die tijd was de Britse parlementaire democratie al in volle ontwikkeling, maar Leopold I stak er niets van op. Hij had er geen voeling mee en ook geen belangstelling voor. Toen hem de Belgische kroon werd aangeboden, wilde hij de grondwet heronderhandelen. Maar die tekst was pas met veel moeite door het Nationaal Congres geduwd, dus gaven de Belgen niet toe. Van den Wijngaert: In werkelijkheid was het een liberale grondwet, geen democratische. Het cijnskiesrecht gaf aan één procent van de Belgen stemrecht, dan kun je moeilijk van een echte democratie spreken. Eigenlijk zal pas zijn zoon Leopold II zich neerleggen bij de situatie dat in dit land de koning niet kan doen wat hij wil. Leopold II wordt weliswaar herinnerd als een soort van dictator wegens zijn praktijken in Congo, maar op binnenlands gebied was hij geen sterke koning. Tijdens zijn regeerperiode (1865-1909) beginnen de politieke partijen aan kracht te winnen en zijn zij al in staat om de vorst op zijn plaats te zetten. Leopold II wilde het leger hervormen en het systeem van lotelingen vervangen door een algemene militaire dienstplicht. Daarvoor moest hij dértig jaar vechten, tegen Jan en alleman in, en pas in 1908, drie dagen voor zijn dood, zou het parlement die wet goedkeuren. Bij zijn vader Leopold I zou zo'n hervorming vijf minuten werk geweest zijn. Leopold I had de gewoonte zijn ministers bij zich te roepen. Hij ging aan het hoofd van de tafel zitten en vroeg dan: 'Heren, wat gaan wij doen?' En als de heren niet terstond iets uit hun mouw konden schudden, haalde de koning zijn eigen voorstellen boven. Die praktijk lijkt wel eigen aan elke monarchie: koningen hebben de neiging om meer te doen dan de grondwet hen toestaat. Van den Wijngaert: Leopold had een enorme eigendunk. Zijn moeder had hem dat aangepraat, en zijn tweede vrouw Lilian heeft dat later nog eens versterkt. Koningin Elisabeth trok haar oudste zoon Leopold op een schandalige manier voor. De jongere broer Karel en zus Marie José telden niet mee. Ook Leopold zou vanaf het begin neerkijken op zijn broer, Karel. Alles wat Karel deed, vond hij amateuristisch. Terwijl Karel bij de marine een veel degelijkere militaire opleiding had genoten dan zijn oudere broer. Leopold is op school geweest in Eton College. Zijn opvoeding was verzorgd, maar zijn vorming niet. Leopold besefte dat ook. Toen Albert I in 1934 in Marche-les-Dames verongelukte en hij vroeger dan verwacht zelf koning werd, nam hij de kabinetschef van zijn vader over, Louis Woodon. Woodon had rechts-autoritaire denkbeelden en versterkte daarmee het ego van de jonge koning. Woodon vond dat de koning - en niet de regering - het hoofd moest zijn van de uitvoerende macht. Leopold neemt die autoritaire ideeën over. Die lagen trouwens in de lijn van wat zijn vader Albert hem altijd op het hart had gedrukt tijdens de tafelgesprekken in Laken. Dat de koning opperbevelhebber is als er weer een oorlog komt. Dat de beste regeervorm voor België er een is met een sterke koning die zelf een sterke regering samenstelt. Dat de politieke partijen dus eigenlijk zijn vijanden zijn. In het begin van de jaren dertig geeft Albert dat advies trouwens aan iedereen, zij het in bedachtzame bewoordingen. Dat is het grote verschil tussen vader en zoon. Albert I was voorzichtig, Leopold III niet. Als jonge koning al schold Leopold III in het openbaar op politici en op de politieke partijen. Van den Wijngaert:Astrid maakte naam met haar zogenaamde eenvoud. Zij was afkomstig uit Zweden, en toen al bestond er in Scandinavië een cultuur van gelijkheid: tussen man en vrouw, maar ook tussen de sociale