We willen dat kinderen en jongeren opgroeien in een warme samenleving. Daarom investeren we in zorgzame buurten en hebben we bijzondere aandacht voor de zorg en het welzijn van onze kinderen en jongeren. We respecteren de rechten van kinderen. Het Kinderrechtenverdrag is één van de teksten waarop mijn beleid rond kinder- en jongerenwelzijn steunt.

Onze samenleving is niet meer dezelfde als die van vijftig jaar geleden. Ook onze kijk op ouderschap is grondig geëvolueerd. Studies tonen aan dat kinderen in allerlei verschillende gezinsverbanden liefdevol omringd kunnen opgroeien: de intenties van de volwassenen en de relatie die ze aangaan met het kind zijn veel belangrijker dan de structuur of samenstelling van het gezinsverband. Voor goed ouderschap is een biologische of genetische relatie tussen de volwassene(n) en het kind dan ook geen noodzakelijke voorwaarde. Cruciaal voor het welbevinden en de identiteitsontwikkeling van kinderen is de (emotionele) band met en/of de kennis van de oorspronkelijke context van een kind: de biologische ouders, grootouders, broers en zussen.

Meerouderschap is de essentie van een paradigmashift in interlandelijke adoptie.

Het is binnen deze evoluties dat ik meerouderschap naar voor wil schuiven in het debat rond interlandelijke adoptie. Meerouderschap betekent dat meer dan één of twee ouders of opvoedende figuren in het leven van de kinderen en jongeren belangrijk zijn. De biologische of eerste ouder(s) worden aangevuld met adoptieouder(s), pleegzorger(s) of plusouder(s). Meerouderschap past in een samenleving waarin ouderschap veel meer is dan een gehuwde man en vrouw die voor hun eigen kinderen zorgen. Het gaat over plusouderschap, holebikoppels, pleegouders, steungezinnen en binnenlandse en interlandelijke adoptie.

Via meerouderschap kunnen alle betrokkenen bij de interlandelijke adoptie erkend worden in hun relatie tot het kind. Het gaat erom dat we proberen voor elk kind individueel te kijken welke relaties belangrijk zijn, en hoe we deze relaties ook op lange termijn kunnen verbinden. Omwille van de letterlijke en vaak grote afstand tussen het kind en zijn thuiscontext, is dit des te belangrijker bij interlandelijke adoptie. Zo kunnen we maximale transparantie garanderen over de achtergrond/de identiteit van het kind, alsook over het proces dat geleid heeft tot de beslissing van een (interlandelijke) adoptie.

De gevoeligheden in het adoptiedebat zijn groot. Adoptieouders voelen zich onzeker, diensten voelen zich niet gewaardeerd, kandidaat-adoptanten voelen zich schuldig, en geadopteerden stellen zich vragen over hun identiteit. Al die bezorgdheden zijn voor de volle honderd procent gerechtvaardigd.

In het adoptiedebat voor de toekomst gaat het er niet om tégen iemand te zijn, of om personen of diensten in diskrediet te brengen. De sector heeft al een hele evolutie doorgemaakt. Adoptieouders zorgen met hart en ziel voor hun kinderen. We erkennen en waarderen hun inzet en betrokkenheid. Door te kiezen voor meerouderschap als kapstok is het mijn duidelijke ambitie om net aan de veelheid van betrokkenen en hun perspectieven recht te doen. Niet door ze tegen elkaar op te zetten, maar juist door ze sterk met elkaar te verbinden.

De afgelopen weken is uit alle reacties gebleken dat anno 2021 iedereen ervan overtuigd is dat het kind altijd centraal moet staan. Daarover bestaat niet de minste twijfel. Laat ons dus nog radicaler dan in verleden kiezen voor een thuis voor een kind, en voor de toekomstkansen voor de meest kwetsbare kinderen. Als we er radicaler voor kiezen om de start van de vraag bij het kind zelf te leggen, dan moeten we elke kans grijpen om deze kinderen een opvangperspectief te geven. En net daarom mag het verbinden van pleegzorg en adoptie geen taboe meer zijn.

Er is nog één ding waarover alle betrokkenen het eens zijn: het systeem van interlandelijke adoptie moet aangepast worden omwille van het risico op wantoestanden, minimaliseren van risico's op financieel gewin of het gebrek aan transparantie. Laat ons daarom kritisch kijken naar de landen waarmee we samenwerken. Omdat dat belangrijk is als we zorg en nazorg voor adoptiekinderen centraal stellen, maar ook omdat we het onszelf verschuldigd zijn om ouders die meestappen in een meerouderschap een duidelijk, realistisch en geruststellend perspectief te geven.

We mogen het momentum dat het eindrapport van het expertenpanel biedt niet laten voorbijgaan. We moeten nu de kans grijpen om deze paradigmashift te realiseren. We kunnen na al die jaren, gezien de veranderde context, niet terug naar business as usual.

De positieve verhalen die we lezen over kinderen die een mooie toekomst hebben dankzij interlandelijke adoptie, stimuleren ons om dit nieuwe paradigma te realiseren. Want ook binnen deze paradigmashift is er een duidelijke plaats voor de toekomst van deze kinderen, zeker voor de meest kwetsbaren. Daarvoor blijven we er juist in geloven.

Laat ons de ambitie hebben om als Vlaamse samenleving ook wat adoptie betreft toonaangevend te zijn.

