Een vervelende, maar zeker niet bewust gemaakte fout van een voor de rest onberispelijke medewerker. Volgens de Mechelse korpschef Yves Bogaerts was dat de belangrijkste reden waarom - ondanks zijn uitdrukkelijke verzoek - een informatierapport (RIR) over een geradicaliseerde moslim uit Molenbeek niet opgenomen werd in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG) van de politie. Maar is dat ook de ware toedracht?

Lees ook onze reconstructie van een guerre des flics bij het Mechelse politiekorps, die mogelijk de arrestatie van Salah Abdeslam verhinderde.
...

Een rapport van het Comité P dat onlangs werd verspreid naar de leden van de parlementaire onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart zet daar serieuze vraagtekens bij. In de versie van korpschef Bogaerts zou hij op 31 december 2015 aan de bevoegde inspecteur de opdracht hebben gegeven om het informatierapport in de databank op te nemen. Die bewering valt evenwel moeilijk te rijmen met een e-mail van diezelfde inspecteur, gedateerd 5 januari. Daarin vraagt hij aan de adjunct-korpschef én korpschef Bogaerts of hij het rapport al dan niet mag invoeren. Een antwoord kwam er blijkbaar niet.'Je kunt je moeilijk van de indruk ontdoen dat de korpsleiding ook hier een loopje met de waarheid heeft genomen', vertelt een bron dicht bij het dossier. 'Op z'n minst doet het rapport van het Comité vermoeden dat de korpschef, in tegenstelling tot wat hij zelf beweert, geen duidelijke opdracht heeft gegeven aan de bevoegde agent. Korpschef Bogaerts heeft ook altijd gezegd dat hij tot de arrestatie van Salah Abdeslam op 18 maart in de veronderstelling leefde dat het rapport in de gegevensbank was ingevoerd. Ook die bewering blijkt nu twijfelachtig.'Het Comité P wil voorlopig nog geen commentaar kwijt over de inhoud van het dossier. Al is Yves Keppens, de voorzitter van het Comité, wel duidelijk over de eindverantwoordelijkheid. 'Die ligt binnen een korps altijd bij de korpschef. Om het even wat er gebeurt.'Voor een goed begrip: het onderzoek van het Comité P kwam er kort na 18 maart, de dag waarop Salah Abdeslam, een van de terroristen die betrokken was bij de aanslagen in Parijs op 13 november vorig jaar, werd gearresteerd in de Vierwindenstraat 79 in Molenbeek. Het adres deed bij een commissaris van het Mechelse politiekorps meteen een belletje rinkelen. Eind november had hij een tip gekregen van Hamid A., een inspecteur van Marokkaanse origine. De tip ging over Abid Aberkan, een geradicaliseerde moslim die bij zijn moeder in de Vierwindenstraat 79 woonde en mogelijk contact had met de gebroeders Abdeslam. Op basis van die tip schreef de commissaris een rapport, dat evenwel onmiddellijk 'on hold' werd gezet door zijn korpsleiding. Het rapport zou de speurders in Brussel nooit bereiken.Kort na de arrestatie van Salah Abdeslam diende de commissaris een klacht in bij het Comité P. Toen het verhaal even later ook de media bereikte, koos korpschef Bogaerts voor de tegenaanval. Op een persconferentie verklaarde Bogaerts dat het rapport vanwege 'onduidelijkheid' met betrekking tot 'bron en inhoud' werd doorgestuurd naar het federale parket en het parket van Antwerpen. Nog in december zou het Antwerpse parket hem duidelijk hebben gemaakt dat de Mechelse korpschef zelf moest beslissen wat er met het dossier moest gebeuren. Daarop zou Bogaerts per e-mail aan een inspecteur hebben gevraagd om het rapport alsnog op te nemen in de gegevensbank.Uit het rapport van het Comité blijkt nu dat die medewerker die opdracht wellicht nooit heeft gekregen. En het Comité heeft nog veel meer bedenkingen. Volgens de politionele richtlijnen moeten informatierapporten altijd en ogenblikkelijk in