klassen. En omdat de koninklijke families ginds niet aan dezelfde strenge regels gebonden waren als de Belgische monarchie, overtrad Astrid ook voortdurend de hofetiquette. Dat versterkte het beeld van 'eenvoudige vrouw', als een prinses en later als een koningin 'van het gewone volk'. Tijdens de economische crisis van de jaren dertig schrijft ze een open brief om de mensen uit te nodigen om giften en spullen af te leveren bij het koninklijk paleis: zíj zal die dan verdelen onder de behoeftigen. Astrid laat zich fotograferen als de giften in Bellevue afgeleverd worden. Maar als de fotografen vertrekken, gaat zij ook weg. Astrid was de eerste koningin die de kracht van de fotografie ontdekte. Vandaar dat ze grote zorg droeg voor het beeld dat van haar en haar kinderen in de media kwam: dat van 'een gewoon gezin'. Astrid liet zich op de Louisalaan fotograferen terwijl ze zelf een kinderkoets duwt, maar nadien laat ze de lelijkste mensen van die foto's verwijderen. Het was imagebuilding van een perfide soort. Maar het beeld sloeg aan. De pers beschreef haar als 'de sneeuwprinses' of 'de prinses uit de fjorden'. En haar tragische dood in het Zwitserse Küssnacht in 1935 zorgde voor een voorloper van het Diana-effect: wie jong sterft, krijgt vlug een aureool. Nog altijd zijn er oudere mensen die over Astrid spreken als over een heilige. Van den Wijngaert: Lilian was ontzettend mooi, niet zo verstandig, maar buitengewoon ambitieus. Dat is een gevaarlijke combinatie. Historicus Evrard Raskin heeft Lilian 'de vrouw die de koning deed vallen' genoemd, maar dat is te streng. De Coburgs zelf zijn van nature ongewoon koppig en overtuigd van hun eigen gelijk en kunnen. Die eigendunk kan eventueel versterkt worden, zoals Lilian deed met Leopold. Maar Lilian heeft de reputatie van Leopold verwoest, zeker in Franstalig België. Leopold had gezegd dat hij de regering niet volgde naar Londen omdat hij in het bezette land wilde blijven om hier solidair te zijn met de krijgsgevangen soldaten. Dan blijkt dat hij intussen toch heeft mogen huwen met een mooie, jonge vrouw - een Vlaamse, bovendien. Vandaar haar slechte reputatie: de meeste verhalen over Lilian waren het resultaat van kwaadsprekerij van de Franstalige adel. Van den Wijngaert: Boudewijn was amper 20 en niet eens meerderjarig toen hij in 1950 'koninklijke prins' werd. Pas op zijn 21e werd hij volwaardig 'koning'. Tot kort voor zijn eedaflegging had Boudewijn in ballingschap geleefd, hij was totaal niet voorbereid op zijn taak als koning. Het enige wat hij wist, wist hij via zijn vader. Leopold deed er ook alles aan om Boudewijn op te jutten tegen de politici met wie hij na zijn gedwongen aftreden nog een eitje te pellen had. Tijdens de Congocrisis geeft hij Boudewijn nog een schriftelijke reprimande. Volgens Leopold moest zijn zoon, als koning, 'tegen de regering ingaan'. Hij moest hen het leven lastig maken. Van den Wijngaert: Toch tijdens de eerste jaren van zijn regeerperiode. Toen zagen Leopold en Lilian zichzelf nog als het echte koninklijke koppel. Ze lieten dat ook merken. Toen premier Pierre Harmel in Laken kwam dineren, gedroegen Leopold en Lilian zich als de echte gastheren, en werd Boudewijn door Lilian gesommeerd om het aperitief in te schenken. Bij een bezoek van eerste minister Joseph Pholien stuurde diezelfde Lilian Boudewijn om een asbak. Die scène griefde Pholien diep: het kan toch niet dat het staatshoofd door zijn ouders wordt behandeld als een huisknecht? Lilian had een dubbele houding tegenover Boudewijn. Zij was erg close met haar stiefzoon, maar zij gebruikte die vertrouwelijkheid om hem in de