We willen dat kinderen en jongeren opgroeien in een warme samenleving. Daarom investeren we in zorgzame buurten en hebben we bijzondere aandacht voor de zorg en het welzijn van onze kinderen en jongeren. We respecteren de rechten van kinderen. Het Kinderrechtenverdrag is één van de teksten waarop mijn beleid rond kinder- en jongerenwelzijn steunt. Onze samenleving is niet meer dezelfde als die van vijftig jaar geleden. Ook onze kijk op ouderschap is grondig geëvolueerd. Studies tonen aan dat kinderen in allerlei verschillende gezinsverbanden liefdevol omringd kunnen opgroeien: de intenties van de volwassenen en de relatie die ze aangaan met het kind zijn veel belangrijker dan de structuur of samenstelling van het gezinsverband. Voor goed ouderschap is een biologische of genetische relatie tussen de volwassene(n) en het kind dan ook geen noodzakelijke voorwaarde. Cruciaal voor het welbevinden en de identiteitsontwikkeling van kinderen is de (emotionele) band met en/of de kennis van de oorspronkelijke context van een kind: de biologische ouders, grootouders, broers en zussen.Het is binnen deze evoluties dat ik meerouderschap naar voor wil schuiven in het debat rond interlandelijke adoptie. Meerouderschap betekent dat meer dan één of twee ouders of opvoedende figuren in het leven van de kinderen en jongeren belangrijk zijn. De biologische of eerste ouder(s) worden aangevuld met adoptieouder(s), pleegzorger(s) of plusouder(s). Meerouderschap past in een samenleving waarin ouderschap veel meer is dan een gehuwde man en vrouw die voor hun eigen kinderen zorgen. Het gaat over plusouderschap, holebikoppels, pleegouders, steungezinnen en binnenlandse en interlandelijke adoptie. Via meerouderschap kunnen alle betrokkenen bij de interlandelijke adoptie erkend worden in hun relatie tot het kind. Het gaat erom dat we proberen voor elk kind individueel te kijken welke relaties belangrijk zijn, en hoe we deze relaties ook op lange termijn kunnen verbinden. Omwille van de letterlijke en vaak grote afstand tussen het kind en zijn thuiscontext, is dit des te belangrijker bij interlandelijke adoptie. Zo kunnen we maximale transparantie garanderen over de achtergrond/de identiteit van het kind, alsook over het proces dat geleid heeft tot de beslissing van een (interlandelijke) adoptie. De gevoeligheden in het adoptiedebat zijn groot. Adoptieouders voelen zich onzeker, diensten voelen zich niet gewaardeerd, kandidaat-adoptanten voelen zich schuldig, en geadopteerden stellen zich vragen over hun identiteit. Al die bezorgdheden zijn voor de volle honderd procent gerechtvaardigd.In het adoptiedebat voor de toekomst gaat het er niet om tégen iemand te zijn, of om personen of diensten in diskrediet te brengen. De sector heeft al een hele evolutie doorgemaakt. Adoptieouders zorgen met hart en ziel voor hun kinderen. We erkennen en waarderen hun inzet en betrokkenheid. Door te kiezen voor meerouderschap als kapstok is het mijn duidelijke ambitie om net aan de veelheid van betrokkenen en hun perspectieven recht te doen. Niet door ze tegen elkaar op te zetten, maar juist door ze sterk met elkaar te verbinden.De afgelopen weken is uit alle reacties gebleken dat anno 2021 iedereen ervan overtuigd is dat het kind altijd centraal moet staan. Daarover bestaat niet de minste twijfel. Laat ons dus nog radicaler dan in verleden kiezen voor een thuis voor een kind, en voor de toekomstkansen voor de meest kwetsbare kinderen. Als we er radicaler voor kiezen om de start van de vraag bij het kind zelf te leggen, dan moeten we elke kans grijpen om deze kinderen een opvangperspectief te geven. En net daarom mag het verbinden van pleegzorg en adoptie geen taboe meer zijn.Er is nog één ding waarover alle betrokkenen het eens zijn: het systeem van interlandelijke adoptie moet aangepast worden omwille van het risico op wantoestanden, minimaliseren van risico's op financieel gewin of het gebrek aan transparantie. Laat ons daarom kritisch kijken naar de landen waarmee we samenwerken. Omdat dat belangrijk is als we zorg en nazorg voor adoptiekinderen centraal stellen, maar ook omdat we het onszelf verschuldigd zijn om ouders die meestappen in een meerouderschap een duidelijk, realistisch en geruststellend perspectief te geven.We mogen het momentum dat het eindrapport van het expertenpanel biedt niet laten voorbijgaan. We moeten nu de kans grijpen om deze paradigmashift te realiseren. We kunnen na al die jaren, gezien de veranderde context, niet terug naar business as usual.De positieve verhalen die we lezen over kinderen die een mooie toekomst hebben dankzij interlandelijke adoptie, stimuleren ons om dit nieuwe paradigma te realiseren. Want ook binnen deze paradigmashift is er een duidelijke plaats voor de toekomst van deze kinderen, zeker voor de meest kwetsbaren. Daarvoor blijven we er juist in geloven. Laat ons de ambitie hebben om als Vlaamse samenleving ook wat adoptie betreft toonaangevend te zijn.