de gegevensbank opgenomen worden. Noch de korpschef noch zijn adjunct - de inmiddels naar de cel Terreur vertrokken Johan Geentjens - zijn bevoegd om van die richtlijn af te wijken.Volgens het rapport van het Comité P ging de korpsleiding dan ook duidelijk in de fout. Zo laakt het Comité P onder meer 'de starre houding van de korpschef', de reden waarom 'werd nagelaten dat de informatie over Abdeslam effectief naar de databank werd verzonden'.Korpschef Bogaerts liet zich de afgelopen maand in interviews ontvallen dat hij goeie redenen had om de informatie over Abdeslam te wantrouwen. De informatie kwam van Hamid A., een agent die zich in het verleden niet altijd neutraal zou hebben opgesteld. Zo zou hij al te nauwe banden onderhouden met kopstukken van de Mechelse Al Buraq-moskee.Mee vanwege die aantijgingen legde Hamid A. onlangs een klacht neer tegen de Mechelse korpsleiding.Zijn advocaat Abderrahim Lahlali wijst erop dat zijn cliënt bekendstaat als een agent met een unieke expertise en een onberispelijke reputatie. Dat die kwaliteiten in Mechelen niet werden gewaardeerd, zou volgens de advocaat mogelijk het gevolg zijn van afgunst, met 'handelingen die mijn cliënt als pestgedrag ervaart' tot gevolg.'In maart vorig jaar kreeg mijn cliënt het nieuws dat hij aan de slag kon als inspecteur bij de cel Terreur van de federale politie, ironisch genoeg de dienst die vandaag geleid wordt door de voormalige adjunct-korpschef Geentjens', zegt Lahlali. 'Dat hij daar werd toegelaten, zegt denk ik wel iets over zijn expertise en reputatie. Helaas, enkele dagen voor hij mocht beginnen, kreeg hij te horen dat hij niet welkom was. Inmiddels weten we via de vakbond dat zijn aanstelling is tegengehouden na een telefoontje uit Mechelen. Later is die beslissing om hem die job niet te geven ook nog eens bekrachtigd door Catherine De Bolle, de commissaris-generaal van de politie. Dat zijn de feiten. Ik laat het aan u om daar conclusies uit te trekken.'Dat inspecteur Hamid A. koste wat het kost moest gedwarsboomd worden, zou moeten blijken uit de wijze waarop de informatierapporten in het Mechelse korps werden behandeld. Volgens de advocaat lagen de tips van Hamid A. in de weken na de aanslagen van Parijs aan de basis van in totaal negen informatierapporten. 'Drie van deze rapporten werden niet opgenomen in de gegevensbank. Toevallig waren het net die rapporten waarin in de hoofding de naam van mijn cliënt als vaststeller werd vermeld.'Volgens Lahlali bevatten een aantal van de ingevoerde rapporten onder meer informatie over de entourage van terrorist Abdelhamid Abaaoud en zijn nicht Hasna Aït Boulahcen, die betrokken waren bij de aanslagen in Parijs. 'Meer kan ik daarover niet zeggen. Nu al zijn er concrete aanwijzingen dat mijn cliënt in bepaalde kringen een doelwit is. Hij vreest voor zijn leven. Zijn verdere carrière als agent is onzeker, maar hij wenst zijn naam gezuiverd te zien.'Of het rapport van het Comité P tot een sanctie voor de Mechelse korpsleiding zal leiden, is nog niet zeker. Sancties zijn de bevoegdheid van het politiecollege, dat onder meer bestaat uit de Mechelse burgemeester Bart Somers (Open VLD) en zijn Willebroekse collega Eddy Bevers (N-VA).Somers laat weten dat hij geen maatregelen kan nemen omdat hij de inhoud van het rapport van het Comité P nog altijd niet kent. Om dezelfde reden wil korpschef Bogaerts zich onthouden van commentaar. Bij het Comité P viel te horen dat het rapport eerstdaags wordt overgemaakt aan de burgemeester. In deze zaak loopt ook nog een strafrechtelijk onderzoek door het parket van Antwerpen. Volgens parketwoordvoerster Stéphanie Chomé zal er over dit onderzoek pas ten vroegste in september nieuws komen.