huiselijke kring in een minderwaardige rol te duwen. Tegelijk zorgde ze ervoor dat ze op foto's altijd zo dicht mogelijk bij Boudewijn staat. Lilian was geen koningin, maar ze wilde dat de macht van de koning op haar afstraalde. Van den Wijngaert: Tijdens de Koningskwestie heeft de CVP Leopold III verdedigd, en dus ook zijn omstreden tweede huwelijk, maar de christendemocraten zijn nooit pro Lilian geweest. Als eerste minister Gaston Eyskens in 1950 naar het Zwitserse Prégny afreist om aan Leopold III te vragen troonsafstand te doen, komt Lilian er ongevraagd bij zitten. Eyskens had meteen een aversie voor haar: hij verdroeg niet dat een intrigante - zo ziet hij Lilian - belangrijke staatszaken naar haar hand probeerde te zitten. Maar het zal tot 1959 duren voor Eyskens Boudewijn er zelf van kan overtuigen om de entourage van zijn vader de laan uit te sturen en ook zijn ouders te laten verhuizen, weg uit Laken. Dat gebeurt pas na de komst van Fabiola en leidt tot een definitieve breuk in de koninklijke familie. Na 1960 zullen vader en zoon elkaar nog maar een paar keer zien. Het is typisch Boudewijn: iemand is of goed, of fout. Een tussenweg bestaat niet. In zijn Memoires situeert Gaston Eyskens pas dan het feitelijke einde van de Koningskwestie, en constateert hij dus een fundamentele ommezwaai in de monarchie. Terecht. De tijd dat de koning systematisch in een machtsstrijd verzeild geraakt met de Belgische regering, is vanaf de vroege jaren zestig definitief voorbij. Van den Wijngaert: Het klopt niet dat het Fabiola was die Boudewijn katholieker had gemaakt dan de paus. Paula D'Hondt kende de koningin goed. Zij heeft mij ooit gezegd dat Fabiola het slachtoffer was van haar eigen reputatie, terwijl zij in werkelijkheid veel nuchterder was dan Boudewijn, ook in haar geloof. Boudewijn en zijn kabinetschef Jacques Van Ypersele de Strihou waren aanhangers van de Charismatische Beweging. Fabiola moest niet veel hebben van de merkwaardige tongentaal die in die kringen gebezigd werd. Dat vond zij veel te zweverig. Boudewijn zelf neigde naar een meer mystiek geloof. In de laatste jaren van zijn leven vulde Boudewijn zijn koningschap erg 'ethisch' in. Hij bezocht daklozen in de Marollen, hij nam het op voor de slachtoffers van vrouwenhandel, en hij vond dat ook de bescherming van het ongeboren leven paste in zijn katholiek geïnspireerde zorg voor de weerlozen in de samenleving. Dat was de oorzaak van het abortusconflict. Het was geen strijd om de macht, maar een zaak van zijn geweten. Vandaar ook dat Boudewijn aan eerste minister Wilfried Martens vroeg om een oplossing te vinden voor de crisis. Hij wilde de regering niet tonen wie de echte baas was. Van den Wijngaert: Leopold is ten onder gegaan aan hubrisen eigenwaan. Als hij zich na de oorlog verzoenend had opgesteld tegenover de regering en zijn eigen entourage had uitgekuist, zoals de regering had gevraagd, was Leopold III zonder twijfel koning kunnen blijven. Maar daarvoor was hij te egocentrisch. Leopold verdacht zelfs zijn eigen broer Karel ervan om de stille ambitie te koesteren zelf de troon in te pikken. Dat was niet zo. In september 1944 aanvaardde Karel het regentschap omdat Leopold op dat moment in gevangenschap in Duitsland verbleef. Hij dacht dat het maar voor een paar maanden zou zijn - in werkelijkheid zou hij zés jaar regent blijven. Karel nam zijn taak op met de woorden: 'Il faut sauver le brol.' Iemand moet de boel redden. Van den Wijngaert: (lacht) In plaats van 'Eendracht maakt macht'? Het is inderdaad zeer toepasselijk. Al is die slogan de ene koning al meer op het lijf geschreven dan de andere.