Ze woont er knus, Manuela Klerkx, vijf hoog in een torenflat met uitzicht op het IJ en het futuristische EYE Filmmuseum in Amsterdam - toepasselijk voor iemand die al decennia lang in de kunstwereld carrière maakt. Er is koffie en taart, en op de bank zit Oscar van Gelderen, uitgever van de hippe uitgeverij Lebowski. Het kunstkoppel is getrouwd, maar ze wonen niet samen. Volgens Van Gelderen 'om het spannend te houden', maar Manuela Klerkx denkt er het hare van: 'Twee huizen zijn broodnodig om onze collectie in te stockeren. Soms doet Oscar me een kunstwerk "cadeau", maar ik vermoed stiekem dat hij er simpelweg geen plek meer voor heeft.'
...

Ze woont er knus, Manuela Klerkx, vijf hoog in een torenflat met uitzicht op het IJ en het futuristische EYE Filmmuseum in Amsterdam - toepasselijk voor iemand die al decennia lang in de kunstwereld carrière maakt. Er is koffie en taart, en op de bank zit Oscar van Gelderen, uitgever van de hippe uitgeverij Lebowski. Het kunstkoppel is getrouwd, maar ze wonen niet samen. Volgens Van Gelderen 'om het spannend te houden', maar Manuela Klerkx denkt er het hare van: 'Twee huizen zijn broodnodig om onze collectie in te stockeren. Soms doet Oscar me een kunstwerk "cadeau", maar ik vermoed stiekem dat hij er simpelweg geen plek meer voor heeft.' Hun verzamelwoede hebben ze nu gebundeld in een boek, Ontroerend goed, een gedegen en vaak grappige handleiding voor de beginnende kunstkoper, compleet met slimme tips over hoe af te dingen bij galeries, lijstjes met interessante kunstwebsites en Instagram-accounts van jong talent, én een beknopte geschiedenis van de moderne kunst, zodat de liefhebber met kennis van zaken de dikwijls hoge drempel van de kunstmarkt kan slechten. Oscar van Gelderen: We merkten dat heel wat jonge mensen interesse hebben in het kopen van kunst maar geen flauw benul hebben waar te beginnen. De kunstmarkt is ook bizar. Galeries zijn meestal steriele white cubes gerund door een schijnbaar verwaande galeriehouder die je niet welkom heet maar plompweg achter zijn iMac blijft zitten terwijl jij zo stil mogelijk langs de werken schuifelt. Nergens worden er prijzen geafficheerd, en als je ernaar durft vragen, antwoordt hij: 'Wat wil je ervoor geven?' Ken jij een bakker die zo te werk gaat? En voor die 'service' rekent een galeriehouder dan 50 procent commissie aan. Manuela Klerkx: Het is een rare wereld, vol extravagante maar ook mateloos boeiende mensen, die bestierd wordt door unieke codes en onuitgesproken regels. Er hoort wat mystificatie bij, maar gelukkig zien we tegenwoordig jonge galeriehouders opstaan met een frisse aanpak, jongelui die enthousiast hun kunstenaars steunen via art spaces en het publiek net hartelijk ontvangen. Die geven we dan ook ruimschoots plek in ons boek. Opvallend: jullie zijn niet te vinden voor subsidies. Van Gelderen: Die aversie heeft een voorgeschiedenis. In Nederland was van 1956 tot 1987 de zogenoemde Beeldende Kunstenaars Regeling van kracht. De overheid kocht bij kunstenaars massaal werken op en stockeerde ze vervolgens in een depot. Nadien bleken de werken vaak overgewaardeerd, wat een enorme inflatie veroorzaakte - de meeste van die kunstwerken zijn amper nog iets waard. Ik zie niet in waarom de staat galeries zou moeten steunen, zodat zij in het buitenland op beurzen kunnen staan. Het maakt hen lui - de onkosten zijn toch al gedekt. Ik krijg als uitgever toch ook geen poen toegestopt om op de Frankfurter Buchmesse mijn auteurs te promoten? Dat is verdomme mijn job. Subsidies moeten rechtstreeks naar de kunstenaars gaan. Dat geeft hun net meer vrijheid. Dan kunnen ze zelf beslissen of ze willen meedraaien in het galeriecircuit of hun kans willen wagen via sociale media of online veilingen. Want dat is de toekomst, sites als Artsy zijn razend populair, en veel galeries dreigen de boot te missen. Of subsidieer de koper. Met rentevrije kunstkoopleningen, zoals jullie minister van Cultuur Sven Gatz (Open VLD) die nu promoot. Klerkx: We willen meer transparantie in de kunsthandel zien, en de potentiële kopers willen dat ook. Hoe je het ook wendt of keert: kunst kost geld, en meestal zijn het gegoede zakenlui die interesse tonen. En net als in de zakenwereld willen zij gewoon weten wat iets kost en hoe de geldstromen in elkaar zitten, zonder geheimdoenerij. Jullie liefdesbetuiging aan de Belgische kunstwereld is ook een opsteker. Zijn we echt zo veel beter? Klerkx: Wat een weelde. Jullie bulken van het talent! Dat is deels te danken aan jullie traditie van het surrealisme - wij zijn grote voorstanders van meer humor in de kunst, waar de dodelijke ernst nog vaak van afdruipt. Vlaanderen heeft ook meer kunstroutes. Het Kunstenfestival Watou is een prachtig voorbeeld van hoe je kunst bij een breed publiek kunt brengen zonder aan kwaliteit in te boeten. En natuurlijk is er de figuur van wijlen Jan Hoet. Die heeft bijna op zijn eentje de hedendaagse kunst in Vlaanderen op de kaart gezet. Topgaleries als Zeno X in Antwerpen en die van Xavier Hufkens in Brussel en Tatjana Pieters in Gent plukken daar nog altijd de vruchten van. Zo'n flamboyante voortrekker als Hoet missen we in Nederland. O wacht, kijk wie ik onlangs ontdekte bij artspace Souterrain: (komt aanzetten met een mauve doek) Charline Tyberghein. Nog jong, maar het talent spat ervan af. Van Gelderen: We raden aspirant-kunstkopers ook aan om vroeg te kopen. Zelf zou ik natuurlijk ook een werk van Guillaume Bijl willen, maar die toplaag is alleen weggelegd voor de puissant rijken. Gelukkig wordt er overdadig veel kunst geproduceerd, en daar zit bijzonder veel kwaliteit tussen. Eigenlijk bestaat er maar één goede raad: koop vooral wat je mooi vindt, wat je oog en hart prikkelt. Beschouw het niet als een financiële investering, daar is de markt veel te volatiel voor, maar als een investering in je leven, in je welzijn. En past het werk onverhoopt niet bij je sofa, koop dan gewoon een andere sofa.